Genen

Ze heeft een overgrootvader die in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw koersen won bij de amateurs en de 'ambachten'. Ze heeft twee opa's - nou ja, één opa en één pake - die als wielertoeristen met altijd tegenwind over 's Heren wegen pedaleren. Ze heeft een vader die zes keer achter elkaar de Alpe d'Huez opragde. En ze heeft een oom die bij gebrek aan training het verkeer op de Stelvio ophield door uitgebreid de buitenbochten te nemen. Geen wonder toch dat de zes maanden oude Anna (!) naar de koers wil kijken! 


Bergen

Bezig met de veelgeprezen roman 'De acht bergen' van Paolo Cognetti. Die beschrijft de zoektocht naar het geluk van twee vrienden en speelt zich af in de Italiaanse Alpen. Volgens de moeder van de hoofdpersoon heeft ieder van ons 'een favoriete hoogte in de bergen, een landschap dat op ons lijkt en waar we ons goed voelen.' In de filosofie van zijn vader, die troost vindt in alpinisme, is klimmen 'het op grote hoogte ontvluchten van dingen die je beneden kwellen.' Er staan meer zinnen in die je als wielertoerist met een voorliefde voor heuvels en bergen, doen glimlachen. Zoals: 'De vreugde die hij uitstraalde als we de alpenweiden achter ons lieten en de wereld van de rotsen betraden.' En: 'Hij voelde zich goed, daar op de top, trots op zijn benen.' Of: 'Klimmen is een manier om het leven te overdenken. Niets is zo goed als de bergen om je dingen te herinneren.' Ik ben halverwege de roman. Benieuwd of ik nog meer van dat fraais tegenkom. Zelf ben ik heel gelukkig met de heuvels in mijn thuislandschap, maar het verlangen naar 'hoger' is nog niet verdwenen. Wat dat betreft is Karinthië een nog groter fietsparadijs. Je kunt er veel vlakke routes fietsen over (on)verharde paden langs het water. De uitzichten hebben doorlopend een hoog ansichtkaart-gehalte. Wie wil klimmen, heeft de hellingen (tot acht kilometer) voor het uitzoeken. En dat niet alleen: cols die niet onderdoen voor de Alpe d'Huez, liggen binnen fietsbereik. 't Zou wat zijn: een soort Ventoux, ergens in het midden van het Mergelland!


Steil, steiler, steilst

De beklimming van de Col de la Loze leverde deze week spectaculaire beelden op. De combinatie van hoogte, steilte, uitzichten en koersverloop leidde tot veel superlatieven. In de Vuelta, de Giro en de Tour gaat men de laatste jaren steeds meer op zoek naar beklimmingen waarbij een mens (als ik) alleen al blij wordt van de profielen. Het liefst zou ik zelf overal naar boven willen, althans, een poging wagen. De meest memorabele klim (over een doorlopende, geasfalteerde weg) die ik aan mijn palmares probeerde toe te voegen, is de San Genesio Edelweiss. Vanuit Bolzano 6,9 km lang, 1351 m hoog, 15,3% gemiddeld, maximaal 30%. Meteen na de eerste bocht al werd het zo belachelijk steil dat het op mijn lachspieren werkte. Met mijn (zeer) beperkte capaciteiten en een 30x28 als kleinste versnelling, viel ik zowat van mijn fiets op de stukken die als meer dan 25% voelden. Daar waar het gemiddelde zakte naar 10% kon ik een beetje op adem komen. Nu, twaalf jaar later, vraag ik me nog steeds af of je een klim op je palmares mag bijschrijven als je de steilste stukken – in dit geval zo'n 400 meter – niet gefietst maar gelopen hebt. Hoe het ook zij, het was een schitterende ervaring. Ieder jaar hoop ik dat de San Genesio in het parcours van de Giro zit. Tom Dumoulin zou er ongetwijfeld lyrisch van worden.



Wát als

Vanmorgen een mooi stukje gelezen van een 74-jarige columnist die al enkele jaren niet meer kan/mag (toer)fietsen vanwege hartproblemen. Een doos met oude wielerkleren riep bij hem herinneringen op aan tochten die hij reed in prachtige omgevingen. De column spookte vanmiddag door mijn hoofd tijdens mijn klimrondje. Wát als alleen de herinneringen resten? Probeerde ik - bijna 70 - de gedachte daaraan te bezweren door harder te fietsen dan ik normaal doe? Bij thuiskomst schrok ik haast van mijn algemeen gemiddelde!


Een oud talent

Schoonbroer Jan (73) uit het vlakke Brabant fietst dit jaar voor het eerst op een racefiets. En hij beleeft er veel plezier aan. Hij wilde graag uitproberen of hij ook de Limburgse heuvels op komt. En dus spraken we af om vandaag een tochtje te maken. De weersvoorspellingen waren niet best. Het leek me verstandig de vijf hellingen van mijn Meerssen-rondje op te zoeken en te kijken hoe Jan die verteren zou. Nou, Jan fietste in de miezelregen overal als een klimgeit omhoog. Met de informatie die ik hem gaf over de komende helling schakelde hij rustig naar de voor hem juiste versnelling en peddelde vrolijk naar boven. Hij kwam nergens in ademnood en recupereerde meteen. Zijn kleinste versnelling had hij alleen nodig op het eind van de steile Snijdersberg. Ik denk dat we Jan nog vaker in het Heuvelland gaan zien. Hij kan het zichzelf nog makkelijker maken door zich aan klikpedalen te wagen. En met deze is opnieuw bewezen: je bent nooit te oud om de lol / het geluk van (geheel op eigen kracht) bergop fietsen te ontdekken!

Rondom Nijmegen

Een paar dagen met mijn eega rondom Nijmegen gefietst. We logeerden in Molenhoek en waren bepaald niet de enige senioren die gebruik maakten van een fietsarrangement van het (aan een drukke provinciale weg gelegen) hotel. Op de dag van aankomst fietsten we een rondje van 40 km, door de Mokerheide en via de Zevenheuvelenweg en de Oude Holleweg (die voelde als de Brakkeberg) door  de bossen van Heumersoord terug. Er zaten prachtige maar ook (auto)drukke stukken in de route en met de bordjes voor het fietsroutenetwerk zijn ze ook in het Rijk van Nijmegen nogal zuinig. Voor dag twee stond een rondje van 60 km gepland over rustige wegen. Langs de Maas, door de bossen langs de Duitse grens, door Gennep om foto’s te maken van Paula’s geboortehuis, weer langs de Maas en vervolgens om de Kraaijenbergse Plassen. Van de laatste tropische dag hadden we weinig last, van de laatste tropische nacht, die volgde, des te meer. Het rondje (van 60 km) op dag drie bracht ons via de Mokerheide en dwars door Nijmegen bij de Ooijpolder, waar we vijfendertig kilometer lang genoten van de rust, het water (Rijn en Waal), de natuur en de wind (4 Bft). In Beek verlieten we de Ooijpolder en kwamen in Berg en Dal geheel onverwacht op de van Randwijckweg terecht, na de Oude Holleweg de helling met de hoogste moeilijkheidsgraad in dit gebied. Paula wilde graag weten of ik van te voren echt niet wist dat we daar naar boven moesten. Echt niet dus! Ter afsluiting mochten we nog even op en af op die merkwaardig mooie Zevenheuvelenweg. Onze conclusie: rondom Nijmegen is het bijna even mooi fietsen als in het Mergelland!?

Rechts het geboortehuis van Paula.


Arme Nick

De vriendengroep van mijn jongste zoon Gijs (38) bestaat uit zeven heren die allen uit Maastricht komen. Ze kennen elkaar van de peuterspeelzaal, lagere en/of middelbare school. Op één na trokken ze allen naar de Randstad i.v.m. studie en/of werk. Al geruime tijd maken ze jaarlijks een Europese stad een weekend lang onveilig. Veel cultuur pikten ze niet mee uit Milaan, Moskou, Krakau, Budapest, Belgrado, Helsinki, Wenen, Bratislava, Riga, Milaan, Ljubljana, Berlijn, Tallinn, Zagreb en Dusseldorf maar ze weten perfect hoe het bier overal smaakt. Eén van de heren, Nick, trouwt binnenkort. Hij kreeg vandaag een coronaveilige vrijgezellendag in de open lucht van het Mergelland. Dat hield o.m. in dat hij om 10u in Heijenrath (door de heren, zijn broer en een groep rugbyvrienden) op een retro-racefiets (zonder kleine versnellingen) werd gezet. Na de afdaling van de Koning van Spanje mocht hij de Gulperberg (Rijksweg) oppeddelen. Halverwege moest hij linksaf om via Euverem en Beutenaken in Slenaken te geraken. Daar wachtte de Loorberg. Boven was er koffie en vlaai maar meteen daarna moest hij verder richting Epen en Camerig waar hij aan Nederlands langste helling (4,5 km) moest beginnen. Na de afdaling ging het rechtsop voor de pittige Pas van Wolfhaag. Boven rechtsaf naar Gemmenich en na de afdaling scherp linksaf voor de klim naar het Drielandenpunt. Daar eindigde het afzien van (de niet bepaald licht gebouwde en ongetrainde) Nick. Hij werd de hele weg met een megafoon vooruit geschreeuwd vanuit een Rodania-wagen. 'Het lijkt de Tour wel,' hoorde ik wandelaars zeggen. Zijn lijdensweg werd vastgelegd met een drone. Arme Nick. Ik had compassie met hem, niet alleen toen ik hem onderweg een paar keer kruiste, maar op voorhand al, want mijn zoon had mij gevraagd een korte route met zoveel mogelijk hoogtemeters uit te stippelen!

(Foto's vóór en na de tocht)


Water, bos & hei

Wat doe je als gepensioneerde tijdens een langdurige hittegolf in corona-tijd? Je zorgt dat je om een uur of acht op de fiets zit voor een rondje van zestig, zeventig kilometer met een verstandige hoeveelheid hellingen. En dat doe je alleen of in gezelschap van je dierbare echtgenote (die weer op gang moet komen na een oogoperatie). Als je thuis komt, heb je in ieder geval maximaal geprofiteerd het meest draaglijke deel van de dag. Voor aanstaande maandag moest ik nog een rondje (van circa 60 km) verzinnen voor onze jaarlijke fietstocht met Anna en Wiebe, de schoonouders van onze oudste zoon. Schoon volk uit het vlakke Drenthe. Ze krijgen dit keer geen heuvels voorgeschoteld. Ik laat hen een mooi stukje van mijn vaderland zien: veel water, bos en hei, in het gebied waar het systeem van knooppuntenfietsroutes werd uitgevonden. De bewegwijzering wordt, wat men ook probeert, nergens anders geëvenaard. Vanmorgen heb ik het rondje ter controle gefietst met mijn lief, die door haar nog immer beperkt zicht, uitstekend kon bepalen of ik inderdaad alle vervelende en/of minder mooie stukken gemeden heb, en dan denk ik aan: drukke oversteekplaatsen, onnodige ommetjes door dorpen, lange onbeschutte stukken in open veld, industriegebieden, slecht geasfalteerde en/of onverharde wegen. Wie onderstaand kaartje bekijkt zal het zien: eenmaal Maastricht uit en de grens gepasseerd fietsen we langs het mooiste gedeelte van het Albertkanaal, vervolgens duiken we langdurig de bossen in, we komen er een paar keer uit om langs een dorp te scheren (waar onze gasten kunnen genieten van de Belgische huizenbouw), we pikken wat mee van de Mechelse hei en Pietersheim en eindigen zoals we begonnen zijn, langs het water dus (Zuid Willemsvaart). Ik was / ben uitermate tevreden met mijn rondje (ik ga de knooppunten van buiten leren!) en mijn eega is geheel gerustgesteld! Een minpunt zou kunnen zijn: er zijn op de hele route maar een paar cafés c.q. terrasjes en die zijn op maandag allemaal … gesloten! Een mondkapje meenemen (noodzakelijk om toegelaten te worden) hoeft dus niet. Benieuwd wat Anna en Wiebe van de route vinden!

De route vanuit Maastricht: 1 – 3 – 11 – 558 – 65 – 533 – 532 – 64 – 251 – 534 – 535 – 565 – 551 – 60 – 61 – 63 – 140 131 – 54 – 10 – 1

klik op afbeelding voor vergroting

De freules

We hebben de freules (bijna zes en bijna vier) een weekje op bezoek. Ook de jongste heeft het plezier van fietsen ontdekt en dus worden er rondjes gedraaid op het plein. De poppen moeten hoedanook mee, want zonder hun 'kinderen' gaan de freules niet op stap. Vanmorgen ging het er vrolijker aan toe dan gisteren. Na een mindere nacht kregen ze de prikkelbaarheid er niet uit getrapt. En dat leidde tot huilbuien. Volgens de oudste had ik meer aandacht voor de jongste dan voor haar, en de jongste beweerde dat ik niet zo aardig was voor de oudste. Nou ja! Gelukkig was ik vanmorgen weer 'de liefste opa van de hele wereld'. En dat hoefde ik hen niet eens voor te zeggen of in te fluisteren!


Karakter

Mijn hele leven al ben ik een dromer, een dromer met twee linkse handen. In mijn kinder- en jeugdjaren kwam ik (thuis en op school) voornamelijk volwassenen tegen die vonden dat er 'gewerkt en niet gedroomd' moest worden. Mijn vader zei ooit: 'Er is maar één plaats waar onze Miel karakter toont, en dat is op zijn koersfiets.' Als (jong)volwassene ging ik vrolijk verder met dromen. De ouderen die aan mijn zorg waren toevertrouwd en de personeelsleden aan wie ik leiding gaf, waren er blij mee. Mijn collega afdelingshoofden en mijn meerderen niet: ik verstoorde te vaak het hiërarchisch evenwicht. Ik vroeg me wel geregeld af of het verstandig was wat ik deed, maar uiteindelijk volgde ik toch mijn gevoel. Rond de eeuwwisseling deed ik de eindredactie van het maandblad van het verzorgingshuis waar ik werkzaam was. Ik schonk daarin o.m. aandacht aan jubilea van bewoners en personeelsleden. Toen ik zelf 25 jaar in dienst was, schreef ik een heel ironisch stuk over mijn carrière in de zorg. De nog thuis wonende echtgenote van een bewoner - een psychologe, die veel jonger was dan haar dementerende man - complimenteerde me met het stuk, het getuigde volgens haar van een grote innerlijke vrijheid. Enkele dagen later zag ik, na vele jaren, de pater terug die mij tijdens mijn kostschooljaren leerde nadenken over het Leven. Toen ik hem het voorval met de psychologe vertelde, antwoordde de pater: "En dat verbaast u, dat wist ik al toen gij nog klein waart.'


Ai!

Ik sprak de laatste weken een aantal mannen van mijn leeftijd (bijna zeventigers) die al fietsend niet vrolijk worden van alle klachten die bij het ouder worden horen: minder recuperatievermogen, versleten knieën, te lage bloeddruk, protesterende kransslagaders. Vanmorgen las ik in 'Max, Micha & het Tet-offensief'' van Johan Harstad de volgende zin over Owen, een leeftijdgenoot van ons: 'Hij is geen vriendelijke opa die je het beste gunt, hij is gewoon een man op leeftijd. Iedere dag kan hij weer een verlies, een nederlaag noteren in zijn boekhouding.' Niet erg opbeurend, maar wel mooi, toch! Het kan nog erger. In 1976 (!) schreef ik volgend versje dat als titel 'Opa' heeft. Ik heb er eigenlijk nooit bij stil gestaan dat al mijn gedichten over oude mensen ooit ook op mezelf van toepassing kunnen worden. Dat wordt nog wat, het versje: 'tijd doet zwijgen / de weekheid van ogen / krijgt er iets van kalk / meer verdriet dan / tranen / glimlacht hij / en strompelt voor de / zoveelste maal vandaag / te laat naar het toilet.' 


Hallembaye

Afdaling waar je
ongedeerd recht toe recht aan
naar beneden valt


Zottigheid

Vanmorgen fietste ik goedgemutst vanuit Maastricht richting Simpelveld, via de Bemelerberg en de Wittemerberg. Ik was van plan 25 keer achter elkaar de Hulsberg op te fietsen, een klim van circa 1 km aan gemiddeld 8%. Bij Brevet International du Grimpeur (BIG) word je daarmee peetvader van die klim. Ik ben dat al van de Eyserbos, de Doodeman en de Gulpenerberg. Na 27 km begon ik aan de eerste beklimming. Mijn benen voelden goed, de Hulsberg is me liever dan veel andere heuvels en de zon straalde zomers uitbundig aan de vrijwel wolkenloze hemel. Iets te uitbundig, zo bleek na een vijftal beklimmingen. De Hulsberg ligt in een bebouwde kom, er is geen meter beschutting. Mijn lichaamstemperatuur begon dermate op te lopen dat ik terug moest denken aan de Col d'Ornon, waar ik ooit oververhit bezemwagendood ging. Tijdens de zesde klim leek het me verstandiger om mijn drie bypassen niet langer op de proef te stellen. Met een omweg - over vijf lommerrijke heuvels, want mijn falen lag echt niet aan mijn conditie of leeftijd! - fietste ik naar huis. Onderweg dreven er steeds meer verkoelende wolken tussen zon en aarde. Had ik vanmorgen wat later moeten vertrekken of moet ik er langzamerhand vrede mee hebben dat de tijd van zottigheden voorgoed voorbij is? Over het antwoord op die vraag hoeft mijn dierbare echtgenote, mijn lief, niet lang na te denken!



Speelgoed

Eigenlijk is het vreemd dat ik er nu pas achter kom dat er op internet een aantal facebookpagina's te vinden zijn waar wielertoeristen en -liefhebbers van over de hele wereld zich verzamelen. Een pagina als Cycling in the Mountains heeft 1900 leden, Cycling Lifestyle heeft er 18.000, Bianchisti 56.000 en Global Cycling Network Community 63.000! Voor een schrijver van wielerversjes zouden dat ideale podia moeten zijn. Mijn senryu's bestaan (ook als ze vertaald zijn) uit drie regeltjes, dat is lekker overzichtelijk. Voor de foto's waarmee je in eerste instantie de aandacht moet trekken, kan ik putten uit mijn archief, want ik stop al decennia lang steevast een klein fototoestel in mijn koerstrui als ik ga fietsen. Je weet nooit wat je opvalt of tegenkomt! Het is dus zoeken naar goeie pagina's, je stuurt vervolgens je berichten door en wacht af wat er gebeurt. Speelgoed is het! Dat je versjes geliket (en becommentarieerd en gedeeld) worden in Toronto, Johannesburg, Barcelonnette, Warschau, New Delhi, Rejonowy, San Clemente, Casablanca, Rio de Janeiro, Parma, Kathmandu, Bogota, New York, Krementsjoek, New Pleymouth, Manilla, Penang, Quispamsis of Horb am Neckar: veel leuker kan het niet worden! Dat moet wel leiden tot een tweetalig bundeltje, toch!



Dichter bij huis

Veel wind (5 bft), onbestendig weer en toch circa 75 km met circa 15 hellingen over mooie, rustige wegen willen fietsen? Sinds corona en het op slot gaan van het Heuvelland weet ik waar ik moet zijn! Ik fiets van Maastricht naar het 6 km verderop gelegen Meerssen, naar de voet van de Kruisberg. Daar begint mijn rondje van 18 km met 5 hellingen: Kruisberg, Visweg, Biesenberg, Slingerberg en Snijdersberg. In dat rondje moet er 5,6 km geklommen worden om 277 hoogtemeters aan gemiddeld 5 %  te overwinnen. De Snijdersberg is het zwaarst, te vergelijken met de Cauberg. Vanmorgen reed ik het rondje drie keer. Van de wind had ik weinig last: op de hellingen word je beschut door bomen en struiken, op het vlakke fiets je nooit meer dan een kilometer in dezelfde richting. En dan de rust: veel binnenwegen, nauwelijks gevaarlijke punten, alleen wat plaatselijk verkeer. Ik kwam hooguit vijf fietsers tegen en geen enkele motorrijder. Hield ik het droog? Jazeker, ook de meest donkere wolken wisten niet hoe vlug ze moesten overwaaien! Heeft het dichter bij huis willen blijven te maken met het ouder worden? Ik vrees van wel. De tijd dat ik in mijn eentje even op en af naar de Baraque Michel, de Stockeu of de Redoute fietste is al een tijdje voorbij.


Fraai

Vanmorgen fietste ik m'n eigen Rondje Mergelland. Bij de aanvang van de negende helling van de dag, de Mingersberg, werd ik langzaam gepasseerd door drie vriendelijk groetende jongedames. Ze kwebbelden er vrolijk op los. In zo'n fraai gezelschap fietste ik zelden een Limburgse heuvel op. Het genoegen was van korte duur: na amper 300 meter vlinderden ze zomaar bij me vandaan!


Gangmaker

Vanmorgen fietste ik met behoorlijke tegenwind van Maastricht naar Eijsden om in Mesh aan een heuvelrondje te beginnen. In Heugem draaide een stoere bink op een e-bike voor me het fietspad op en begon meteen te stoempen. Was hij te laat voor een afspraak, fietst hij altijd zo hard of wil hij wielertoeristen laten voelen dat er met hem niet te spotten valt? Hoe het ook zij, achter zijn brede rug stond mijn teller constant op 28 km per uur. Met mijn beperkte capaciteiten en die tegenwind had ik hem dus nooit uit het wiel kunnen fietsen. Ik verbeeldde me maar dat ik in een dernykoers zat en een gangmaker had. Of de stoere bink daar blij mee was, weet ik niet. Af en toe keek hij heel tersluiks opzij en in Eijsden sloeg hij zonder enige waarschuwing een smalle zijweg in. Ik kreeg niet eens de kans om hem te bedanken! Gelukkig had ik stiekem wel een foto van zijn brede rug gemaakt!


Haal het NK Wielrennen toch maar naar Maastricht

Het Heuvelland lijkt minder dan gedacht gecharmeerd van het idee om het NK Wielrennen terug naar Zuid-Limburg te halen. Als Maastricht Tom Dumoulin voor eigen volk Nederlands kampioen wil zien worden, moet het dringend op zoek naar sponsors. Ik heb alvast een mooi rondje van 8 km, met 2 hellingen (resp. 500 en 1000 meter aan max 5%) die samen voor 71 hoogtemeters zorgen. In 240 km (30 rondjes) moeten er derhalve 2130 hoogtemeters overbrugd worden. Het rondje ligt op loopafstand van station en binnenstad, er hoeven geen hoofdwegen afgesloten te worden, verkeertechnische aanpassingen zijn er nauwelijks nodig, de finish kan op een helling of een van de lange, brede wegen getrokken worden, er is ruimte genoeg voor alle facilitaire en andere voorzieningen die noodzakelijk zijn bij een wielerwedstrijd, de natuur hoeft er niet onder te lijden, het handvol gedupeerde bedrijven kan men gratis landelijk reclame bieden. Benieuwd naar het rondje?
Laten we beginnen bij het tankstation op de Malbergsingel.Vandaar gaan we richting de Cantecleerstraat (LA op de rotonde), die we nemen tot de volgende rotonde, daar gaan we LA de Brusselseweg op, even verderop RA de Carl Smulderssingel op, die gaat over in de dalende Cabergerweg, beneden LA de Fort Willemweg op, de Belvédèrelaan kruisen, en de Fort Willemweg blijven volgen tot we LA de Sandersweg (Oost) inslaan, verderderop RA de prachtige Belvédèrelaan op voor de eerste klim, boven op de Brusselseweg een bocht van 180 graden Links om de rotonde heen om de Belvédèrelaan af te dalen (over het 4 meter brede dubbelbaans fietspad of de linkerzijde van de grotendeels dubbele Belvédèrelaan), beneden RA voor de beklimming van de Sandersweg (West), boven LA de Brusselseweg op en even later RA de Papyrussingel blijven volgen, die gaat na een haakse bocht over in de Malbergsingel. En zo komen we terug bij het begin.
Zie ik een aantal belangrijke zaken over het hoofd? Ongetwijfeld, maar het rondje is te mooi om er niet over te dromen.

Het rondje: https://ridewithgps.com/routes/33502045


Lotgenoot

Ivo groeide net als ik op in Godsheide. Na zijn huwelijk ging hij op de grens wonen van Godsheide en het aanpalende Diepenbeek. Sinds 2008 fietsen we jaarlijks een keertje samen.Vorig jaar vroeg ik hem ergens in juli of hij naar de kermis van Godske ging. Zijn antwoord verraste me: 'Nee, ik ga niet, want ik ken daar bijna niemand meer.' Wat voor hem geldt, geldt uiteraard nog meer voor mij, want ik woon dit jaar al een halve eeuw in Maastricht. Het Godsheide dat ik me herinner bestaat alleen nog in mijn hoofd. Mijn ouders hebben er van 1954 tot 2005 gewoond. Ze kwamen van elders. Sinds het eigenhandig door mijn vader gebouwde huis werd verkocht en afgebroken is er, buiten het graf van mijn ouders, niets meer dat aan mijn familie herinnert. Mijn (inmiddels overleden) zus en mijn drie broers vertrokken net als ik naar andere oorden. Toch wil ik ieder jaar minstens één keer op de fiets naar Godske. Om het naar het kerkhof te gaan en om te kijken wat er allemaal veranderd is in het dorp. België heeft vorige week de coronagrenzen weer geopend, dus het mag weer. Ik zit al vroeg op de fiets en peddel (met wind in de rug!) langs het Albertkanaal. Het is er een en al rust. Onder begeleiding van kwetterende vogels kan ik mijn gedachten hun gang laten gaan. Uiteraard kom ik ook bij mijn vader terecht, die tot kort voor zijn dood (op zijn 83ste) bleef fietsen. Vijftien jaar na zijn overlijden en zelf bijna zeventig lijkt het wel of ik meer lotgenoot dan zoon van hem word. Een merkwaardige gedachte die ik een zomerse tocht lang kan bemijmeren!


Ik was er ...

Ik betoogde tegen de oorlog
in Vietnam, de dictatuur in Chili,
de kruisraketten in West-Europa

en eergisteren nog
(heel even)
tegen het racisme
in heel de wereld

maar wat zegt het

ik fietste ook de Ventoux op,
de Galibier, de Glandon,
de Tourmalet, de Aubisque,
de Gavia, de Mortiolo
en de Stelvio

en meer nog

omdat ik er toevallig was
stak ik kaarsjes aan in Banneux,
Scherpenheuvel, Beauraing,
Lourdes, Fatima, Lisieux
en Heppeneert

ik bedoel maar ...















Bovenstaand versje werd vandaag ook gepubliceerd op het online literair tijdschrift De schaal van digther.

In 't Engels

Vorige week werd ik uitgenodigd om lid te worden van de facebookgroep 'Cycling in the mountains'. Kijkend naar wat er gepost wordt, was ik zo vrij om zelf ook een foto en een (Nederlandstalige) senryu te plaatsen. Omdat er likes kwamen vanuit verschillende continenten, leek het me beter om die senryu's in het Engels te vertalen. Probleem is dat ik waarschijnlijk de enige Europeaan ben die én geen rijbewijs heeft én geen Engels spreekt. Als iemand mij in Maastricht in het Engels de weg vraagt, fronst hij de wenkbrauwen bij het horen van mijn uitleg en komt vervolgens ergens in Cuttekoven of Simpelveld terecht. Met hulp van de vertaalsite 'Reverso' kan ik me redelijk behelpen. De senryu's veranderen in de vertaling in een soort 'short poems'. Het resultaat – en dat is nodig – kan ik laten controleren en bijstellen door een zoon en een lieve en kundige schoondochter die daarenboven in geval van nood kan rekenen op een tante die van vertalen haar beroep heeft gemaakt. Wie doet mij dus wat! Ik heb intussen wel geleerd dat ik de senryu's niet moet illustreren met foto's waaruit blijkt dat mijn eega en ik ooit zonder helm fietsten. Dat levert meteen boze why not helmet-vragen op.


Teststraat

Als ik na 1 juni onverhoopt last krijg van koorts, keelpijn en hoesten, kan ik me laten testen op corona. Ik moet eerst een afspraak maken via een landelijk telefoonnummer van de GGD. Als men aangeeft dat een test inderdaad gewenst is, mag ik me melden in een teststraat in Urmond. Daar kan men mensen in twee auto's tegelijk bemonsteren. Euh...Maastricht ligt zo'n 20 km van Urmond en ik heb auto noch rijbewijs. Het lijkt me niet de bedoeling dat ik een taxi bel of een nog niet besmette kennis vraag me te vervoeren. Ik bel derhalve het landelijk nummer van de GGD, maar de vriendelijke dame moet het antwoord schuldig blijven: 'Hoe ze dat gaan oplossen is mij niet bekend.' Van Maastricht kun je lekker langs de Maas op naar Urmond fietsen. Als je gezond bent. Stel je voor dat ik me op de fiets meld in een teststraat? Misschien vragen ze wel of ik ook op de fiets naar een wasstraat ga!


Tactiek

Op tweebaans fiets- en jaagpaden
en op smalle binnenwegen
fiets ik schuin, links achter mijn lief,

op onze eigen weghelft blijvend
dwing ik (door niet te wijken)
breeduit kletsende tegenliggers

om ook achter elkaar
of op z'n minst
op hun eigen weghelft
te pedaleren,

bijna geamuseerd
wacht ik af
of zij

met een boze, verongelijkte,
verschrikte of (zelden)
schuldbewuste blik
reageren


Betrekkelijkheid

In deze tijden van corona staat een mens wat vaker stil bij de betrekkelijkheid, de broosheid van het leven. In het verleden is al een paar keer gebleken dat mijn lijf niet uit de sterkste onderdelen is opgebouwd. Als ik het geluk heb zo oud te worden als mijn moeder, heb ik nog 8 jaar tegoed. De leef-tijd van mijn vader geeft me nog 14 jaar respijt. In dat laatste geval zie ik mijn jongste kleindochter 14 en de oudste 19 jaar worden. 't Is wat! Mijn dierbare echtgenote en ik gaan er overigens al lang vanuit dat zij mij (met vele jaren) zal overleven. Mij rest niets anders dan doen wat mijn vader deed: blijven fietsen

Tot ook het vals plat
als een col in mijn oude
kuiten kruipt – zolang



Op en af

Als 65-plussers horen mijn eega en ik in deze Corona-tijd bij de kwetsbare groep: we worden (als autolozen) gevraagd om geen gebruik te maken van het openbaar vervoer, het bezoek aan kleinkinderen wordt al weken ten zeerste afgeraden, we komen alleen buiten om boodschappen te doen en om in beweging te blijven. Desondanks mogen we niet klagen: wij (en onze dierbaren) blijven (vooralsnog) gespaard van het virus, we kunnen het (al bijna vijftig jaar meer dan) goed met elkaar vinden, we zien en spreken de (klein)kinderen via facetime, het is de hele maand al prachtig weer en we kunnen zoveel fietsen als we willen. Niet overal, want vanuit Maastricht mogen we niet het Heuvelland in en ook niet de grens over richting Kempen, Haspengouw, Voerstreek en Land van Herve. Naar het Maasland en de Westelijke Mijnstreek mag wel. Vandaag zoek ik de 12 heuveltjes op van Meerssen en Geulle. Een rondje valt er niet van te maken. Daarom ga ik op de meeste klimmetjes naar boven en meteen terug naar beneden om me naar de volgende heuvel te begeven. Een beetje raar, maar een mens moet wat.  Ik heb ze allemaal wel een keertje beklommen, maar de meeste niet vaak want het Heuvelland – de streek van de Amstel Gold Race – nodigt toch meer uit om te fietsen. Een 'rondje' van 57 km wordt het, met 12 beklimmingen, 700 hoogtemeters, 16 km bergop. Ter vergelijking: de Ballon d'Alsace is 15,7 km lang en overbrugt 660 hoogtemeters. Voor de mensen die zich afvragen wat er nou leuk is aan dat bergop fietsen, ik schreef het elders al: ik word er gelukkig van! Al zit ik vandaag ook met m'n gedachten ergens anders. De positie van de steeds groter wordende groep 65-plussers staat steeds meer ter discussie. We zijn niet goedkoop (AOW, gezondheidszorg) en belemmeren zeker op dit moment de rest van de bevolking (door onze kwetsbaarheid). Dat veel (jonge) ouderen het in allerlei opzichten veel beter hebben dan veel jongeren het ooit zullen krijgen, is ook niet bevorderlijk voor de solidariteit. Denk ik. De verrassend mooie Biesenberg en Visweg laten me weer genieten. Dat het aan het begin van het (klim)seizoen pijn begint te doen, dat is een onmisbaar onderdeel van het fietsgeluk.

Afbeelding:http://www.heuvelsfietsen.nl/ Klik op afbeelding voor vergroting.

Mestreechs Corona Rundsje

Het ziet er naar uit dat de beperkende corona-maatregelen nog (lang) niet opgeheven kunnen worden. Het Heuvelland mag ik voorlopig zelfs vanuit Maastricht niet in. Zoveel mogelijk thuis blijven en ommetjes in de eigen omgeving maken: dat blijft de boodschap. Voor alle zekerheid heb ik een corona-fietsrondje uitgestippeld. Het is circa 40 km lang, doorlopend en het ligt geheel op Maastrichts grondgebied. Er zitten twee heuse beklimmingen in (de Zonneberg via Slavante en de Wolderberg), zes bruggen (over Maas, Jeker, Julianakanaal) en een stukje strade bianche. Er kan genoten worden van enkele prachtige uitzichten, langs het 5 km lange CO2-fietspad naar en over de Noorderbrug rijden in deze tijden beduidend minder (vracht)auto's, de zuurstofrijke (buiten)gebieden zijn ruim vertegenwoordigd en de kilometer industrieterrein heeft zo z'n eigen charmes. Fiets je het rondje 2 keer, zoals ik vanmorgen deed, dan heb je 80 km met  500 hoogtemeters in de benen. In coronatijd! O ja, in het rondje zitten negen stoplichten maar ik hoefde nergens te wachten, ze sprongen stuk voor stuk op groen als ik naderde! Echt waar! Nou ja, tijdens mijn eerste rondje toch.


Bart & Joop

Ik ben begonnen aan 'Mijn vaders hand', het veel geprezen boek van Bart Chabot (geboren in 1954). Op pagina 47 lees ik dat hij van Sinterklaas een complete Ivanhoe-uitrusting kreeg in de tijd dat die serie voor het eerst werd uitgezonden op TV. In Nederland waren de avonturen van ridder Ivanhoe te bewonderen van 1961 tot 1964. Bart was toen dus een jongetje van een jaar of acht, negen. 'Ik was geen kind meer dat Ivanhoe speelde, nee, ik wás Ivanhoe,' schrijft hij. 'Er kon me weinig gebeuren. Vriendjes in de straat droomden dat ze Joop Zoetemelk waren, die tijdens een zware bergetappe betrokken was bij een beslissende ontsnapping uit het peloton en de Tour de France ging winnen, of dat ze een van de piloten uit The Thunderbirds waren, of speelden dat ze bij Bonanza of Rawhide zaten.' Rawhide en Bonanza kan ik me voorstellen, maar Joop! Die werd toch pas prof in 1970, het jaar ook dat hij zijn eerste Tour reed. Of Bart vergist zich, of zijn vriendjes hadden voorspellende gaven. Het is niet eerste keer dat ik de wenkbrauwen moet fronsen wanneer er in een Nederlandse roman naar de wielersport wordt verwezen. De grote Jeroen Brouwers liet broeder Bonaventura, de hoofdpersoon in zijn roman 'Het hout', aan het eind van de jaren veertig van de vorige eeuw al fietsen op een Orbea Opal 20 Speed. Die Speed wordt normaliter gebruikt om of het aantal versnellingen aan te geven of het aantal kransjes van de 'cassette' op de achteras. In de jaren veertig waren 4 kransjes het maximaal haalbare, meer konden er nog niet gemonteerd worden. Je had dus 4 Speed of, vermenigvuldigd met de twee tandwielbladen vooraan 8 Speed. Hebben deze foutjes (?) enige invloed op de kwaliteit van beide boeken? Welnee, maar op een blog als deze moet ik er wel melding van maken. Toch?



Tekortgedaan

Vijftien jaar na zijn dood kom ik steeds meer te weten over de wielercarrière van mijn vader. Mijn fotobestand wordt aangevuld en zijn verhalen worden toegelicht met uitslagen en verslagen (met dank aan Alain Buckinx en Jean Pierre Vanbrabant). Dat ik me zijn verhalen niet altijd even helder voor de geest haal, bewijst het gedicht Marcel Hendrickx, dat te lezen is in mijn bundel Godsheide (2009). Ik citeer:

Marcel Hendrickx

Kijk, zei mijn vader, die man
daar is beroepsrenner geweest,

hij heeft schoon koersen
gewonnen

twee keer Parijs-Brussel,
da's niet niks,

bij de liefhebbers heb ik nog
met hem gefietst,

ik heb hem ooit geklopt,
jazeker, in een spurt
voor de vijftiende
plaats of zoiets

En daarmee heb ik mijn vader wel heel erg tekortgedaan. Want op 20 juli 1947 vond er in Kerniel een wedstrijd voor amateurs (liefhebbers) plaats. Mijn vader klopte Marcel Hendrickx daar, zo blijkt nu, niet voor de vijftiende plaats of zoiets maar voor de overwinning. Met terugwerkende kracht: sorry pa!


Café Anna

Midden jaren tachtig van de vorige eeuw werd L. assistent van het hoofd-huishouding in het verzorgingshuis waar ik werkte. We konden het goed met elkaar vinden. L. is op zijn sportfiets een paar keer mee gaan fietsen en leerde me enkele binnenwegen kennen. Die neem ik nog steeds - op weg naar de Mescherberg of de klim door het Savelsbos - en dat zijn niet de enige plekken waar ik nog geregeld aan hem denk. L. overleed op jonge leeftijd na een kort ziekbed. Een jaar ervoor bracht hij van een vakantie in Denemarken voor ons een mooie tekening mee, vervaardigd door Bo Bendixen, een bekende Deense graficus, die naar eigen zeggen maar één doel heeft met zijn werk: 'Een positieve, gelukkige boodschap overbrengen om de kijker een goed humeur te bezorgen.' De tekening - een tafeltje met een vaas met klaprozen op het terras van Café Anna? - hangt tegenwoordig in onze 'kleinkinderkamer'. Die wordt al enkele jaren tijdens logeerpartijen gebruikt door Maite en/of Suze. Sinds anderhalve week weten we dat ze in de toekomst ook gebruikt zal worden door ene ... Anna!




Café Tribunal

Vanwege de corona-perikelen zullen we elkaar (de laatste maandag van) deze maand niet treffen in Café Tribunal.  We zijn met zeven, heren van rond de zeventig, en leerden elkaar kennen in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw. De laatste vijftien jaar treffen we elkaar maandelijks om de stand van (levens- en wereld)zaken door te nemen. De alcohol die ik tijdens zo'n bijeenkomst nuttig moet ik een dag later weer uit mijn lijf fietsen. Dat gaat gepaard met gepeins en gemijmer. Zo ontstond laatst het versje Maandelijks, dat ik bij deze opdraag aan mijn Tribunal-companen.
(Het gedicht is ook te lezen op De schaal van digther.)

Maandelijks

Een halve eeuw later
discuteren we
in dezelfde kroegen
nog altijd
over dezelfde vragen

want we zijn wel ouder
maar niet veel wijzer
geworden

en als iemand zich
na vijf of zes rondjes
tripel-zeker
aan hét antwoord
waagt

is er altijd wel iemand
die redelijk nuchter
om de rekening
vraagt


Pregnant

De vriendin van mijn oudste zoon is bevallen van een prachtige, gezonde dochter. Anna Pauline is haar naam. Moeder, dochter en vader stellen het goed. De opa's en oma's ook. Mijn zoon is 40, zijn vriendin 38. De vraag of het ouderschap voor hen was weggelegd, bleef lang onbeantwoord. De blijdschap om de zwangerschap was dan ook groot. Iedereen in hun kennissenkring genoot van het geluk dat zij negen maanden lang uitstraalden. Een bezoek aan hen vatte ik later - fietsmijmerend door het Mergelland - als volgt samen:

Zo blij wordt een kind
zelden verwacht – hier adem je
een pregnant geluk


Hoe snel fietste mijn vader

Begin jaren vijftig van de vorige eeuw koerste mijn vader een tijdje bij de ambachten, de voorloper van de huidige masters. Vandaag kreeg ik een aantal uitslagen van wedstrijden uit 1955 waarin mijn vader voorkomt. Ze werden me toegestuurd door Alain Buckinx, die toegang heeft tot de archieven van 'Het Belang van Limburg'. Ik ben er blij mee. Voor het eerst kan ik zien hoe hard mijn vader fietste rond zijn 35ste. Met weinig training - er moest gewerkt worden, ook na de uren - en fietsen van veel mindere kwaliteit dan nu, haspelden die mannen koersen van 75 km tot 80 km af aan gemiddeldes van 35 tot 40 km per uur. Daarmee wordt andermaal bevestigd dat mijn vader wel de goesting in fietsen maar niet de genen om koers te rijden aan mij heeft doorgegeven!


Nieuwigheden

Het wielertoerisme breidt zich almaar uit. Oud-profs spelen daar graag op in. Steven Rooks deed dat al in 2004 met zijn eigen Classic. Talloze toertochten, cyclo's en granfondo's dragen de naam van een ex-coureur. In het rijtje van mede-organisators hebben zich nu ook Bram Tankink en Jos van Emden (nog altijd actief als prof!) gevoegd. Zij organiseren een heuse Grenspalen Klassieker. In drie etappes van 150 km wordt er in Limburg, Brabant en Zeeland van grenspaal naar grenspaal gefietst. De route volgt de Belgisch-Nederlandse grens, het traject waar de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog een Doodendraad plaatsten, die ook door Achel liep. Daar leerden mijn oma en opa elkaar in 1918 kennen. M'n oma woonde in het grensdorp. M'n opa, een Waal uit Wellin, was soldaat in het Belgisch leger. Hij vocht eerst in Luik, kwam via de Slag der Zilveren Helmen in de loopgraven aan de IJzer terecht om aan het eind van de oorlog ingekwartierd te worden aan de grens met Nederland. Zonder die oorlog was ik er waarschijnlijk nooit geweest!
Ook nieuw is my.Cols, de zoveelste website over heuvels en cols, maar wel een opmerkelijke. Veel beklimmingen worden namelijk toegelicht door (ex) profs. De Cauberg is uiteraard de klim van Philippe Gilbert, en Marc Lotz vertelt hoe je het best de Sibbergrubbe op fietst. Van Andy Schleck krijg je te horen waarom de Tourmalet zo belangrijk voor hem was en Rolf Aldag neemt je mee naar de Kandel. Om maar een paar voorbeelden te noemen. Bij iedere klim worden de gegevens vermeld. De moeilijkheidsgraad wordt aangegeven met categorieën: 4,3,2,1 en de zwaarste, HC (hors categorie / buiten categorie). Hoe dat wordt bepaald, wordt niet vermeld, maar verrassend is het af en toe wel. Zo krijgen, dicht bij huis, de Cauberg, de Gulperberg vanuit Partij, de Kruisberg en de Doodeman geen quotering terwijl de Rijksweg van Gulpen richting Margraten (2,4 km aan 3,5%) wel als een klim van 4e categorie wordt beschouwd. Misschien toch nog wat werk aan de winkel?


Voltooid

Tijdens het fietsen kun je je hoofd leeg laten waaien om het vervolgens weer te vullen met gedachten. Over de discussie bijvoorbeeld die momenteel in Nederland wordt gevoerd naar aanleiding van het voorstel van D66 voor de 'Wet voltooid leven'. Ik hoop dat die wet er komt. Dat heeft uiteraard te maken met mijn eigen ouder worden en mijn ervaringen in de ouderenzorg. Zoals wel vaker krijg ik het waarom het best uitgelegd met een gedicht. Dat werd vandaag gepubliceerd op het online literair tijdschrift De schaal van digther. Ben ik levensmoe? Nee, gelukkig niet, zie onderstaande senryu (Februari) van gisteren. Maar als het straks zover is dat ik alles (al zo lang) heb gehad, dat er niets anders is om nog naar uit te kijken, dan hoop ik te kunnen rekenen op wettelijk geregeld mededogen. Het gedicht:

Waarom zou je ouderen
het recht ontzeggen
om klaar te zijn
met hun leven,

waarom zou de hulp
om er waardig
uit te stappen
geen barmhartigheid
mogen heten,

zo blijf je
in de wirwar
van belangen

gedoemd
om lijdzaam
te verlangen



Februari

De eerste heuvels
van het jaar - blij dat m'n lijf
me nog volgen wil