Project

Gezegend project -
het bij elkaar peddelen
van cathocyklu's

Knipoog van de Heer -
in het zweet uws aanschijns
moet gij hier bergop

Met ondersteuning
fietsen - voorlopig alleen
met die van de Heer

(wordt vervolgd)


Examen Grieks

Afgelopen nacht had ik een droom die me niet losliet. Ik moest voor het examen Grieks een tekst vertalen en had uiteraard weer niets voorbereid. Tijdens mijn nachtelijke plasstop hoorde ik me in mezelf praten: 'Wat is dit voor flauwekul, ik zit toch niet meer op school.' Terug in bed ging die droom vrolijk verder. Toen ik vanmorgen opstond wist ik precies waar hij vandaan kwam. Eergisteren fietste ik naar Achel om het graf van bomma en bompa, mijn grootouders, te bezoeken. Wat ik me van bompa het meest herinner, zijn de vragen die hij me in mijn schooljaren bij het begin en het einde van ieder bezoek stelde: 'Hebt ge goed uw best gedaan op school, Mieleke?' en 'Denk eraan, goed uw best doen op school!' Met neergeslagen ogen antwoordde ik keer op keer: 'Ja bompa, zeker bompa.' En ik wist maar al te goed dat ik loog, iedere keer weer. Zouden er nog plekken zijn waar ik naartoe kan fietsen om mezelf een oprakelende droom te bezorgen!

1964, bij het huis van bompa


Emilie

Mijn jongste zoon en mijn schoondochter hebben er een dochter bij, hun derde. Ze is keizerlijk ter wereld gekomen. Aan ouderliefde en zussenloyaliteit zal het haar niet ontbreken. Ze kreeg als officiële voornamen Emilie Marije en wordt Emmie genoemd. Emilie is afgeleid van Emile. Ik voel me uiteraard zeer vereerd met die keuze, maar nog mooier is dat ze daarmee ook vernoemd wordt naar mijn opa (van moederszijde), haar betovergrootvader dus. Dat was een bijzondere man, een Waal uit Resteigne die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven aan de IJzer vocht en eind 1918 in Achel werd gekazerneerd in het kader van de grensbewaking. Daar ontmoette hij mijn oma en hij is er nooit meer weggegaan. Een goede reden dus om voor Emilie naar (het 62 knooppuntenkilometers verderop gelegen) Achel te fietsen en het graf van haar betovergrootvader te bezoeken. Hij dient uiteindelijk van een en ander op de hoogte gebracht te worden. Zo’n fietstocht door het Maasland en de Kempen is uitstekend geschikt om je gedachten door de tijd te laten dwalen. Als Emilie rond haar veertigste geïnteresseerd begint te raken in haar afkomst, is ze in 2060 beland. En als dit stukje op een of andere manier bewaard blijft, zal ze zien dat haar betovergrootvader in 1893 werd geboren. Ook hij werd (volgens mijn stamboomgegevens) naar zijn opa (1825-1892) genoemd. Ik fiets zowaar drie eeuwen aan elkaar! 





Een stukje met veel links

De laatste tijd hoor ik steeds vaker het woord 'cultuurkatholieken'. Daarmee worden doorgaans ouderen bedoeld die niet meer (echt) geloven, maar wel nog steeds houden van sommige kerkelijke rituelen. Ze luisteren graag naar gregoriaanse gezangen, zeker die van een requiemmis; ze steken geregeld een kaarsje aan in een Mariakapel; ze komen zo nu en dan graag even tot rust in een kerk. Met mijn kostschooljaren bij de paters hoor ik bij die ouderen, al noem ik mezelf liever een ongelovige katholiek c.q. katholieke atheïst. Gisteren hadden we onze maandelijkse ouwe-lullen-bijeenkomst en ook daar kwam het onderwerp ter sprake: wie heeft het missaal bewaard, dat hij rond zijn twaalfde kreeg t.g.v. zijn 'vormsel', wie bezocht al dan niet toevallig welke bedevaartsoorden? Ik merk ook dat ik steeds vaker door jongeren in verband gebracht word met mijn katholieke achtergrond. Vanmorgen stuurde mijn zoon me een berichtje door waarin 'Een Rondje Bijbel' wordt aangekondigd, een gezelschapsspel voor bijbel(her)ontdekkers waarin gefietst wordt langs berg- en dalkaarten. Men kan daarbij niet de gele maar de gouden trui veroveren! En enkele dagen geleden schreef Marco Hendriks op zijn facebookpagina dat hij van mijn wielerversjes houdt vanwege de bondigheid, de zelfspot en … de katholieke inslag! 
Wie alle gezegende links in dit stukje volgt, verdient een volle aflaat


O jee

Ik heb er 95 km opzitten, ben aan de rand van Maastricht en moet al een uur plassen. Om ongelukken te voorkomen zal ik toch maar even stoppen. Op een plek waar geen mens te zien is, zet ik mijn fiets tegen een lantaarnpaal. Ik richt mijn straal netjes tussen de veldbloemen en zie opeens twee agenten op de fiets honderd meter verder de bocht om komen. Sodeju, op wildplassen staat een boete van € 140! Halverwege stoppen met plassen dus, mijn pielewiele vlug terug in mijn broek stoppen en over mijn fiets gebogen staand net doen of ik wat aan mijn fiets heb. De agenten stoppen, zouden ze toch wat gezien hebben, op de stoep zijn er gelukkig geen plassporen. Een van de twee agenten vraagt heel vriendelijk: 'Gaat het meneer, hebt u hulp nodig, wij hebben gereedschap bij.' 'Nee, nee,' antwoord ik, 'dank u wel, ik dacht dat er wat tussen mijn derailleur zat.' 'Weet u het zeker,' vraagt de agent nog eens, 'echt geen hulp nodig, nou, een prettige tocht dan nog!' En de agenten fietsen, mij lichtelijk verbouwereerd achterlatend, verder. 



Vaderdagcadeau

Een paar weken geleden fietste ik (in een shirt van 'Het is koers') aan het eind van een tocht door het Mergelland via de Molenweg naar huis. Ter hoogte van verpleeghuis Grubbeveld kruiste ik een grote groep wielertoeristen in groen-witte shirts die ik ergens van kende, maar van waar! Opeens hoorde ik uit het midden van de groep iemand 'hé Miel' roepen. Ik had geen idee wie dat kon zijn. 's Avonds kreeg ik een berichtje van Marco Hendriks, hij excuseerde zich voor het geval hij me had laten schrikken. Ik heb Marco nooit ontmoet, maar ik ken hem van facebook en zijn mooie, lezenswaardige website 'De Spookrijder'. Van die site ken ik ook de groen-witte shirts, want Marco is ambassadeur van de Rotterdam Fund Racers, die zich inzetten voor het werven van fondsen voor het KWF.
Vandaag ontving ik weer een berichtje van Marco met de mededeling dat hij voor vaderdag een cadeau kreeg waar hij blij mee is. Op onderstaande foto zie je Marco met het cadeau: geen wonder toch dat hij daar blij mee is!


 

Een Rondje Kempen & Maasland

Met mijn eega drie dagen door beide Limburgen gepeddeld. Enkele uren voor ons vertrek, eergisteren, moest ik nog naar de orthopeed in verband met mijn enkelklachten. Een snelle jongen, die orthopeed, hij had weinig toelichting van mijn kant nodig en drukte meteen op twee pijnlijke plekken. De door andere hulpverleners genoemde (mogelijke) oorzaken veegde hij van tafel en stelde een corticosteroïden-injectie voor. Die kon meteen gegeven worden. ‘Jouw klachten hebben niets met ouderdom te maken,’ zei hij, ‘het is impingement, een typische blessure bij mensen die veel sporten. Als je weer pijn krijgt, kom je maar terug.' Voor ik het besefte stond ik weer op straat, geïnjecteerd en wel. En hoe voelden de eerste 60 bepakte kilometers door de Limburgse bossen richting Bree, waar we een alleraardigst hotelletje hadden geboekt? 't Was een volledig pijnloze rit! Gisteren stond een tocht van 85 km door de zanderige Kempen op het programma. We wilden graag ‘door de bomen’ fietsen. Mijn lief, met haar hoogtevrees, heeft het geweten. Halverwege de boomklim begon haar maag de bochten tegendraads te nemen. Apart is het wel, wat ze in mijn geboorteprovincie verzinnen. 'Door het water fietsen' moet we ook nog een keertje doen. In de Hoge Kempen hoorden we bij het passeren van andere fietsers merendeels Oost en West-Vlaamse dialecten. Ook opvallend: zoals je in het Mergelland talloze weg- en veldkruisen tegenkomt, zo word je in de Kempen om de haverklap uitgenodigd een kaarsje te branden in een Maria-kapel, de ene al mooier verzorgd dan de andere. Vandaag, de laatste dag, fietsten we richting Maaseik waar we de Maas (en de grens) overstaken om via de prachtige Maasroute na 60 km pedaleren thuis te komen in Maastricht. Net op tijd om de tropische hitte voor te zijn. We hebben drie heerlijke fietsdagen gehad. En hoe is het met mijn enkel gesteld? Hij houdt zijn banden vast bij de gedachte dat hij vlug weer de heuvels in mag (of moet)!


Een katholiek rondje

Voor het zomernummer van het NTFU-tijdschrift 'Fietssport', dat 'routes' als thema heeft, een katholiek rondje gefietst en geschreven:

Een katholiek  rondje 

Voor kapelletjes en wegkruisen 
moet je in het Zuiden zijn,

aan de voet, op de top
of halverwege elke helling

staat de Heer of de Heilige 
Maagd klaar met een woord
van troost, een wijze raad,

steek maar een kaarsje aan
bij de Sterre der Zee
in Maastricht 

en laat je vervolgens leiden 
door Voerstreek en Mergelland,

tegen gevels, in heggen en tuinen,
langs akkers, velden, weides
en boomgaarden

van roestig ijzer of vers geverfd,
beschut door bedehuis en grot
of levensgroot aan het kruis

Jezus Barmhartigheid, Christus
Koning, Moeder van Smarten,
Troosteres der Bedrukten,

overal wachten Zij
op een groet,

ach, hoe vaak ben ik 
hier weer het jongetje
dat al fietsend

een Loof de Heer
of Ave Maria
prevelen moet 


Het Mergelland - vanop een racefiets

Het afgelopen jaar plaatste ik op de facebookpagina 'Fietsen in Limburg' wekelijks een van de versjes die ik in de loop der jaren schreef over mijn thuislandschap. Ze zijn nu, aangevuld met een reeks nieuwe versjes, samengebracht en in boekvorm uitgegeven onder de titel 'Het Mergelland - vanop een racefiets'. Het bundeltje is 68 pagina's dik en kost € 12,50. Het is hier en in de boekhandel verkrijgbaar, máár, het is ook (gratis) te downloaden als PDF-bestand. En wel hier.

PS: Ik gaf het bundeltje als titel mee: Het Mergelland – vanop een racefiets. Toen ik ging controleren of het van op of vanop moet zijn, kwam ik er tot mijn verbazing achter dat het vanaf moet zijn. Althans, vanaf is standaardtaal in heel ons taalgebied, vanop is standaardtaal in België. En toen raakte ik verzeild in een aardige discussie met mijn eega. Zij vindt als Nederlandse uiteraard dat het vanaf moet zijn: 'Jij mag je dan nog altijd Belg voelen, maar je woont als vijftig jaar in Nederland en het Mergelland ligt in Nederland, niet in België.' Toch heb ik vanop aangehouden: in het bundeltje fiets ik door het Mergelland, ik bekijk mijn thuislandschap zittend op mijn racefiets. Vanop voelt voor mij veel logischer dan vanaf. Zodoende, dus.

Klik op afbeelding voor vergroting

Voltooid

Gisteren een rondje van 60 km rond de Roermondse Maasplassen gefietst met de andere grootouders van Anna, onze jongste kleindochter. Zo'n tocht leidt altijd tot diepzinnige gesprekken tussen Wiebe, die andere opa, en mij. Gisteren hadden we het onderweg over de 'Wet voltooid leven'. We hopen allebei dat die wet er komt, al worstelt Wiebe nogal met de definitie van het begrip voltooid. 'Misschien,' zo opperde hij, 'is het leven voltooid als je toe bent aan een e-bike.' Ik vond het een perfect uitgangspunt, dan wordt het meteen een stuk rustiger op de fietspaden. Arme Anna, dat kind is niet alleen een kruising tussen Friesland en Limburg, het zit ook nog opgezadeld met twee idiote opa's!


Een heel leven...

Eindelijk zomer. Zondag en maandag peddelde ik met mijn teerbeminde. Gelukkig makende tochtjes van zo'n  45 km. Gisteren fietste ik in m'n eentje een drielandenrondje van 105 km. Op de Gulperberg (vanuit Partij) liet mijn enkel me weer voelen dat ik over twee weken naar de orthopeed moet. En zo ontstond de volgende cyclu:

Zeventig plus

Volledig pijnvrij
fietsen – 't is een natte
ouwelullendroom

Vandaag maak ik een uitfietstochtje. Op weg naar Bemelen krijg ik gezelschap van een wielertoerist. We raken aan de praat. Hij komt uit Rekem, is 80 jaar (!) en heeft heel z'n leven gefietst, ook en veel in het buitenland. Sinds een jaar of vijf kan hij niet meer mee met zijn club, dat redt hij niet meer. Een fietsmotortje wil hij niet, hij stelt zich tevreden met tochten van twee uur. Af en toe pikt hij nog een heuvel mee, geen Cauberg maar de Bemelerberg, dat lukt nog wel. Tijdens de klim blijf ik bij hem. Bergop fietsen kost hem hoorbaar moeite. Ik maak al fietsend een foto van hem, althans, ik doe een poging want het is voor het eerst dat ik mijn mobieltje daarvoor gebruik. Volgens mij heb ik nog wat oefening nodig. Richting Sibbe fietsend, waar onze wegen zullen scheiden, komen de (on)geneugten van de ouderdom aan bod. Als hij hoort dat ik zeventig ben, mompelt hij: 'Da's nog jong.' Hij doet dat op zo'n manier dat ik het gevoel krijg dat ik nog een heel leven voor me heb. 


Haiku senryu cyclu

Haiku is een op het zenboeddhisme geïnspireerde dichtvorm, die bestaat uit drie regels van 5-7-5 lettergrepen. In de haiku staat  'de puurheid van de natuur' centraal. Als reactie op de haiku kwam de senryu, die eveneens 3 regels van 5-7-5 lettergrepen aanhoudt, maar 'de onvolmaakte mens' als uitgangspunt heeft. En dat is dus een ideale vorm voor iemand die graag zoveel mogelijk in zo weinig mogelijk woorden wil zeggen en niet vies is van zelfspot en ironie. Sinds 2012 al gebruik ik die dichtvorm geregeld voor mijn versjes over fietsen en wielrennen. Maar zijn dat wel senryu's of haiku's? Op zoek naar een naam die de lading beter dekt, kwam ik uit op cyclu (een samenvoeging van cycling en haiku-senryu), uitgesproken op z'n Engels. Cyclu googelend blijkt het één keer voor te komen als naam van een adviesburo. Het mag, denk ik, geen belemmering zijn om bij deze mijn nieuwe poëzievorm in leven te roepen: de cyclu. Voortaan schrijf ik dus cyclu's! 't Is maar dat u het weet. O ja, de definitie van een cyclu: een van de haiku/senryu afgeleide dichtvorm die bestaat uit 3 regels van 5-7-5 lettergrepen en het fietsen/wielrennen als onderwerp heeft!

Dit is geen haiku
of senryu maar een cyclu -
op de fiets bedacht




Vereerd

Naar aanleiding van zijn boek 'Heuvel wat ben je mooi' werd Niels Smits geïnterviewd door 'Mijn Gazet', een huis-aan-huisblad uit Sittard. Ik citeer een passage uit het interview:
'Bovendien wil hij de onderbelichte en minder bekende heuvels en beklimmingen een podium bieden om zo aan iedereen te laten zien dat er ook andere plaatsen in Zuid-Limburg gefietst en gewandeld kan worden dan op de veelgenoemde en overbekende trekpleisters. Maar zijn werkelijke grote doel is om uiteindelijk wielerjournalist of schrijver van wielerboeken te worden. Zijn grote voorbeelden zijn de Belgische wielerdichter Miel Vanstreels en vooral Mart Smeets. ,,Miel beschrijft beeldend en beknopt hoe een fietser zich voelt als hij een berg beklimt, hij doet dat op een niet literaire maar wel poëtische manier in korte, krachtige zinnen. Iedere (toer)fietser kan zich precies inleven in wat Miel beschrijft.'' Maar de grootste van allen is toch wel Mart Smeets.' 
Het interview is hier in z'n geheel te lezen.



Commentatoren

In Nederland en België kan de Giro d'Italia alleen bekeken worden via Eurosport 1. De etappes worden meestal integraal, van start tot finish, uitgezonden. Een zware dobber voor de commentatoren, Karsten Kroon en Jeroen van Belleghem. Toch blijken de heren er niet veel last van te hebben. Ze kletsen de uitzendingen aan elkaar, ze converseren er vrolijk los, alle onderwerpen mogen behandeld worden, ook als ze niets met de koers te maken hebben. Wat vinden de luisteraars daar van? Op de facebookpagina 'Wielrennen mijn sport' plaatste ik onderstaande cyclu. Na vijf dagen werd er nog steeds geliked en op een enkele uitzondering na blijken de kijkers te genieten van 'het gezellig gebabbel' dan wel 'het geouwehoer' van de mannen. Zouden Michel Wuyts, José de Cauwer, Herbert Dijkstra em Maarten Ducrot ook naar Eurosport kijken?

Klik op afbeelding voor vegroting


Ouwemannennijd

Vanmiddag kreeg ik volgend mailtje van Roger (69), de man van de Hel van Houtepen en Klimbécile de Liège : 'Stond ik om 13 u bij jou thuis aan te bellen: uitgewoond, uitgedroogd en uitgejouwd omdat ik op de heuveltjes van jouw Rondje Meerssen niet kon volgen. Tevergeefs, niemand thuis, mijn kruisweg moest dus tot Kanne voltooid worden. Op de Moorveldberg door vijf medelanders met mijn neus op de feiten gedrukt: de tijd van vooraan fietsen is serieus aan 't wegdeemsteren. Meer dan honderd meter losgereden. Gebeurde me vroeger eg nie.' Het is niet zijn eerste mailtje van die strekking. Als troost schreef en mailde ik een cyclu die hij voortaan luidkeels, fluisterend of mijmerend mag meegeven aan alle jonge gasten en meiden die hem uit het wiel (dreigen te) rijden:

Al pedaleert gij

nog zo snel – de tand des tijds
achterhaalt u wel 

Roger op de Rue des Escaliers in Luik


Kille lentedagen

Ik heb hier eerder al beschreven dat je het, naarmate je ouder wordt, steeds kouder krijgt op de fiets. Omdat ik vorige week twee uur had zitten kleumen, trok ik gisteren, bij dezelfde weersomstandigheden, m'n winterkleren aan. En ik was niet de enige. Alle zestigplussers op een racefiets zagen er uit alsof ze zich wilden beschermen tegen vrieskou. Jongeren daarentegen pedaleerden in hun overgangskleren, sommigen fietsten zelfs in zomertenue, in korte broek en shirt met korte mouwen dus. Vanmorgen scheen er weer een matig zonnetje, het was een graad of 9 toen ik vertrok en de wind waaide weer NWN. Ik was blij met mijn winterjack en overschoenen, passeerde een paar warm ingeduffelde seniorengroepjes maar kruiste ook menig pelotonnetje met haast zomers geklede jonge mannen en vrouwen.  Ik vond het opeens wel heel erg confronterend. Het valt niet meer te negeren of te ontkennen: ook op de fiets hoor ik nu definitief bij de ouwe knakkers, de ouwe lullen, de ouwe vellen.


Willy & Emiel

Willie Verhegghe stuurt me geregeld mooie verzen voor De Wielergedichten. Hij richt zijn mail soms aan Daems en ondertekent dan met Vannitsen. Je moet de zestig al gepasseerd zijn om te (kunnen) weten dat hij daarmee verwijst naar wielrenners uit onze jeugdjaren. In mijn bundeltje Godsheide schreef ik gedichten over beide coureurs. Nou ja, eigenlijk gaat het meer over mij als veertien-, vijftienjarige dan over hen:

Willy Vannitsen

Waalse Pijl, Scheldeprijs, 
Milaan-Vignola,

ach, het woog niet op
tegen wat het
had moeten zijn,

in het dorp waar ik 
woonde hielden ze 
niet van hem,

hij gebruikte te veel 
brillantine en flaneerde
te graag in de zon,

als aankomende puber
wist je precies 
op wie je beter 
niet lijken kon

En ook al zijn we inmiddels vele jaren later, bij het volgende druip ik nog altijd af:

Emiel Daems

Winnaar van Parijs-Roubaix, Ronde
van Lombardije en Milaan-San Remo,

ik deed zijn naam geen eer aan
toen ik hem was
in een koers met jongens
uit het dorp,

ik was de enige met een koersfiets
maar wat ik ook probeerde,
tussen de Demers, in de Vulstraat, 
ik kwam niet uit de greep
van groep

en erger, véél erger nog:
in de sprint werd ik geklopt
door een jongen
op een aftandse Royal Nord


Afwassen

Omdat er in het leven (een klein beetje) meer is dan fietsen! Vandaag stond in De Limburger een column van Gerard Kessels, waarin hij het plezier van afwassen beschrijft. Hier te lezen. Ik stuurde volgend mailtje naar de heer Kessels: 'Geachte. Een prachtige column wederom. Mijn motto is: een dag niet afgewassen is een dag niet geleefd. Mijn dierbare eega en mijn zonen/schoondochters zijn er blij mee: (haast) overal waar ik kom, wil ik afwassen. Als ik weer een beroep zou moeten kiezen, zou ik afwasser worden. Nog zo'n rustgevende bezigheid, die ik na mijn pensioen ontdekte: alle was vouwen die uit de droger / van het wasrek komt (en niet gestreken hoeft te worden).' De columnist antwoordde: 'Een prachtig compliment. Dank u wel. U bent een zielsverwant. Dat was vouwen ga ik eerst eens voorzichtig uitproberen.'


Mysterieus en/of miraculeus

Afgelopen dinsdag heb ik foto's en een echo laten maken van mijn enkel. Hoezeer de orthopeed ook zijn best deed, hij kon geen afwijking constateren aan bot, kraakbeen of pees. Mijn klachten waren voor hem een raadsel. Voor woensdag had ik het bedenken en het fietsen van een wegkruisen- en kapelleltjesroute gepland, die als illustratie dient voor een gedicht, dat ik aan een tijdschrift heb beloofd. Ik moest niet alleen vaak van de fiets om foto's te maken van de Heer en de H.Maagd, ik moest ook vier echte hellingen op. Ik had mijn nieuwe schoenen met speciale fietszolen ingeruild tegen mijn oude sidi's (zonder 3d-geprinte hulpstukken). Daar waar mijn voet doorzakt had ik zelf een stukje verhoging aangebracht. Op hoop van zegen. Tot mijn verbazing protesteerde mijn enkel op geen enkele helling, ook niet als ik staande op de trappers boven de 10% kwam. En vandaag, op deze Goede Vrijdag, verdroeg mijn enkel alle druk tijdens het (stevig) spinnen. Heb ik een mysterieuze blessure gehad, was er sprake van een miraculeuze genezing of juich ik (wederom) te vroeg?


Nederlandse Toer Fiets Unie

De NTFU (Nederlandse Toer Fiets Unie) is de overkoepelende organisatie van fietsclubs in Nederland. Ze behartigt de belangen van de sportieve racefietser, de mountainbiker en de recreatieve fietser. Bij de NTFU zijn ruim 500 verenigingen en meer dan 75.000 leden aangesloten. Dat kan tellen! Ieder kwartaal krijgen ze het magazine 'Fietssport' in de bus. Mij werd gevraagd een versje te schrijven voor het maartnummer. En daar zei ik graag 'ja' tegen. Het is hier te lezen.



Heuvel, wat ben je mooi

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij TIC het boek 'Heuvel, wat ben je mooi' van Niels Smits. Niels is een fiets- en wandelfanaat, die graag door de Zuid-Limburgse heuvels trekt. In zijn boek beschrijft hij 8 fietsroutes (van 35 tot 115 km) en 7 wandeltochten (van 7,5 tot 18 km) in dat gebied. Je kunt alvast kennismaken met hem via 'En danseuse', zijn fraaie website waarop hij aandacht besteedt aan minder bekende en vaak verborgen hellingen in Zuid-Limburg. Hij vroeg me of hij voor zijn boek een aantal van mijn versjes ter illustratie mocht gebruiken. En dat mocht. Uiteraard. 'Heuvel, wat ben je mooi' wordt op 19 maart om 18u30 gepresenteerd in Dominicanen Boekhandel. Wegens corona gebeurt dat zonder publiek. De presentatie kan wel via livestream gevolgd worden. Ik zal er enkele fietsgedichten voorlezen.






Een vlakke Drielanden Mergellandroute

Wat doe je als je, net als ik, in het Mergelland woont en vanwege aanhoudende enkelklachten de (pittige) heuvels beter kunt mijden? Je kunt vlakke gebieden, zoals het Maasdal en de Kempen opzoeken, maar wát als je ook in je geliefde thuislandschap wil blijven pedaleren? Ik heb voor mezelf een zo vlak mogelijke Drielanden Mergellandroute uitgezet, een doorlopend rondje waarin ik 100 km lang om en langs alle hellingen heen fiets. Er zit behoorlijk wat vals plat in maar nergens gaat het steiler dan 5% omhoog. Benieuwd? Vanaf het station van Maastricht ben ik binnen een paar kilometer de stad uit. Tussen Borgharen en Itteren is er zicht op de Maas. Na de brug over het Julianakanaal gaat het via Weert richting het altijd mooie Geuldal. Tussen Houthem en Valkenburg krijg ik een stukje 'strade bianche' voor de wielen. Vanaf Valkenburg volg ik de provinciale weg naar Schin op Geul en Wylre, waar ik linksaf naar en door het Droogdal van Colmont fiets. Vals plat tussen zeven heuvels door! In Ubachsberg neem ik binnenwegen naar Mingersborg, Trintelen, Bosschenhuizen en Simpelveld. Vandaar naar Bocholzerheide, over een stukje slecht wegdek door Duitsland (Orsbach) om uit te komen in Lemiers. En dan binnendoor naar Holset, Vijlen en Mechelen. Weer een stukje 'strade bianche' en Gulpen uit klimmen via de Ingbergrubbe. Boven neem ik de binnenwegen naar Scheulder, IJzeren, Gasthuis, Welsden, Margraten, Bruisterbosch, Banholt, Terlinden, Schilberg en Ulvend. Vandaar duik ik België in voor een stukje Voerstreek. Via  St Maartenvoeren, 's Gravenvoeren en Mesch terug het Maasdal in. En dan binnendoor naar Maastricht. Daar heb ik 100 kilometer en 900 hoogtemeters op mijn teller staan. Ik was dicht in de buurt c.q. aan de voet van veel bekende hellingen: Geulhemmerberg, Brakkeberg, Goudsberg, Cauberg, Daalhemmerweg, Sibbergrubbe, Keuteberg, Fromberg, Oude Elkenraederweg, Vrouwendelweg, Vrakelberg, Eyserbos, Zwarte Brugweg, Oude Huls, Eschberg, Rugweg, Panisberg, Schweiberg, Gulperberg, Koning van Spanje, Wolfsberg, Loorberg, Moerslag, Bukel, Savelsbos. En ik hoefde (van mezelf) nergens naar boven! Nooit gedacht dat ik dit zonder enige schroom of schaamte zou durven melden! Conclusie: 't is een wonderschoon en uitdagend rondje voor zeventigplussers die last hebben van enig lichamelijk ongemak maar nog lang (!) niet toe zijn aan een fietsmotortje.


PS: Het betreft een herzien rondje. Klik op afbeelding voor vergroting.


't Is miech get

Vorig jaar heb ik mijn linker achillespees langdurig overbelast. Staande klimmen en/of een grote versnelling trappen veroorzaakte telkens (en steeds meer) pijn die vanuit mijn enkel via mijn achillespees naar mijn kuit kroop. In oktober ben ik (uit)eindelijk naar m'n huisarts geweest. Het bepalen van de enkel-arm-index sloot uit dat het aan (vernauwingen in) de aders ligt. Artrose is ook een mogelijkheid, maar als verdere onderzoeken dat al kunnen vaststellen, is het nog maar de vraag of er veel aan te doen is. Bleef over: de fysiotherapeut er naar laten kijken. En ja hoor, die 'voelde' meteen dat de achillespees overbelast was. De oorzaak volgens hem? Overpronatie, te wijten aan den ouderdom! Bij het bewegen c.q. kracht zetten zakt mijn voet naar binnen en die onnatuurlijke houding zorgt voor klachten. En zo kwam ik bij de podoloog terecht die na een 'dynamische voetdrukmeting' een paar 3d-geprinte fiets-steunzolen voor me bestelde bij het UZ Leuven. Omdat het geen 'zooltjes' maar 'zolen' zijn, heb ik nieuwe fietsschoenen moeten aanschaffen, een maatje groter en wat breder dan normaal. Op de spinningfiets, met de fietszolen in sportschoenen en met een minimale belasting, heb ik nergens last van. Vandaag zal ik er achter komen of de zolen 'in het echt' ook helpen. Met de lente in het verschiet begeef ik me op mijn Cube naar de heuvelzone. Mijn knieën en mijn heupen zijn alvast tevreden met de gecorrigeerde houding. Mijn linker enkel echter begint op de eerste helling al tegen te sputteren. En ook op de volgende hellingen voel ik de pijn weer naar mijn kuit kruipen. Moet mijn enkel nog wennen aan de nieuwe houding of is er toch sprake van b.v. artrose? 't Is miech get, zeggen ze in Mestreech. Wat ik nog kan doen is kijken of de op komst zijnde enkelbrace enig soelaas biedt en anders zal ik het aantal hellingen tijdens een tocht drastisch moeten beperken. De heuvels die ik alleen staande op de trappers boven kom, kan ik beter mijden. 'Oud(er) worden is genoegen leren nemen met een plaats aan de zijlijn,' las ik ooit. Of, in dit geval, is er genoegen mee leren nemen dat ik voortaan met een grote boog om de Keutenberg, de Eyserbos en de Gulperberg heen moet (of mag?) fietsen! Zoals gezegd: 't is miech get! In goed Nederlands: 't is me wat!


De (voorlopige) wielercarrière van Tom D.

Hier te lezen: de (voorlopige) wielercarrière van Tom D. door de ogen van een versjesmaker, een wielertoerist die zelf al zestig jaar geen deuk in een pakje (smeltende) boter fietst en over zichzelf zegt:

Als een jongentje
van acht - zo kijk ik nog steeds
het liefst naar de koers


Een Belg ...

Tijdens de talkshow M (op NPO 1) sprak presentatrice Margriet van der Linden gisteravond met Erik Dijkstra en Thijs Zonneveld over het besluit van Tom Dumoulin om (voorlopig) te stoppen met koersen. Ter afsluiting van het gesprek las Erik mijn versje 'Misschien' voor. Dat was/is te lezen op Twitter, Facebook en Fietsvarianten. Erik vond het mooi omdat hij zichzelf er in herkent, hij voelt zich ook een beetje schuldig aan de lijdensweg van Tom. Mijn naam noemde hij niet, die stond wel vermeld bij het in beeld gebrachte gedicht. Erik had het over 'het versje van een Belg woonachtig in Maastricht'. Wel mooi: versje, Belg, Maastricht. (Veel) meer moet dat in mijn geval niet zijn!



Tom

Een jaar geleden schreef ik onderstaand versje over Tom. Een welaan ... net bereikt ons het bericht dat Tom besloten heeft (tijdelijk) te stoppen met wielrennen...

Misschien

Misschien hebben we hem
te veel en te vaak
overspoeld
met onze dromen,

misschien hebben we hem
te veel en te vaak
en altijd ongevraagd
het juk van succes
opgelegd,

misschien hebben we hem
te veel en te vaak
het plezier in fietsen
ontnomen,

misschien hebben we hem
te veel en te vaak
gehinderd
bij het volgen
van z'n eigen dromen


Vertaald

Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars vertalen sinds 2013 Nederlandstalige poëzie in het Bahasa Indonesia, de officiële taal van Indonesië, een taal die wordt gesproken door 270 miljoen mensen. Het echtpaar publiceert de Nederlandse gedichten en vertalingen op de site 'Suara suara dari utara' en dat staat voor 'Stemmen uit het noorden'. Daarop is inmiddels werk te vinden van tientallen dichters. Als je wordt uitverkoren kom je tussen schoon volk te staan (Lucebert, Hans Andreus, Emma Crebolder, Maria van Daalen, Simon Vinkenoog om maar wat te noemen). De vertalers gingen aan de slag met een aantal senryu's uit mijn in 2019 verschenen bundeltje 'Prostaatloos'. Volg deze link om het resultaat te lezen. Een voorproefje:

Ruang tunggu untuk pasien
dengan masalah prostat -
bercanda saat ini tidak mungkin

Een wachtkamer vol
prostaten - grappen maken
is er even niet bij





Een (klein) beetje

Een kennis die toegang heeft tot het archief van 'Het Belang van Limburg', stuurde me vandaag een verslagje van de bekerwedstrijd Godsheide VV – Termolen, gespeeld op  zondag 9 augustus 1970. Het was mijn eerste en meteen ook laatste wedstrijd als doelman van het eerste elftal van de thuisploeg. Een week later vertrok ik richting Maastricht, waar ik aan een opleiding begon. Volgens het verslag was de nederlaag van Godsheide (2 – 3) niet geheel aan mij te wijten, en ik citeer: 'Na de rust waren er een paar puike reflexen van Vanstreels nodig om te voorkomen dat Termolen haar voorsprong zou opvoeren.'  Was er toch een sport waar ik een (klein) beetje talent voor had!?

Klik op afb. voor vergroting


Coronagedicht.nl

Tijdens de eerste coronagolf ontstond Coronagedicht.nl, een initiatief van Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja. De website werd en ik citeer 'opgezet om poëzie geschreven naar aanleiding van het coronavirus te verzamelen en op verschillende manieren onder de aandacht te brengen. Om zo met poëzie een invulling te geven aan deze vreemde tijden.' Er werden 911 gedichten ingestuurd en daaruit hebben Tsead Bruinja en Wim van Til (Poëziecentrum Nederland) er 108 geselecteerd voor de bloemlezing 'Mijn overbuurvrouw is een meeuw', die onlangs verscheen bij uitgeverij Liverse. Poëzie  van o.m. Hannie Rouweler, Lies van Gasse, Viktor Vroomkoning, Ingmar Heytze, Frans Terken, Albert Hagenaars, Rikkert Zuidervelt, Alja Spaan en Ruben van Gogh. Uit mijn cyclus 'Het Mergelland vanop een racefiets' werden twee cyclu's opgenomen, waaronder:

Demarreren heeft
geen zin – je fietst dat virus
echt niet uit het wiel 




Ach

Ach - er was een tijd
dat kou niet op voorhand al
in mijn botten kroop


Leren fietsen (2)

Maite (6) en Suze (4), twee van onze kleindochters, logeren een aantal dagen bij ons.Vanwege corona is de kerstvakantie met twee weken verlengd. Hun ouders werken thuis, ze hebben geen cruciaal beroep maar wel een drukke baan. We zijn dus ook even meester en juf, want al zitten de freules pas in groep 3 en 1, ze kregen de nodige opdrachten mee. Het duurt wel even eer de meester en de juf in gaten hebben wat de online-juf precies bedoelt. Een andere opdracht komt niet van school, maar van de jongste: ze wil leren fietsen zonder zijwieltjes. Die taak vertrouwt ze niet toe aan haar ouders, maar aan opa. Die haalt dus de zijwieltjes van haar fietsje en neemt haar mee naar een grote skatebaan, waar het (op koude dagen) heel rustig is. Vanaf dag twee al hoeft opa Suze niet meer vast te houden. Even iets uitleggen of voordoen is al voldoende. Omdat concentreren, balanceren, goed sturen en corrigeren een kwestie is van oefenen, loopt opa (zich de ziel uit z'n lijf) langs z'n kleindochter op, voor het geval ze een bocht mist en een skatebaanverdieping lager terecht dreigt te komen. Maar echt nodig is het niet, fietsen stond blijkbaar al in de hersentjes van de freule geprogrammeerd!


Zeventig

Mijn eega en ik hopen dit jaar zeventig te worden. Wat zeggen wijze mensen over die leeftijd? Wim Kan (1911 - 1983) bijvoorbeeld: 'Zeventig worden is geen bijzondere prestatie. Als ik mijn adem had ingehouden was het niet gebeurd.' Helen Hayes (1900 - 1993) wist het zeker: 'De moeilijkste jaren in een leven zijn die tussen de tien en de zeventig.' En voor Oliver Wendell Holmes (1809 - 1894) stond het vast: 'Zeventig jaar jong zijn, is heel wat aangenamer dan veertig jaar oud zijn.' Michel Eyquem de Montaigne (1533 - 1592) waarschuwde lang geleden al: 'Laat ons oppassen dat de ouderdom ons niet meer rimpels in de geest brengt dan op het gelaat.' En nog eerder wist Ovidius (43 v.C. - 17 n.C.): 'Werkt, zo lang kracht en leeftijd het toelaten: spoedig genoeg zal met zwijgende tred de kromme ouderdom komen.' Aangezien Aristoteles (384 v.C. - 322 v.C.) al vond dat 'spreken in spreuken de ouderdom past' eindig ik met deze conclusie: 'Waar het op aan komt is: geluk hebben, goed zorgen voor lijf geest & ziel, én kilometers maken, heel veel kilometers!'


Huub

Gisteren zond omroep Max de documentaire 'Jean Nelissen: de stem van het Nederlands Wielrennen' uit. Huub Stapel (1954) neemt de kijker mee terug naar de roemrijke jaren van de in 2010 overleden sportjournalist. Hij bezoekt plekken die belangrijk waren voor de Neel en praat met mensen die hem van nabij meemaakten. We zien hoe Huub op een racefiets de Gulperberg opfietst, op de top staat een gedenkteken voor Jean. Voor iemand van zijn leeftijd gaat Huub wel heel gezwind omhoog. Even later blijkt waarom: hij fietst met elektrische ondersteuning:

Huub Stapel

Op een racefiets
met motor de Gulper op –
de Neel schrikt zich rot



Licentie

Onlangs een (tweedehands) spinningfiets aangeschaft. Ik ben er erg blij mee. Hoef ik mijn tere luchtwegen niet meer te plagen met te veel & te koude winterlucht. Van de gegevens die ik kan aflezen op de display van de trainingscomputer, is 'time' in ieder geval controleerbaar juist. Wat 'speed' en 'distance' betreft, heb ik mijn twijfels. Als ik keer op keer zonder al te veel moeite 68 km in anderhalf uur kan fietsen, kan ik op mijn bijna zeventigste alsnog een proflicentie aanvragen, toch! 


Om in te lijsten

Zesjarige kleindochter Maite tekent 'opa en oma op de fiets' aan de hand van een foto. Om in te lijsten dus.



Opa's en kleinzonen

Als je al jaren met je zonen (in binnen- en buitenland) mag fietsen, word je er geregeld door anderen aan herinnerd dat je jezelf gelukkig mag prijzen. Opa’s die er met hun kleinzonen op de racefiets op uit trekken, hebben die anderen niet nodig: in hun brieven of berichten spat de trots er vanaf. Kostschoolgenoot Wim Voets (69) heeft voor zichzelf en de vijftienjarige Junot dezelfde outfit aangeschaft: rode trui, zwarte broek, rode sokken. Ik vermoed dat  Wim op tijd en stond uit de wielen wordt gereden door Junot en daar stiekem veel plezier aan beleeft. De bekende wielerdichter Willie Verhegghe (73) liet zijn kleinzoon Vic (11) afgelopen zomer kennis maken met o.a. de Muur van Geraardsbergen. Hoe kwamen ze boven? Ik citeer uit een gedicht van Willie: 'ik, oldtimer-flandrien met meer dan zeventig lentes / op de doldraaiende teller van mijn arm hart,/ het jong getaand geweld dansend over de kasseien.' Joost, mijn oudste zoon, fietste toen hij zestien was een keer mee met mij, mijn vader (74 toen) en een van diens vrienden. De twee oud-coureurs kwamen ieder jaar een Rondje Mergelland fietsen. De vriend van mijn vader was danig onder de indruk van Joost op zijn citybike: ‘Dat da menneke geen goesting heeft om coureur te worden!’ Mijn vader aanhoorde het zwijgend, met een brede glimlach om zijn mond.
 















(Wim en Junot, Willie en Vic, klik op afbeelding voor vergroting)

De Cervélo

Ik wil het hier graag (nog een keer) over Roger T. (68) hebben, een wielertoerist die menigmaal de Ventoux beklom en vele malen de lange versie van Luik-Bastenaken-Luik fietste, die de Scanuppia (8,8 km, 17,6 % gemiddeld, 42 % maximaal) op klauterde, die elke meter van alle steile hellingen in de driehoek Luik-Verviers-Maastricht en in Luik zelf kan dromen. Die Roger heeft zijn  Cervélo S1 omgebouwd. Met een recht stuur en gewone trappers kun je je nog enigszins vertonen, zeker als je sneller dan welke leeftijdgenoot ook bergop fietst. Maar nu heeft hij zijn moderne koersvelo ook voorzien van een ouderwets versnellingsapparaat. Het bestaat uit één voorblad (42 tandjes), acht kransjes achter (12,12,14,16,18,20,23,26,30). Twee keer een 12? Jazeker, want het sluitkransje ligt te ver buiten de lijn van de ketting. De derailleur is dus afgesteld op het tweede kransje. Die derailleur, en nu komt het, moet bediend worden met een buiscommandeur. Om die te kunnen bevestigen moest Roger het aluminium frame doorboren, hij had een gat van 8mm nodig om de stuitnok te kunnen plaatsen. Een Cervélo S1 met een buiscommandeur! Gegarandeerd enig in zijn soort. Ik raadde Roger aan een uitgebreid artikel over zijn boorsessie te schrijven voor het tijdschrift Fiets. Maar hij durft niet. Schrik dat boze 'Cervéloïsten' hem op de Hallenbaye opwachten om zijn fiets in beslag te nemen. De reden van zijn actie? De moderne, ingewikkelde schakelsystemen vindt hij niet mooi. Alleen al van het kijken naar de kabelloop van een buiscommandeur naar de derailleur wordt hij lyrisch! Jumbo-Visma rijdt vanaf volgend jaar op Cervélo-fietsen. Als ik Tom Dumoulin persoonlijk zou kennen, zou ik hem vragen om naar de Cervélo van de dicht bij hem in de buurt wonende Roger te gaan kijken. Wie weet wil Tom daarna ook alleen maar buiscommandeurs!


Marriage Hill

Deze week is het vijftig jaar geleden dat mijn teerbeminde wettige echtgenote en ik verkering kregen. Dat gebeurde tijdens een verjaardagsfeestje in de verpleegstersflat van het Maastrichtse Ziekenhuis St Annadal. We waren negentien! Gisteravond kwam ik op een usb-stick een foto van ons tegen, die vorig jaar werd genomen toen we de Ulvend beklommen. Het een met het ander combinerend schreef ik er een tekstje bij (Marriage Hill – / after fifty years / still climbing') en plaatste het op de facebookpagina 'Cycling over sixty'. 'Marriage Hill because you proposed her on this hill?' vroeg Fatih Altan uit Istanbul. 'Nou,' zei mijn eega, 'volgens mij heb je mij nooit ten huwelijk gevraagd.' 


Poetic cycling

Het afgelopen jaar werden 35 fiets-senryu's van me vertaald in het Engels en gepost op facebookpagina's als 'Cycling in the mountains', 'Solitary Cycling' en 'Global Cycling Network Community'. De versjes werden wereldwijd gelezen, geliket, gedeeld en van commentaar voorzien, het ene al wat meer dan het andere. De '(very) short poems' zijn nu verkrijgbaar in een (tweetalig) bundeltje dat als titel meekreeg: 'Poetic cycling'. Voor de liefhebber. Meer info: hier.


Asfaltueus en zo

Met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk proberen te zeggen. De haiku of senryu leent zich daar qua vorm (3 regels met respectievelijk 5-7-5 lettergrepen) uitstekend toe. Het is dus iedere keer de vraag: hoe prop ik mijn beleving van een fietstocht of wielerwedstrijd in 17 lettergrepen die bovendien volgens de regels(!) verdeeld zijn? Momenteel ben ik bezig met een reeks over 'de coronakoersen'.
Het sprintincident in de Ronde van Polen verwoordde ik als volgt:

De deur dicht sprinten –
als koers in nadars eindigt
wint alleen verlies

Spelen met het rangschikken van woorden. En het moet bij voorkeur leiden tot een glimlach bij de lezer. De altijd aimabel ogende Anna van der Breggen veroverde onlangs twee regenboogtruien:

Anna

De meest  begeerde
truien – Anna koerst ze
minzaam bij elkaar

Soms is een nog niet bestaand woord of begrip noodzakelijk om mijn essentie in die 17 lettergrepen geperst te krijgen. De vele valpartijen in de openingsgrit van de Tour leidden tot:

Veel dromen halen
de finish niet – asfaltueus
uit elkaar gespat

Asfaltueus staat hier voor: affreus, afschuwelijk tegen het asfalt gaan.
Aan een weinig voorkomend woord/begrip (als ontgelen) kan een extra betekenis toegevoegd worden. Tom Dumoulin gaf in de eerste Pyreneeënrit zijn hoop op de gele trui op:

Supportersleed

Diep bedroefd ben ik
omdat zijn hoofd en benen
mijn hoop ontgeelden

Een mooi neologisme, al zeg ik het zelf, vind ik: meejuichpalmares. Google het maar:

Quizvraag

Koersen in dienst van –
welke knecht heeft het mooiste
meejuichpalmares?

Zo, waar een versjesmaker zich mee amuseert! 




Genen

Ze heeft een overgrootvader die in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw koersen won bij de amateurs en de 'ambachten'. Ze heeft twee opa's - nou ja, één opa en één pake - die als wielertoeristen met altijd tegenwind over 's Heren wegen pedaleren. Ze heeft een vader die zes keer achter elkaar de Alpe d'Huez opragde. En ze heeft een oom die bij gebrek aan training het verkeer op de Stelvio ophield door uitgebreid de buitenbochten te nemen. Geen wonder toch dat de zes maanden oude Anna (!) naar de koers wil kijken! 


Een oud talent

Schoonbroer Jan (73) uit het vlakke Brabant fietst dit jaar voor het eerst op een racefiets. En hij beleeft er veel plezier aan. Hij wilde graag uitproberen of hij ook de Limburgse heuvels op komt. En dus spraken we af om vandaag een tochtje te maken. De weersvoorspellingen waren niet best. Het leek me verstandig de vijf hellingen van mijn Meerssen-rondje op te zoeken en te kijken hoe Jan die verteren zou. Nou, Jan fietste in de miezelregen overal als een klimgeit omhoog. Met de informatie die ik hem gaf over de komende helling schakelde hij rustig naar de voor hem juiste versnelling en peddelde vrolijk naar boven. Hij kwam nergens in ademnood en recupereerde meteen. Zijn kleinste versnelling had hij alleen nodig op het eind van de steile Snijdersberg. Ik denk dat we Jan nog vaker in het Heuvelland gaan zien. Hij kan het zichzelf nog makkelijker maken door zich aan klikpedalen te wagen. En met deze is opnieuw bewezen: je bent nooit te oud om de lol / het geluk van (geheel op eigen kracht) bergop fietsen te ontdekken!

Rondom Nijmegen

Een paar dagen met mijn eega rondom Nijmegen gefietst. We logeerden in Molenhoek en waren bepaald niet de enige senioren die gebruik maakten van een fietsarrangement van het (aan een drukke provinciale weg gelegen) hotel. Op de dag van aankomst fietsten we een rondje van 40 km, door de Mokerheide en via de Zevenheuvelenweg en de Oude Holleweg (die voelde als de Brakkeberg) door  de bossen van Heumersoord terug. Er zaten prachtige maar ook (auto)drukke stukken in de route en met de bordjes voor het fietsroutenetwerk zijn ze ook in het Rijk van Nijmegen nogal zuinig. Voor dag twee stond een rondje van 60 km gepland over rustige wegen. Langs de Maas, door de bossen langs de Duitse grens, door Gennep om foto’s te maken van Paula’s geboortehuis, weer langs de Maas en vervolgens om de Kraaijenbergse Plassen. Van de laatste tropische dag hadden we weinig last, van de laatste tropische nacht, die volgde, des te meer. Het rondje (van 60 km) op dag drie bracht ons via de Mokerheide en dwars door Nijmegen bij de Ooijpolder, waar we vijfendertig kilometer lang genoten van de rust, het water (Rijn en Waal), de natuur en de wind (4 Bft). In Beek verlieten we de Ooijpolder en kwamen in Berg en Dal geheel onverwacht op de van Randwijckweg terecht, na de Oude Holleweg de helling met de hoogste moeilijkheidsgraad in dit gebied. Paula wilde graag weten of ik van te voren echt niet wist dat we daar naar boven moesten. Echt niet dus! Ter afsluiting mochten we nog even op en af op die merkwaardig mooie Zevenheuvelenweg. Onze conclusie: rondom Nijmegen is het bijna even mooi fietsen als in het Mergelland!?

Rechts het geboortehuis van Paula.


Arme Nick

De vriendengroep van mijn jongste zoon Gijs (38) bestaat uit zeven heren die allen uit Maastricht komen. Ze kennen elkaar van de peuterspeelzaal, lagere en/of middelbare school. Op één na trokken ze allen naar de Randstad i.v.m. studie en/of werk. Al geruime tijd maken ze jaarlijks een Europese stad een weekend lang onveilig. Veel cultuur pikten ze niet mee uit Milaan, Moskou, Krakau, Budapest, Belgrado, Helsinki, Wenen, Bratislava, Riga, Milaan, Ljubljana, Berlijn, Tallinn, Zagreb en Dusseldorf maar ze weten perfect hoe het bier overal smaakt. Eén van de heren, Nick, trouwt binnenkort. Hij kreeg vandaag een coronaveilige vrijgezellendag in de open lucht van het Mergelland. Dat hield o.m. in dat hij om 10u in Heijenrath (door de heren, zijn broer en een groep rugbyvrienden) op een retro-racefiets (zonder kleine versnellingen) werd gezet. Na de afdaling van de Koning van Spanje mocht hij de Gulperberg (Rijksweg) oppeddelen. Halverwege moest hij linksaf om via Euverem en Beutenaken in Slenaken te geraken. Daar wachtte de Loorberg. Boven was er koffie en vlaai maar meteen daarna moest hij verder richting Epen en Camerig waar hij aan Nederlands langste helling (4,5 km) moest beginnen. Na de afdaling ging het rechtsop voor de pittige Pas van Wolfhaag. Boven rechtsaf naar Gemmenich en na de afdaling scherp linksaf voor de klim naar het Drielandenpunt. Daar eindigde het afzien van (de niet bepaald licht gebouwde en ongetrainde) Nick. Hij werd de hele weg met een megafoon vooruit geschreeuwd vanuit een Rodania-wagen. 'Het lijkt de Tour wel,' hoorde ik wandelaars zeggen. Zijn lijdensweg werd vastgelegd met een drone. Arme Nick. Ik had compassie met hem, niet alleen toen ik hem onderweg een paar keer kruiste, maar op voorhand al, want mijn zoon had mij gevraagd een korte route met zoveel mogelijk hoogtemeters uit te stippelen!

(Foto's vóór en na de tocht)


Water, bos & hei

Wat doe je als gepensioneerde tijdens een langdurige hittegolf in corona-tijd? Je zorgt dat je om een uur of acht op de fiets zit voor een rondje van zestig, zeventig kilometer met een verstandige hoeveelheid hellingen. En dat doe je alleen of in gezelschap van je dierbare echtgenote (die weer op gang moet komen na een oogoperatie). Als je thuis komt, heb je in ieder geval maximaal geprofiteerd het meest draaglijke deel van de dag. Voor aanstaande maandag moest ik nog een rondje (van circa 60 km) verzinnen voor onze jaarlijke fietstocht met Anna en Wiebe, de schoonouders van onze oudste zoon. Schoon volk uit het vlakke Drenthe. Ze krijgen dit keer geen heuvels voorgeschoteld. Ik laat hen een mooi stukje van mijn vaderland zien: veel water, bos en hei, in het gebied waar het systeem van knooppuntenfietsroutes werd uitgevonden. De bewegwijzering wordt, wat men ook probeert, nergens anders geëvenaard. Vanmorgen heb ik het rondje ter controle gefietst met mijn lief, die door haar nog immer beperkt zicht, uitstekend kon bepalen of ik inderdaad alle vervelende en/of minder mooie stukken gemeden heb, en dan denk ik aan: drukke oversteekplaatsen, onnodige ommetjes door dorpen, lange onbeschutte stukken in open veld, industriegebieden, slecht geasfalteerde en/of onverharde wegen. Wie onderstaand kaartje bekijkt zal het zien: eenmaal Maastricht uit en de grens gepasseerd fietsen we langs het mooiste gedeelte van het Albertkanaal, vervolgens duiken we langdurig de bossen in, we komen er een paar keer uit om langs een dorp te scheren (waar onze gasten kunnen genieten van de Belgische huizenbouw), we pikken wat mee van de Mechelse hei en Pietersheim en eindigen zoals we begonnen zijn, langs het water dus (Zuid Willemsvaart). Ik was / ben uitermate tevreden met mijn rondje (ik ga de knooppunten van buiten leren!) en mijn eega is geheel gerustgesteld! Een minpunt zou kunnen zijn: er zijn op de hele route maar een paar cafés c.q. terrasjes en die zijn op maandag allemaal … gesloten! Een mondkapje meenemen (noodzakelijk om toegelaten te worden) hoeft dus niet. Benieuwd wat Anna en Wiebe van de route vinden!

De route vanuit Maastricht: 1 – 3 – 11 – 558 – 65 – 533 – 532 – 64 – 251 – 534 – 535 – 565 – 551 – 60 – 61 – 63 – 140 131 – 54 – 10 – 1

klik op afbeelding voor vergroting

De freules

We hebben de freules (bijna zes en bijna vier) een weekje op bezoek. Ook de jongste heeft het plezier van fietsen ontdekt en dus worden er rondjes gedraaid op het plein. De poppen moeten hoedanook mee, want zonder hun 'kinderen' gaan de freules niet op stap. Vanmorgen ging het er vrolijker aan toe dan gisteren. Na een mindere nacht kregen ze de prikkelbaarheid er niet uit getrapt. En dat leidde tot huilbuien. Volgens de oudste had ik meer aandacht voor de jongste dan voor haar, en de jongste beweerde dat ik niet zo aardig was voor de oudste. Nou ja! Gelukkig was ik vanmorgen weer 'de liefste opa van de hele wereld'. En dat hoefde ik hen niet eens voor te zeggen of in te fluisteren!