Alles op de fiets

Mijn vrouw en ik horen bij de laatste Europeanen die geen rijbewijs hebben. Dat levert ons geregeld verbaasde, ongelovige en zelfs meewarige blikken op. In onze jonge jaren hadden we geen behoefte aan een auto, op leeftijd gekomen achten we het raadzamer de wegen niet nòg onveiliger te maken.
Ons leven is voor een belangrijk deel afgestemd op de fiets. We wonen op fiets/loopafstand van het station, de winkels, de binnenstad, de scholen, het werk. Als we het hebben over de tijd dat de kinderen klein waren, ziet mijn vrouw het weer voor zich: de jongste voorop, de oudste achterop met de benen bengelend over twee fietstassen vol boodschappen.
Zelf ben ik redelijk bedreven in het bouwen van stellages op mijn bagagedrager. Op weg naar het milieupark werd ik meermaals nagekeken als ware ik een wezen dat zich een fors aantal decennia heeft vergist.
Geen auto hebben heeft voor- en nadelen. Het is een perfect excuus als je ergens niet naartoe wil, het kan vervelend zijn als je ergens wel naar toe wil of moet en, bij gebrek aan deugdelijk openbaar vervoer, afhankelijk bent van anderen.
Wat vinden onze kinderen van onze autoloosheid? De oudste was twee toen hij autootjes begon te verzamelen. Als hij groot was zou hij een Ferrari voor ons kopen. Hij is eenentwintig nu en maakt, net als de jongste, nog steeds geen aanstalten om zijn rijbewijs te halen.