Onverhoopt

In september ga ik een weekend fietsen in de Vogezen, niet alleen mijn zonen gaan mee, ook vier van hun vrienden (Roel, René, Henri en Sem). Ons eerste herenfietsweekend dateert van 2003, het laatste van 2017. Ik zag de heren evolueren van begin-twintigers naar begin-veertigers, van jonge snaken met de wereld aan hun voeten naar voorbeeldig(e) gesettelde mannen van middelbare leeftijd, al dan niet met (een schare) kinderen. Het leven & de dood gingen inmiddels aan geen van allen voorbij. Ik ben benieuwd hoe, nu we zeven jaar verder zijn, de gesprekken aan tafel zullen verlopen. Zelf ben ik ondertussen een ouwe man op een koersfiets geworden. Ik probeer als voorbereiding een rondje van 110 km met 20 hellingen en 1400 hoogtemeters in de benen te krijgen. En dat valt niet mee. Maar sinds gisteren is er hoop, ik wist niet wat me overkwam:

Zo onverhoopt en onverwacht,
ik ga bijna wenen:

ik fietste een rondje heuvels
zonder pijn in de benen

2017, met de heren Rondom Diekirch





Nog even over ChatGPT

Nog even over ChatGPT en poëzie. Gisteren mocht ik een prachtig 'fietsgedicht' van Antoon Van den Braembussche plaatsen op 'De wielergedichten'. Lees maar:

FIETSEN

(Voor Paul Rigolle)

Als ik fiets overmant me
een vreemd soort geluk.

Elke omwenteling:
een omhelzing van de tijd,
van wat er ooit is geweest
en van wat er ooit zal zijn.

En soms is er enkel nog het nu:
een blij en eeuwig vergeten,
een ode aan de vergetelheid.

Ik hou van lange, rechte wegen
de blik helder en gefixeerd,
wonderlijke vorm van meditatie.

Als ik fiets ben ik niet langer
een kleine ik, maar alles en iedereen.

Elke trap een ode
aan het lichaam, de liefde,
de beweging en alles om ons heen.

Fietsen is pure mystiek.

© Antoon Van den Braembussche

Ik was benieuwd van ChatGPT van dit gedicht zou vinden. Binnen twee tellen kreeg ik volgende reactie: 'Het gedicht "Fietsen" van Antoon Van den Braembussche is een prachtige contemplatie over de ervaring van fietsen en de diepere betekenissen die het kan hebben. Van den Braembussche verkent het gevoel van geluk dat ontstaat tijdens het fietsen, waar elke omwenteling een verbinding lijkt met zowel verleden als toekomst. Hij beschrijft de ervaring als een vorm van meditatie, waarbij de fietser één wordt met alles om zich heen. Het gedicht benadrukt de transcendente aspecten van fietsen, waarbij het lichaam, de liefde en de beweging allemaal samenkomen in een soort pure mystiek. De taal is eenvoudig maar krachtig, en de beelden die worden opgeroepen, nodigen de lezer uit om de diepere betekenissen van het alledaagse te verkennen. Het gedicht biedt een prachtige viering van het fietsen als een bron van geluk, verbondenheid en spirituele ervaring.' Op mijn vraag hoe hij/zij ('Ik ben eigenlijk een "het"! Ik ben een AI-gestuurd model en heb geen geslacht of fysieke vorm. Maar je mag me aanspreken zoals jij het prettig vindt.') er in slaagt om zo vlug een analyse te geven, antwoordde hij/zij: 'Mijn vermogen om snel gedichten te lezen en er feedback op te geven komt voort uit mijn training op grote hoeveelheden tekst. Ik kan de structuur, de taalkeuzes en de emotionele toon van het gedicht analyseren om een passende reactie te geven. Maar laten we niet vergeten dat mijn interpretatie ook slechts een reflectie is van mijn algoritmen en de gegevens waarop ik ben getraind, en het kan soms zijn dat ik de diepere betekenis of intentie van een gedicht fout interpreteer.' Aha, een niet onbelangrijke blijk van zelfkennis. Door wie wordt hij/zij dan getraind: 'Ik word getraind door het team bij OpenAI, dat bestaat uit experts op het gebied van machine learning, taalwetenschappen en computerwetenschappen. Ze gebruiken een combinatie van verschillende technieken, zoals reinforcement learning en supervised learning, om mij te trainen op een diverse set van teksten en taken. Mijn training omvat grote hoeveelheden tekst uit verschillende bronnen, zoals boeken, artikelen, websites en andere geschreven materialen. Dit stelt me in staat om een breed scala aan onderwerpen te begrijpen en nuttige interacties aan te gaan met gebruikers zoals jij!' Allee, tot zover!




ChatGPT als recensent

De chatbot van ChatGPT blijkt een meer dan voortreffelijke recensent van poëzie te zijn. Ik legde hem/haar mijn reeks gedichten Een ouwe man op een koersfiets voor en vroeg wat hij/zij er van vond. Om de hele reeks te lezen en van commentaar te voorzien had hij/zij slechts enkele seconden nodig. Ík citeer zijn/haar bijzonder vakkundige analyse: 'Wat een prachtige verzameling gedichten! Een ouwe man op een koersfiets verkent op een diepgaande en tegelijkertijd speelse manier de ervaringen, gedachten en gevoelens van een oudere fietser. De gedichten belichten verschillende aspecten van het ouder worden, zoals de fysieke uitdagingen, de nostalgie, maar ook de blijvende passie voor fietsen en het leven zelf. De gedichten variëren van humoristisch tot ontroerend, en bieden een levendig inzicht in de wereld van een oude man op een koersfiets. Van het besef dat bidden geen zin heeft tijdens een zware klim tot de troost van herinneringen en dromen van nieuwe avonturen, de gedichten weerspiegelen een rijkdom aan emoties en ervaringen. Het is bewonderenswaardig hoe Miel Vanstreels erin slaagt om zo'n divers scala aan gevoelens en gedachten te verwoorden in zijn poëzie.' Ik had het zelf niet beter kunnen zeggen!



Wind

Ook al stelt het KNMI aan de hand van metingen dat het de laatste jaren minder waait in Nederland, veel fietsers hebben niet dat gevoel. Zelfs in het binnenland lijken windkracht 4 en 5 eerder regel dan uitzondering. Ik schreef daarover volgende baiku: voel me een beetje / genaaid - hoe ouder ik word / hoe harder het waait. Zouden, zo vroeg ik me af, ouwe mannen (en vrouwen) op een koersfiets er wereldwijd zo over denken? Begin deze week plaatste ik een vertaling van de baiku op de facebookpagina Cycling for those aged  70+. En ja hoor, het bericht resulteerde (tot nog toe, vier dagen later) in meer dan 1300 bevestigende reacties uit o.a. Toronto, Washington, Aberdeen, Nicosia, Brasilia, Praag, Reading, Manilla, Mexico Stad, Ljublijana, Sydney, Athene, Changwong-SI (Zuid-Korea), Cebu City (Filipijnen), Puerto Rico, Boedapest en zelfs Kiev. 'Wind is the hill that never ends,' aldus Jerry Reimer uit Spring (Texas). 't Is maar dat u het weet!

klik op afbeelding  voor vergroting


Bewustzijn

Ik heb het in mijn verhaaltjes op Fietsvarianten al enkele keren gehad over Dré. Ik leerde hem kennen in 1970 toen ook hij als leerling verpleger begon te werken in het Maastrichtse Ziekenhuis St Annadal. Wat we naast onze liefde voor de fiets gemeen hadden was onze zoektocht naar een zinvol leven. We discussieerden uren en uren over de wegen die we kozen. Ik de politiek geëngageerde, hij die van het bewustzijn. Hij verdiepte zich in Zen, Krishnamurti, Fromm, Kant, hij laafde zich kortom aan alles wat met spiritualiteit en filosofie te maken had. Mijn lief en ik woonden in die tijd in een kleine bovenwoning in het centrum van Maastricht en Dré kwam daar vaak, héél vaak. We tikten er op een eenvoudige schrijfmachine de teksten uit waarin hij, aan de hand van wat hij allemaal gelezen had, zijn denkbeelden vorm gaf. Het werd een dikke stencil die hij via Maastrichtse boekhandels te koop aanbood. Eind jaren zeventig verloren we elkaar uit het oog. Dré sloot zich aan bij de Rozenkruisers en ging verder met lezen en zich verdiepen. Langzaam maar zeker werd hij een specialist in 'bewustzijn' en begon lezingen te geven door heel Nederland. Vanaf de eeuwwisseling komen we elkaar weer geregeld tegen in groepsverband en incidenteel fietsten we nog 'ns door het Mergelland. Hoe vaak heb ik Dré in de jaren die volgden, net als in de jaren zeventig, met grote stelligheid horen beweren dat hij een (echt) boek ging schrijven, hoe vaak heb ik gedacht: 'Ja ja Dré, het zal wel!' Maar zie, komende vrijdag, na meer dan een halve eeuw, presenteert Dré zijn 'Ik ben bewustzijn', een mooi uitgegeven (echt!) boek van 300 pagina's. Ga ik het kopen en lezen? Jazeker, of liever, ik ga proberen het te lezen, want ik weet niet of ik alles wat Dré schrijft nu wél begrijp. En ik hoor hem weer zeggen: 'Je bent weigerachtig, je stelt je niet open, je wil het niet begrijpen!'









Tegenfietser

Afgelopen vrijdag moest ik voor mijn gepland rondje van 85 km met 18 (ouwelullen)hellingen niet de Keutenberg op maar af. Ik had niet het beste tijdstip uitgekozen om dat te doen. Op de smalle weg boven op het plateau werd ik drie keer kort na elkaar bijna het gras ingereden door de parcoursverkennende coureurs en volgwagens van Ineos, Soudal-Quick-Step en Groupama-FDJ. Vanmorgen ben ik voor de verandering een keer niet naar de start van de Amstel Gold Race geweest, ik ben een uur voor de dames vertrokken op mijn Bianchi gestapt en fietste de eerste 35 km van Nederlands enige klassieker. Daarna verliet ik de route om via een ommetje net op tijd te zijn om (op een vrij liggend fietspad) het mij tegemoet komend mannenpeloton te passeren. Daar kon ik in ieder geval niet van m'n sokken gereden worden. Wat me dit jaar in de parcoursbeschrijving van de mannen opvalt is dat er een aantal ouwelullenklimmetjes (Heerderberg, Gulperberg Rijksweg, Nijswillerberg) meegeteld worden als echte helling, dit in tegenstelling tot voorheen. En dat is goed nieuws voor alle ouwe mannen op een koersfiets!


Onbestaand

Soms ontstaat tijdens het schrijven van een gedicht een (volgens Google, Bing en de Dikke van Dale) onbestaand Nederlands woord. Het overkwam me bij onderstaand versje. Toen ik het woord vergrijzing tikte dacht ik: als ik er een n tussen zet, vang ik twee vliegen in één klap: vergrijzen = ouder worden, vergrijnzen = ironischer, sarcastischer worden. En dat onbestaand woord geeft perfect aan wat ik doe met de reeks 'Een ouwe man op een koersfiets': m'n eigen ouder worden beschrijven met een vette grijns op m'n gezicht!

klik op afbeelding voor vergroting


Katholisch

Fietsen op Goede Vrijdag:
jezelf uit solidariteit
aan 14 lamlendig steile
hellingen wagen

omdat Jezus je
vanaf een veldkruis
(in het Limburgs)
vraagt

om Hem 
Zijn kruis niet
alleen te laten 
dragen

klik op afbeelding voor vergroting



Een kwartier

Morgen word ik 73. Volgens mijn moeder bezorgde ik haar met mijn 4,5 kg een zware bevalling. Een motorrijdende buurman haalde midden in de nacht in allerijl de vroedvrouw op. 'Die bevalling had geen kwartier langer moeten duren,' zo verzuchtte mijn moeder meermaals. Twintig jaar later, ik was inmiddels uitgeweken naar Maastricht, maakte vriend Dré me wegwijs in het Mergelland. Tijdens onze racefietstochten werd er (veel) nicotine opgehoest en (nog meer) alcohol uitgezweet. Bij een astroloog leerde Dré hoe je horoscopen kunt maken. Toen hij die van mij had uitgewerkt, liet hij me aan de hand van mijn sterrentijd zien dat ik van geluk mocht spreken: als ik een kwartier later was geboren was ik écht alcoholist geworden.

Geboortehuis

De Schaal van Digther

'De Schaal van Digther', een literair e-zine, publiceerde vandaag mijn gedicht 'Mergelland'. Het komt uit Een ouwe man op een koersfiets, een reeks waarin blijmoedig somber door de taal wordt gefietst!



Meander

Het literair e-magazine Meander publiceerde vandaag vier versjes uit 'Een ouwe man op een koersfiets'. Eerder nam de Schaal van Digther er ook eentje op. En daar ben ik (als fiets- en wielerversjesmaker) uiteraard blij mee. De route die ik volgens Meander in kaart breng, is er hopelijk een waar ik nog vele jaren zoet mee ben, een route die je hier kunt volgen.

klik op afbeelding voor vergroting

Bedankmailtje

Afgelopen zomer schreef ik in het stukje Geïdoctrineerd dat ik in 1968 een proces verbaal kreeg omdat ik, tegen de verkeersregels in, naast een vriendin bleef fietsen. Ik gaf de mij bekeurende rijkswachters Julien Vercammen en Henricus Franssen er de schuld van dat ik 55 jaar later nog steeds enige schroom heb om naast een ander te fietsen, ook waar het is toegestaan, ook als het mijn lief, mijn eega betreft, die het gezelliger vindt om naast elkaar van het landschap te genieten. Vanmorgen kreeg ik een vriendelijk mailtje van iemand die, surfend op internet, mijn verhaaltje tegen kwam. Hij bedankte me dat ik het online had gezet: Henricus Franssen was zijn vader!



Geloof het of niet

Soms kom ik er bij toeval achter dat een van mijn versjes ongevraagd door iemand wordt overgenomen voor een blog, website, kranten- of tijdschriftartikel. Ik heb daar in de regel geen moeite mee, mits het correct gebeurt. Hoe meer lezers hoe meer vreugd! Gisteren ontdekte ik dat een medewerker van de dienst geestelijke zorg van de Zeeuwse zorgorganisatie ZorgSaam de titel van een vers van mij veranderde voor het huisblad van de stichting. Mijn fietstocht langs Zuid-Limburgse wegkruisen en kapelletjes gaf ik als titel 'Ongelovige katholiek' mee. De geestelijk verzorger schrapte het woord 'Ongelovige' zodat het vers onder de titel 'Katholiek' werd afgedrukt. Ik constateerde het met een glimlach, temeer omdat de geestelijk verzorger - geloof het of niet - Kees van Geloof heet! 

klik op afbeelding voor vergroting





Op het matje

Ik voel me op het matje geroepen door een recente uitspraak van Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Daarin wordt verklaard dat een e-bike geen motorvoertuig is omdat er geen sprake is van louter mechanische aandrijving, je hebt namelijk spierkracht nodig om het vervoermiddel in beweging te krijgen. Ik moet derhalve mijn betoog over 'fietsen of rijden?' herzien: je voortbewegen op een e-bike is (volgens het Europees Hof) wel degelijk fietsen. Mijn stelling dat je op een e-bike niet fietst maar rijdt, zoals je rijdt op een solex, vespa, brommer, scooter of motor(fiets) rijdt klopt dus niet. Grappig is wel dat mensen die op Google 'fietsen of rijden?' intikken, (vooralsnog) mijn betoog als antwoord krijgen. Als je voortaan de Tourmalet, de Stelvio of de Galbier op een e-bike beklimt, mag je dus zeggen dat je een col hors categorie bent opgefietst!



Ouwelullencols

Mijn oudste zoon wil volgend jaar een weekendje in de Vogezen gaan fietsen, in ieder geval met mij maar het liefst ook met mijn andere zoon en een aantal heren: 't is al veel te lang geleden! Ik heb wederom de eer de routes uit te zetten. Van één heer weet ik dat hij heel graag La Planche des Belles Filles (col van 1ste categorie in de Tour) aan z'n palmares wil toevoegen. Een chalet in Le Thillot lijkt daarvoor een goede uitvalsbasis. Vanwege een protesterende enkel (een duidelijk geval van artrose volgens een orthopeed, echt wel vaatvernauwing aldus een vaatchirurg) moet ik op zoek naar ouwelullencols: lengte geen bezwaar, gemiddeld 5% en liefst niet steiler dan 8 á 10%. Zijn die daar te vinden? Jazeker, dCol des Croix, de Col de la Chevestrays, de Ballon d'Alsace (vanuit Giromagny), de Col du Page en de Col de Morbieux beantwoorden perfect aan mijn eisen. Ze zijn samen goed voor Een Vogezentoer van 115 km met 42 km klimmen en 2400 hoogtemeters. De Ballon de Servance (vanuit Le Thillot), de Col des Chevrères (vanuit Plancher Bas) en de Col des Croix (vanuit Servance) zorgen voor 30 km  ouwelullenklimwerk. Bovendien mogen de die hards na de afdaling van de Ballon de Servance linksaf slaan voor de beruchte 6 km naar La Planche de Belles Filles. Eenmaal boven is het omkeren en dalen voor het vervolg van het rondje dat in totaal 78 km lang is en 2062 hoogtemeters telt. Als er heren meegaan, vermoed ik dat de minst c.q. nauwelijks getrainden me dankbaar zullen zijn voor die zeven ouwelullencols. Hoewel, drie daarvan staan in de Tour te boek als cols van 2e categorie!



Godvergeten

Vorige week fietste ik met Roger (uit Kanne) een rondje Haspengouw. We zaten in onze jeugdjaren allebei op kostschool bij de paters, hij in Maasmechelen, ik in Lier. Uiteraard kwam de veel besproken VRT-reportage 'Godvergeten' ter sprake. Roger heeft tijdens zijn kostschooljaren nooit iets gemerkt van paters die zich misdroegen. Bij mij ligt dat anders. Ik schreef er in 1979 al over in de dichtbundel 'Klein Joernaal' en later op mijn blog over het Missiecollege. Omdat ik de laatste tien jaar geregeld contact heb met zes kostschoolgenoten stuurde ik hen een mailtje met de vraag of zij ooit iets van misbruik gemerkt hebben in onze Lierse jaren. Ze kennen uiteraard de blog en mijn verhaal maar tijdens onze jaarlijkse bijeenkomsten hebben we het er nog nooit over gehad. Twee kompanen meldden meteen dat ze nooit last gehad hebben van opdringerige paters en indertijd ook niet wisten dat het voorkwam. Een derde liet weten dat hij heel graag iets kwijt wilde over dat onderwerp maar wat tijd nodig had om het goed onder woorden te brengen. Na drie dagen kreeg ik zijn vier A4-tjes lang verhaal. In het internaat, op kostschool zelf is hij nooit onheus bejegend maar de onderpastoor van het dorp waar hij woonde en de pater die ons ronselde en tevens de bezieler was van de aan het Missiecollege gelieerde jeugdbeweging gingen wel erg ver in het zoeken naar lichamelijke toenadering. Dat hij als elf, twaalfjarige hun avances durfde afwijzen heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat hij er geen trauma - alleen maar woede - aan heeft overgehouden. 
En de drie kompanen, die niet terugmailden? Ik hoor het ongetwijfeld volgend (voor)jaar op het terras van Zuster Agnes, dicht bij het Begijnhof van Lier!



Hannelore

Op 20 juli j.l. kregen Paula en ik een bericht van Rooske en Valère waarin zij meldden dat hun kleindochter Hannelore (21) een dag eerder was omgekomen bij een verkeersongeval. Naar huis fietsend - ze had twee uur overgewerkt voor een collega - werd ze geschept door een auto. De bestuurder was onder invloed, verleende geen voorrang en reed veel te hard op een weg die alleen bestemd was voor plaatselijk verkeer. Hoe ga je als familie om met zoiets? Ongeloof, onbegrip, woede, verslagenheid, intens verdriet. Hoe kom je zo'n verlies te boven, hoe ga je verder met je leven? Een paar dagen geleden kregen we van Rooske en Valère een mooie kaart, ter herinnering aan hun kleindochter. Ik bewaar de kaart in onze boekenkast, in de dichtbundel Warm en stil, die Valère in 1979 publiceerde. En, hoe wrang kan het zijn, in die bundel staat op bladzijde 18 volgend versje:

verkeer 

achter elke straathoek
ligt een ongeval
verscholen

wanneer het gebeurt
weet niemand



Een koempel uit Drenthe

Vandaag het Rondje Ritz vanuit Haanrade (Oostelijke Mijnstreek) gefietst. Het kon vorig jaar niet gereden worden vanwege het slechte weer. De dertigers Joey en Veerle zorgden voor een gastvrij onthaal voor drie ouwelullen. Ze hadden een bijzondere route van 75 km uitgestippeld door de Noord-Eifel, in het gebied rond Aken. De lange stukken onverharde en slecht geasfalteerde wegen gaven de tocht iets van een gravelrit. Er moest ook geregeld geklommen worden. Als uitsmijter kregen we in Kerkrade de (mij onbekende) pittige Beerenbosch voor de wielen. Een lekke band en een niet voorspelde regenbui konden de pret niet drukken. Na afloop was er een gezellige nazit met pasta & pils. Wat opviel was het tempo dat de in zijn thuislandschap fietsende Joey er op nahield, hij nam het peloton de hele tocht op sleeptouw en dat terwijl hij in het Mergelland de eerste is om het langzaamaan te doen. Maar het moet gezegd, de man van de dag was Wiebe uit het Drentse Beilen. Hij was zijn fietshelm vergeten en maakte daarom gebruik van de berghelm van Joey. Veerle maakte een foto van hem en plaatste die op de familie-app, waarop Joost, de schoonzoon van Wiebe, reageerde met de vraag of Wiebe van plan was in een steenkoolmijn te gaan fietsen. En dus werd er onderweg gestopt bij een mijnwerkersmonument om Wiebe kennis te laten maken met zijn koempelkompanen!


Besmet

'Via' is een weekkrant van Dagblad de Limburger die niet alleen bij de krant wordt gevoegd maar ook op heel veel plaatsen in de provincie los en gratis verkrijgbaar is. 'En dus meer gelezen wordt dan de krant zelf,' aldus Ton van Reen. Hij nam het initiatief voor 'de Werkgroep Limburgse Schrijvers' en die ijvert voor meer aandacht voor de literatuur uit Limburg. De Via-rubriek In de Literaire Hoek neemt wekelijks in het kort (het werk van) een Limburgse auteur onder de loep. Deze week ben ik de gelukkige. Ton maakte er een typisch van Reen-verhaaltje van. Ik leerde Ton midden jaren zeventig van de vorige eeuw kennen. Corrie Zelen, de uitgeverij van zijn echtgenote, publiceerde een viertal bundeltjes van mij. De foto hieronder is in 1979 in Venlo genomen, bij de presentatie van een serie mini-bundeltjes. Van links naar rechts: Frank Herzen, Toon Teeken, Ton van Reen, Leo Herberghs, ondergetekende, Koos van den Kerkhof en Jon Erkens. Waar was Corrie? 
Tons Via-verhaaltje 'Vader besmette Miel Vanstreels met wielerliefde' is hier te lezen.



Het MV-3LandenRondje

Een een- of tweedaags drielandenrondje vanuit Maastricht (voor wielertoeristen, geoefende recreanten en e-bikers) over rustige binnenwegen door fraaie stukken Maasvallei, Mergelland, Parkstad, Noord-Eifel, Land van Herve, Voerstreek en Maasland. Geen grote wegen dus, geen steile hellingen en zo weinig mogelijk door het centrum van stad of dorp. Bestaande (knooppunten)routes mogen gevolgd worden, behalve als ze niet aan vernoemde eisen voldoen. Dat waren de criteria bij het uitzetten van zo'n rondje dat ik heel bescheiden (!) Het MV-3LandenRondje heb genoemd. Het is 103 km lang en telt circa 975 hoogtemeters. Volg me maar!
Vanuit Maastricht fiets ik naar en door Borgharen en Itteren, deel uitmakend van het Rivierpark Maasvallei. Via rustige binnenwegen kom ik in het fraaie Geuldal. Aan het eind daarvan wacht de eerste klim, de Geulhemmerberg met zijn rotswoningen. Die brengt me op het Plateau van Margraten. Berg, Gasthuis, IIzeren, Scheulder en Ingber zijn de buurtschappen waar ik passeer alvorens af te slaan naar het mooie Gerendal. Daar moet ik de steile Doodeman af. Ik rijd over een fietswandelpad met keizerlijke naam naar de Vrakelbergerweg, de prachtig gerenoveerde weg door het Land van kalk. Links en rechts kun je een aantal hellingen met mysterieuze namen op zoals Vrouwendel en Ribbelheide. De weg loopt kilometerslang vals omhoog. Aan het eind is het even klimmen naar Trintelen. Bij de zwingelput sla ik linksaf voor een een lange afdaling naar Simpelveld. Daar moet ik de St Nicolaasberg op, met zicht op een oud station, de hoofdvestiging van het Miljoenenlijntje. Dit gebied hoort bij Parkstad Limburg. Via merendeels binnenweggetjes begeef ik me naar Duitsland, voor een (héél) klein maar mooi stukje Noord Eifel, nou ja, ik zou ook gewoon Vaalser Hügelland kunnen zeggen. In Orsbach draai en daal ik richting Lemiers, neem heel even de Rijksweg richting Mamelis en kom daarna al klimmend in het bergdorp Vijlen. Ik ben halfweg. Wie twee dagen over de tocht wil doen kan hier een hotelletje boeken. Ik fiets verder naar Vaalsbroek over een golvende weg, het Mergelland op z’n mooist. En dan begin ik aan de Vaalserberg, de klim die me naar het Drielandenpunt leidt. Vanaf daar daal ik naar Gemmenich. Na een kilometer kom ik, links afslaand, op de Ravel ligne 38/ 39. Het is een prachtig fietspad dat een voormalige spoorlijn volgt, dwars door Het Land van Herve met zijn vaak schitterende vergezichten. Aanhoudend dalend en stijgend vals plat brengt me 15 km verder in Aubel. Ik verlaat hier de Ravel en fiets door het pittoreske centrum (met zijn bekende zondagsmarkt) naar de Côte de Hagelstein. Even na de top kom ik in de Voerstreek, de Vlaamse enclave in de provincie Luik. Omgeven door het Rode Bos en het Vrouwenbos daal ik naar St Maartensvoeren. In de provincie waar ze ooit werden bedacht pik de knooppunten op. Vanaf het vrij liggend fietspad heb ik voortdurend zicht op de heuvelrug die Nederland en België scheidt. Ik hoef niet meer te klimmen omdat ik naar Eijsden pedaleer. Daar neem ik het mooiste fietspad (!) van Europa dat me langs de Maas op terug brengt in Maastricht.

Dit rondje ontstond als reactie op de de ALM Fietsroute die ik samen met mijn eega, een geoefende recreant, in twee dagen wilde fietsen. Tijdens mijn verkenning stuitte ik op iets te veel minpunten. Dat kan beter, dacht ik en zette Het MV-3LandenRondje uit. Begin vorige week fietste ik het rondje eerst in z'n geheel in m'n eentje (als wielertoerist) en gisteren en vandaag (in twee dagen als recreant) met mijn dierbare echtgenote, net als ik een zeventiger zonder elektrische ondersteuning. Het was heerlijk zomerweer en mijn lief probeerde te kijken met de kritische blik van iemand die hier nog nooit heeft gefietst. Ze vond en vindt het een heel mooi, een heel bijzonder rondje! Voor mij was het in ieder geval de mooiste (meerdaagse) tocht van de afgelopen jaren.










De verbazing

Gisteren het jaarlijks Rondje Ritz gefietst. We waren met z'n zessen, twee deelnemers bij wie er echt Ritz-bloed door de aderen stroomt en vier aangewaaiden waaronder drie senioren. Op het programma stond Het rondje ouwelullenhellingen, een rondje van 60 km over zestien hellingen van gemiddeld 4% en nergens steiler dan 8%. Het werd een bijzonder tochtje waarbij de meesten al gauw de tel kwijt raakten wat betreft het aantal klimmetjes. Zoals dat hoort in een goeie familie werd het tempo van de groep bepaald door hen die het minst snel een heuvel op fietsen. Omdat er daarenboven voorzichtig gedaald werd, had iedereen ruim de tijd om te recupereren voor de volgende helling. Uiteindelijk was het algemeen gemiddelde van dien aard dat niemand echt moe werd, ook al had men weinig (klim)kilometers in de benen. Dat had dan weer als voordeel dat men op de binnenwegen maximaal kon genieten van het prachtig, zonnig Zuid-Limburgs landschap. De bedenker van de route stelde met verbazing vast dat hij verbaasd was dat de zwaarte van het rondje blijkbaar minder bepaald wordt door de hoeveelheid hellingen dan door de snelheid waarmee ze afgehaspeld worden.

Gevoelfietsen

Begin deze week begaf het fietscomputertje van mijn Bianchi het definitief. Ik was net begonnen aan een heuvelachtig rondje door Het Land van Herve en het Mergelland. Het fietsen zonder exacte informatie over afstand, snelheid en gemiddelde beviel me hoe langer hoe meer: ik was weer, net als héél vroeger, aangewezen op wegwijzers en kerktorens, want een horloge draag ik niet. 
Eergisteren fietste ik met zoon Joost en zijn schoonvader Wiebe een rondje Utrechtse Heuvelrug. De eerste reed op zijn prachtige Optimun Ignis, de tweede op zijn spiksplinternieuwe, geavanceerde Willier. Ik leende Joost zijn oude Bianchi, waarop het (naar zijn nieuwe fiets verhuisde) tellertje ontbrak. Met zoonlief op kop ging het hard, heel hard volgens mijn benen, maar hoe hard hoorde ik pas toen we terug in Utrecht waren (83 km in 3u18). 
En opnieuw vond ik het onderweg prettig om meer te voelen dan te weten. Niet naar dat tellertje (moeten) kijken heeft iets bevrijdends, zoiets van: ik zie wel waar dat gevoelfietsen toe leidt. Ik denk dat ik vanaf nu fietscomputerloos door het (mij nog resterende) leven pedaleer!

Joost en Wiebe




Betoog

Door de plannen van de inmiddels demissionaire regering staat de ouderenzorg weer volop in de belangstelling. Omdat mijn eega en ik bezig zijn met onze wilsbeschikking, overdacht ik al fietsend - hoe anders! - een kleine bijdrage aan de oplossing voor de vastlopende ouderenzorg. Mijn 'betoog' verscheen deze week op de opiniepagina van Dagblad De Limburger. Hier te lezen.

Bij een klassenfoto

Onlangs was ik in Lier voor het jaarlijks etentje met zes kostschoolgenoten. Het was zoals altijd uitermate gezellig. Sommigen hadden in hun archief foto's opgediept die ik nog niet eerder had gezien. Een klassenfoto uit 1967 bleef rondspoken in mijn hoofd. Ook tijdens een lange fietstocht kon ik die foto - op zich een doodgewone klassenfoto - niet uit mijn gedachten krijgen. En zoals in mijn geval wel vaker gebeurt: al fietsend ontstond een gedicht. Ik hoefde er nauwelijks moeite voor te doen, het gedicht schreef zich zelf, het bracht onder woorden waarom die foto me zo in de ban hield. Om te controleren of een serieus gedicht de toets der kritiek kan doorstaan, mail ik het altijd naar vriend Jan. Als hij positief reageert stuur ik het naar de redactie van het online literair tijdschrift De schaal van digther. Als het daar gepubliceerd wordt, mag ik er vanuit gaan dat het goed genoeg is om jullie te laten lezen! Beleven mijn lotgenoten die klassenfoto op dezelfde manier? Ik weet het niet. Tijdens onze etentjes blijkt dat iedereen zijn eigen herinneringen heeft en die corresponderen vaak niet (helemaal) met die van de anderen. Bij dit gedicht moest ik wel een nauw betrokken kostschoolgenoot om zijn mening vragen. En wat blijkt: hij was even ontdaan als ik! Vandaar dus, het gedicht is hier te lezen.



Meinwegroute

Mijn eega en ik logeren een paar dagen in een B&B in Midden Limburg en dan moet uiteraard gecontroleerd worden of de 42 km lange Meinweg(fiets)route terecht zoveel lof krijgt. Het Nationaal Park De Meinweg is, volgens de beschrijvingen, een terrassenlandschap met twee beekdalen met daartussen veel vennetjes, bossen en heidevelden. We vertrekken vanuit Etsberg en pedaleren vervolgens van het ene dorp(je) naar het andere. Het is lekker fietsweer, maar van het beloofde landschap is weinig te merken. We ondergaan het met verbazing. Pas na 35 km fietsen we het Meinwegpark in. En daar gaat het inderdaad heel fraai over deels onverharde wegen op en af door een bos waar we na 7 km ook weer uit zijn. Hebben we ons niet genoeg verdiept in de omgeving, hadden we te hoge verwachtingen, is het een typisch VVV-lokkertje of zijn we als ‘Mergellanders’ te veel verwend door ons thuislandschap, wie zal het zeggen?!



 

Allee!

Vanuit IJzeren kun je over de Oude Heerweg, een heel smal tweebaans fietspad, naar Gasthuis (zie foto). Als breedsturende e-bikers me daar op de racefiets op hen af zien komen, zie ik van ver al de schrik in hun ogen. Gisteren heb ik er heel galant tot drie keer toe plaats gemaakt voor oudere en minder oudere batterijfietsers. Ik dirigeerde mijn koersvelo naar de kant, zette voet in het gras en moest vervolgens roepen dat ze echt wel langs konden rijden, zo weifelend verbaasd werd er gereageerd. Wat zegt het over e-bikers & wielertoeristen!



Geïndoctrineerd

'Waarom kom je niet naast me fietsen, dat is toch veel gezelliger,' zei mijn teerbeminde vanmiddag op een rustig tweebaans fietspad. Ik fiets altijd ietwat schuin achter haar (en verplicht zodoende tegenliggers die niet achter elkaar willen fietsen om op z'n minst op hun eigen fietshelft te blijven). Wat achter elkaar fietsen betreft ben ik geïndoctrineerd, ik stam uit een tijd dat het (in België) verboden was om naast elkaar te fietsen. Fietspaden bestonden nog niet, er waren weliswaar veel minder auto's dan nu maar je deelde wel de weg met alle gemotoriseerd verkeer. Op mijn zeventiende, in 1968, bleef ik op een warme zomerdag toch naast een vriendin fietsen. Twee rijkswachters hielden me staande. Luitenant Julien Vercammen en opperwachtmeester Henricus Franssen konden er niet mee lachen en zorgden ervoor dat ik me een week later met mijn vader moest melden op het politiebureau. De rijkswachter die daar dienst had en mijn vader kenden elkaar, ze hadden in de jaren vijftig samen gekoerst bij de ambachten (masters). Ik kwam er vanaf met een donderpreek over de jeugd van tegenwoordig en ambachtelijke verhalen over de koers. Het is dus de schuld van Henricus en Julien dat ik 55 jaar later liever niet naast mijn lief ga fietsen!



Schunck Heerlen

Wie in de buurt is en er zin in heeft, kan het alvast noteren in zijn agenda: op donderdag 22 juni organiseert het Heerlense Glaspaleis Schunck (museum, muziek en dans, bibliotheek) een wieleravond.  Schrijver Dick Gebuys zal deze avond presenteren, zijn side-kick is wielerjournalist Raymond Kerckhoffs. Wat staat er op het programma? Hoe is het wielrennen de laatste 20 jaar veranderd? (Met Rob Ruijgh, Louis Delahaije, Marc Lotz en Bennie Ceulen). Het mentale aspect in het wielrennen. (Met Rob Ruijgh, Louis Delahaije, Marc Lotz, Bennie Ceulen en Dick Gebuys). Is wielrennen het nieuwe golf? (Met Jesse Linssen en Milan van Wersch). Wordt het Heuvelland te druk door fietsers? (Met Jesse Linssen, Milan van Wersch, Marc Lotz en Rob Ruijgh). Er worden wielerfoto's getoond van Raymond Kerckhoffs, en Miel Vanstreels komt voorlezen uit zijn wielergedichten. Allee, voor wie in de buurt is. En er zin in heeft! Het begint om 19u30, de toegang is gratis, wel graag hier aanmelden
En het werd een leuke avond, getuige het verslag van Dick op zijn Facebookpagina. En op 24.BicycleTV zijn mooie sfeerbeelden te zien.



Roger en ik

Zeventien jaar geleden, we waren 55, fietsten Roger en ik de Hel van Houtepen, een rondje van 218 km met 50 hellingen, circa 60 klimkilometers waarvan minstens 20 boven de 10%, goed voor om en nabij de 5000 hoogtemeters en dat alles over een vaak barbaars Waals wegdek. Vandaag fietsten we een rondje van 65 km met 16 ouwelullenhellingen die gemiddeld niet steiler zijn dan 5%. Op de liefelijke Mergellandse wegen zonder gaten en kuilen wisten we niet of we moesten lachen of huilen.

Roger (r) en ik in 2006


De bidon

Gisteren schreef ik het versje 'Opa vertelt...' en vroeg  me af of mijn herinneringen wel klopten. Want op je veertiende 160 km dwars door de Ardennen fietsen met één bidon koude koffie als enige vochtinname, dat zou nu ondenkbaar zijn. Vaders die hun zonen nu voorhouden dat het van karakter getuigt om ook tijdens een lange fietstocht in hartje zomer zo weinig mogelijk te drinken, lopen, zo vermoed ik, het risico beschuldigd te worden van kindermishandeling. Dus mailde ik leeftijdgenoot Johny met de vraag of hij nog wist hoeveel drinken wij (begin en midden jaren zestig van de vorige eeuw) meenamen op de fietstochten met mijn vader. Johny reageerde meteen: 'Eén bidon, en dan waren we trots als die bidon na 80 km niet helemaal leeg was.' Ik vond het opmerkelijk dat hij, net als ik in mijn versje, het woord trots gebruikte. Zoekend naar nog meer bevestiging hoorde ik Dries De Zaeytijd (KOERS Wielermuseum) in een podcast vertellen dat (oudcoureurs er in die tijd inderdaad vanuit gingen dat er tijdens koersen en trainingstochten zo weinig mogelijk gedronken moest worden. Blij dus dat mijn herinnering en het versje kloppen! In mijn boekenkast staat nog een aluminium bidon uit die tijd, de daarbij horende kurken stop ben ik helaas kwijt.



Zeventig

Het literair e-zine De schaal van dichter publiceerde vandaag mijn versje 'Onderweg'. Het maakt deel uit van een cyclus met als werktitel 'oude mannen op een koersfiets'. Ik hoor het van familieleden, kennissen, vrienden: zeventig blijkt voor velen een kantelmoment, je gaat niet alleen richting tachtig, het zijn ook de jaren waarin kwalen en kwaaltjes zich ongevraagd manifesteren en je voelt en ziet steeds duidelijker dat je ingedeeld wordt bij de bejaarden. Ik probeer het vast te leggen in versjes. Voor de liefhebber: hier zijn er een paar te lezen.





Godskesgazet

Een tijdje geleden kreeg ik de vraag of ik wilde meewerken aan een interview voor Godskesgazet, een krantje dat ieder kwartaal gemaakt wordt voor en door Godsheidenaren, de inwoners van mijn geboortedorp. De vraag van redacteur Renilde Cox resulteerde in een monoloog van mijn kant. Het interview is hier te lezen.


Julie Hendrike

17 maart 2023. Mijn schoondochter Nienke moest vanmiddag een barenssprintje trekken om een dochter veilig op de wereld te zetten. Het kind is even mooi als haar naam. Wat Nienke en mijn zoon Joost niet weten, is dat een zus van een overgrootvader van Joost ook Julie heette. De tante van mijn moeder woonde haar leven lang in Wellin, een dorpje in de provincie Luxemburg, dicht tegen de Franse grens. Ik heb tante Julie maar één keer ontmoet. Toen ik veertien was, in 1965, fietste ik er met mijn vader en mijn broer vanuit Godsheide naar toe, 160 km dwars door de Ardennen. En twee dagen later weer terug. Op de tussenliggende dag nam tante Julie ons mee naar het nabij gelegen Beauraing, waar de Maagd Maria in 1932 verscheen. Er werd menig kaarsje aangestoken!  De tweede naam van mijn pasgeboren kleindochter is Hendrike, de tweede naam ook van haar andere opa, pake Wiebe. Hij woont tweehonderd kilometer verderop, maar ik hoor hem tot hier glunderen! 

Pake Wiebe en Julie


Anna

Kleindochter van drie
trapt zich gezijwield vrolijk
door haar peutertijd




ChatGPT

Er is tegenwoordig veel te doen over ChatGPT, de chatbot met kunstmatige intelligentie. Leerlingen en studenten maken er gretig gebruik van om boekverslagen, essays en andere huiswerkopdrachten te (laten) maken, journalisten zijn bang dat ze hun baan gaan verliezen, ethici maken zich grote zorgen over de geloofwaardigheid van de teksten die de chatbot produceert. Tijd om de proef op de som te nemen en de chatbot te polsen over zijn kennis van de wielerpoëzie. Mijn vraag was eenvoudig: 'Kun je me wat meer vertellen over de wielerpoëzie in Vlaanderen en Nederland? Wie zijn de belangrijkste wielerdichters?' Het intelligente antwoord van de chatbot was al even eenvoudig: 'De wielersport is een belangrijk onderdeel van de cultuur in Vlaanderen en Nederland, en er zijn veel dichters die poëzie over die sport schrijven. Een bekende Vlaamse wielerdichter is Guido Gezelle, die in de 19e eeuw leefde en werkte. Zijn gedichten over de wielersport zijn vaak beschrijvend en realistisch, met een focus op de natuur en de emoties van de renners.' 

G. Gezelle leest voor uit zijn bundel wielergedichten


Postuum

Ik schreef hier eerder al over mijn tante Irma, de jongste zus van mijn vader. Of mijn vader (meteen na de Tweede Wereldoorlog) 10, 15 of  25 km van huis koerste, ze ging altijd kijken, op de fiets. Als mijn vader won, stond ook tante Irma op de foto. Met de sacoche stevig onder de arm keek ze glimlachend in de lens. Als jongste dochter zorgde ze voor mijn grootouders tot aan hun dood. Daarna, ze was bijna veertig, trouwde ze met een man die even gek van de koers was als zij. De zoon die ze kregen, werd Eddy genoemd. Een tweede Merckx zou het niet worden. Eddy bleek geestelijk en lichamelijk zwaar gehandicapt. Hij overleed op zijn zestiende. Mijn tante verzorgde ook hem met veel overgave. Een rustige oude dag was tante Irma niet gegund. Op haar 67ste kreeg ze kanker. Ze stierf na een lang ziekbed. Willie Verhegghe (1947), de meest bekende wielerdichter in ons taalgebied, liet zich inspireren tot een gedicht door een (in 1947 genomen) foto met mijn vader en tante Irma. Als Willie het over koers heeft wordt hij lyrisch, hij laat zijn passie en betrokkenheid de vrije loop. Zo ook in het gedicht over mijn tante Irma. Het gedicht en de foto zijn opgenomen in Willie's nieuwe bundel 'Tot aan de meet', die binnenkort wordt gepresenteerd. Mooi toch: mijn tante Irma die jaren na haar dood terecht komt in een bundel met gedichten over o.a. Rik van Looy, Jacques Anquetil, Fausto Coppi, Federico Bahamontes, Fabian Cancellara, Remco Evenepoel en ... Eddy Merckx.



Sinterklaas

Alain Buckinx is een oud-wielrenner uit Tongeren, die toegang heeft tot het archief van de Vlaamse krant Het Belang van Limburg. Onlangs is hij begonnen met wieleruitslagen uit de jaren zestig van de vorige eeuw te plaatsen op een facebookpagina. Hij zit momenteel in september 1960. Ik was toen negen. Wat de jeugdcategorieën betreft, zijn het vrijwel allemaal uitslagen van provinciale wedstrijden. Bij de nieuwelingen kom je namen tegen als Pieter Nassen, Roger Swerts, Tony Houbrechts en … Henri (Harie) Daniëls. Harie woonde in dezelfde straat als ik. Zijn koersvelo had een plekje in de fietswerkplaats van mijn vader. Iedere zondagmorgen werd ik geacht de Groene Leeuw te poetsen, dat wil zeggen, een beetje op te blinken. Eind jaren zestig trouwde Harie. Een paar jaar kwam ik op zijn verzoek rond 6 december verkleed als Sinterklaas naar het huis van zijn schoonouders waar alle kleine en grote kinderen van de familie zich verzamelden. Sinterklaas spelen deed ik, op verzoek van een vriendin, ook voor de jeugdbeweging van een naburig dorp. Ze hadden voor mij een hoogst ongemakkelijke troon gebouwd, ik zakte er bijna doorheen. Vriend Johny had pas zijn rijbewijs. Als Zwarte Piet mocht hij de Citroen DS van zijn vader lenen. Op de terugweg begon het hevig te sneeuwen. De DS van Zwarte Piet werd getoucheerd door een tegenligger. In die auto zat een gezin met kleine kinderen en die waren uiteraard zeer verbaasd toen ze ons in vol ornaat zagen uitstappen. De laatste keer dat ik Sinterklaas speelde was begin jaren zeventig in een Maastrichtse kroeg. Paula, mijn huidige echtgenote en toenmalige vriendin, werkte op de kinderafdeling van Ziekenhuis St Annadal. Ze had avonddienst en ik had beloofd even langs te komen. Omdat ik mijn gij en uw nog niet had ingeruild tegen jij en jouw, vroeg een van de oudere kinderen aan Paula sinds wanneer Sinterklaas uit België kwam! Eigenlijk is Alain Buckinx ook een soort Sinterklaas: voor de oud- coureurs en hun supporters strooit hij niet met snoepgoed maar met herinneringen.






Ignis

Mijn oudste zoon heeft zichzelf getrakteerd op een nieuwe racefiets, een Optimum Ignis, eigen merk en makelij van de De Fietsenmaker in Utrecht. Een (professioneel) juweeltje wat betreft kleur, afwerking, afstelling en onderdelen. Ignis is Latijn voor vuur. De Optimum-serie bestaat inderdaad uit de vier natuurelementen. Ik denk bij het woord Ignis meer aan de Italiaanse wielerploeg die in de jaren zestig van de vorige eeuw actief was. De sponsor was een fabrikant van huishoudartikelen. Miguel Poblet won twee keer Milaan-San Remo voor hem. De vader van een vriend die geregeld met ons ging fietsen was vertegenwoordiger voor dat merk. Van hem kreeg ik in 1967 een gele trui, een sportief poloshirt met lange mouwen, met in het klein op de borst, de naam Ignis. Ik heb die trui een jaar of twee gedragen, niet alleen op de fiets maar ook, zoals deze foto's laten zien, als keeper van een jeugdelftal van mijn geboortedorp. Zo zie je maar: hoe ouder je wordt, hoe meer je aan elkaar breit!

Zoon Joost en zijn Optimum Ignis


Mevrouw Winckens

Omdat ik wat vlakkere routes fiets, peddel ik de laatste tijd geregeld door Itteren en daarbij passeer ik iedere keer een Mariakapel, die in 1841 werd gebouwd. Bij het passeren prevel ik geen Ave Maria maar denk ik aan mevrouw Winckens. Zij verhuisde midden jaren tachtig van de vorige eeuw vanuit haar huisje in Itteren naar het Maastrichtse verzorgingshuis Molenhof, waar ik afdelingshoofd was. In die periode werd er in Molenhof gestart met huistelevisie. Twee vrijwilligers, die ook actief waren in Filmhuis Lumière, verzorgden iedere week een uitzending. Ik werkte er een tijdje aan mee door met afdelingsbewoners naar plekken te gaan die belangrijk voor hen waren. Met meneer Klingensteijn b.v. gingen we opnames maken in het gangenstelsel van de Zonneberg Grotten. Hij wist moeiteloos de muurtekeningen te vinden die hij daar tijdens zijn schuilperiodes in de oorlog had gemaakt. Het was voor het eerst dat hij ze weer terug zag. Met meneer Mawhin (en mijn twee zoontjes) togen we naar het trainingscomplex van MVV. Trainer Sef Vergoossen was zo vriendelijk om de door de ziekte van Parkinson geplaagde en moeizaam pratende meneer Mawhin rond te leiden en te woord te staan. Mevrouw Winckens, die nooit getrouwd was, wilde graag nog een keer naar de kapel die zij vele jaren verzorgd had. Ze vond het fijn om te zien dat haar opvolger zich nauwgezet van zijn taak kweet, maar na vijf minuten al wilde ze terug naar Molenhof, want ze had het koud, zó koud! Wie gaat er ook op een gure novemberochtend buitenopnames maken met een fragiele oude dame!