Tussen verleden en toekomst

Vorige week kon je in Valkenburg terug in de (wieler)tijd. Tijdens de tweede Eroica Limburg  reden deelnemers uit de hele wereld een toertocht (over deels onverharde wegen) op oude fietsen. De kledij was aangepast aan het jaartal van de fiets. Je kon je vergapen aan vehikels uit de jaren twintig, dertig, veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw. Even verderop, in het Cube-museum in Kerkrade, loopt de tentoonstelling Fiets-Bike-Fahrrad, design on two wheels. Er worden ingenieuze prototypes getoond van de toekomstige fiets. Technologie met veel aandacht voor design: je kijkt je ogen uit. Robert M.Pirsig maakte in zijn boek Zen en de kunst van het motoronderhoud (1976) het onderscheid tussen klassieke en romantische schoonheid. De classicus wil de techniek van de (motor)fiets tot het kleinste detail doorgronden, de romanticus houdt het bij de uiterlijke verschijningsvorm. Ik hoor bij de romantici, de mensen die op hun gevoel en intuïtie afgaan en weinig feeling hebben met techniek. Een en ander maakt dat ik mijn Bianchi Impulso het allermooist vind, zeker nu hij helemaal is nagekeken (door Kenny en Jan) voor mijn fietstrips naar Diekirch en Barcelonnette: daar kan geen fiets uit verleden of toekomst tegenop!