De Schaal van Digther

'De Schaal van Digther', een literair e-zine, publiceerde vandaag mijn gedicht 'Mergelland'. Het komt uit Een ouwe man op een koersfiets, een reeks waarin blijmoedig somber door de taal wordt gefietst!



Meander

Het literair e-magazine Meander publiceerde vandaag vier versjes uit 'Een ouwe man op een koersfiets'. Eerder nam de Schaal van Digther er ook eentje op. En daar ben ik (als fiets- en wielerversjesmaker) uiteraard blij mee. De route die ik volgens Meander in kaart breng, is er hopelijk een waar ik nog vele jaren zoet mee ben, een route die je hier kunt volgen.

klik op afbeelding voor vergroting

Bedankmailtje

Afgelopen zomer schreef ik in het stukje Geïdoctrineerd dat ik in 1968 een proces verbaal kreeg omdat ik, tegen de verkeersregels in, naast een vriendin bleef fietsen. Ik gaf de mij bekeurende rijkswachters Julien Vercammen en Henricus Franssen er de schuld van dat ik 55 jaar later nog steeds enige schroom heb om naast een ander te fietsen, ook waar het is toegestaan, ook als het mijn lief, mijn eega betreft, die het gezelliger vindt om naast elkaar van het landschap te genieten. Vanmorgen kreeg ik een vriendelijk mailtje van iemand die, surfend op internet, mijn verhaaltje tegen kwam. Hij bedankte me dat ik het online had gezet: Henricus Franssen was zijn vader!



Geloof het of niet

Soms kom ik er bij toeval achter dat een van mijn versjes ongevraagd door iemand wordt overgenomen voor een blog, website, kranten- of tijdschriftartikel. Ik heb daar in de regel geen moeite mee, mits het correct gebeurt. Hoe meer lezers hoe meer vreugd! Gisteren ontdekte ik dat een medewerker van de dienst geestelijke zorg van de Zeeuwse zorgorganisatie ZorgSaam de titel van een vers van mij veranderde voor het huisblad van de stichting. Mijn fietstocht langs Zuid-Limburgse wegkruisen en kapelletjes (hier te zien en te horen) gaf ik als titel 'Ongelovige katholiek' mee. De geestelijk verzorger schrapte het woord 'Ongelovige' zodat het vers onder de titel 'Katholiek' werd afgedrukt. Ik constateerde het met een glimlach, temeer omdat de geestelijk verzorger - geloof het of niet - Kees van Geloof heet! 

klik op afbeelding voor vergroting





Op het matje

Ik voel me op het matje geroepen door een recente uitspraak van Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Daarin wordt verklaard dat een e-bike geen motorvoertuig is omdat er geen sprake is van louter mechanische aandrijving, je hebt namelijk spierkracht nodig om het vervoermiddel in beweging te krijgen. Ik moet derhalve mijn betoog over 'fietsen of rijden?' herzien: je voortbewegen op een e-bike is (volgens het Europees Hof) wel degelijk fietsen. Mijn stelling dat je op een e-bike niet fietst maar rijdt, zoals je rijdt op een solex, vespa, brommer, scooter of motor(fiets) rijdt klopt dus niet. Grappig is wel dat mensen die op Google 'fietsen of rijden?' intikken, (vooralsnog) mijn betoog als antwoord krijgen. Als je voortaan de Tourmalet, de Stelvio of de Galbier op een e-bike beklimt, mag je dus zeggen dat je een col hors categorie bent opgefietst!



Ouwelullencols

Mijn oudste zoon wil volgend jaar een weekendje in de Vogezen gaan fietsen, in ieder geval met mij maar het liefst ook met mijn andere zoon en een aantal heren: 't is al veel te lang geleden! Ik heb wederom de eer de routes uit te zetten. Van één heer weet ik dat hij heel graag La Planche des Belles Filles (col van 1ste categorie in de Tour) aan z'n palmares wil toevoegen. Een chalet in Le Thillot lijkt daarvoor een goede uitvalsbasis. Vanwege een protesterende enkel (een duidelijk geval van artrose volgens een orthopeed, echt wel vaatvernauwing aldus een vaatchirurg) moet ik op zoek naar ouwelullencols: lengte geen bezwaar, gemiddeld 5% en nergens steiler dan 8 á 10%. Zijn die daar te vinden? Jazeker, dCol des Croix, de Col de la Chevestrays, de Ballon d'Alsace (vanuit Giromagny) en de Col du Page beantwoorden perfect aan mijn eisen. Ze zijn samen goed voor Een Vogezentoer van 104 km met 39 km klimmen en 2044 hoogtemeters. De Ballon de Servance (vanuit Le Thillot), de Col des Chevrères (vanuit Plancher Bas) en de Col des Croix (vanuit Servance) zorgen voor 30 km  ouwelullenklimwerk. Bovendien mogen de die hards na de afdaling van de Ballon de Servance linksaf slaan voor de beruchte 6 km naar La Planche de Belles Filles. Eenmaal boven is het omkeren en dalen voor het vervolg van het rondje dat in totaal 78 km lang is en 2062 hoogtemeters telt. Als er heren meegaan, vermoed ik dat de minst c.q. nauwelijks getrainden me dankbaar zullen zijn voor die zeven ouwelullencols. Hoewel, drie daarvan staan in de Tour te boek als cols van 2e categorie!



Godvergeten

Vorige week fietste ik met Roger (uit Kanne) een rondje Haspengouw. We zaten in onze jeugdjaren allebei op kostschool bij de paters, hij in Maasmechelen, ik in Lier. Uiteraard kwam de veel besproken VRT-reportage 'Godvergeten' ter sprake. Roger heeft tijdens zijn kostschooljaren nooit iets gemerkt van paters die zich misdroegen. Bij mij ligt dat anders. Ik schreef er in 1979 al over in de dichtbundel 'Klein Joernaal' en later op mijn blog over het Missiecollege. Omdat ik de laatste tien jaar geregeld contact heb met zes kostschoolgenoten stuurde ik hen een mailtje met de vraag of zij ooit iets van misbruik gemerkt hebben in onze Lierse jaren. Ze kennen uiteraard de blog en mijn verhaal maar tijdens onze jaarlijkse bijeenkomsten hebben we het er nog nooit over gehad. Twee kompanen meldden meteen dat ze nooit last gehad hebben van opdringerige paters en indertijd ook niet wisten dat het voorkwam. Een derde liet weten dat hij heel graag iets kwijt wilde over dat onderwerp maar wat tijd nodig had om het goed onder woorden te brengen. Na drie dagen kreeg ik zijn vier A4-tjes lang verhaal. In het internaat, op kostschool zelf is hij nooit onheus bejegend maar de onderpastoor van het dorp waar hij woonde en de pater die ons ronselde en tevens de bezieler was van de aan het Missiecollege gelieerde jeugdbeweging gingen wel erg ver in het zoeken naar lichamelijke toenadering. Dat hij als elf, twaalfjarige hun avances durfde afwijzen heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat hij er geen trauma - alleen maar woede - aan heeft overgehouden. 
En de drie kompanen, die niet terugmailden? Ik hoor het ongetwijfeld volgend (voor)jaar op het terras van Zuster Agnes, dicht bij het Begijnhof van Lier!



Hannelore

Op 20 juli j.l. kregen Paula en ik een bericht van Rooske en Valère waarin zij meldden dat hun kleindochter Hannelore (21) een dag eerder was omgekomen bij een verkeersongeval. Naar huis fietsend - ze had twee uur overgewerkt voor een collega - werd ze geschept door een auto. De bestuurder was onder invloed, verleende geen voorrang en reed veel te hard op een weg die alleen bestemd was voor plaatselijk verkeer. Hoe ga je als familie om met zoiets? Ongeloof, onbegrip, woede, verslagenheid, intens verdriet. Hoe kom je zo'n verlies te boven, hoe ga je verder met je leven? Een paar dagen geleden kregen we van Rooske en Valère een mooie kaart, ter herinnering aan hun kleindochter. Ik bewaar de kaart in onze boekenkast, in de dichtbundel Warm en stil, die Valère in 1979 publiceerde. En, hoe wrang kan het zijn, in die bundel staat op bladzijde 18 volgend versje:

verkeer 

achter elke straathoek
ligt een ongeval
verscholen

wanneer het gebeurt
weet niemand



Een koempel uit Drenthe

Vandaag het Rondje Ritz vanuit Haanrade (Oostelijke Mijnstreek) gefietst. Het kon vorig jaar niet gereden worden vanwege het slechte weer. De dertigers Joey en Veerle zorgden voor een gastvrij onthaal voor drie ouwelullen. Ze hadden een bijzondere route van 75 km uitgestippeld door de Noord-Eifel, in het gebied rond Aken. De lange stukken onverharde en slecht geasfalteerde wegen gaven de tocht iets van een gravelrit. Er moest ook geregeld geklommen worden. Als uitsmijter kregen we in Kerkrade de (mij onbekende) pittige Beerenbosch voor de wielen. Een lekke band en een niet voorspelde regenbui konden de pret niet drukken. Na afloop was er een gezellige nazit met pasta & pils. Wat opviel was het tempo dat de in zijn thuislandschap fietsende Joey er op nahield, hij nam het peloton de hele tocht op sleeptouw en dat terwijl hij in het Mergelland de eerste is om het langzaamaan te doen. Maar het moet gezegd, de man van de dag was Wiebe uit het Drentse Beilen. Hij was zijn fietshelm vergeten en maakte daarom gebruik van de berghelm van Joey. Veerle maakte een foto van hem en plaatste die op de familie-app, waarop Joost, de schoonzoon van Wiebe, reageerde met de vraag of Wiebe van plan was in een steenkoolmijn te gaan fietsen. En dus werd er onderweg gestopt bij een mijnwerkersmonument om Wiebe kennis te laten maken met zijn koempelkompanen!


Besmet

'Via' is een weekkrant van Dagblad de Limburger die niet alleen bij de krant wordt gevoegd maar ook op heel veel plaatsen in de provincie los en gratis verkrijgbaar is. 'En dus meer gelezen wordt dan de krant zelf,' aldus Ton van Reen. Hij nam het initiatief voor 'de Werkgroep Limburgse Schrijvers' en die ijvert voor meer aandacht voor de literatuur uit Limburg. De Via-rubriek In de Literaire Hoek neemt wekelijks in het kort (het werk van) een Limburgse auteur onder de loep. Deze week ben ik de gelukkige. Ton maakte er een typisch van Reen-verhaaltje van. Ik leerde Ton midden jaren zeventig van de vorige eeuw kennen. Corrie Zelen, de uitgeverij van zijn echtgenote, publiceerde een viertal bundeltjes van mij. De foto hieronder is in 1979 in Venlo genomen, bij de presentatie van een serie mini-bundeltjes. Van links naar rechts: Frank Herzen, Toon Teeken, Ton van Reen, Leo Herberghs, ondergetekende, Koos van den Kerkhof en Jon Erkens. Waar was Corrie? 
Tons Via-verhaaltje 'Vader besmette Miel Vanstreels met wielerliefde' is hier te lezen.



Het MV-3LandenRondje

Een een- of tweedaags drielandenrondje vanuit Maastricht (voor wielertoeristen, geoefende recreanten en e-bikers) over rustige binnenwegen door fraaie stukken Maasvallei, Mergelland, Parkstad, Noord-Eifel, Land van Herve, Voerstreek en Maasland. Geen grote wegen dus, geen steile hellingen en zo weinig mogelijk door het centrum van stad of dorp. Bestaande (knooppunten)routes mogen gevolgd worden, behalve als ze niet aan vernoemde eisen voldoen. Dat waren de criteria bij het uitzetten van zo'n rondje dat ik heel bescheiden (!) Het MV-3LandenRondje heb genoemd. Het is 103 km lang en telt circa 975 hoogtemeters. Volg me maar!
Vanuit Maastricht fiets ik naar en door Borgharen en Itteren, deel uitmakend van het Rivierpark Maasvallei. Via rustige binnenwegen kom ik in het fraaie Geuldal. Aan het eind daarvan wacht de eerste klim, de Geulhemmerberg met zijn rotswoningen. Die brengt me op het Plateau van Margraten. Berg, Gasthuis, IIzeren, Scheulder en Ingber zijn de buurtschappen waar ik passeer alvorens af te slaan naar het mooie Gerendal. Daar moet ik de steile Doodeman af. Ik rijd over een fietswandelpad met keizerlijke naam naar de Vrakelbergerweg, de prachtig gerenoveerde weg door het Land van kalk. Links en rechts kun je een aantal hellingen met mysterieuze namen op zoals Vrouwendel en Ribbelheide. De weg loopt kilometerslang vals omhoog. Aan het eind is het even klimmen naar Trintelen. Bij de zwingelput sla ik linksaf voor een een lange afdaling naar Simpelveld. Daar moet ik de St Nicolaasberg op, met zicht op een oud station, de hoofdvestiging van het Miljoenenlijntje. Dit gebied hoort bij Parkstad Limburg. Via merendeels binnenweggetjes begeef ik me naar Duitsland, voor een (héél) klein maar mooi stukje Noord Eifel, nou ja, ik zou ook gewoon Vaalser Hügelland kunnen zeggen. In Orsbach draai en daal ik richting Lemiers, neem heel even de Rijksweg richting Mamelis en kom daarna al klimmend in het bergdorp Vijlen. Ik ben halfweg. Wie twee dagen over de tocht wil doen kan hier een hotelletje boeken. Ik fiets verder naar Vaalsbroek over een golvende weg, het Mergelland op z’n mooist. En dan begin ik aan de Vaalserberg, de klim die me naar het Drielandenpunt leidt. Vanaf daar daal ik naar Gemmenich. Na een kilometer kom ik, links afslaand, op de Ravel ligne 38/ 39. Het is een prachtig fietspad dat een voormalige spoorlijn volgt, dwars door Het Land van Herve met zijn vaak schitterende vergezichten. Aanhoudend dalend en stijgend vals plat brengt me 15 km verder in Aubel. Ik verlaat hier de Ravel en fiets door het pittoreske centrum (met zijn bekende zondagsmarkt) naar de Côte de Hagelstein. Even na de top kom ik in de Voerstreek, de Vlaamse enclave in de provincie Luik. Omgeven door het Rode Bos en het Vrouwenbos daal ik naar St Maartensvoeren. In de provincie waar ze ooit werden bedacht pik de knooppunten op. Vanaf het vrij liggend fietspad heb ik voortdurend zicht op de heuvelrug die Nederland en België scheidt. Ik hoef niet meer te klimmen omdat ik naar Eijsden pedaleer. Daar neem ik het mooiste fietspad (!) van Europa dat me langs de Maas op terug brengt in Maastricht.

Dit rondje ontstond als reactie op de de ALM Fietsroute die ik samen met mijn eega, een geoefende recreant, in twee dagen wilde fietsen. Tijdens mijn verkenning stuitte ik op iets te veel minpunten. Dat kan beter, dacht ik en zette Het MV-3LandenRondje uit. Begin vorige week fietste ik het rondje eerst in z'n geheel in m'n eentje (als wielertoerist) en gisteren en vandaag (in twee dagen als recreant) met mijn dierbare echtgenote, net als ik een zeventiger zonder elektrische ondersteuning. Het was heerlijk zomerweer en mijn lief probeerde te kijken met de kritische blik van iemand die hier nog nooit heeft gefietst. Ze vond en vindt het een heel mooi, een heel bijzonder rondje! Voor mij was het in ieder geval de mooiste (meerdaagse) tocht van de afgelopen jaren.










De verbazing

Gisteren het jaarlijks Rondje Ritz gefietst. We waren met z'n zessen, twee deelnemers bij wie er echt Ritz-bloed door de aderen stroomt en vier aangewaaiden waaronder drie senioren. Op het programma stond Het rondje ouwelullenhellingen, een rondje van 60 km over zestien hellingen van gemiddeld 4% en nergens steiler dan 8%. Het werd een bijzonder tochtje waarbij de meesten al gauw de tel kwijt raakten wat betreft het aantal klimmetjes. Zoals dat hoort in een goeie familie werd het tempo van de groep bepaald door hen die het minst snel een heuvel op fietsen. Omdat er daarenboven voorzichtig gedaald werd, had iedereen ruim de tijd om te recupereren voor de volgende helling. Uiteindelijk was het algemeen gemiddelde van dien aard dat niemand echt moe werd, ook al had men weinig (klim)kilometers in de benen. Dat had dan weer als voordeel dat men op de binnenwegen maximaal kon genieten van het prachtig, zonnig Zuid-Limburgs landschap. De bedenker van de route stelde met verbazing vast dat hij verbaasd was dat de zwaarte van het rondje blijkbaar minder bepaald wordt door de hoeveelheid hellingen dan door de snelheid waarmee ze afgehaspeld worden.

Gevoelfietsen

Begin deze week begaf het fietscomputertje van mijn Bianchi het definitief. Ik was net begonnen aan een heuvelachtig rondje door Het Land van Herve en het Mergelland. Het fietsen zonder exacte informatie over afstand, snelheid en gemiddelde beviel me hoe langer hoe meer: ik was weer, net als héél vroeger, aangewezen op wegwijzers en kerktorens, want een horloge draag ik niet. 
Eergisteren fietste ik met zoon Joost en zijn schoonvader Wiebe een rondje Utrechtse Heuvelrug. De eerste reed op zijn prachtige Optimun Ignis, de tweede op zijn spiksplinternieuwe, geavanceerde Willier. Ik leende Joost zijn oude Bianchi, waarop het (naar zijn nieuwe fiets verhuisde) tellertje ontbrak. Met zoonlief op kop ging het hard, heel hard volgens mijn benen, maar hoe hard hoorde ik pas toen we terug in Utrecht waren (83 km in 3u18). 
En opnieuw vond ik het onderweg prettig om meer te voelen dan te weten. Niet naar dat tellertje (moeten) kijken heeft iets bevrijdends, zoiets van: ik zie wel waar dat gevoelfietsen toe leidt. Ik denk dat ik vanaf nu fietscomputerloos door het (mij nog resterende) leven pedaleer!

Joost en Wiebe




Betoog

Door de plannen van de inmiddels demissionaire regering staat de ouderenzorg weer volop in de belangstelling. Omdat mijn eega en ik bezig zijn met onze wilsbeschikking, overdacht ik al fietsend - hoe anders! - een kleine bijdrage aan de oplossing voor de vastlopende ouderenzorg. Mijn 'betoog' verscheen deze week op de opiniepagina van Dagblad De Limburger. Hier te lezen.

Bij een klassenfoto

Onlangs was ik in Lier voor het jaarlijks etentje met zes kostschoolgenoten. Het was zoals altijd uitermate gezellig. Sommigen hadden in hun archief foto's opgediept die ik nog niet eerder had gezien. Een klassenfoto uit 1967 bleef rondspoken in mijn hoofd. Ook tijdens een lange fietstocht kon ik die foto - op zich een doodgewone klassenfoto - niet uit mijn gedachten krijgen. En zoals in mijn geval wel vaker gebeurt: al fietsend ontstond een gedicht. Ik hoefde er nauwelijks moeite voor te doen, het gedicht schreef zich zelf, het bracht onder woorden waarom die foto me zo in de ban hield. Om te controleren of een serieus gedicht de toets der kritiek kan doorstaan, mail ik het altijd naar vriend Jan. Als hij positief reageert stuur ik het naar de redactie van het online literair tijdschrift De schaal van digther. Als het daar gepubliceerd wordt, mag ik er vanuit gaan dat het goed genoeg is om jullie te laten lezen! Beleven mijn lotgenoten die klassenfoto op dezelfde manier? Ik weet het niet. Tijdens onze etentjes blijkt dat iedereen zijn eigen herinneringen heeft en die corresponderen vaak niet (helemaal) met die van de anderen. Bij dit gedicht moest ik wel een nauw betrokken kostschoolgenoot om zijn mening vragen. En wat blijkt: hij was even ontdaan als ik! Vandaar dus, het gedicht is hier te lezen.



Meinwegroute

Mijn eega en ik logeren een paar dagen in een B&B in Midden Limburg en dan moet uiteraard gecontroleerd worden of de 42 km lange Meinweg(fiets)route terecht zoveel lof krijgt. Het Nationaal Park De Meinweg is, volgens de beschrijvingen, een terrassenlandschap met twee beekdalen met daartussen veel vennetjes, bossen en heidevelden. We vertrekken vanuit Etsberg en pedaleren vervolgens van het ene dorp(je) naar het andere. Het is lekker fietsweer, maar van het beloofde landschap is weinig te merken. We ondergaan het met verbazing. Pas na 35 km fietsen we het Meinwegpark in. En daar gaat het inderdaad heel fraai over deels onverharde wegen op en af door een bos waar we na 7 km ook weer uit zijn. Hebben we ons niet genoeg verdiept in de omgeving, hadden we te hoge verwachtingen, is het een typisch VVV-lokkertje of zijn we als ‘Mergellanders’ te veel verwend door ons thuislandschap, wie zal het zeggen?!



 

Allee!

Vanuit IJzeren kun je over de Oude Heerweg, een heel smal tweebaans fietspad, naar Gasthuis (zie foto). Als breedsturende e-bikers me daar op de racefiets op hen af zien komen, zie ik van ver al de schrik in hun ogen. Gisteren heb ik er heel galant tot drie keer toe plaats gemaakt voor oudere en minder oudere batterijfietsers. Ik dirigeerde mijn koersvelo naar de kant, zette voet in het gras en moest vervolgens roepen dat ze echt wel langs konden rijden, zo weifelend verbaasd werd er gereageerd. Wat zegt het over e-bikers & wielertoeristen!



Geïndoctrineerd

'Waarom kom je niet naast me fietsen, dat is toch veel gezelliger,' zei mijn teerbeminde vanmiddag op een rustig tweebaans fietspad. Ik fiets altijd ietwat schuin achter haar (en verplicht zodoende tegenliggers die niet achter elkaar willen fietsen om op z'n minst op hun eigen fietshelft te blijven). Wat achter elkaar fietsen betreft ben ik geïndoctrineerd, ik stam uit een tijd dat het (in België) verboden was om naast elkaar te fietsen. Fietspaden bestonden nog niet, er waren weliswaar veel minder auto's dan nu maar je deelde wel de weg met alle gemotoriseerd verkeer. Op mijn zeventiende, in 1968, bleef ik op een warme zomerdag toch naast een vriendin fietsen. Twee rijkswachters hielden me staande. Luitenant Julien Vercammen en opperwachtmeester Henricus Franssen konden er niet mee lachen en zorgden ervoor dat ik me een week later met mijn vader moest melden op het politiebureau. De rijkswachter die daar dienst had en mijn vader kenden elkaar, ze hadden in de jaren vijftig samen gekoerst bij de ambachten (masters). Ik kwam er vanaf met een donderpreek over de jeugd van tegenwoordig en ambachtelijke verhalen over de koers. Het is dus de schuld van Henricus en Julien dat ik 55 jaar later liever niet naast mijn lief ga fietsen!



Schunck Heerlen

Wie in de buurt is en er zin in heeft, kan het alvast noteren in zijn agenda: op donderdag 22 juni organiseert het Heerlense Glaspaleis Schunck (museum, muziek en dans, bibliotheek) een wieleravond.  Schrijver Dick Gebuys zal deze avond presenteren, zijn side-kick is wielerjournalist Raymond Kerckhoffs. Wat staat er op het programma? Hoe is het wielrennen de laatste 20 jaar veranderd? (Met Rob Ruijgh, Louis Delahaije, Marc Lotz en Bennie Ceulen). Het mentale aspect in het wielrennen. (Met Rob Ruijgh, Louis Delahaije, Marc Lotz, Bennie Ceulen en Dick Gebuys). Is wielrennen het nieuwe golf? (Met Jesse Linssen en Milan van Wersch). Wordt het Heuvelland te druk door fietsers? (Met Jesse Linssen, Milan van Wersch, Marc Lotz en Rob Ruijgh). Er worden wielerfoto's getoond van Raymond Kerckhoffs, en Miel Vanstreels komt voorlezen uit zijn wielergedichten. Allee, voor wie in de buurt is. En er zin in heeft! Het begint om 19u30, de toegang is gratis, wel graag hier aanmelden
En het werd een leuke avond, getuige het verslag van Dick op zijn Facebookpagina. En op 24.BicycleTV zijn mooie sfeerbeelden te zien.



Roger en ik

Zeventien jaar geleden, we waren 55, fietsten Roger en ik de Hel van Houtepen, een rondje van 218 km met 50 hellingen, circa 60 klimkilometers waarvan minstens 20 boven de 10%, goed voor om en nabij de 5000 hoogtemeters en dat alles over een vaak barbaars Waals wegdek. Vandaag fietsten we een rondje van 65 km met 16 ouwelullenhellingen die gemiddeld niet steiler zijn dan 5%. Op de liefelijke Mergellandse wegen zonder gaten en kuilen wisten we niet of we moesten lachen of huilen.

Roger (r) en ik in 2006


De bidon

Gisteren schreef ik het versje 'Opa vertelt...' en vroeg  me af of mijn herinneringen wel klopten. Want op je veertiende 160 km dwars door de Ardennen fietsen met één bidon koude koffie als enige vochtinname, dat zou nu ondenkbaar zijn. Vaders die hun zonen nu voorhouden dat het van karakter getuigt om ook tijdens een lange fietstocht in hartje zomer zo weinig mogelijk te drinken, lopen, zo vermoed ik, het risico beschuldigd te worden van kindermishandeling. Dus mailde ik leeftijdgenoot Johny met de vraag of hij nog wist hoeveel drinken wij (begin en midden jaren zestig van de vorige eeuw) meenamen op de fietstochten met mijn vader. Johny reageerde meteen: 'Eén bidon, en dan waren we trots als die bidon na 80 km niet helemaal leeg was.' Ik vond het opmerkelijk dat hij, net als ik in mijn versje, het woord trots gebruikte. Zoekend naar nog meer bevestiging hoorde ik Dries De Zaeytijd (KOERS Wielermuseum) in een podcast vertellen dat (oudcoureurs er in die tijd inderdaad vanuit gingen dat er tijdens koersen en trainingstochten zo weinig mogelijk gedronken moest worden. Blij dus dat mijn herinnering en het versje kloppen! In mijn boekenkast staat nog een aluminium bidon uit die tijd, de daarbij horende kurken stop ben ik helaas kwijt.



Zeventig

Het literair e-zine De schaal van dichter publiceerde vandaag mijn versje 'Onderweg'. Het maakt deel uit van een cyclus met als werktitel 'oude mannen op een koersfiets'. Ik hoor het van familieleden, kennissen, vrienden: zeventig blijkt voor velen een kantelmoment, je gaat niet alleen richting tachtig, het zijn ook de jaren waarin kwalen en kwaaltjes zich ongevraagd manifesteren en je voelt en ziet steeds duidelijker dat je ingedeeld wordt bij de bejaarden. Ik probeer het vast te leggen in versjes. Voor de liefhebber: hier zijn er een paar te lezen.





Godskesgazet

Een tijdje geleden kreeg ik de vraag of ik wilde meewerken aan een interview voor Godskesgazet, een krantje dat ieder kwartaal gemaakt wordt voor en door Godsheidenaren, de inwoners van mijn geboortedorp. De vraag van redacteur Renilde Cox resulteerde in een monoloog van mijn kant. Het interview is hier te lezen.


Julie Hendrike

17 maart 2023. Mijn schoondochter Nienke moest vanmiddag een barenssprintje trekken om een dochter veilig op de wereld te zetten. Het kind is even mooi als haar naam. Wat Nienke en mijn zoon Joost niet weten, is dat een zus van een overgrootvader van Joost ook Julie heette. De tante van mijn moeder woonde haar leven lang in Wellin, een dorpje in de provincie Luxemburg, dicht tegen de Franse grens. Ik heb tante Julie maar één keer ontmoet. Toen ik veertien was, in 1965, fietste ik er met mijn vader en mijn broer vanuit Godsheide naar toe, 160 km dwars door de Ardennen. En twee dagen later weer terug. Op de tussenliggende dag nam tante Julie ons mee naar het nabij gelegen Beauraing, waar de Maagd Maria in 1932 verscheen. Er werd menig kaarsje aangestoken!  De tweede naam van mijn pasgeboren kleindochter is Hendrike, de tweede naam ook van haar andere opa, pake Wiebe. Hij woont tweehonderd kilometer verderop, maar ik hoor hem tot hier glunderen! 

Pake Wiebe en Julie


Anna

Kleindochter van drie
trapt zich gezijwield vrolijk
door haar peutertijd




ChatGPT

Er is tegenwoordig veel te doen over ChatGPT, de chatbot met kunstmatige intelligentie. Leerlingen en studenten maken er gretig gebruik van om boekverslagen, essays en andere huiswerkopdrachten te (laten) maken, journalisten zijn bang dat ze hun baan gaan verliezen, ethici maken zich grote zorgen over de geloofwaardigheid van de teksten die de chatbot produceert. Tijd om de proef op de som te nemen en de chatbot te polsen over zijn kennis van de wielerpoëzie. Mijn vraag was eenvoudig: 'Kun je me wat meer vertellen over de wielerpoëzie in Vlaanderen en Nederland? Wie zijn de belangrijkste wielerdichters?' Het intelligente antwoord van de chatbot was al even eenvoudig: 'De wielersport is een belangrijk onderdeel van de cultuur in Vlaanderen en Nederland, en er zijn veel dichters die poëzie over die sport schrijven. Een bekende Vlaamse wielerdichter is Guido Gezelle, die in de 19e eeuw leefde en werkte. Zijn gedichten over de wielersport zijn vaak beschrijvend en realistisch, met een focus op de natuur en de emoties van de renners.' 

G. Gezelle leest voor uit zijn bundel wielergedichten


Postuum

Ik schreef hier eerder al over mijn tante Irma, de jongste zus van mijn vader. Of mijn vader (meteen na de Tweede Wereldoorlog) 10, 15 of  25 km van huis koerste, ze ging altijd kijken, op de fiets. Als mijn vader won, stond ook tante Irma op de foto. Met de sacoche stevig onder de arm keek ze glimlachend in de lens. Als jongste dochter zorgde ze voor mijn grootouders tot aan hun dood. Daarna, ze was bijna veertig, trouwde ze met een man die even gek van de koers was als zij. De zoon die ze kregen, werd Eddy genoemd. Een tweede Merckx zou het niet worden. Eddy bleek geestelijk en lichamelijk zwaar gehandicapt. Hij overleed op zijn zestiende. Mijn tante verzorgde ook hem met veel overgave. Een rustige oude dag was tante Irma niet gegund. Op haar 67ste kreeg ze kanker. Ze stierf na een lang ziekbed. Willie Verhegghe (1947), de meest bekende wielerdichter in ons taalgebied, liet zich inspireren tot een gedicht door een (in 1947 genomen) foto met mijn vader en tante Irma. Als Willie het over koers heeft wordt hij lyrisch, hij laat zijn passie en betrokkenheid de vrije loop. Zo ook in het gedicht over mijn tante Irma. Het gedicht en de foto zijn opgenomen in Willie's nieuwe bundel 'Tot aan de meet', die binnenkort wordt gepresenteerd. Mooi toch: mijn tante Irma die jaren na haar dood terecht komt in een bundel met gedichten over o.a. Rik van Looy, Jacques Anquetil, Fausto Coppi, Federico Bahamontes, Fabian Cancellara, Remco Evenepoel en ... Eddy Merckx.



Sinterklaas

Alain Buckinx is een oud-wielrenner uit Tongeren, die toegang heeft tot het archief van de Vlaamse krant Het Belang van Limburg. Onlangs is hij begonnen met wieleruitslagen uit de jaren zestig van de vorige eeuw te plaatsen op een facebookpagina. Hij zit momenteel in september 1960. Ik was toen negen. Wat de jeugdcategorieën betreft, zijn het vrijwel allemaal uitslagen van provinciale wedstrijden. Bij de nieuwelingen kom je namen tegen als Pieter Nassen, Roger Swerts, Tony Houbrechts en … Henri (Harie) Daniëls. Harie woonde in dezelfde straat als ik. Zijn koersvelo had een plekje in de fietswerkplaats van mijn vader. Iedere zondagmorgen werd ik geacht de Groene Leeuw te poetsen, dat wil zeggen, een beetje op te blinken. Eind jaren zestig trouwde Harie. Een paar jaar kwam ik op zijn verzoek rond 6 december verkleed als Sinterklaas naar het huis van zijn schoonouders waar alle kleine en grote kinderen van de familie zich verzamelden. Sinterklaas spelen deed ik, op verzoek van een vriendin, ook voor de jeugdbeweging van een naburig dorp. Ze hadden voor mij een hoogst ongemakkelijke troon gebouwd, ik zakte er bijna doorheen. Vriend Johny had pas zijn rijbewijs. Als Zwarte Piet mocht hij de Citroen DS van zijn vader lenen. Op de terugweg begon het hevig te sneeuwen. De DS van Zwarte Piet werd getoucheerd door een tegenligger. In die auto zat een gezin met kleine kinderen en die waren uiteraard zeer verbaasd toen ze ons in vol ornaat zagen uitstappen. De laatste keer dat ik Sinterklaas speelde was begin jaren zeventig in een Maastrichtse kroeg. Paula, mijn huidige echtgenote en toenmalige vriendin, werkte op de kinderafdeling van Ziekenhuis St Annadal. Ze had avonddienst en ik had beloofd even langs te komen. Omdat ik mijn gij en uw nog niet had ingeruild tegen jij en jouw, vroeg een van de oudere kinderen aan Paula sinds wanneer Sinterklaas uit België kwam! Eigenlijk is Alain Buckinx ook een soort Sinterklaas: voor de oud- coureurs en hun supporters strooit hij niet met snoepgoed maar met herinneringen.






Ignis

Mijn oudste zoon heeft zichzelf getrakteerd op een nieuwe racefiets, een Optimum Ignis, eigen merk en makelij van de De Fietsenmaker in Utrecht. Een (professioneel) juweeltje wat betreft kleur, afwerking, afstelling en onderdelen. Ignis is Latijn voor vuur. De Optimum-serie bestaat inderdaad uit de vier natuurelementen. Ik denk bij het woord Ignis meer aan de Italiaanse wielerploeg die in de jaren zestig van de vorige eeuw actief was. De sponsor was een fabrikant van huishoudartikelen. Miguel Poblet won twee keer Milaan-San Remo voor hem. De vader van een vriend die geregeld met ons ging fietsen was vertegenwoordiger voor dat merk. Van hem kreeg ik in 1967 een gele trui, een sportief poloshirt met lange mouwen, met in het klein op de borst, de naam Ignis. Ik heb die trui een jaar of twee gedragen, niet alleen op de fiets maar ook, zoals deze foto's laten zien, als keeper van een jeugdelftal van mijn geboortedorp. Zo zie je maar: hoe ouder je wordt, hoe meer je aan elkaar breit!

Zoon Joost en zijn Optimum Ignis


Mevrouw Winckens

Omdat ik wat vlakkere routes fiets, peddel ik de laatste tijd geregeld door Itteren en daarbij passeer ik iedere keer een Mariakapel, die in 1841 werd gebouwd. Bij het passeren prevel ik geen Ave Maria maar denk ik aan mevrouw Winckens. Zij verhuisde midden jaren tachtig van de vorige eeuw vanuit haar huisje in Itteren naar het Maastrichtse verzorgingshuis Molenhof, waar ik afdelingshoofd was. In die periode werd er in Molenhof gestart met huistelevisie. Twee vrijwilligers, die ook actief waren in Filmhuis Lumière, verzorgden iedere week een uitzending. Ik werkte er een tijdje aan mee door met afdelingsbewoners naar plekken te gaan die belangrijk voor hen waren. Met meneer Klingensteijn b.v. gingen we opnames maken in het gangenstelsel van de Zonneberg Grotten. Hij wist moeiteloos de muurtekeningen te vinden die hij daar tijdens zijn schuilperiodes in de oorlog had gemaakt. Het was voor het eerst dat hij ze weer terug zag. Met meneer Mawhin (en mijn twee zoontjes) togen we naar het trainingscomplex van MVV. Trainer Sef Vergoossen was zo vriendelijk om de door de ziekte van Parkinson geplaagde en moeizaam pratende meneer Mawhin rond te leiden en te woord te staan. Mevrouw Winckens, die nooit getrouwd was, wilde graag nog een keer naar de kapel die zij vele jaren verzorgd had. Ze vond het fijn om te zien dat haar opvolger zich nauwgezet van zijn taak kweet, maar na vijf minuten al wilde ze terug naar Molenhof, want ze had het koud, zó koud! Wie gaat er ook op een gure novemberochtend buitenopnames maken met een fragiele oude dame!



Noordzee

Het thema van het herfstnummer van het NTFU-ledenblad 'Fietssport' (dat toegestuurd wordt aan de 75.000 leden) is: water! Of ik een gedicht over dat onderwerp kon schrijven? Ik had geen idee of me dat zou lukken. Ik nam plaats achter mijn laptop, opende een blanco pagina en wachtte af. Binnen de kortste keren tikten mijn twee wijsvingers letters, woorden, zinnen, strofen over water, fietsen en ... mijn eega, mijn lief. Voor ik het in de gaten had keek ik naar een heus liefdesgedicht, dat volledig beantwoordde aan de vraag van 'Fietssport'. Ik hoefde er nauwelijks iets aan te veranderen. Hoe zoiets werkt, hoe zoiets kan, ik zou het niet weten. Het gedicht is hier uitgetikt te lezen.





Job

Neef Job woont in Nijmegen. Hij is de zoon van een van de zes zussen van mijn eega. In 2012 liet hij zich tijdens een familiebijeenkomst ontvallen dat hij er over dacht om tochtjes te gaan maken met de racefiets. Omdat hij eerst wilde uitproberen of het hem zou bevallen, was hij op zoek naar een tweedehands véhikel. Ik had op dat moment een Trek en een Bianchi. De Trek was na mijn tuimeling, enkele maanden eerder in Freiburg, beduidend minder beschadigd dan ik zelf. Ik heb 'm aan Job gegeven, want elk fietsinitiatief in de familie moet aangemoedigd worden. Met een paar nieuwe wielen was de Trek weer helemaal hersteld. Mijn lijf had iets meer (tijd) nodig! Job kwam er al vlug achter dat hij zou blijven fietsen. Een tijdje later schafte hij zich een nieuwe racefiets aan. Het bedrijf waar hij werkt koppelt ieder jaar een goed doel aan een mystery mountain: personeelsleden zamelen geld in voor dat goede doel en beklimmen vervolgens (hikend, hardlopend, wielrennend of mountainbikend) een gerenommeerde col. Ze krijgen pas kort voor hun vertrek te horen waar de reis naartoe gaat. Op die manier heeft Job intussen de Stelvio, de Bonnette, de Timmelsjoch & Ötztaler en de Izoard aan zijn palmares kunnen toevoegen. Vorig jaar beklom hij tot tweemaal toe de Ventoux en afgelopen week trokken ze richting Andalusië, waar, in de Sierra Nevada, de 3400 meter hoge en 42 km lange Pico Veleta wachtte. 'Een niet te evenaren ervaring,' aldus Job. Ik geloof hem graag. Iedere keer als ik hem zie, moet ik weer even aan mijn Trek denken. En aan Freiburg.





Hoezo e-bike?

Ik fiets in alle vroegte de Daalhemmerweg op (een helling van 1800 m, 4,2% gemiddeld, max. 7%). Halverwege kom ik bij een man die laagzittend op een sportieve stadsfiets zonder trapondersteuning naar boven peddelt. Naast hem fietsend, steek ik mijn duim op en zeg: 'U bent nog een echte!' 'Eén van de weinigen,' antwoordt hij niet zonder trots. Hij vertelt dat hij René heet, 81 jaren oud is, in Aalbeek woont en nog geregeld een rondje in de omgeving fietst. Heuvels als deze mijdt hij niet. Ik vraag of ik een foto van hem mag maken en fiets daarna verder. Bijna boven word ik voorbij gesjeesd door een jonge gast op een gesofisticeerde e-bike. Wie zou hier met meer voldoening boven komen: die jonge gast of René?



Supporteren

Remco Evenepoel (22) en Cian Uijtdebroeks (19) fietsten zich de afgelopen dagen de wielergeschiedenis in, de een in de Vuelta, de ander in de Tour de l'Avenir. Voor wie moet je, als Belg, supporteren als ze straks voor de zoveelste keer samen in de kopgroep van een grote wedstrijd zitten? In mijn geval is dat niet moeilijk:

Remco en Cian

Als Remco en Cian straks 
strijden om de zege
in een monument
of grote ronde

weet ik voor wie ik
supporteren moet,

een zus van de opa
van Cian is de weduwe
van een broer
van mijn vader,

zo simpel is het dus:
verschijnt Cian weer
eens in de media
dan denk ik
aan mijn tante Mária


De bewaarschool

Tradities zijn er om in ere gehouden te worden. Al veertien jaar ga ik iedere zomer een keertje fietsen met Ivo, een Godsheidenaar die altijd in (de buurt van) ons geboortedorp is blijven wonen. Vandaag was het weer tijd voor een rondje door de Kempen, een rondje om bij te praten over het leven en de wereld, over wat de tijd doet met onszelf en de mensen die we allebei kennen. Ivo ken ik, zoals ik in eerdere verhaaltjes schreef, niet sinds de lagere school, maar sinds we naar de bewaarschool gingen. Onderstaande foto uit 1956 kreeg ik onlangs toegestuurd. De hele kleuterschool was richting kerk gedirigeerd. Ter ere van wie of wat is niet af te leiden uit het prentje dat alle kinderen na afloop tonen aan de fotograaf. Op de onderste rij zitten Ivo (derde van rechts) en ik (tweede van rechts) geknield naast elkaar. Ivo controleerde, zo te zien, nog even of zijn prentje goed te zien was. We hadden braaf geluisterd naar de pront toezicht houdende juffrouw Zwijsen!



Tom D

Tom Dumoulin liet de (wieler)wereld vandaag weten dat hij zijn wielercarrière niet aan het eind van dit seizoen maar per direct beëindigt. Mijn poëtisch verslag van zijn carrière is daarmee ook voltooid. Versjes uit die cyclus waren te horen in het radioprogramma De taalstaat (NPO1, Frits Spits) en de talkshow M (NPO1, voorgelezen door Erik Dijkstra), ze waren ook te lezen bij o.a. Het is koers, RTV Maastricht en op de facebookpagina van Tom's supportersclub. Of Tom zelf ze ooit gelezen heeft, weet ik niet. Ik heb hem nooit benaderd, ik wilde/durfde hem niet lastig vallen: misschien vindt hij die versjes je reinste flauwekul!








E-bike-boys

Vanmiddag in Lier geweest. Met zes kostschoolgenoten uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Bij Zuster Agnes gegeten en uiteraard herinneringen opgehaald aan onze tijd in het Missiecollege. De heren willen met naam en toenaam op deze blog. Wie ben ik om hen dat te onthouden. (Ik ga op de foto vanaf linksonder naar boven de tafel rond). Herman Luyckx is de meest serieuze, de initiator van ons jaarlijks treffen. Hij werkte o.a. bij Winkler Prins en uitgeverij Manteau. Hij zat ook in de redactie van het literair tijdschrift De Brakke Hond. Etienne Megroedt, de basketballende deurwaarder wordt ten zeerste gewantrouwd als het om allerlei regeltjes gaat. Hij heeft het net iets te vaak over ethisch verantwoord omgaan met gemeenschapsgeld. Alfons Hendrickx, de Fonne, was een getalenteerde keeper. Of hij net zoveel talent had als binnenhuisarchitect kan ik moeilijk beoordelen. Wat ik wel weet is dat hij na meer dan een halve eeuw nog altijd zwaar gebukt gaat onder zijn internaattrauma's (!). André Cleeren is de man van de economische analyses. Hij kreeg vandaag tot zijn grote blijdschap iets meer te horen over de (wierook)brand in de kapel van het Missiecollege. Als hoofdkoster moest hij vaststellen dat de kazuifels ternauwernood gered werden. Dirk Smeuninx, een fysiotherapeut die in het bankwezen verzeilde, is volgens mij de man met het beste geheugen. Dank zij hem weet ik nu dat mijn herinnering aan zondag 25 juni 1967 klopt. Rond een uur of vier 's middags fietste ik met enkele kostschoolgenoten door Oostmalle. Een kwartier later werd het dorp getroffen door een windhoos waarbij 117 woningen en de kerktoren verwoest werden. Dirk was een van mijn gezellen. Toen we, na ergens geschuild te hebben, terug in Lier kwamen hoorden we wat er gebeurd was. Willy Loos tenslotte is van ons allen degene die de maatschappij het meest gediend heeft, hij was brandweerman. En bovendien is hij deze week vijftig jaar getrouwd!
Sinds een tijdje hoor ik niet meer bij de groep. Alle heren tuffen nu rond op een e-bike. Met veel plezier werd het mij meegedeeld want ze denken, en ik weet echt niet hoe dat komt, dat ik iets tegen e-bikes en e-bikers heb. Als ze een keer in de Limburg (Nederlands Limburg!) willen komen fietsen, leid ik hen met genoegen naar de Keuteberg, de Eyserbos en de Gulperberg, kunnen ze van de mooie uitzichten genieten! 

klik op foto voor vergroting

Levensvraag

Op de fiets kun je mijmeren, nadenken, peinzen, bespiegelen, mediteren, reflecteren, filosoferen, speculeren, prakkiseren, de balans opmaken. Dat laatste leidt dan weer tot het stellen van (levens)vragen, waar je zelf niet altijd het antwoord op kunt geven. Over mijn twee (fietsende) zonen schreef ik ooit het volgend rijmpje:

aan het wiel van mijn zonen
heb ik zeer genoten

trots en dankbaar
ging ik naar de kloten

De balans van mijn leven opmakend, heb ik voor hen een levensvraag en die kunnen jullie lezen op De schaal van Digther!




Zoutelande

Omdat we (nog) geen zin hadden in een buitenlandse reis, omdat mijn teerbeminde echtgenote van de zee houdt, omdat ik nog nooit in Zeeuws Vlaanderen / Zeeland fietste, omdat BLØF & Geike Arnaert er zo mooi over zingen, zat er niets anders op dan een vakantiehuisje te boeken in Zoutelande, de kustplaats met het meest aantal zonuren in Nederland, zo zegt men. De treinreis van Maastricht naar Vlissingen (twee keer overstappen met onze bepakte fietsen!) verliep in die zin voorspoedig dat we in overvolle treinen op de afgesproken tijd op de eindbestemming afgeleverd werden. We bleken een mooi huisje in een mooi park met een uitstekend (afhaal)restaurant uitgezocht te hebben. Onze eerste fietstocht was een Rondje Walcheren (63 km). Dat leidde ons grotendeels via de prachtige Kustroute door bossen en duinen en langs de zee naar Domburg, Veere en Middelburg. We passeerden viele, viele Radfahrer en leken de enige e-bike-boomers zonder e-. Op dag twee fietsten we naar Vlissingen en namen daar de veerboot naar Breskens waar de veel geprezen Panoramaroute op ons wachtte. Op een wat saai tussenstuk met drie onverharde stroken na, is alle lof terecht! Door de polders, langs het Zwin, door de duinen, op de zeedijk was het heerlijk fietsen. Terug ‘thuis’ hadden we 74 km op de teller staan. Dag drie bracht ons opnieuw in Vlissingen, waar we de trein naar Arnemuiden namen voor een zonovergoten Rondje Veerse Meer, een route met veel water, rust en wind. Een fijnfietsend rondje, aldus mijn eega. We arriveerden in Zoutelande met 76 hoogzomerse kilometers in de benen. Als laatste rondje peddelden we de Bunkerroute (40 km). Op Walcheren zijn er veel restanten (bunkers, tankgrachten, versperringen), plaquettes, beeldhouwwerken en musea die herinneren aan de strijd die hier geleverd werd in WO II. Zeker in deze tijd is het goed om (ook met de fiets) geregeld even stil te staan en je te realiseren dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn. Aan het eind van onze vakantie werden we alsnog geNSt: door ingelaste werkzaamheden (waar we toevallig maar gelukkig tijdig achter kwamen!) reden er op onze terugkeerdag geen treinen op een gedeelte van ons traject en aangezien de plaatsvervangende bussen geen fietsen kunnen meenemen, waren we genoodzaakt een dag eerder naar huis te gaan. Reizen met de NS blijft een verrassende bezigheid, maar onze vakantie werd er niet minder fietszalig van!







De subtiele humor van Jezus

De Banholtergrubbe is een klimmetje waar ik geregeld naar boven of naar beneden fiets. In de regel richt je je aandacht tijdens een afdaling op de weg, ook bij het klimmen speur je niet naar bijzonderheden tussen hoger gelegen bomen of struiken. Toch viel mijn oog vandaag halverwege de klim voor het eerst - en hoeveel jaar fiets ik hier al! - op een veldkruis. Vooral de handgeschreven en moeilijk leesbare tekst op het bordje maakte me nieuwsgierig. De Heer spreekt ons, voorbijgangers, in deze streek op velerlei manieren aan. Nu eens vragend (Loop niet zomaar voorbij, blijf even bij Me), dan weer smekend (Laat Me Mijn kruis niet alleen dragen), maar ook troostend (Moeilijke dagen gaan ook voorbij). Het koste me de nodige moeite om met mijn fiets bij het veldkruis te komen, maar zoals het bordje aangaf, het was het waard, want Jezus (b)lijkt in Banholt vanop zijn kruis een subtiel grapje te maken:

Even omhoog gestaard
De blik is "t waard
Dank voor de aandacht
Had het (toch niet) verwacht