Geboekt

Zoonlief heeft een huisje geboekt in Barcelonette, een dorp op 1100 m hoogte in de zuidelijke Alpen. Komende zomer gaan we er een weekje fietsen met Henri, één van de heren en diens schoonbroer Maikel. Vanuit het dorp kun je meerdere cols op.  Als je afstempelt op de top van Col St Jean (1333 m), Col de Pontis (1301 m), Col de Larche (1991 m), Col de Vars (2109 m), Col d'Allos (2250 m), Col de la Bonette (2802 m) en Col de la Cayolle (2327 m) krijg je het 'Brevet des 7 Cols d'Ubaye'. Je kunt er ook een rondje over drie cols fietsen (Col d'Allos  2250 m, Col des Champs 2087 m, Col de la Cayolle 2326 m) al dan niet met als uitsmijter de van de Tour bekende klim naar Pra Loup. Prachtige beklimmingen in een wonderschoon decor. Benieuwd hoeveel van die cols ik aan mijn lijstje zal toevoegen. Het gebypasst dromen kan in ieder geval beginnen.


Lekker afzien

Vanmiddag met zoon Joost een tochtje van 45 km over zes Mergellandse hellingen gemaakt. En dat heb ik geweten. Op weg naar Eijsden - met een forse tegenwind - zei ik dat hij zijn gang kon gaan, ik zou lekker bij hem in het wiel blijven! Toen we aan de eerste helling (de Mescherberg) begonnen was ik al zo goed als total loss. Met hangen en wurgen kwam ik (lang na Joost) boven. Van enig herstel was er op de Bukel, de Kalleberg en de Rondelen geen sprake, integendeel. Ik had constant het gevoel dat ik moest overgeven, en het is lang, héél lang geleden. Omdat mijn hart niet protesteerde ging ik er vanuit dat mijn drie maanden oude bypassen nog netjes op hun plaats zaten. Tussen Banholt en Sibbe begon ik weer wat op adem te komen. 'Wel of geen Cauberg,' vroeg Joost. Hoewel ik geen idee had of ik daar boven zou komen, waagde ik me er aan, en zie, redelijk monter haalde ik de top. En dat herhaalde zich op de Geulhemmerberg. Terug thuis had ik een gemiddelde van 23,5 km op mijn teller staan. Met een weekje Barcelonette in het vooruitzicht is (flink) afzien (voorlopig) de enige weg naar (het grote) fietsgeluk!


Nijntje op de fiets

Tussen de kinderboeken die we begin jaren tachtig van de vorige eeuw voor onze zonen kochten zaten uiteraard ook Nijntjes. We hebben ze bewaard. Een 'Nijntje op de fiets' is er niet bij. Was dat verhaaltje nog niet verschenen of ben ik schromelijk tekort geschoten in mijn opvoeding? Hoe het ook zij, niet alleen aan Nijntje, maar ook aan haar 'schepper', de eergisteren overleden Dick Bruna, bewaren we goede herinneringen. Mijn jongste zoon woont sinds begin vorig jaar met zijn gezin in Utrecht. We zagen de bijna negentigjarige tekenaar en schrijver geregeld zitten op een bank in een park bij de Kromme Rijn. We passeerden hem als we met onze kleindochter Maite op weg waren naar een speelveldje in de buurt. Hij knikte altijd vriendelijk goeiendag. Dat leidde na enkele keren niet alleen tot een bijzonder leuk gesprek maar ook tot een foto van Dick Bruna en Maite. In het najaar zagen we hem voor het laatst, in gezelschap van zijn echtgenote. De dag ervoor werd op het journaal gemeld dat hij 'de Max Velthuijs-oeuvreprijs 2016 voor beste illustrator' had gewonnen. Daar spraken we even over. Toen we verder liepen fluisterde Maite: 'Was de meneer van Nijntje.'


Poëziekrant

Wielerpoëzie ... wat moeten recensenten van een serieus literair tijdschrift ermee? Voor de één – Patrick Auwelaert – zijn (sommige) wielerdichters 'verdienstelijke knechten in het grote peloton van de Nederlandstalige poëzie', voor de ander – Pieter Verstraeten – zijn het 'nobele onbekenden uit het zondagsdichterscircuit'. In het jongste nummer van Poëziekrant bespreekt Pieter o.a. 'De 100 mooiste wielergedichten', samengesteld door Patrick Cornillie. Pieter publiceert geregeld wielerpoëzie in het onvolprezen wielertijdschrift Bahamontes. Werk van hem is niet opgenomen in genoemde bloemlezing, maar dat zal zijn oordeel als literatuurwetenschapper aan de RU Groningen ongetwijfeld  niet beïnvloeden. Hij noemt het gedicht 'Gent – Wevelgem' van Tom Lanoye 'een mooi ironisch hoogtepunt' in de bundel. Tom schreef dat gedicht in 1981 n.a.v. een prijsvraag van Yang (tijdschrift voor literatuur en kommunikatie). Zijn gedicht werd niet bekroond, het werd wel geselecteerd, samen met de versjes van een aantal toen al 'nobele onbekenden'. Aangezien ik geen emailadres van hem heb, wil ik Pieter bij deze vragen of hij me enkele van zijn wielergedichten kan sturen voor 'De wielergedichten', want ook hij verdient daar een plaatsje. Of hij bij 'de groteren van de Vlaamse en Nederlandse literatuur' dan wel bij 'de nobele onbekenden uit het zondagsdichterscircuit' thuis hoort, mag hij helemaal zelf bepalen.