De freules

We hebben de freules (bijna zes en bijna vier) een weekje op bezoek. Ook de jongste heeft het plezier van fietsen ontdekt en dus worden er rondjes gedraaid op het plein. De poppen moeten hoedanook mee, want zonder hun 'kinderen' gaan de freules niet op stap. Vanmorgen ging het er vrolijker aan toe dan gisteren. Na een mindere nacht kregen ze de prikkelbaarheid er niet uit getrapt. En dat leidde tot huilbuien. Volgens de oudste had ik meer aandacht voor de jongste dan voor haar, en de jongste beweerde dat ik niet zo aardig was voor de oudste. Nou ja! Gelukkig was ik vanmorgen weer 'de liefste opa van de hele wereld'. En dat hoefde ik hen niet eens voor te zeggen of in te fluisteren!


Karakter

Mijn hele leven al ben ik een dromer, een dromer met twee linkse handen. In mijn kinder- en jeugdjaren kwam ik (thuis en op school) voornamelijk volwassenen tegen die vonden dat er 'gewerkt en niet gedroomd' moest worden. Mijn vader zei ooit: 'Er is maar één plaats waar onze Miel karakter toont, en dat is op zijn koersfiets.' Als (jong)volwassene ging ik vrolijk verder met dromen. De ouderen die aan mijn zorg waren toevertrouwd en de personeelsleden aan wie ik leiding gaf, waren er blij mee. Mijn collega afdelingshoofden en mijn meerderen niet: ik verstoorde te vaak het hiërarchisch evenwicht. Ik vroeg me wel geregeld af of het verstandig was wat ik deed, maar uiteindelijk volgde ik toch mijn gevoel. Rond de eeuwwisseling deed ik de eindredactie van het maandblad van het verzorgingshuis waar ik werkzaam was. Ik schonk daarin o.m. aandacht aan jubilea van bewoners en personeelsleden. Toen ik zelf 25 jaar in dienst was, schreef ik een heel ironisch stuk over mijn carrière in de zorg. De nog thuis wonende echtgenote van een bewoner - een psychologe, die veel jonger was dan haar dementerende man - complimenteerde me met het stuk, het getuigde volgens haar van een grote innerlijke vrijheid. Enkele dagen later zag ik, na vele jaren, de pater terug die mij tijdens mijn kostschooljaren leerde nadenken over het Leven. Toen ik hem het voorval met de psychologe vertelde, antwoordde de pater: "En dat verbaast u, dat wist ik al toen gij nog klein waart.'


Ai!

Ik sprak de laatste weken een aantal mannen van mijn leeftijd (bijna zeventigers) die al fietsend niet vrolijk worden van alle klachten die bij het ouder worden horen: minder recuperatievermogen, versleten knieën, te lage bloeddruk, protesterende kransslagaders. Vanmorgen las ik in 'Max, Micha & het Tet-offensief'' van Johan Harstad de volgende zin over Owen, een leeftijdgenoot van ons: 'Hij is geen vriendelijke opa die je het beste gunt, hij is gewoon een man op leeftijd. Iedere dag kan hij weer een verlies, een nederlaag noteren in zijn boekhouding.' Niet erg opbeurend, maar wel mooi, toch! Het kan nog erger. In 1976 (!) schreef ik volgend versje dat als titel 'Opa' heeft. Ik heb er eigenlijk nooit bij stil gestaan dat al mijn gedichten over oude mensen ooit ook op mezelf van toepassing kunnen worden. Dat wordt nog wat, het versje: 'tijd doet zwijgen / de weekheid van ogen / krijgt er iets van kalk / meer verdriet dan / tranen / glimlacht hij / en strompelt voor de / zoveelste maal vandaag / te laat naar het toilet.' 


Hallembaye

Afdaling waar je
ongedeerd recht toe recht aan
naar beneden valt


Zottigheid

Vanmorgen fietste ik goedgemutst vanuit Maastricht richting Simpelveld, via de Bemelerberg en de Wittemerberg. Ik was van plan 25 keer achter elkaar de Hulsberg op te fietsen, een klim van circa 1 km aan gemiddeld 8%. Bij Brevet International du Grimpeur (BIG) word je daarmee peetvader van die klim. Ik ben dat al van de Eyserbos, de Doodeman en de Gulpenerberg. Na 27 km begon ik aan de eerste beklimming. Mijn benen voelden goed, de Hulsberg is me liever dan veel andere heuvels en de zon straalde zomers uitbundig aan de vrijwel wolkenloze hemel. Iets te uitbundig, zo bleek na een vijftal beklimmingen. De Hulsberg ligt in een bebouwde kom, er is geen meter beschutting. Mijn lichaamstemperatuur begon dermate op te lopen dat ik terug moest denken aan de Col d'Ornon, waar ik ooit oververhit bezemwagendood ging. Tijdens de zesde klim leek het me verstandiger om mijn drie bypassen niet langer op de proef te stellen. Met een omweg - over vijf lommerrijke heuvels, want mijn falen lag echt niet aan mijn conditie of leeftijd! - fietste ik naar huis. Onderweg dreven er steeds meer verkoelende wolken tussen zon en aarde. Had ik vanmorgen wat later moeten vertrekken of moet ik er langzamerhand vrede mee hebben dat de tijd van zottigheden voorgoed voorbij is? Over het antwoord op die vraag hoeft mijn dierbare echtgenote, mijn lief, niet lang na te denken!



Speelgoed

Eigenlijk is het vreemd dat ik er nu pas achter kom dat er op internet een aantal facebookpagina's te vinden zijn waar wielertoeristen en -liefhebbers van over de hele wereld zich verzamelen. Een pagina als Cycling in the Mountains heeft 1900 leden, Cycling Lifestyle heeft er 18.000, Bianchisti 56.000 en Global Cycling Network Community zelfs 1.110.000! Voor een schrijver van wielerversjes zouden dat ideale podia moeten zijn. Mijn senryu's bestaan (ook als ze vertaald zijn) uit drie regeltjes, dat is lekker overzichtelijk. Voor de foto's waarmee je in eerste instantie de aandacht moet trekken, kan ik putten uit mijn archief, want ik stop al decennia lang steevast een klein fototoestel in mijn koerstrui als ik ga fietsen. Je weet nooit wat je opvalt of tegenkomt! Het is dus zoeken naar goeie pagina's, je stuurt vervolgens je berichten door en wacht af wat er gebeurt. Speelgoed is het! Dat je versjes geliket (en becommentarieerd en gedeeld) worden in Toronto, Johannesburg, Barcelonnette, Warschau, New Delhi, Rejonowy, San Clemente, Casablanca, Rio de Janeiro, Parma, Kathmandu, Bogota, New York, Krementsjoek, New Pleymouth, Manilla, Penang, Quispamsis of Horb am Neckar: veel leuker kan het niet worden! Dat moet wel leiden tot een tweetalig bundeltje, toch!



Dichter bij huis

Veel wind (5 bft), onbestendig weer en toch circa 75 km met circa 15 hellingen over mooie, rustige wegen willen fietsen? Sinds corona en het op slot gaan van het Heuvelland weet ik waar ik moet zijn! Ik fiets van Maastricht naar het 6 km verderop gelegen Meerssen, naar de voet van de Kruisberg. Daar begint mijn rondje van 18 km met 5 hellingen: Kruisberg, Visweg, Biesenberg, Slingerberg en Snijdersberg. In dat rondje moet er 5,6 km geklommen worden om 277 hoogtemeters aan gemiddeld 5 %  te overwinnen. De Snijdersberg is het zwaarst, te vergelijken met de Cauberg. Vanmorgen reed ik het rondje drie keer. Van de wind had ik weinig last: op de hellingen word je beschut door bomen en struiken, op het vlakke fiets je nooit meer dan een kilometer in dezelfde richting. En dan de rust: veel binnenwegen, nauwelijks gevaarlijke punten, alleen wat plaatselijk verkeer. Ik kwam hooguit vijf fietsers tegen en geen enkele motorrijder. Hield ik het droog? Jazeker, ook de meest donkere wolken wisten niet hoe vlug ze moesten overwaaien! Heeft het dichter bij huis willen blijven te maken met het ouder worden? Ik vrees van wel. De tijd dat ik in mijn eentje even op en af naar de Baraque Michel, de Stockeu of de Redoute fietste is al een tijdje voorbij.


Fraai

Vanmorgen fietste ik m'n eigen Rondje Mergelland. Bij de aanvang van de negende helling van de dag, de Mingersberg, werd ik langzaam gepasseerd door drie vriendelijk groetende jongedames. Ze kwebbelden er vrolijk op los. In zo'n fraai gezelschap fietste ik zelden een Limburgse heuvel op. Het genoegen was van korte duur: na amper 300 meter vlinderden ze zomaar bij me vandaan!


Gangmaker

Vanmorgen fietste ik met behoorlijke tegenwind van Maastricht naar Eijsden om in Mesh aan een heuvelrondje te beginnen. In Heugem draaide een stoere bink op een e-bike voor me het fietspad op en begon meteen te stoempen. Was hij te laat voor een afspraak, fietst hij altijd zo hard of wil hij wielertoeristen laten voelen dat er met hem niet te spotten valt? Hoe het ook zij, achter zijn brede rug stond mijn teller constant op 28 km per uur. Met mijn beperkte capaciteiten en die tegenwind had ik hem dus nooit uit het wiel kunnen fietsen. Ik verbeeldde me maar dat ik in een dernykoers zat en een gangmaker had. Of de stoere bink daar blij mee was, weet ik niet. Af en toe keek hij heel tersluiks opzij en in Eijsden sloeg hij zonder enige waarschuwing een smalle zijweg in. Ik kreeg niet eens de kans om hem te bedanken! Gelukkig had ik stiekem wel een foto van zijn brede rug gemaakt!


Lotgenoot

Ivo groeide net als ik op in Godsheide. Na zijn huwelijk ging hij op de grens wonen van Godsheide en het aanpalende Diepenbeek. Sinds 2008 fietsen we jaarlijks een keertje samen.Vorig jaar vroeg ik hem ergens in juli of hij naar de kermis van Godske ging. Zijn antwoord verraste me: 'Nee, ik ga niet, want ik ken daar bijna niemand meer.' Wat voor hem geldt, geldt uiteraard nog meer voor mij, want ik woon dit jaar al een halve eeuw in Maastricht. Het Godsheide dat ik me herinner bestaat alleen nog in mijn hoofd. Mijn ouders hebben er van 1954 tot 2005 gewoond. Ze kwamen van elders. Sinds het eigenhandig door mijn vader gebouwde huis werd verkocht en afgebroken is er, buiten het graf van mijn ouders, niets meer dat aan mijn familie herinnert. Mijn (inmiddels overleden) zus en mijn drie broers vertrokken net als ik naar andere oorden. Toch wil ik ieder jaar minstens één keer op de fiets naar Godske. Om het naar het kerkhof te gaan en om te kijken wat er allemaal veranderd is in het dorp. België heeft vorige week de coronagrenzen weer geopend, dus het mag weer. Ik zit al vroeg op de fiets en peddel (met wind in de rug!) langs het Albertkanaal. Het is er een en al rust. Onder begeleiding van kwetterende vogels kan ik mijn gedachten hun gang laten gaan. Uiteraard kom ik ook bij mijn vader terecht, die tot kort voor zijn dood (op zijn 83ste) bleef fietsen. Vijftien jaar na zijn overlijden en zelf bijna zeventig lijkt het wel of ik meer lotgenoot dan zoon van hem word. Een merkwaardige gedachte die ik een zomerse tocht lang kan bemijmeren!


Ik was er ...

Ik betoogde tegen de oorlog
in Vietnam, de dictatuur in Chili,
de kruisraketten in West-Europa

en eergisteren nog
(heel even)
tegen het racisme
in heel de wereld

maar wat zegt het

ik fietste ook de Ventoux op,
de Galibier, de Glandon,
de Tourmalet, de Aubisque,
de Gavia, de Mortiolo
en de Stelvio

en meer nog

omdat ik er toevallig was
stak ik kaarsjes aan in Banneux,
Scherpenheuvel, Beauraing,
Lourdes, Fatima, Lisieux
en Heppeneert

ik bedoel maar ...















Bovenstaand versje werd vandaag ook gepubliceerd op het online literair tijdschrift De schaal van digther.

In 't Engels

Vorige week werd ik uitgenodigd om lid te worden van de facebookgroep 'Cycling in the mountains'. Kijkend naar wat er gepost wordt, was ik zo vrij om zelf ook een foto en een (Nederlandstalige) senryu te plaatsen. Omdat er likes kwamen vanuit verschillende continenten, leek het me beter om die senryu's in het Engels te vertalen. Probleem is dat ik waarschijnlijk de enige Europeaan ben die én geen rijbewijs heeft én geen Engels spreekt. Als iemand mij in Maastricht in het Engels de weg vraagt, fronst hij de wenkbrauwen bij het horen van mijn uitleg en komt vervolgens ergens in Cuttekoven of Simpelveld terecht. Met hulp van de vertaalsite 'Reverso' kan ik me redelijk behelpen. De senryu's veranderen in de vertaling in een soort 'short poems'. Het resultaat – en dat is nodig – kan ik laten controleren en bijstellen door een zoon en een lieve en kundige schoondochter die daarenboven in geval van nood kan rekenen op een tante die van vertalen haar beroep heeft gemaakt. Wie doet mij dus wat! Ik heb intussen wel geleerd dat ik de senryu's niet moet illustreren met foto's waaruit blijkt dat mijn eega en ik ooit zonder helm fietsten. Dat levert meteen boze why not helmet-vragen op.


Teststraat

Als ik na 1 juni onverhoopt last krijg van koorts, keelpijn en hoesten, kan ik me laten testen op corona. Ik moet eerst een afspraak maken via een landelijk telefoonnummer van de GGD. Als men aangeeft dat een test inderdaad gewenst is, mag ik me melden in een teststraat in Urmond. Daar kan men mensen in twee auto's tegelijk bemonsteren. Euh...Maastricht ligt zo'n 20 km van Urmond en ik heb auto noch rijbewijs. Het lijkt me niet de bedoeling dat ik een taxi bel of een nog niet besmette kennis vraag me te vervoeren. Ik bel derhalve het landelijk nummer van de GGD, maar de vriendelijke dame moet het antwoord schuldig blijven: 'Hoe ze dat gaan oplossen is mij niet bekend.' Van Maastricht kun je lekker langs de Maas op naar Urmond fietsen. Als je gezond bent. Stel je voor dat ik me op de fiets meld in een teststraat? Misschien vragen ze wel of ik ook op de fiets naar een wasstraat ga!


Tactiek

Op tweebaans fiets- en jaagpaden
en op smalle binnenwegen
fiets ik schuin, links achter mijn lief,

op onze eigen weghelft blijvend
dwing ik (door niet te wijken)
breeduit kletsende tegenliggers

om ook achter elkaar
of op z'n minst
op hun eigen weghelft
te pedaleren,

bijna geamuseerd
wacht ik af
of zij

met een boze, verongelijkte,
verschrikte of (zelden)
schuldbewuste blik
reageren


Betrekkelijkheid

In deze tijden van corona staat een mens wat vaker stil bij de betrekkelijkheid, de broosheid van het leven. In het verleden is al een paar keer gebleken dat mijn lijf niet uit de sterkste onderdelen is opgebouwd. Als ik het geluk heb zo oud te worden als mijn moeder, heb ik nog 8 jaar tegoed. De leef-tijd van mijn vader geeft me nog 14 jaar respijt. In dat laatste geval zie ik mijn jongste kleindochter 14 en de oudste 19 jaar worden. 't Is wat! Mijn dierbare echtgenote en ik gaan er overigens al lang vanuit dat zij mij (met vele jaren) zal overleven. Mij rest niets anders dan doen wat mijn vader deed: blijven fietsen

Tot ook het vals plat
als een col in mijn oude
kuiten kruipt – zolang



Op en af

Als 65-plussers horen mijn eega en ik in deze Corona-tijd bij de kwetsbare groep: we worden (als autolozen) gevraagd om geen gebruik te maken van het openbaar vervoer, het bezoek aan kleinkinderen wordt al weken ten zeerste afgeraden, we komen alleen buiten om boodschappen te doen en om in beweging te blijven. Desondanks mogen we niet klagen: wij (en onze dierbaren) blijven (vooralsnog) gespaard van het virus, we kunnen het (al bijna vijftig jaar meer dan) goed met elkaar vinden, we zien en spreken de (klein)kinderen via facetime, het is de hele maand al prachtig weer en we kunnen zoveel fietsen als we willen. Niet overal, want vanuit Maastricht mogen we niet het Heuvelland in en ook niet de grens over richting Kempen, Haspengouw, Voerstreek en Land van Herve. Naar het Maasland en de Westelijke Mijnstreek mag wel. Vandaag zoek ik de 12 heuveltjes op van Meerssen en Geulle. Een rondje valt er niet van te maken. Daarom ga ik op de meeste klimmetjes naar boven en meteen terug naar beneden om me naar de volgende heuvel te begeven. Een beetje raar, maar een mens moet wat.  Ik heb ze allemaal wel een keertje beklommen, maar de meeste niet vaak want het Heuvelland – de streek van de Amstel Gold Race – nodigt toch meer uit om te fietsen. Een 'rondje' van 57 km wordt het, met 12 beklimmingen, 700 hoogtemeters, 16 km bergop. Ter vergelijking: de Ballon d'Alsace is 15,7 km lang en overbrugt 660 hoogtemeters. Voor de mensen die zich afvragen wat er nou leuk is aan dat bergop fietsen, ik schreef het elders al: ik word er gelukkig van! Al zit ik vandaag ook met m'n gedachten ergens anders. De positie van de steeds groter wordende groep 65-plussers staat steeds meer ter discussie. We zijn niet goedkoop (AOW, gezondheidszorg) en belemmeren zeker op dit moment de rest van de bevolking (door onze kwetsbaarheid). Dat veel (jonge) ouderen het in allerlei opzichten veel beter hebben dan veel jongeren het ooit zullen krijgen, is ook niet bevorderlijk voor de solidariteit. Denk ik. De verrassend mooie Biesenberg en Visweg laten me weer genieten. Dat het aan het begin van het (klim)seizoen pijn begint te doen, dat is een onmisbaar onderdeel van het fietsgeluk.

Afbeelding:http://www.heuvelsfietsen.nl/ Klik op afbeelding voor vergroting.

Mestreechs Corona Rundsje

Het ziet er naar uit dat de beperkende corona-maatregelen nog (lang) niet opgeheven kunnen worden. Het Heuvelland mag ik voorlopig zelfs vanuit Maastricht niet in. Zoveel mogelijk thuis blijven en ommetjes in de eigen omgeving maken: dat blijft de boodschap. Voor alle zekerheid heb ik een corona-fietsrondje uitgestippeld. Het is circa 40 km lang, doorlopend en het ligt geheel op Maastrichts grondgebied. Er zitten twee heuse beklimmingen in (de Zonneberg via Slavante en de Wolderberg), zes bruggen (over Maas, Jeker, Julianakanaal) en een stukje strade bianche. Er kan genoten worden van enkele prachtige uitzichten, langs het 5 km lange CO2-fietspad naar en over de Noorderbrug rijden in deze tijden beduidend minder (vracht)auto's, de zuurstofrijke (buiten)gebieden zijn ruim vertegenwoordigd en de kilometer industrieterrein heeft zo z'n eigen charmes. Fiets je het rondje 2 keer, zoals ik vanmorgen deed, dan heb je 80 km met  500 hoogtemeters in de benen. In coronatijd! O ja, in het rondje zitten negen stoplichten maar ik hoefde nergens te wachten, ze sprongen stuk voor stuk op groen als ik naderde! Echt waar! Nou ja, tijdens mijn eerste rondje toch.


Bart & Joop

Ik ben begonnen aan 'Mijn vaders hand', het veel geprezen boek van Bart Chabot (geboren in 1954). Op pagina 47 lees ik dat hij van Sinterklaas een complete Ivanhoe-uitrusting kreeg in de tijd dat die serie voor het eerst werd uitgezonden op TV. In Nederland waren de avonturen van ridder Ivanhoe te bewonderen van 1961 tot 1964. Bart was toen dus een jongetje van een jaar of acht, negen. 'Ik was geen kind meer dat Ivanhoe speelde, nee, ik wás Ivanhoe,' schrijft hij. 'Er kon me weinig gebeuren. Vriendjes in de straat droomden dat ze Joop Zoetemelk waren, die tijdens een zware bergetappe betrokken was bij een beslissende ontsnapping uit het peloton en de Tour de France ging winnen, of dat ze een van de piloten uit The Thunderbirds waren, of speelden dat ze bij Bonanza of Rawhide zaten.' Rawhide en Bonanza kan ik me voorstellen, maar Joop! Die werd toch pas prof in 1970, het jaar ook dat hij zijn eerste Tour reed. Of Bart vergist zich, of zijn vriendjes hadden voorspellende gaven. Het is niet eerste keer dat ik de wenkbrauwen moet fronsen wanneer er in een Nederlandse roman naar de wielersport wordt verwezen. De grote Jeroen Brouwers liet broeder Bonaventura, de hoofdpersoon in zijn roman 'Het hout', aan het eind van de jaren veertig van de vorige eeuw al fietsen op een Orbea Opal 20 Speed. Die Speed wordt normaliter gebruikt om of het aantal versnellingen aan te geven of het aantal kransjes van de 'cassette' op de achteras. In de jaren veertig waren 4 kransjes het maximaal haalbare, meer konden er nog niet gemonteerd worden. Je had dus 4 Speed of, vermenigvuldigd met de twee tandwielbladen vooraan 8 Speed. Hebben deze foutjes (?) enige invloed op de kwaliteit van beide boeken? Welnee, maar op een blog als deze moet ik er wel melding van maken. Toch?



Tekortgedaan

Vijftien jaar na zijn dood kom ik steeds meer te weten over de wielercarrière van mijn vader. Mijn fotobestand wordt aangevuld en zijn verhalen worden toegelicht met uitslagen en verslagen (met dank aan Alain Buckinx en Jean Pierre Vanbrabant). Dat ik me zijn verhalen niet altijd even helder voor de geest haal, bewijst het gedicht Marcel Hendrickx, dat te lezen is in mijn bundel Godsheide (2009). Ik citeer:

Marcel Hendrickx

Kijk, zei mijn vader, die man
daar is beroepsrenner geweest,

hij heeft schoon koersen
gewonnen

twee keer Parijs-Brussel,
da's niet niks,

bij de liefhebbers heb ik nog
met hem gefietst,

ik heb hem ooit geklopt,
jazeker, in een spurt
voor de vijftiende
plaats of zoiets

En daarmee heb ik mijn vader wel heel erg tekortgedaan. Want op 20 juli 1947 vond er in Kerniel een wedstrijd voor amateurs (liefhebbers) plaats. Mijn vader klopte Marcel Hendrickx daar, zo blijkt nu, niet voor de vijftiende plaats of zoiets maar voor de overwinning. Met terugwerkende kracht: sorry pa!


Café Anna

Midden jaren tachtig van de vorige eeuw werd L. assistent van het hoofd-huishouding in het verzorgingshuis waar ik werkte. We konden het goed met elkaar vinden. L. is op zijn sportfiets een paar keer mee gaan fietsen en leerde me enkele binnenwegen kennen. Die neem ik nog steeds - op weg naar de Mescherberg of de klim door het Savelsbos - en dat zijn niet de enige plekken waar ik nog geregeld aan hem denk. L. overleed op jonge leeftijd na een kort ziekbed. Een jaar ervoor bracht hij van een vakantie in Denemarken voor ons een mooie tekening mee, vervaardigd door Bo Bendixen, een bekende Deense graficus, die naar eigen zeggen maar één doel heeft met zijn werk: 'Een positieve, gelukkige boodschap overbrengen om de kijker een goed humeur te bezorgen.' De tekening - een tafeltje met een vaas met klaprozen op het terras van Café Anna? - hangt tegenwoordig in onze 'kleinkinderkamer'. Die wordt al enkele jaren tijdens logeerpartijen gebruikt door Maite en/of Suze. Sinds anderhalve week weten we dat ze in de toekomst ook gebruikt zal worden door ene ... Anna!




Café Tribunal

Vanwege de corona-perikelen zullen we elkaar (de laatste maandag van) deze maand niet treffen in Café Tribunal.  We zijn met zeven, heren van rond de zeventig, en leerden elkaar kennen in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw. De laatste vijftien jaar treffen we elkaar maandelijks om de stand van (levens- en wereld)zaken door te nemen. De alcohol die ik tijdens zo'n bijeenkomst nuttig moet ik een dag later weer uit mijn lijf fietsen. Dat gaat gepaard met gepeins en gemijmer. Zo ontstond laatst het versje Maandelijks, dat ik bij deze opdraag aan mijn Tribunal-companen.
(Het gedicht is ook te lezen op De schaal van digther.)

Maandelijks

Een halve eeuw later
discuteren we
in dezelfde kroegen
nog altijd
over dezelfde vragen

want we zijn wel ouder
maar niet veel wijzer
geworden

en als iemand zich
na vijf of zes rondjes
tripel-zeker
aan hét antwoord
waagt

is er altijd wel iemand
die redelijk nuchter
om de rekening
vraagt


Pregnant

De vriendin van mijn oudste zoon is bevallen van een prachtige, gezonde dochter. Anna Pauline is haar naam. Moeder, dochter en vader stellen het goed. De opa's en oma's ook. Mijn zoon is 40, zijn vriendin 38. De vraag of het ouderschap voor hen was weggelegd, bleef lang onbeantwoord. De blijdschap om de zwangerschap was dan ook groot. Iedereen in hun kennissenkring genoot van het geluk dat zij negen maanden lang uitstraalden. Een bezoek aan hen vatte ik later - fietsmijmerend door het Mergelland - als volgt samen:

Zo blij wordt een kind
zelden verwacht – hier adem je
een pregnant geluk


Hoe snel fietste mijn vader

Begin jaren vijftig van de vorige eeuw koerste mijn vader een tijdje bij de ambachten, de voorloper van de huidige masters. Vandaag kreeg ik een aantal uitslagen van wedstrijden uit 1955 waarin mijn vader voorkomt. Ze werden me toegestuurd door Alain Buckinx, die toegang heeft tot de archieven van 'Het Belang van Limburg'. Ik ben er blij mee. Voor het eerst kan ik zien hoe hard mijn vader fietste rond zijn 35ste. Met weinig training - er moest gewerkt worden, ook na de uren - en fietsen van veel mindere kwaliteit dan nu, haspelden die mannen koersen van 75 km tot 80 km af aan gemiddeldes van 35 tot 40 km per uur. Daarmee wordt andermaal bevestigd dat mijn vader wel de goesting in fietsen maar niet de genen om koers te rijden aan mij heeft doorgegeven!


Nieuwigheden

Het wielertoerisme breidt zich almaar uit. Oud-profs spelen daar graag op in. Steven Rooks deed dat al in 2004 met zijn eigen Classic. Talloze toertochten, cyclo's en granfondo's dragen de naam van een ex-coureur. In het rijtje van mede-organisators hebben zich nu ook Bram Tankink en Jos van Emden (nog altijd actief als prof!) gevoegd. Zij organiseren een heuse Grenspalen Klassieker. In drie etappes van 150 km wordt er in Limburg, Brabant en Zeeland van grenspaal naar grenspaal gefietst. De route volgt de Belgisch-Nederlandse grens, het traject waar de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog een Doodendraad plaatsten, die ook door Achel liep. Daar leerden mijn oma en opa elkaar in 1918 kennen. M'n oma woonde in het grensdorp. M'n opa, een Waal uit Wellin, was soldaat in het Belgisch leger. Hij vocht eerst in Luik, kwam via de Slag der Zilveren Helmen in de loopgraven aan de IJzer terecht om aan het eind van de oorlog ingekwartierd te worden aan de grens met Nederland. Zonder die oorlog was ik er waarschijnlijk nooit geweest!
Ook nieuw is my.Cols, de zoveelste website over heuvels en cols, maar wel een opmerkelijke. Veel beklimmingen worden namelijk toegelicht door (ex) profs. De Cauberg is uiteraard de klim van Philippe Gilbert, en Marc Lotz vertelt hoe je het best de Sibbergrubbe op fietst. Van Andy Schleck krijg je te horen waarom de Tourmalet zo belangrijk voor hem was en Rolf Aldag neemt je mee naar de Kandel. Om maar een paar voorbeelden te noemen. Bij iedere klim worden de gegevens vermeld. De moeilijkheidsgraad wordt aangegeven met categorieën: 4,3,2,1 en de zwaarste, HC (hors categorie / buiten categorie). Hoe dat wordt bepaald, wordt niet vermeld, maar verrassend is het af en toe wel. Zo krijgen, dicht bij huis, de Cauberg, de Gulperberg vanuit Partij, de Kruisberg en de Doodeman geen quotering terwijl de Rijksweg van Gulpen richting Margraten (2,4 km aan 3,5%) wel als een klim van 4e categorie wordt beschouwd. Misschien toch nog wat werk aan de winkel?


Voltooid

Tijdens het fietsen kun je je hoofd leeg laten waaien om het vervolgens weer te vullen met gedachten. Over de discussie bijvoorbeeld die momenteel in Nederland wordt gevoerd naar aanleiding van het voorstel van D66 voor de 'Wet voltooid leven'. Ik hoop dat die wet er komt. Dat heeft uiteraard te maken met mijn eigen ouder worden en mijn ervaringen in de ouderenzorg. Zoals wel vaker krijg ik het waarom het best uitgelegd met een gedicht. Dat werd vandaag gepubliceerd op het online literair tijdschrift De schaal van digther. Ben ik levensmoe? Nee, gelukkig niet, zie onderstaande senryu (Februari) van gisteren. Maar als het straks zover is dat ik alles (al zo lang) heb gehad, dat er niets anders is om nog naar uit te kijken, dan hoop ik te kunnen rekenen op wettelijk geregeld mededogen. Het gedicht:

Waarom zou je ouderen
het recht ontzeggen
om klaar te zijn
met hun leven,

waarom zou de hulp
om er waardig
uit te stappen
geen barmhartigheid
mogen heten,

zo blijf je
in de wirwar
van belangen

gedoemd
om lijdzaam
te verlangen



Februari

De eerste heuvels
van het jaar - blij dat m'n lijf
me nog volgen wil


25 fietsdromen

In de nieuwe Grinta wordt de lezer aangespoord z'n fietsdromen te verwezenlijken. De redactie selecteerde er vijfentwintig. Uiteraard was ik (zeer) benieuwd naar hun lijstje.

1.Op nummer één staat 'Het afvinken van topcols'. De Stelvio, de Galibier en de Tourmalet vormen volgens Grinta 'De Heilige Drievuldigheid van de Wielersport'. Ik heb ze alle drie op mijn palmares staan.

2.'Een dag in het zadel', oftewel 24 uur lang kilometers malen. Mijn persoonlijk record staat op 15,5 uur. Die had ik (samen met Roger) nodig om de Hel van Houtepen (218 km met 50 Waals barbaarse hellingen) tot een goed einde te brengen.

3.'Droomroutes uit de duizend': Grinta adviseert de fietser er in z'n eentje (zonder smartphone) op uit te trekken, in een prachtige omgeving, op een moment dat er nog geen toeristen te bespeuren zijn. Schitterende cols die ik in m'n eentje in alle vroegte beklom: de Aubisque, de Stelvio, la Toussuire, de Ventoux.

4.Onder een 'Zotte roadtrip' wordt een fietstocht van minstens enkele weken verstaan. Om de batterijen op te laden, om jezelf terug te vinden. Op fietsbedevaart naar Santiago de Compostella bijvoorbeeld. Voor zo'n tocht ben ik, zo vrees ik, niet avontuurlijk genoeg. Bovendien komt mijn ziel tot rust bij vrijwel iedere fietstocht die ik maak. Echt waar!

5.Een van de zwaarste onderdelen in het wielrennen is 'Een ploegentijdrit rijden'. Volgens Grinta moet je het een keer geprobeerd hebben. De gebroeders Wolfs uit Eijsden organiseerden ooit De Wilde Kuitenbijters Koers. Onderdeel daarvan was een korte koppeltijdrit, meer een Trofeo Baracchi dan een ploegentijdrit. Veel afzien deden mijn compagnon en ik niet: we spaarden onze krachten voor de rest van de tocht en eindigden uiteraard als laatste.

6.'Doe eens monumentaal' en fiets de vijf topklassiekers. Dat zal me nooit helemaal lukken, maar van vier monumenten (Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en Ronde van Lombardije) heb ik wel de finales dan wel de voornaamste heuvelzones gefietst.

7.Een 'Strava strever' zal ik nooit worden omdat ik Strava niet gebruik: stel je voor dat heel de wereld kan vaststellen hoe laag mijn gemiddeldes zijn!

8.'Oorkondes verzamelen' staat op nummer acht. Ha, ik fietste de Ventoux op één dag van drie kanten op en ben dus lid (officieel, geregistreerd als nr 2227) van Le Club des Cinglés du Mont Ventoux.

9.Voor een 'Grand Fondo out of the box' moet je naar Mexico, Rusland, Brazilië, Indonesië of Zuid-Korea. Ben ik inmiddels te oud en niet avontuurlijk genoeg voor.

10.'Everesting', dat lijkt me een heel mooie uitdaging: 8.848 hoogtemeters op één dag bij elkaar fietsen. Daarvoor zou ik acht keer na elkaar een col als de Glandon moeten beklimmen. Ik kan ook dichter bij huis blijven en 73 keer de Schweiberg (2380 meter lang) op fietsen. Dan heb ik meteen droom nr 15 verwezenlijkt. Nou ja, ik ben al blij dat ik peetvader ben van de Doodeman, de Gulpenerberg en de Eyserbos. Peetvader van zo'n helling word je door er 25 keer na elkaar naar boven te fietsen.

11.Een echte koers rijden. 'Coureur voor één dag' was ik één keer, op m'n zeventiende. Hoe me dat beviel? Toen ik het parcours verliet / na drie van tien / af te leggen rondes //  zag ik mijn vader / tussen de toeschouwers staan: // hij schudde zijn hoofd.'

12.Op nummer twaalf staat 'Zelf een fiets monteren'. O jee, ik ben zoon van een fietsenmaker, maar dat zegt niets. Mijn broer en ik werden vanaf ons twaalfde geacht mijn vader te helpen bij het repareren van fietsen. Binnen de kortste keren wist mijn broer een fiets tot het kleinste onderdeel uit elkaar te halen en weer feilloos in elkaar te zetten. Ik ben nooit verder gekomen dan het plakken van een band. En dat gebeurde vaak op zo'n manier dat de vloek van mijn vader nog lange tijd nagalmde in het werkhuis. Veel verder zijn mijn twee linkerhanden nog steeds niet geraakt.

13.'Een rondje fietsen … like a pro.' Een meerdaagse cyclosportieve rittenkoers, 't is voor mij niet weggelegd. Te weinig talent, veel te weinig talent!

14.'Een eigen ploeg opstarten,' kan redelijk breed geïnterpreteerd worden. Een paar jaar geleden organiseerde ik de Giro di Poesia. Daarin reden 9 collega-wielerdichters mee (door Mergelland en Voerstreek) om op verschillende plekken uit eigen werk voor te lezen voor een klein peloton meefietsende toehoorders.

15.De langste tocht die ik ooit fietste was 230 km. 'De magische 300' hoef ik niet zo nodig te halen.

16.'Een trainingsplan opstellen (en volgen)'. Tja, als voorbereiding op een fietsvakantie in het hooggebergte werk ik er altijd naar toe dat ik een Mergellands rondje van 100 km met 20 hellingen (25 km klimmen aan gemiddeld 5%) makkelijk aankan. Op de cols is er dan tijd voor esthetisch & atletisch genot; in een zielstrelend decor wordt er aan mijn ziel gepeuterd; adrenaline & endorfine voeren er een vrolijk dansje op.

17.Mountainbiken, veldrijden, gravelriding: ik ben er geen liefhebber van. 'Weg van de weg' raak ik naar mijn gevoel al te vaak als ik knooppuntenroutes in Wallonië en Duitsland volg.

18.'Winter miles, summer smiles': ik blijf de hele winter door fietsen, maar aangepast, zeer aangepast!

19.Eroica's, ik kijk er graag naar, maar zelf ga ik niet 'In de teletijdmachine'. Daarvoor moet je een fiets en wielerkleding van minstens 30 jaar oud voor aanschaffen. Wel ga ik ieder jaar naar de Eroica Valkenburg. Bij een Italiaanse handelaar koop ik dan telkens twee paar Italiaanse retro-sokken, de enige sokken die mij echt lekker zitten.

20.'In eigen land is het ook plezant': dat klopt, en dan beschouw ik België en Nederland als eigen landen. Met mijn eega fietste ik o.m. de Mergellandroute, de Vredesroute, de Elfstedentocht, de Brede Duinen Route, de Vennbahnroute, het Land van de Witte enz. Vanuit Maastricht heb ik een aantal eigen fietsroutes: Mergelland, Maasland, Kempen, Haspengouw, Voerstreek, Land van Herve en Ardennen liggen van hieruit binnen fietsbereik. Geen mooiere plek om te wonen dus!

21.'Fiets met een (ex-)prof': ik heb er niet zo'n behoefte aan, hoewel, ooit trok ik op de Sibbergrubbe een sprintje om (heel) even naast een echte Rabobanker te kunnen fietsen! Volg de link als je wil weten hoe dat verliep!

22.Op de fiets zie ik er graag gesoigneerd uit, maar ik besteed geen aandacht / geld aan dingen die maken dat ik uniek door het wielerpeloton fiets, geen 'Me, myself and I' dus.

23.'Koffiebars afschuimen'. Alley Cat Bikes & Coffee in Maastricht ken ik, alsook Café Coureur in Kerniel. De andere door Grinta genoemde koffiebars kregen van mij halverwege dit jaar een exemplaar van Het groot wielerwoordenrijmpjesboek toegestuurd. Of het overal op de leestafel ligt?

24. 'Zwift ontdekken': op een interactieve fietstrainer via een online fietsplatform je krachten meten met de rest van de wereld: ik heb geen idee of ik dat soort fietsen leuk vind. Naar een sportschool ben ik ook nog nooit geweest, ik fiets het liefst heel ouderwets, buiten dus.

25.'Voor het goede doel fietsen': ik hoef het niet zelf te doen, want er bereiken me geregeld vragen om een financiële bijdrage van kennissen / familieleden die wel deelnemen aan zo'n tocht. M'n oudste zoon fietste enkele jaren geleden zes keer naar boven in Alp d'Huzes.

Ik denk dat ik mag stellen dat ik op mijn eigen manier aardig wat van de door Grinta geselecteerde dromen geheel of gedeeltelijk verwezenlijkt heb. Laatst vroeg mijn zoon of ik nog onvervulde fietswensen heb. Ik ben op een leeftijd dat niets meer moet maar alles mag. De Angliru, de Zoncolan, de Pico de Veleta: het zou gaaf zijn, maar ik treur niet als het niet gebeurt. Al moet ik bekennen dat ik er heel stiekem van droom om op m'n zeventigste (in 2021) nog een keer de Stelvio op te fietsen! Met de Galibier zou ik ook al tevreden zijn!