Terugkijkend vooruit kijken

December is een maand om terug te kijken, op het afgelopen fietsseizoen bijvoorbeeld. Met een kleine 6000 km en talloze niet meegtelde uren op de hometrainer mag ik niet klagen. Natuurlijk, er zijn bikkels van mijn leeftijd die al 11.000 km op de Strava-teller hebben staan en nu, in de bijna vrieskou nog rondjes van 100 km en meer draaien. Het zijn de mannen die ook nog met (redelijk) gemak cyclosportieven als de Marmotte fietsen. Een aantal van hen neemt zelfs deel aan echte koersen (voor masters). Ik kan alleen maar met veel ver- en bewondering kijken naar hun prestaties. Want als er één ding al heel vlug duidelijk werd toen ik op mijn elfde mijn eerste koersfiets kreeg (een zilvergrijze Bristol met houten velgen) was het dat het mij aan talent ontbreekt. En niet zo'n beetje. Eigenlijk word ik al sinds mijn elfde door zowat iedereen uit de wielen gereden. Enige invloed op mijn plezier in fietsen heeft dat nooit gehad. Integendeel, als toerist met altijd tegenwind, heb ik er mijn handelsmerk van gemaakt: niemand die zo langzaam een berg kan opfietsen als ik! Dit jaar heb ik weer een aantal cols kunnen c.q. mogen oppeddelen. Dat maakt dat ik de meeste beroemde cȏtes & cols heb beklommen. Er ontbreken er nog enkele (zoals de Izoard, de Zoncolan en de Angliru) maar de noodzaak om die aan mijn lijstje toe te voegen wordt minder met het ouder worden (bijna 67): het mag maar het hoeft niet meer. Het ziet er naar uit dat ik volgend jaar weer richting de driehoek Visé-Luik-Verviers ga, de streek van de Waals barbaarse hellingen (zols het Bois Sauvage, de Rue Tesny en de Haute Folie). Twee voormalige, inmiddels ook gepensioneerde fietsgabbers hebben daar wel oren naar. Ik zal eerst wel moeten zorgen dat ik weer over een kinderverzet (34 x 32) beschik.

De Rue Haute in Luik, 2011

Denkend aan Limburg

Ik ben geboren en opgegroeid in Belgisch Limburg, sinds mijn negentiende woon ik in Nederlands Limburg. Voor de mensen waar ik vandaan kom ben ik uitgeweken naar Holland, voor de mensen hier ben ik een Belg. Het dialect van mijn jeugd - het Godsheidens of beter, het Godskes - gebruik ik alleen nog als ik mezelf vermanend toe moet spreken. Het dialect van de stad waar ik woon - het Mestreechs - versta ik na 47 jaar uiteraard wel, maar ik me waag me niet aan het gebruik ervan. Een enkele keer krijg ik een uitnodiging om mee te werken aan een bloemlezing met bijdragen in het ... Limburgs. Met een woordenboek en wat hulp van de redactie lukt het me wel één of meerdere van mijn versjes te vertalen in het Mestreechs. Uitgeverij Tic publiceert nu de 18e editie van Platbook. Thema is dit keer Dinkend aan Limburg. Daarin is een senryu van mij opgenomen en uiteraard gaat die over fietsen, want als ik al enige verbondenheid met (Nederlands) Limburg voel, dan is het met het glooiend Zuid-Limburgs landschap, met de heuvels, met de wielerhistorie, met de talloze veldkuisen en kapelletjes!

Fietsentere                                               

Euver achttien klums                                         
in het lefelijk Melgerland -                              
stéllekes gesloop    

of, in het Nederlands:

Wederom

Over twintig heuvels
door het liefelijk Mergelland -
zachtaardig gesloopt


                                   

Heel even

Vorige week fietste ik met mijn eega door de Rua das Carmelitas in Porto. We stopten bij boekhandel Livraria Lello. Even binnen lopen was er niet bij. Eerst moest er enkele huizen verderop een ticket gekocht worden om vervolgens aan te schuiven in een lange, lange rij. Porto is er bijzonder trots op dat Livraria Lello op de derde plaats staat op het lijstje met 's werelds mooiste boekhandels. En wie staat er als eerste op dat lijstje? Juist ja, Dominicanen, gevestigd in de Maastrichtse Dominicanerkerk, de boekhandel waar ik geregeld mijn fiets (clandestien) tegen de gevel zet om heel even een krant of boek te kopen.


Fietsen in Porto

Met mijn eega enkele dagen in het tegen de heuvels gelegen Porto geweest. Een cadeautje van onze zonen, omdat we (al meer dan) veertig jaar elkaars leven delen! Porto wordt terecht de stad met de vele gezichten genoemd. Nauwe stegen met verpauperde huizen en brede straten vol prachtige gebouwen lopen er in elkaar over. We verkenden de stad en zijn highlights o.a. middels een begeleide fietstocht. Dat gebeurde in dalende lijn, van de bovenstad naar beneden, naar de oevers van de Douro. Kasseienstraatjes met stijgingspercentages van 20 % werden gemeden! Porto heeft (nog) geen fietscultuur. De weinige fietsers rijden meestal over de trottoirs. Dat deden wij dus ook. Je hebt er wel een goed functionerende fietsbel bij nodig. Een dag later huurden we fietsen en volgden de Douro tot aan zijn monding. Van daar fietsten we een heel eind langs de Atlantische Oceaan. Weidsheid en golven waren onze gezellen. Ik kan me goed voorstellen dat mensen verliefd worden op Porto, vanwege de ligging, de omgeving, het klimaat, de structuur van de stad, de bijzondere sfeer en misschien ook wel vanwege de 52 kerken, waar - in enkele althans - nog dagelijks H.Missen worden gelezen. Ik heb nooit zo dicht bij elkaar zoveel Christussen en zoveel Moeders van God tussen zoveel bladgoud zien lijden!


Rondje Rursee

Terug van een weekje Eifel. We logeerden in Heimbach, bij zoonlief en zijn gezin. Op de enige regenloze dag fietste ik een rondje van 65 km (met circa 1050 hoogtemeters) rond de Rursee. Het is een prachtig gebied met mooie, lange hellingen en fraaie vergezichten. Ik kwam door of langs pittorekse dorpjes als Gemund, Einruhr, Rurberg, Woffelsbach, Steckenborn en Schmidt. Enige kennis van het wegennet is er wel gewenst. Anders verzeil je, net als ik, op wegen waar je helemaal niet of alleen op zon- en feestdagen (!) met de fiets mag komen. De wegwijzers voor fietsers volgen is er ook niet zonder risico: ze leiden je vaak naar onverharde bospaden en veldwegen, die ik mezelf & mijn racefiets liever bespaar, zeker na dagen regen. Het werd kortom een boeiend rondje: op mijn teller stond bij thuiskomst een zoektochtgemiddelde van nog geen twintig per uur!


Dichtersbankje

Mijn dierbare echtgenote en ik fietsten al in tal van contreien in Nederland, maar op het grensgebied van Veluwe en Achterhoek waren we nog nooit. Toch moeten we een keer naar Zutphen. In de buurt van  de monding van het Twentekanaal bij de IJssel staat ergens, met een weids uitzicht, een bankje dat mij werd toegedicht door Dichtersbankjes. Het is een bankje waar ik volgens de toedichter gezeten zou kunnen hebben. De locatie wordt geassocieerd met mijn versjes, met name met die uit Het verlichte pedaleren. Hoe nieuwsgierig kun je een fietsende dichter maken!?

Foto: © Hans Mellendijk | Fort De Pol | De Mars | Zutphen

Brabant

Voor ons jaarlijks fietsweekend (het vijfde alweer) met Anna en Wiebe (de schoonouders van onze oudste zoon) kozen we dit keer Rosmalen als uitvalsbasis. Na onze aankomst in het hotel op vrijdagnamiddag hielden de hoosbuien het voor een tijdje gezien. Ze maakten plaats voor onverwachte opklaringen en een zuinig zonnetje. We fietsten 35 km over smalle wegen door weidse weilanden en passeerden enkele varkenshouderijen. Een paar keer moesten we uitwijken voor grote tractoren met imposante mestkarren. Het werd op die manier een geurig Brabants Boerenrondje. Op zaterdag fietsen we een knooppuntentocht van 75 km. Op het mooiste gedeelte van de route konden we de regenbuien niet ontwijken. We aanschouwden de schoonheid van de zandvlaktes, de heide en de bossen van de Loonse en Drunense Duinen derhalve door natte brillenglazen. Aan het eind van de tocht liet de zon zich weer weldadig zien. Op zondag stond er een rondje van 55 km door Het land van Maas en Waal op het programma. Het weer was ons welgezind. Op de heenweg vlogen we met een forse rugwind over de mooie dijken, langs het water en door pittoreske dorpskernen. Op de terugweg moest er getrapt worden om vooruit te komen. Er was opeens geen adem meer over voor spitse opmerkingen of rebelse kolder!


Barcelonnette

Vijf dagen fietsen in en rond Barcelonnette met zoon Joost, heer Henri en diens schoonbroer Maikel, die voor het eerst in de cols fietst. Het Alpendorp ligt op 1150 meter hoogte en wordt omgeven door de bergen. In het centrum huren we een mooi appartement, waarin heel veel rekening moet gehouden worden met de hoogbejaarde moeder van de eigenares, die een verdieping lager woont. Dat was er op voorhand niet bij verteld, maar voor een bomma hebben we graag wat over. De dag na aankomst fietsen we onder een zomerse zon de wonderschone Col de Cayolle op. De hele klim heeft een hoog ansichtkaartgehalte vanwege de indrukwekkende rotspartijen, de vele bruggetjes en watervallen. Het bevalt Maikel zo goed dat hij er nog even de Pra Loup bij neemt. Thuis mag hij zijn vrouw en zijn zoontje proberen uit te leggen waarom fietsen in het hooggebergte altijd naar (veel) meer smaakt. Op dag twee beklimmen we de Col de Vars, twee weken terug nog col van eerste categorie in de Tour. Ook hier valt er veel te genieten. Alleen de laatse 6 van de 21 km voelen als lastig, te meer omdat het behoorlijk warm is. Met mijn leeftijd en mijn (gebrek aan) talent heb ik aan drie kwartier voorsprong net goed om als eerste boven te komen. De heren beklimmen daarna nog de korte maar pittige Saint Anne: Joost gaat weer als een speer, Maikel krijgt er steeds meer zin in en Henri heeft gelukkig minder last van zijn verkoudheid. Ik houd het deze week bij één col per dag, mijn gevoel en mijn verstand zeggen dat dit genoeg is voor mijn (acht maanden geleden gebypasst) lijf. Dag drie staat in het teken van onze enige col van buiten categorie, de 2802 meter hoge Cime de Bonette, die gepresenteerd wordt als de hoogste geasfalteerde weg van Europa. Ik heb zelden meer genoten van een beklimming want ook qua schoonheid doet de Bonette niet onder voor de Galibier en de Stelvio: fietsen in een zielstrelend decor! Ook de heren hebben genoten. Uiteraard loggen ze bij thuiskomst meteen in op Strava. Nibali en Kruiswijk deden beduidend minder lang over deze klim, maar die hebben dan ook niets van het lanschap gezien! Dag vier: de heren fietsen 'Les 3 cols', een rondje van 120 km over de Allos, de Champs en de (andere kant van de) Cayolle, drie cols van eerste categorie. Zelf stel ik me tevreden met de beklimming van de Allos, en ook dat blijkt een klim met een hoog waw-gehalte. Net als de vorige dagen peddel ik op m'n gemak naar boven, nergens in de problemen komend, aan één stuk door genietend. Al die Mergellandse honderdjes (met 16 hellingen) waren hier dus voor bedoeld! In de afdaling neem ik ruim de tijd om foto's te maken. Tegen vier uur komt Joost terug in het appartement. Hij heeft het ondanks de hitte niet bij 'Les 3 Cols' gehouden maar er ook nog de Pra Loup aan toegevoegd zodat hij de hele parcours van de granfondo 'La Pa Loup Bernard Thévenet' (3850 hoogtemeters) heeft gefietst. Wat een bikkel! Maikel en Henri komen redelijk naar de klote (en net voor de plensbuien) terug van 'Les 3 Cols'  maar ze hebben het gehaald: het was voor hen geen creating memories maar creating war stories! Onze laatste dag in Barcelonnette wordt mede door de slecht-weer-dreiging 'een dagje skistations'. Met hun lengte van 9 en 10 km en hun gemiddelde  stijgingspercentages van 5 á 6 procent staan de klims naar Super Sauze en Pra Loup te boek als bergen van tweede categorie. Joost is zo lief om me op Super Sauze gezelschap te houden. Net zo langzaam klimmen als ik valt niet mee: Joost rijdt geregeld zigzaggend over de weg. Maikel en Henri hadden vanmorgen geen greintje courage maar voelen zich nu zo goed dat ze nog meegaan naar Pra Loup. Op die klim werd in 1975 het einde van het tijdperk Eddy Merckx ingeluid door Bernard Thévenet. Blijkens de verwijzingen willen Bernard en Pra Loup de mensheid daar graag blijvend aan herinneren. Hoewel ik geen fan van de Kannibaal was, voelt het nu toch alsof ik over zijn zweetdruppels en tranen fiets. Met deze klim zit onze fietsvakantie er weer op. Mooi weer, prachtige cols, geen ongelukken of defecten, uitermate aangenaam gezelschap: ik ga er vanuit dat de H.Maagd Maria blij was met de kaarsjes die ik aanstak in de kerken van Barcelonette en Jausiers.

Enkele foto's!


Rondom Diekirch

Terug van een weekend fietsen met de heren (mijn twee zonen en zes van hun vrienden). Standplaats was dit jaar Diekirch. We reden drie tochten van respectievelijk 66, 82 en 54 km, al breiden sommigen nog een lus van 30 km aan de langste rit. Dat er veel geklommen moest worden was niet alleen te voelen in de benen, Strava (!) gaf 1169, 1479 en 858 hoogtemeters aan. In Luxemburg fiets je over mooie, rustige wegen in een prachtig (verzorgd) landschap. Op de veelal lange hellingen word je getrakteerd op schitterende vergezichten. Dat de groep bestaat uit afgetrainde en minder scherp staande heren, uit gevleugelde en kreunende klimmers, uit tempobeulen en ijlende aanklampers: het kan de pret niet drukken, de bus vertrekt desnoods een half uur eerder dan de kopgroep. Onderweg verzeilden we op een merkwaardige manier in een supporterscafé van de broertjes Schleck. Vanwege een aan de gang zijnde autorally konden we niet door de voordeur. Via een stellage van stoelen en bankjes moesten we door het raam van een opslagruimte. Als afsluiter van de tweede tocht probeerden we de belachelijk steile Montée du Herrenberg te beklimmen. Niet meer dan een steeg is het, die Neelcheswee. Slechts drie herren kwamen fietsend door de haakse bocht van 27% (Strava!) voor de top. Aan het begin van dag drie was het opnieuw lachen: een zusje van de Herrenberg eindigde na 1 km in een onberijdbare veldweg. Voor de rest verliep alles volgens planning! Een trip met de heren - de eerste dateert van 14 jaar geleden - is voor mij altijd weer een bijzonder genoegen, op en naast de fiets. Ik zag begin-twintigers midden-dertigers worden, met alle ontwikkelingen (en vormen van humor) die daar bij horen. Dat ik mezelf intussen met de nodige capriolen van begin vijftig naar midden zestig fietste, is iets waar ik liever niet aan denk!

Enkele foto's en meer info



Allee

Een uurtje geleden fietste ik de Daalhemmerweg af. Met de wind in de rug zit je daar al vlug aan 55 á 60 km per uur. Voor het centrum van Valkenburg liggen enkele parkeervakken langs de dalerskant van de weg. Een tegemoetkomende auto draaide pal voor me de weg over om in te parkeren. Ik had hooguit een meter of vijf de tijd om te remmen en de auto te ontwijken. Omdat ik toch bijna stil stond, parkeerde ik mijn fiets naast het voertuig van mijn belager. Het volgende gesprek ontspon zich:
- Zeg meneer, wat u deed was wel heel gevaarlijk.
- Ik had u niet gezien.
- Als ik iets eerder was geweest, had ik echt pech gehad?
- Ik had u niet gezien, anders was ik wel gestopt.
- Dat mag ik hopen.
- Dan was ik echt gestopt.
- Zo gebeuren de ongelukken.
- Dat klopt.
- Allee, een fijne dag nog.
Terwijl ik de Cauberg op peddelde, probeerde ik een analyse te maken van mijn gedrag. Ik schrok niet, ik raakte niet in paniek, ik laveerde netjes met mijn fiets, ik werd niet boos, ik voelde geen ergernis én ik was beleefd tegen de automobilist: gaat het eigenlijk wel goed met mij?

De Daalhemmerweg

Demarrage

Afgelopen dinsdag naar 'Demarrage' gekeken, een mooie documentaire van Arno Kranenborg. Hij volgde zeven zeventigers en één tachtiger, die iedere week drie keer, weer of geen weer, op de racefiets stappen om samen een tocht te maken. Onderweg in Brabant, de streek waar ze wonen, praten ze over vrouw en kinderen, kwalen en pijntjes, spatadertempo en ademnood én over wat hen te wachten staat. Want het groepje is geleidelijk aan kleiner geworden: vrienden vielen weg door beroerte, hartinfarct of kanker. Volgens de maker van de documentaire kun je goed horen wat ze niet zeggen. Heel direct zijn de mannen wel als er vrouwelijk schoon hun wegen kruist, dan zitten ze niet verlegen om commentaar. Af en toe krijgt de kijker een mooie close-up te zien van een oud, peinzend gezicht. Ik moest geregeld aan mijn vader denken. Die fietste tot kort voor zijn dood (op zijn 83ste) ook in zo'n groepje. Het is alweer twaalf jaar geleden dat hij stierf. En over minder dan vier jaar hoor ik zelf (bij leven en welzijn) bij de zeventigers. Ik maak me geen illusies, ook voor mij geldt (op den duur of nu al?): hoe fiets ik de dood uit het wiel!

Mijn vader: tweede van r. Eind jaren negentig van de vorige eeuw.

Rondje vaderland

Ik had een mooie route in het Mergelland uitgestippeld voor het jaarlijks Ritz-familierondje dat komende zaterdag gefietst wordt. Helaas was het me ontgaan dat op die dag ook Limburgs Mooiste gepland staat, een toertocht waar zo'n 15.000 wielertoeristen aan deelnemen. Ons tussen hen mengen lijkt me niet wenselijk. Ik moest dus op zoek naar een ander rondje en dat betekende: uitwijken naar mijn dierbaar vaderland. Zodoende zullen de Ritz-deelnemers uit Utrecht, Drenthe, Gelderland, Noord-Holland en Noord-Brabant kennis maken met de Maasvallei, van waaruit ze (via de Mont St Pierre en de Zusserdel) naar Haspengouw moeten klimmen, om zich daar over smalle betonbanen tussen glooiende akkers en velden richting het Maasland te begeven. Daar mogen ze langs het water (Albertkanaal, Zuid-Willemsvaart en Maas) verder genieten van het onvolprezen fietsroutenetwerk. De fanatiekelingen wacht, eenmaal terug in Maastricht, nog een kleine lus over de Zonneberg en de Muizenberg. Benieuwd wat ze er van vinden. Maite, mijn kleindochter van bijna drie - ze groeit op in Utrecht - is al ingewijd tijdens een logeerpartij eerder dit jaar. Als je haar vraagt waar haar opa Miel vandaan komt, antwoordt ze zonder te hoeven nadenken: 'Uit België!' Vraag je haar vervolgens welke leeuw ze daar hebben, dan roept ze triomfantelijk: 'Een Vlaamse!' Een kwestie van een beetje helpen opvoeden, toch!

Maite: ingewijd!

Goed voor de moraal

Vandaag een zomers rondje van vijftig kilometer gefietst in het drukke Mergelland. Na het honderdje eerder deze week mocht ik het rustig aan doen van mezelf. Zoiets leidt onderweg haast vanzelf tot een senryu:

Lekker peddelen
in de zon – geen zin vandaag
in diepgaande pijn


Na de de Rasberg en de Brakkeberg kwam ik aan de voet van de Daalhemmerweg. Ik werd gepasseerd door een dame en een heer van middelbare leeftijd. Aan hun shirts (Maratona dles Dolomites) en hun fietsen te zien waren ze niet aan hun proefstuk toe. Ze reden tegen een voor mijn doen behoorlijk tempo omhoog. Ondanks mijn voornemens probeerde ik aan te haken. Tot mijn verbazing lukte het me in hun wiel te blijven. Na de Fromberg moest ik de Sibbergrubbe op. Twee jonge gasten snelden me voorbij. Halverwege echter zag ik dat één van hen het moeilijk had. Het mocht wat pijn doen om hem in te halen en ter plaatse te laten! De laatste klim van de dag,  de Keunestraat, vatte ik aan met drie andere jongelieden. Twee gingen me te snel, de derde kon ik moeiteloos volgen. Goed voor de moraal, dacht ik wederom: zo'n rondje maakt van een veelvuldig uit de wielen gereden opa als ik een gelukkig mens.

© Foto: Roger Dohmen

De kunst van het sprinten

Bij uitgeverij De Bezige Bij/Thomas Rap verscheen dit voorjaar De kunst van het sprinten van Martin Bons. Vooraan in het boek staat (bij wijze van motto?) een rijmpje van mijn hand:

De sprinter
telt tot tien

wie niet weg is
is gezien

Zo zie je maar, waar het schrijven van gemasseerde rijmpjes (soms) toe leidt!