Enerverend

Een enerverend jaar achter de rug. En toch, tussen alle onheil door werd er gewoon gefietst. Met mijn eega peddelde ik langs de Donau, met mijn zonen (en Wiebe) beklom ik een aantal cols in het Zwarte Woud, in het Mergelland en de Kempen werden de tradities in ere gehouden, de fietsplannen voor 2020 en 2021 (het jaar dat ik bij leven en welzijn zeventig word) zitten al in mijn hoofd. Alle reden dus om fit & gezond te blijven! Het liefst nog heel wat jaren, want:

Kleindochter van vijf
weet het zeker - ooit fietst ze
mee de heuvels in



Het Mergelland (vanop een racefiets)

Het ontstaan van de cyclus (bundel?) Het Mergelland (vanop een racefiets) kan op dit blog gevolgd worden, of op Facebook. Eén of twee keer per week wordt een nieuwe senryu toegevoegd.



In de boeken

Zo nu en dan krijg ik de vraag of ik een bijdrage wil leveren aan een tijdschrift of boek. Afgelopen week vielen twee mooi verzorgde publicaties in de bus.
Bert Bevers stelde voor het literaire tijdschrift Ballustrada de 25ste aflevering van portfolio Laaglandse Poëzie samen. Dit keer waren de beide Limburgen aan de beurt. Mijn gedicht over het huwelijk van mijn ouders (dat begint met de regels 'Mijn moeder kwam van / zangerig zand, mijn vader / groeide op in vette klei) staat er tussen werk van o.a. Chrétien Breukers, Frans Budé, Philippe Cailliau, Marleen de Crée, Daan Doesborgh, Christina Guirlande, Albert Hagenaars, Joris Iven, Hans Mellendijk, Ton van Reen, Herman Rohaert en Wim van Til.
Rik Cockel schreef een boek over het wielerleven van Tristan Hoffman, een flandrien uit Groenlo. Hij lardeerde de verhalen met gedichten van Willie Verhegghe, Hugo Matthysen, Alex Roeka, Gerrit Komrij, Toon Tellegen, Peter Nijmeijer, Huisdichter Cornelis en een (gemasseerd) rijmpje van ondergetekende.
Altijd leuk om mijn naam in zulke rijtjes te zien staan: goed voor de moraal van de versjesmaker!



Dom, dom, dom ...

Vorige week donderdag ging ik in de stromende regen mijn kleidochter van school halen. Bij de speelplaats stapte ik heel nonchalant niet door de poort maar over het hek, ik gleed uit en kwam vol op mijn knie terecht. Dom, dom, dom ... Omdat de zwelling nog niet helemaal over is, bezocht ik vandaag de huisarts. Zijn diagnose: het kraakbeen achter de knieschijf is flink geïrriteerd. Foto's laten maken is niet nodig. De therapie: gedurende twee weken twee keer per dag een brufen en zoveel mogelijk alleen die bewegingen maken die niet belastend zijn. Toch weer geluk bij een ongeluk, want het enige dat mijn knie pijnloos verdraagt: rustig peddelen op de fiets!

De plaats des onheils

Online

Voor de liefhebbers. De bundeltjes die ik de afgelopen jaren publiceerde zijn nu ook online te lezen. Ga op de betreffende pagina naar de link 'hier te lezen' en je krijgt een pdf-bestand van de bundel voorgeschoteld. De bundeltjes waar het om gaat:

Prostaatloos

Op onderstaande foto is te zien hoe 'mijn volledig oeuvre' overeind gehouden wordt door een maansteen die ik mee mocht nemen van de Mont Ventoux, althans, ik dacht te begrijpen dat de berg me toestemming gaf..


Regenrondje

Dagen van regen, wind en vallende bladeren. En geen zin om met de Bianchi of de Cube door de smurrie te fietsen. Met de stadsfiets dan maar, als het tussen de buien door een uurtje droog is. Genoeg voor een rondje Maastricht. Over de Maasboulevard en via de Urselinenweg om de zijkant van de St Pietersberg te beklimmen. Een smalle weg vol herfstafval. Vervolgens door het Jekerdal naar de onverharde Nekummerweg waar een mooi uitzicht op Louwberg en Apostelhoeve wacht. Daarna richting Biesland, linksaf de Aramislaan en de Wolderberg op. Boven rechtdoor langs het allerzielenkerkhof, door de wijken Pottenberg en Belfort naar de nieuwe Randweg Noord. Over een fraai CO2- fietspad via de Noorderbrug terug naar huis. Zeiknat als Buienradar het wederom mis heeft, vol spijt als het uren later, in tegenstelling tot voorspeld, niet alleen nog altijd droog maar ook zonnig is. 


Terug op de fiets

Een tijdje een fietsverbod gehad. Begin mei werden er tumorcellen ontdekt in mijn prostaat. Niet dat ik ergens last van had, maar na een jaarlijks bloedonderzoek werd ik met een licht verhoogde PSA doorgestuurd naar een uroloog. De hele zomer peddelde ik over heuvels en cols in afwachting van de verwijdering van mijn 'voorstanderklier', want een andere c.q. betere optie was er in mijn geval niet. De zenuwbesparende operatie werd acht weken geleden uitgevoerd met behulp van de da Vinci-robot. De operatie en het herstel verliepen voorspoedig. Gelukkig bleef ik gevrijwaard van de veel voorkomende (en al dan niet tijdelijke) gevolgen van een prostaatoperatie (incontinentie en impotentie). Ik tel derhalve (opnieuw) mijn zegeningen. Intussen fiets ik al weer een week of twee opgewekt door het Mergelland en afgelopen dinsdag kreeg ik te horen dat ik 'kankervrij' ben.
Wie wil meegenieten van het droevig afscheid van mijn prostaat kan deze link volgen!

Leren fietsen

Kinderen leren doorgaans fietsen tussen hun vierde en vijfde levensjaar. Ze bepalen zelf wanneer ze er aan toe zijn. Onze kleindochter Maite (bijna vijf) toonde al een tijdje interesse maar gaf er iedere keer vlug de brui aan. Tot vorige week. Mijn zoon had de zijwieltjes van haar fietsje gehaald en Maite oefende een aantal keren met haar ouders. Tijdens onze oppasdag moesten we uiteraard naar het park, Maite wilde perse leren fietsen! Ik hoefde niet veel te doen: even vasthouden, zeggen dat ik naast haar bleef lopen en hup, ze fietste zomaar bij me vandaan. Apetrots was ze, joelend zat ze op de fiets. De afgelopen dagen logeerden Maite en haar zusje Suze (3) bij ons. Uiteraard kwamen de fietsjes mee en uiteraard moest er iedere dag gefietst worden: rondjes draaien op het plein waar we wonen, 'kilometers' maken langs de Maas, vaardigheden opdoen op een (verlaten) skatebaan. Ze leerde hoe je de trappers het best kunt zetten om te beginnen en hoe je achteruit moet trappen om te remmen, ze leerde dat je je goed moet concentreren en altijd vooruit moet kijken om goed in balans te blijven, ze leerde dat vallen (doorgaans) niet erg is en dat je, als je toch valt meteen weer op de fiets moet springen, ze leerde dat het des te leuker is als je iets probeert waar je angst voor had (zoals bergaf fietsen), ze leerde dat je 'vriendjes moet worden' met je fiets. Maite kreeg er geen genoeg van: 'Oh, ik vind fietsen zó leuk!'. Wat mij het meest verbaasde? Dat ze alles wat ik voorstelde uitvoerde, ook al was het nieuw voor haar, ook al had ze zo haar twijfels (en angst). Het onbegrensd vertrouwen van een kind? Tussendoor vroeg ze wie mij heeft leren fietsen en of ik het toen ook zo leuk vond. Tja, wat zou ik daar op geantwoord hebben!


Even eruit

Racefiets gepoetst
en gesmeerd - zes weken rust
voor mijn toeverlaat


Rondje Val Dieu

Vanmorgen mijn jaarlijks Rondje Val Dieu gefietst. In Mesh gaan kijken naar het opgeknapte monument waarmee de bevrijding van Nederland, dit jaar driekwart eeuw geleden, wordt herdacht. De wereldoorlogen zitten voor mij hoe langer hoe meer samengebald in die nacht in 1977 dat ik met mijn vader in een Hasselts ziekenhuis waakte bij mijn opa van moederskant. Mijn grootvader vocht in 14-18 o.a. aan de IJzer, mijn vader zat in 40-45 in het verzet. Die nacht vertelde mijn vader hoe hij mijn opa in 1948 om de hand van zijn dochter vroeg. Toen dat was afgehandeld, werd de fles jenever op tafel gezet. Er waren veel borrels nodig om de oorlogsgruwel (voor even) doorgespoeld te krijgen. De nacht dat we bij hem waakten is mijn opa ingeslapen. Aan de oorlog word je ook herinnerd als je na de wonderschone klim van Le Heydt richting (het fort van) Neufchateau fietst. Daar heb je een prachtig uitzicht op het Land van Herve. In de abdij van Val Dieu ben ik, als ongelovige katholiek, uiteraard een kaarsje gaan aansteken. Mijn fiets heb ik gewoon mee de kerk in genomen, het mocht van de H. Maagd. Via Aubel en de Voerstreek terug naar huis fietsend, kon ik heerlijk mijmerend mijn zonden overdenken.




Passau - Wenen

Omdat we geen van beiden avonturiers zijn, hebben mijn eega en ik ons nog 'ns gewaagd aan een groepsfietsreis. Het eerste gedeelte van de Donauradweg leek ons wel wat. En, het is ons uitstekend bevallen! Tussen Passau en Wenen kon er met redelijke dagafstanden (50 tot 75 km) zonder bustransfers en in alle vrijheid van hotel naar hotel gepedaleerd worden. Zeggen dat alle clichés over de route kloppen is op zich al een cliché, maar ik kan er niets anders van maken. Vele kilometers lang langs die brede rivier op peddelen met (bijna) voortdurend uitzicht op groene heuvels en bergen, tja, veel meer hoeft het voor mij niet te zijn. Geregeld van de route afwijken om (behoorlijk) hogerop gelegen abdijen en gedenkplaatsen te bezoeken, zo nu en dan door een stad(je) slenteren, bij tijd en wijlen iets cultureels of historisch meepikken, je al fietsend laten rondleiden in Wenen en dat alles onder een (meestal) overvloedig schijnende zon: wat kun je meer verwachten van een vakantie! Zeker als je onderweg aansluit bij een aantal sympathieke reisgenoten waar je ook iedere avond mee aan tafel mag zitten. Fietsverhalen worden dan al gauw voorzichtige levensverhalen waaruit wederom blijkt dat ‘geluk’ allesbehalve vanzelfsprekend is. Hoe toeristisch is de route? De talrijke terrasjes waren weliswaar druk bezet, maar op de route belandden we slechts één keer in een fietsfile. De Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans en Nederlands sprekende pedaleurs wachtten met hun merendeels elektrisch ondersteunde vehikels geduldig tot werklui de 's nachts afgewaaide takken van het pad verwijderd hadden. Verder was het soms even aanschuiven bij de veerpontjes. Maar goed, de Donau is 2800 km lang en iedereen lijkt in dezelfde richting te fietsen, plaats genoeg dus. Passau, Schlögen, Linz, Perg, Grein, Melk, Krems, Wenen: een tocht met een hoog ansichtkaartgehalte! Wat de vroegere en huidige politiek in dat prachtig land(schap) betreft: onze Weense fietsgids ontweek het onderwerp behendig met de mededeling dat zij voor ‘Frieden, Freude & Eierkuchen’ is!

Klik hier voor meer foto's 









Dagwaardes & zo

Gisteren, bijna drie maanden nadat ik aangereden werd, kreeg ik de materiële schade vergoed door de verzekering van de student die me met de auto van zijn moeder overhoop reed. Zelf mankeerde ik gelukkig niet zo veel maar mijn racefiets was total loss. Bij zo'n verzekering moet je de boel warm houden en hopen op medewerkers die afmaken wat sommige van hun collega's laten liggen. Eerder al had ik geluk dat mijn fietsenmaker weet hoe hij moet omgaan met schade-experts en vaste klanten. De door de verzekering ingehuurde expert bleek overigens heel schappelijk. Dat gold ook voor een medewerker van de verzekering die me ongevraagd een ongemakkenbonus gaf. Ik kom er uiteindelijk dus goed vanaf. Al verbaast het me nog steeds dat iedereen het heel gewoon vindt dat je als slachtoffer van een verkeersongeval (lees: door de schuld van iemand anders) materiële schade lijdt. Met mijn (goed onderhouden en vorig najaar nog geheel gereviseerde) Bianchi Impulso had ik (bij leven en welzijn) nog vele jaren willen fietsen. Dagwaarde en waardevermindering vond en vind ik dan ook totaal niet van toepassing. Maar ik was en ben blijkbaar de enige die van mening is dat men alle wet- en regelgeving daaromtrent maar moet aanpassen!

Mijn Bianchi Aria!


Schwarzwald

Met Joost en Gijs, mijn zonen, en Wiebe, de schoonvader van de oudste, enkele dagen gaan fietsen in Het Zwarte Woud. We logeerden in Kirchzarten, een dorp in de buurt van Freiburg, de plaats waar ik zeven jaar geleden (na tien kilometer fietsen al) zwaar ten val kwam. De confrontatie met de omgeving riep minder emoties op dan verwacht.
Op de dag van onze aankomst fietsten we bij 33º Celsius de Kandel op: 18 km klimmen, van 384 naar 1202 meter. Gijs peddelde rustig naar boven met amper 100 fietskilometers voorbereiding in zijn loopbenen. Voor Wiebe, een zestiger uit het vlakke Drenthe, was het zijn allereerste col. De laatste kilometers zag hij behoorlijk af, maar hij redde het. Joost fietste (uiteraard) fluitend naar boven. Ik mocht de rij sluiten en op mijn gemak genieten: van het klimmen, van het fraaie landschap, van het moedig zwoegen van Wiebe.
Dag twee was gereserveerd voor een tocht van 75 km (met 2200 hoogtemeters) over drie cols: Schaunsland (vanuit Oberried), Wiedener Eck en Notschei. In totaal moest er 36 km geklommen worden. Wiebe pakte het vanaf de start verstandig aan: zonder tussensprintjes op reserve naar boven. De miezerige regen die tijdens de eerste klim begon te vallen maakte in de afdaling plaats voor de zon, en die deed ons de rest van de tocht behoorlijk zweten. Op de tweede col, een gelijkmatige loper, werden we geregeld ingehaald door zeven racende oude Audi's die daar rondjes reden. Heerlijk: dat bizar geronk en die walmende uitlaatgassen in dat lieflijk landschap! Op de laatste klim had Wiebe het zwaar, maar, zo vatte hij achteraf samen: 'Afzien, het went op den duur.' Gijs kreeg last van een oude rugblessure en zijn gebrek aan fietsvoorbereiding. En Joost, die ging na het nuttigen van de Kirchzarter taart nog een rondje van 50 km (over de Thurner) 'vegen'!
Op dag drie scheidden onze wegen. Gijs maakte een rugsparende wandeling. Wiebe wilde graag een wat vlakker rondje van 50 km met niet meer dan één col. Dat werd Schaunsland (vanuit Freiburg). Joost vergezelde 'sjoenpa' en pikte daarna de Erlenbacher Hütte mee, de klim waar ik meteen naar toe fietste. Een steile puist van 7,7 km aan gemiddeld 9,4%. Het middelste gedeelte (5,5 km) stijgt gemiddeld 11,3% over een smalle, slecht geasfalteerde bosweg met aan het begin en het eind prachtige uitzichten. Een klim om hart & ziel aan op te halen! En dat deed ik dus, in een oase van rust. Freiburg zal voortaan in mijn herinneringen (veel) meer zijn dan alleen maar de intensive care van het Universitätsklinikum!

(meer info en foto's)



De tussensprint

Mijn vrouw heeft drie broers en zes zussen. Trouwpartijen leidden tot kinderen die op hun beurt partners vonden met vaders en broers en zussen. Wie over een racefiets beschikt, kon vandaag alweer voor de zesde keer deelnemen aan het Rondje Ritz. En ze kwamen vanuit Nijmegen, Beilen, Utrecht, Oirschot en Kerkrade. Van Maastricht ging het via Eijsden naar en door de Voerstreek, waar de eerste klim – de Kwinten – wachtte. Daarna volgden de Wolfsberg, de Loorberg en de Ingbergrubbe. Na de pauze in Sibbe kon er gekozen worden: rechtstreeks of via de Cauberg naar Maastricht (voor het rondje van 55 km), of nog verder voor de lus met de Geulhemmerberg, de Keunestraat, de Kalleberg, de Bukel en de Orenberg (voor het rondje van 77 km met 800 hoogtemeters). Een mooi rondje over fietspaden en binnenwegen, zeker bij het heerlijk zomers weer. Tijdens zo'n tocht wordt er uiteraard gekeuveld en gekletst, want menigeen ziet elkaar maar één keer per jaar. In de heuvelzone wordt ook meteen duidelijk wie veel, weinig of helemaal geen kilometers in de benen heeft. En dat betekent dat de snelle jongens vaak moeten wachten en temporiseren. Van de tien oorspronkelijke Ritzjes was mijn eega de enige de meefietste. Een dame van 67 tussen merendeels dertigers. En dan won ze ook nog de tussensprint in Sibbe!


Drie keer Kempen

Drie dagen door de Kempen gefietst met mijn dierbare echtgenote. Ervan uitgaande dat we qua leeftijd bij de doelgroep hoorden, boekte ik een arrangement in een seniorenhotel, dat midden in de bossen ligt. Op de eerste dag fietsten we een ommetje van 60 km (van het station van Weert naar het hotel in Luyksgestel) door de Brabantse Kempen. De Kempen staat bekend om zijn zanderige bodem, bedekt met heide, dennenbossen, vennen en veengebieden. Op opvallend rustige fietspaden  lieten we ons leiden door de bordjes van het fietsroutenetwerk. Lekker zomers pedaleren in een weldadige stilte! Dag twee peddelden we een rondje van 80 km door de Antwerpse Kempen. Enkele onduidelijke omleidingen en iets te veel betonbanen door woonwijken maakten het minder fraai dan een dag eerder, maar de zomerse zon en de Corsendonckse lunchpauze vergoedden veel. Op de laatste dag – een tropische warme! - reden we 75 km, dwars door de (Belgisch) Limburgse Kempen richting Maas(tricht). Gelukkig bleven we nagenoeg de hele tocht op schaduwrijke jaagpaden langs het water. Wat niet wil zeggen dat de 40 kilometers met (4 Beaufort) wind tegen niet in de benen kropen. Hoe het seniorenhotel beviel? Een bijzondere ervaring! We mogen absoluut niet klagen over de accomodatie, de maaltijden en de bejegening. In de stalling stonden onze fietsen netjes geparkeerd tussen rollators, scootmobiels en tilliften. En in het restaurant heerste een bejaarde gezelligheid. Hoewel we jarenlang in de ouderenzorg gewerkt hebben, zou je toch kunnen stellen dat het aanschouwen van ons voorland een tikkeltje confronterend was!


Ingewijd

Wanneer mijn vader vroeger een nieuwe fiets verkocht, sprak hij tegenover de klant steevast de wens uit: 'Dat ge hem in gezondheid moogt verslijten.' Ik moest er aan denken toen ik bij de inwijding van mijn nieuwe fiets langs de Steenboskapel in Voeren reed. In die kapel hangt een bordje met de tekst: 'Laten we hier bidden om gezond te mogen blijven of voor een goede genezing.' Ik ga er vanuit dat de Jezus van deze Heilig Kruiskapel ook een aanhorend oor heeft voor een ongelovige katholiek c.q. katholieke atheïst. Overigens, mijn nieuwe fiets is een Bianchi Aria 105 en hij fietst carbonastisch!


Col du Limbourg

Een doorlopend rondje van 88 km vanuit Maastricht met twintig (verschillende) hellingen die zorgen voor 1300 hooogtemeters en circa 25 klimkilometers aan gemiddeld 5,2 %. Cols met een vergelijkbare lengte en steilte zijn o.m de Glandon (vanaf Barrage du Verney), de Gavia (vanuit Bormio) en de Ventoux (vanuit Sault). Een lekker rondje dus. Om de 4,5 km wacht een nieuwe helling: Rasberg, Brakkeberg, Daalhemmerweg, Goudsberg, Fromberg, Vrouwendelweg, Korenweg, Bosschenhuizen, Wittemerberg, Gulpenerberg, Hurpesch, Camerig (Groeneweg), Epenerbaan, Piemert, Schey, Grensheuvel, Hoesberg, Kalleberg, Bukel, Orenberg. Voeg ze samen en je hebt … de Col du Limbourg. Vandaag, exact drie weken nadat ik overhoop werd gereden, fiets ik het rondje zoals ik gewend ben in het hooggebergte te fietsen: langzamer dan langzaam, genietend van het klimmen en het landschap. Zonder een zoute waas voor ogen kijken naar de vergezichten waar ik ooit verliefd op werd! Bij thuiskomst wacht me nog een verrassing: de vergoeding van de (materiële) schade die ik heb door de aanrijding, lijkt mee te gaan vallen!

(De route)


De zoen

Vanmorgen voor het eerst sinds de aanrijding weer een fatsoenlijk rondje (van 50 km met 6 hellingen) gefietst. Op de zware Cube. En het ging prima. Op de Cauberg en de Geulhemmerberg peddelde ik zelfs enkele jonge dames en heren voorbij. Niet dat ik daar veel moeite voor moest doen: ze namen deel aan een clinic en hadden duidelijk nog wat instructies nodig over schakelen en bergop fietsen. Mijn gekneusde rib herinnert me nog doorlopend aan de aanrijding. Van 'de student' heb ik niets meer gehoord. Van zijn verzekering vooralsnog evenmin. Volgens Gijs Z. zie je het vaker: veroorzakers van verkeersongelukken, die het gebeurde zo vlug mogelijk willen vergeten en er dus niet meer mee geconfronteerd willen worden. Ik ben wel langs de plaats des onheils gefietst. Het deed me weinig. Door zo'n ongeluk word je wat alerter op kruispunten en bij zijwegen, maar verder is het veel te lekker om weer op de fiets te zitten. Bij thuiskomst kreeg m'n Cube dan ook een zoen. Dat doe ik wel vaker, want zo'n fiets is per slot van rekening toch een van je beste vrienden!

Fiets beter zien? Klik op de afbeelding.

Begrip

Hoeveel begrip moet je als verkeersslachtoffer hebben voor de veroorzaker van de aanrijding waarbij je als fietser overhoop gereden werd? Vallen ook het foutief afhandelen van formaliteiten en het niet beantwoorden van je mailtjes onder de noemer jeugdige onbezonnenheid? Of kan ik beter bij mezelf te rade gaan:

Een beetje te naïef
geweest - meer compassie
dan verstand gebruikt


Onbestemd

Het hele jaar al fiets ik met een onbestemd gevoel dat me meer dan normaal doet schrikken bij (ogenschijnlijk) gevaarlijk gedrag van andere weggebruikers en mezelf. Een paar weken geleden kocht ik zelfs een nieuwe helm. En welaan, vandaag fietste ik de Daalhemmerweg af richting Valkenburg. Er was veel tegenliggend verkeer. Ter hoogte van de smalle Koksweg werd ik geschept door een indraaiende auto. Ik voelde mezelf met mijn fiets over de motorkap heen overkop gaan en pal op mijn hoofd terecht komen. Het leek wel of ik even veerde. Het eerste wat ik deed was mezelf uitermate gelukkig prijzen met mijn nieuwe helm. De automoblist, een student zo bleek later, kwam meteen vragen of hij een ambulance moest bellen. Bij het zien van mijn fiets heb ik de arme jongen verrot gescholden. Hij voelde zich ontzettend schuldig, herhaalde telkens weer dat het zijn fout was, dat hij me niet gezien had. Uiteindelijk ben ik opgestaan. Op twee gezwollen knieën, een pijnlijke enkel en een gekneusde rib na lijk ik niets te mankeren. Voor de zoveelste keer geluk (bij een ongeluk) gehad. De student bracht me eerst netjes naar mijn fietsenmaker, die een taxatie gaat maken voor de verzekering, en daarna naar huis. In de auto besefte ik pas dat de jongen nog meer geschrokken was dan ik. Ik had en heb met hem te doen!


Onderweg

Een 'rondje vaderland' fietsend stop ik in Godsheide even om het graf van mijn ouders te bezoeken. Als er een hiernamaals bestaat, hebben ze onlangs gezelschap gekregen. We moesten afscheid nemen van mijn zus (64). De dood had z'n handen vol aan haar. Hoezeer haar lichaam het ook liet afweten, wat de oncologen ook beweerden, mijn zus klampte zich vast aan het leven. Het duurde meer dan een jaar eer ze capituleerde. Uiteindelijk is ze rustig ingeslapen. Arme zus! Zorg maar dat je niet teveel afkoelt, hoor ik mijn vader zeggen. En dus spring ik braafjes weer op mijn fiets.


Oefening in niet ergeren

Dat er het afgelopen februariweekend veel lente in de lucht hing was in het Mergelland goed te merken op de fietspaden en binnenwegen: allerlei soorten fietsers en wandelaars probeerden te profiteren van de zon. De oefening in niet ergeren begon dit jaar al vroeg: spookfietsers die meer oog hadden voor de omgeving dan voor de tegenliggers, naast elkaar rijdende pedaleurs die geen aanstalten maakten om plaats te maken, groepjes wandelaars die de hele breedte van de weg in beslag namen. Dat belooft voor de komende zomermaanden, want ook de motorrijders hebben de smalste binnenwegen ontdekt. Anticiperen dus, niet ergeren, minder drukke wegen opzoeken (voor zover die er nog zijn), zorgen dat je zelf geen hinder veroorzaakt en heel subtiel je rechtmatige ruimte opeisen. Op zo'n dagen denk ik wel eens aan vroeger. Ik kreeg m'n eerste racefiets op m'n elfde, in 1962 en werd vanaf die tijd samen met mijn broer regelmatig mee op oefening genomen door mijn vader. Het rondje (van circa 80 km) dat we vaak fietsten: Godsheide, Bilzen, Riemst, Eben Emael, Hallembay, Hautain St Simeon, Tongeren, Guigoven, Kortessem, Wimmertingen, Godsheide. We volgden (vroeg in de ochtend) gewoon de provinciale weg, de voornaamste verbindingsweg tussen Hasselt en Maastricht / Luik. De autoweg tussen Hasselt en Luik moest nog aangelegd worden, het wielertoerisme was nog uitgevonden, fietspaden bestonden nog niet en een stoplicht kwam je maar heel sporadisch tegen. Zo nu en dan reed er een auto, een vrachtwagen of een bus met een brede boog om je heen. Het was wel streng verboden om naast elkaar te fietsen, ik heb er ooit een proces verbaal voor gekregen. Om in een dergelijke rust te kunnen fietsen moet je nu naar ver afgelegen gebieden. Het is niet anders, het wordt waarschijnlijk alleen maar drukker. Dadelijk stap ik weer op de fiets, op maandagochtend kom je in de regel enkel wat verdwaalde gepensioneerde wielertoeristen tegen, mensen zoals ik.

Sjengen

Bijna een halve eeuw al woon ik in Maastricht. Op m’n negentiende kwam ik hier om een opleiding te volgen en ben nooit meer weggegaan. Ik heb hier altijd gewerkt, ik leerde hier mijn vrouw kennen, mijn zonen zijn hier geboren en opgegroeid. Het dialect dat hier gesproken wordt versta ik wel maar ik spreek het niet, het zou te verbasterd klinken. Ik ben dus een Maastrichtenaar maar geen Mestreechteneer. Zo mogen alleen de autochtone inwoners van sjoen Mestreech zich noemen. En enig chauvinisme kan hen niet ontzegd worden. Een rasechte Mestreechteneer noemt zichzelf graag een Sjeng, hij beschouwt het als een geuzennaam. Dat de lui van de boerenbuiten en de omliggende steden (die niet aan hun Mestreech kunnen tippen!) het als een scheldnaam gebruiken, deert hen niet.
De nieuwe eigenaars van Tweewielerspecialist George Walstock hebben een wielertrui laten ontwerpen waarop terug te vinden zijn: de naam Mestreech, de skyline van de stad, de wereldberoemde Ingel (engel) vaan Mestreech en de Ster (teyken der stadt Triecht). Ik heb zo’n trui besteld, niet alleen omdat ik ‘m mooi vind maar ook omdat hij herinneringen oproept aan de sterretjestrui waarin mijn vader jarenlang koerste. Toch heb ik even getwijfeld over de aanschaf. In onderstaand rijmpje kunt u lezen waarom:

In zo'n Mestreech-trui fietsen
als Belgische Maastrichtenaar

loop ik daarmee tussen al
die Sjengen geen gevaar?



Tom: Giro of Tour?

De parcoursen van de Tour en de Giro van 2019 zijn bekend. Moet Tom Dumoulin kiezen voor de hem op het lijf geschreven Giro of wordt het tijd dat hij alle schroom opzij zet en (eindelijk!) de Tour gaat winnen? De discussie wordt in kroegen en kranten, op internet, radio en TV gevoerd. Zelfs 'De Wereld Draait Door' wijdde er gisteren een item aan. Ik heb de uitzending niet gezien. Ik zag wel een bericht van Bert Wagendorp (Volkskrant / De Muur / Ventoux) op facebook voorbij komen. Naar aanleiding van de discussie op DWDD verwees hij naar een recent gedicht van mij om aan te geven dat ook hij vindt dat Tom voor de Tour moet kiezen. Allee, zo bewijst zelfs een wielergedicht zijn nut!