Heide

Mijn dierbare echtgenote wilde graag fietsen naar een plek waar héél veel bloeiende heide te vinden is. Dus zette ik een rondje uit op het fietsroutenetwerk waarbij we langs en door de Brunssummerheide zouden peddelen. Met de trein naar Sittard en vervolgens over en langs de Duitse grens richting de hei. Wat ik al vreesde gebeurde ook: in Duisland kennen ze wel knooppunten, maar die 'knotenpunkten' blijken maar al te vaak 'klotepunkten'. Van nummer 52, waar we naar toe moesten, bleek plots geen spoor meer te bekennen. Met een omweg kwamen we uiteindelijk aan de rand van de Brunssummerheide. Veel heide was er vooralsnog niet te bekennen. Toch maar van de route afwijken, bleek de oplossing. Na een mooi stukje volgde een schitterend paarsblauw veld. Mijn missie was geslaagd! Met het aantal kilometers dat we al op de teller hadden, leek het me beter het omwegen makend fietsroutenetwerk niet meer te gebruiken en via de 'gewone' weg binnendoor naar Maastricht te fietsen. Maar de omgeving van Heerlen is een crime. Eer je als fietser uit dat CO2-gebied bent! Ze lijken er bovendien fors te bezuinigen op wegwijzers. Met Valkenburg in zicht hadden we er bijna 70 km opzitten. In het Geulstadje hebben we gewoon de trein terug naar het 10 km verderop gelegen Maastricht genomen. Zonder blikken of blozen! En overmorgen fietsen over het onvolprezen Belgisch Limburgse fietsroutenetwerk naar de Mechelse hei. Daar raken we geheid de weg niet kwijt. Hoewel, met mij weet je nooit!


Passau - Wenen

Omdat we geen van beiden avonturiers zijn, hebben mijn eega en ik ons nog 'ns gewaagd aan een groepsfietsreis. Het eerste gedeelte van de Donauradweg leek ons wel wat. En, het is ons uitstekend bevallen! Tussen Passau en Wenen kon er met redelijke dagafstanden (50 tot 75 km) zonder bustransfers en in alle vrijheid van hotel naar hotel gepedaleerd worden. Zeggen dat alle clichés over de route kloppen is op zich al een cliché, maar ik kan er niets anders van maken. Vele kilometers lang langs die brede rivier op peddelen met (bijna) voortdurend uitzicht op groene heuvels en bergen, tja, veel meer hoeft het voor mij niet te zijn. Geregeld van de route afwijken om (behoorlijk) hogerop gelegen abdijen en gedenkplaatsen te bezoeken, zo nu en dan door een stad(je) slenteren, bij tijd en wijlen iets cultureels of historisch meepikken, je al fietsend laten rondleiden in Wenen en dat alles onder een (meestal) overvloedig schijnende zon: wat kun je meer verwachten van een vakantie! Zeker als je onderweg aansluit bij een aantal sympathieke reisgenoten waar je ook iedere avond mee aan tafel mag zitten. Fietsverhalen worden dan al gauw voorzichtige levensverhalen waaruit wederom blijkt dat ‘geluk’ allesbehalve vanzelfsprekend is. Hoe toeristisch is de route? De talrijke terrasjes waren weliswaar druk bezet, maar op de route belandden we slechts één keer in een fietsfile. De Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans en Nederlands sprekende pedaleurs wachtten met hun merendeels elektrisch ondersteunde vehikels geduldig tot werklui de 's nachts afgewaaide takken van het pad verwijderd hadden. Verder was het soms even aanschuiven bij de veerpontjes. Maar goed, de Donau is 2800 km lang en iedereen lijkt in dezelfde richting te fietsen, plaats genoeg dus. Passau, Schlögen, Linz, Perg, Grein, Melk, Krems, Wenen: een tocht met een hoog ansichtkaartgehalte! Wat de vroegere en huidige politiek in dat prachtig land(schap) betreft: onze Weense fietsgids ontweek het onderwerp behendig met de mededeling dat zij voor ‘Friede, Freude & Eierkuchen’ is!

Klik hier voor meer foto's 









Dagwaardes & zo

Gisteren, bijna drie maanden nadat ik aangereden werd, kreeg ik de materiële schade vergoed door de verzekering van de student die me met de auto van zijn moeder overhoop reed. Zelf mankeerde ik gelukkig niet zo veel maar mijn racefiets was total loss. Bij zo'n verzekering moet je de boel warm houden en hopen op medewerkers die afmaken wat sommige van hun collega's laten liggen. Eerder al had ik geluk dat mijn fietsenmaker weet hoe hij moet omgaan met schade-experts en vaste klanten. De door de verzekering ingehuurde expert bleek overigens heel schappelijk. Dat gold ook voor een medewerker van de verzekering die me ongevraagd een ongemakkenbonus gaf. Ik kom er uiteindelijk dus goed vanaf. Al verbaast het me nog steeds dat iedereen het heel gewoon vindt dat je als slachtoffer van een verkeersongeval (lees: door de schuld van iemand anders) materiële schade lijdt. Met mijn (goed onderhouden en vorig najaar nog geheel gereviseerde) Bianchi Impulso had ik (bij leven en welzijn) nog vele jaren willen fietsen. Dagwaarde en waardevermindering vond en vind ik dan ook totaal niet van toepassing. Maar ik was en ben blijkbaar de enige die van mening is dat men alle wet- en regelgeving daaromtrent maar moet aanpassen!

Mijn Bianchi Aria!


Schwarzwald

Met Joost en Gijs, mijn zonen, en Wiebe, de schoonvader van de oudste, enkele dagen gaan fietsen in Het Zwarte Woud. We logeerden in Kirchzarten, een dorp in de buurt van Freiburg, de plaats waar ik zeven jaar geleden (na tien kilometer fietsen al) zwaar ten val kwam. De confrontatie met de omgeving riep minder emoties op dan verwacht.
Op de dag van onze aankomst fietsten we bij 33º Celsius de Kandel op: 18 km klimmen, van 384 naar 1202 meter. Gijs peddelde rustig naar boven met amper 100 fietskilometers voorbereiding in zijn loopbenen. Voor Wiebe, een zestiger uit het vlakke Drenthe, was het zijn allereerste col. De laatste kilometers zag hij behoorlijk af, maar hij redde het. Joost fietste (uiteraard) fluitend naar boven. Ik mocht de rij sluiten en op mijn gemak genieten: van het klimmen, van het fraaie landschap, van het moedig zwoegen van Wiebe.
Dag twee was gereserveerd voor een tocht van 75 km (met 2200 hoogtemeters) over drie cols: Schaunsland (vanuit Oberried), Wiedener Eck en Notschei. In totaal moest er 36 km geklommen worden. Wiebe pakte het vanaf de start verstandig aan: zonder tussensprintjes op reserve naar boven. De miezerige regen die tijdens de eerste klim begon te vallen maakte in de afdaling plaats voor de zon, en die deed ons de rest van de tocht behoorlijk zweten. Op de tweede col, een gelijkmatige loper, werden we geregeld ingehaald door zeven racende oude Audi's die daar rondjes reden. Heerlijk: dat bizar geronk en die walmende uitlaatgassen in dat lieflijk landschap! Op de laatste klim had Wiebe het zwaar, maar, zo vatte hij achteraf samen: 'Afzien, het went op den duur.' Gijs kreeg last van een oude rugblessure en zijn gebrek aan fietsvoorbereiding. En Joost, die ging na het nuttigen van de Kirchzarter taart nog een rondje van 50 km (over de Thurner) 'vegen'!
Op dag drie scheidden onze wegen. Gijs maakte een rugsparende wandeling. Wiebe wilde graag een wat vlakker rondje van 50 km met niet meer dan één col. Dat werd Schaunsland (vanuit Freiburg). Joost vergezelde 'sjoenpa' en pikte daarna de Erlenbacher Hütte mee, de klim waar ik meteen naar toe fietste. Een steile puist van 7,7 km aan gemiddeld 9,4%. Het middelste gedeelte (5,5 km) stijgt gemiddeld 11,3% over een smalle, slecht geasfalteerde bosweg met aan het begin en het eind prachtige uitzichten. Een klim om hart & ziel aan op te halen! En dat deed ik dus, in een oase van rust. Freiburg zal voortaan in mijn herinneringen (veel) meer zijn dan alleen maar de intensive care van het Universitätsklinikum!

(meer info en foto's)



De tussensprint

Mijn vrouw heeft drie broers en zes zussen. Trouwpartijen leidden tot kinderen die op hun beurt partners vonden met vaders en broers en zussen. Wie over een racefiets beschikt, kon vandaag alweer voor de zesde keer deelnemen aan het Rondje Ritz. En ze kwamen vanuit Nijmegen, Beilen, Utrecht, Oirschot en Kerkrade. Van Maastricht ging het via Eijsden naar en door de Voerstreek, waar de eerste klim – de Kwinten – wachtte. Daarna volgden de Wolfsberg, de Loorberg en de Ingbergrubbe. Na de pauze in Sibbe kon er gekozen worden: rechtstreeks of via de Cauberg naar Maastricht (voor het rondje van 55 km), of nog verder voor de lus met de Geulhemmerberg, de Keunestraat, de Kalleberg, de Bukel en de Orenberg (voor het rondje van 77 km met 800 hoogtemeters). Een mooi rondje over fietspaden en binnenwegen, zeker bij het heerlijk zomers weer. Tijdens zo'n tocht wordt er uiteraard gekeuveld en gekletst, want menigeen ziet elkaar maar één keer per jaar. In de heuvelzone wordt ook meteen duidelijk wie veel, weinig of helemaal geen kilometers in de benen heeft. En dat betekent dat de snelle jongens vaak moeten wachten en temporiseren. Van de tien oorspronkelijke Ritzjes was mijn eega de enige de meefietste. Een dame van 67 tussen merendeels dertigers. En dan won ze ook nog de tussensprint in Sibbe!


Het groot wielerwoordenrijmpjesboek

Pas (en wat eerder dan gepland) verschenen: Het groot wielerwoordenrijmpjesboek. Ik citeer de achterflap: Er verschenen in de loop der jaren meerdere wielerwoordenboeken waarin wielertermen niet alleen worden uitgelegd maar ook toegelicht, b.v. met anekdotes uit de wielerhistorie, uitspraken van renners, (flarden) poëzie en proza. Miel Vanstreels (1951) gaat in deze bundel nog iets verder: hij licht 100 wielerbegrippen toe met een korte omschrijving én een rijmpje. In 'Het groot wielerwoordenrijmpjesboek' zijn wielertoeristen even belangrijk als echte coureurs: ook zij komen de man met hamer tegen, ze harken dezelfde kuitenbijters op en hun afstapverdriet is mogelijk nog groter.
Het boekje kost € 12,90 en is verkrijgbaar in de boekhandel, het kan ook via deze link rechtstreeks besteld worden.

Een van de honderd begrippen:

Vals plat

De weg lijkt vlak maar gaat stiekem toch licht omhoog; voel je in je benen bij tegenwind of aan het eind van een tocht.

Met veel tegenwind
op geniepig vals plat

m'n benen willen terug
naar het binnenblad


Belachelijk

Een maand geleden fietste ik mijn Rondje Mergelland (72 km, 13 hellingen, 900 hoogtemeters) aan een gemiddelde van 23,1 km. Op een hoog gemiddelde ben ik mijn hele fietsleven nog nooit betrapt, maar hier was ik als 68-jarige wielertoerist met altijd tegenwind heel blij mee. Ik had me wel te pleuris moeten fietsen: voor mijn doen veel te hard iedere helling op, op het risicorandje dalen, op het vlakke zo nu en dan aanpikken bij snelle jongens. Vandaag reed ik hetzelfde rondje in dezelfde omstandigheden. Ik had me voorgenomen het rustig, heel rustig aan te doen: overal, op de hellingen en op het vlakke, binnen adem blijven. Het werd een heerlijke tocht, ook de laatste heuvel ging ik fluitend omhoog. Toen ik thuis kwam keek ik op mijn teller: 22,3 km gemiddeld! Had ik me een maand geleden de ziel uit mijn lijf gefietst om na drie uur welgeteld 2,4 km verder te zijn dan vandaag? Belachelijk. En ik had het kunnen weten. Als ik met mijn dierbare echtgenote ga fietsen, blijf ik altijd bij haar op de hellingen. 'Fiets maar door,' zegt ze vaker. Eén keer heb ik het uitgeprobeerd. Op de Mescherberg spurtte ik naar boven, althans zo voelde het. Op de top had ik een luttele 20 seconden voorsprong. Mezelf helemaal leeg fietsen om ergens een paar tellen eerder aan te komen. Het ergste is dat ik ook na vandaag weet dat het me, bij leven en welzijn, nog vaak zal overkomen.


Drie keer Kempen

Drie dagen door de Kempen gefietst met mijn dierbare echtgenote. Ervan uitgaande dat we qua leeftijd bij de doelgroep hoorden, boekte ik een arrangement in een seniorenhotel, dat midden in de bossen ligt. Op de eerste dag fietsten we een ommetje van 60 km (van het station van Weert naar het hotel in Luyksgestel) door de Brabantse Kempen. De Kempen staat bekend om zijn zanderige bodem, bedekt met heide, dennenbossen, vennen en veengebieden. Op opvallend rustige fietspaden  lieten we ons leiden door de bordjes van het fietsroutenetwerk. Lekker zomers pedaleren in een weldadige stilte! Dag twee peddelden we een rondje van 80 km door de Antwerpse Kempen. Enkele onduidelijke omleidingen en iets te veel betonbanen door woonwijken maakten het minder fraai dan een dag eerder, maar de zomerse zon en de Corsendonckse lunchpauze vergoedden veel. Op de laatste dag – een tropische warme! - reden we 75 km, dwars door de (Belgisch) Limburgse Kempen richting Maas(tricht). Gelukkig bleven we nagenoeg de hele tocht op schaduwrijke jaagpaden langs het water. Wat niet wil zeggen dat de 40 kilometers met (4 Beaufort) wind tegen niet in de benen kropen. Hoe het seniorenhotel beviel? Een bijzondere ervaring! We mogen absoluut niet klagen over de accomodatie, de maaltijden en de bejegening. In de stalling stonden onze fietsen netjes geparkeerd tussen rollators, scootmobiels en tilliften. En in het restaurant heerste een bejaarde gezelligheid. Hoewel we jarenlang in de ouderenzorg gewerkt hebben, zou je toch kunnen stellen dat het aanschouwen van ons voorland een tikkeltje confronterend was!


Mannen van bijna zeventig

Het slechte weer zorgde ervoor dat ik niet met de fiets naar Lier kon voor de jaarlijkse reünie van een aantal kostschoolgenoten. Ik moest derhalve kilometers maken met de trein. Het is dit jaar een halve eeuw geleden dat ik mijn laatste dagen sleet in het Missiecollege. Gisteren liep ik met zes gabbbers van weleer door de gebouwen van het internaat, dat tegenwoordig dienst doet als kleuter- en lagere school. Hoewel de aan de moderne tijd aangepaste zalen en lokalen een andere indeling en functie kregen, kwamen op iedere plek de herinneringen boven: mannen van bijna zeventig die weer opgroeiende jongens worden in een kostschool van de paters van de H.Geest!

Klik op de afbeelding voor vergroting

Ingewijd

Wanneer mijn vader vroeger een nieuwe fiets verkocht, sprak hij tegenover de klant steevast de wens uit: 'Dat ge hem in gezondheid moogt verslijten.' Ik moest er aan denken toen ik bij de inwijding van mijn nieuwe fiets langs de Steenboskapel in Voeren reed. In die kapel hangt een bordje met de tekst: 'Laten we hier bidden om gezond te mogen blijven of voor een goede genezing.' Ik ga er vanuit dat de Jezus van deze Heilig Kruiskapel ook een aanhorend oor heeft voor een ongelovige katholiek c.q. katholieke atheïst. Overigens, mijn nieuwe fiets is een Bianchi Aria 105 en hij fietst carbonastisch!


Col du Limbourg

Een doorlopend rondje van 88 km vanuit Maastricht met twintig (verschillende) hellingen die zorgen voor 1300 hooogtemeters en circa 25 klimkilometers aan gemiddeld 5,2 %. Cols met een vergelijkbare lengte en steilte zijn o.m de Glandon (vanaf Barrage du Verney), de Gavia (vanuit Bormio) en de Ventoux (vanuit Sault). Een lekker rondje dus. Om de 4,5 km wacht een nieuwe helling: Rasberg, Brakkeberg, Daalhemmerweg, Goudsberg, Fromberg, Vrouwendelweg, Korenweg, Bosschenhuizen, Wittemerberg, Gulpenerberg, Hurpesch, Camerig (Groeneweg), Epenerbaan, Piemert, Schey, Grensheuvel, Hoesberg, Kalleberg, Bukel, Orenberg. Voeg ze samen en je hebt … de Col du Limbourg. Vandaag, exact drie weken nadat ik overhoop werd gereden, fiets ik het rondje zoals ik gewend ben in het hooggebergte te fietsen: langzamer dan langzaam, genietend van het klimmen en het landschap. Zonder een zoute waas voor ogen kijken naar de vergezichten waar ik ooit verliefd op werd! Bij thuiskomst wacht me nog een verrassing: de vergoeding van de (materiële) schade die ik heb door de aanrijding, lijkt mee te gaan vallen!

(De route)


De zoen

Vanmorgen voor het eerst sinds de aanrijding weer een fatsoenlijk rondje (van 50 km met 6 hellingen) gefietst. Op de zware Cube. En het ging prima. Op de Cauberg en de Geulhemmerberg peddelde ik zelfs enkele jonge dames en heren voorbij. Niet dat ik daar veel moeite voor moest doen: ze namen deel aan een clinic en hadden duidelijk nog wat instructies nodig over schakelen en bergop fietsen. Mijn gekneusde rib herinnert me nog doorlopend aan de aanrijding. Van 'de student' heb ik niets meer gehoord. Van zijn verzekering vooralsnog evenmin. Volgens Gijs Z. zie je het vaker: veroorzakers van verkeersongelukken, die het gebeurde zo vlug mogelijk willen vergeten en er dus niet meer mee geconfronteerd willen worden. Ik ben wel langs de plaats des onheils gefietst. Het deed me weinig. Door zo'n ongeluk word je wat alerter op kruispunten en bij zijwegen, maar verder is het veel te lekker om weer op de fiets te zitten. Bij thuiskomst kreeg m'n Cube dan ook een zoen. Dat doe ik wel vaker, want zo'n fiets is per slot van rekening toch een van je beste vrienden!

Fiets beter zien? Klik op de afbeelding.

Begrip

Hoeveel begrip moet je als verkeersslachtoffer hebben voor de veroorzaker van de aanrijding waarbij je als fietser overhoop gereden werd? Vallen ook het foutief afhandelen van formaliteiten en het niet beantwoorden van je mailtjes onder de noemer jeugdige onbezonnenheid? Of kan ik beter bij mezelf te rade gaan:

Een beetje te naïef
geweest - meer compassie
dan verstand gebruikt


Onbestemd

Het hele jaar al fiets ik met een onbestemd gevoel dat me meer dan normaal doet schrikken bij (ogenschijnlijk) gevaarlijk gedrag van andere weggebruikers en mezelf. Een paar weken geleden kocht ik zelfs een nieuwe helm. En welaan, vandaag fietste ik de Daalhemmerweg af richting Valkenburg. Er was veel tegenliggend verkeer. Ter hoogte van de smalle Koksweg werd ik geschept door een indraaiende auto. Ik voelde mezelf met mijn fiets over de motorkap heen overkop gaan en pal op mijn hoofd terecht komen. Het leek wel of ik even veerde. Het eerste wat ik deed was mezelf uitermate gelukkig prijzen met mijn nieuwe helm. De automoblist, een student zo bleek later, kwam meteen vragen of hij een ambulance moest bellen. Bij het zien van mijn fiets heb ik de arme jongen verrot gescholden. Hij voelde zich ontzettend schuldig, herhaalde telkens weer dat het zijn fout was, dat hij me niet gezien had. Uiteindelijk ben ik opgestaan. Op twee gezwollen knieën, een pijnlijke enkel en een gekneusde rib na lijk ik niets te mankeren. Voor de zoveelste keer geluk (bij een ongeluk) gehad. De student bracht me eerst netjes naar mijn fietsenmaker, die een taxatie gaat maken voor de verzekering, en daarna naar huis. In de auto besefte ik pas dat de jongen nog meer geschrokken was dan ik. Ik had en heb met hem te doen!


Typefouten

Je eigen teksten controleren op typefouten valt niet altijd mee. Soms lees je honderd keer over een verkeerd gespeld woord heen. Echt vervelend wordt het als een fout terecht komt in een boek-, blog- of tijdschriftpublicatie of op facebook en twitter. Mijn versje over de Cauberg verscheen in 2012 t.g.v. het WK in Valkenburg op banners en affiches. Het woord applaus stond er tot mijn grote schrik niet met twee maar met drie p's op. Het was m'n eigen schuld, én, men ging er vanuit dat de dichter het zo bedoeld had! Gisteren overkwam me iets vergelijkbaars. De wielersite 'Het is koers' publiceerde via Twitter een door mij aangeleverd (wielerwoorden)rijmpje. Een aandachtige lezer merkte op dat het woord ambitie er wel heel apart uitzag, en gelijk had hij want er stond: ambititie.
Hopelijk zitten er geen fouten in deze tekst!?


Met dank aan Univé

Wat er met een wielerwoordrijmpje al niet te verdienen valt! Een gratis startbewijs bijvoorbeeld, voor de toerversie van de Amstel Gold Race. Ik reageerde op de facebook-oproep van Univé (waarom ik recht dacht te hebben op een gratis startbewijs!) met volgend rijmpje: Vijftienduizend wielertoeristen / slingerend door het Heuvelland // de route in de omgekeerde / richting fietsen is redelijk riskant. Om 7u30 spring ik op de fiets en rijd naar Valkenburg voor de tocht van 100 km. Op het gemak genieten van het spektakel, dat is de bedoeling, want normaliter mijd ik zulke massale tochten. Bij de startlocatie haal ik in de tent van Univé mijn stuur- en rugnummer op en begeef me in een lange, lange rij naar de start. Op de top van de eerste beklimming (de Geulhemmerberg) splitsen de routes. Gelukkig maar, het kilometerslange peloton lost op die manier op. De 100 km gaat over rustige wegen. Hier en daar is er nog een opstopping (en bij de verzorgingsposten dient er stapvoets aangeschoven te worden). Ik sluit aan aan bij groepen die tussen de 30 en 35 km per uur fietsen. Lekker uit de wind red ik dat wel. Over de Maasberg, de Adsteeg  en de Lange Raarberg richting de Midweg. Het is inmiddels hoogzomer: een strakblauwe lucht bij meer dan 20 graden! Na 60 km schakel ik over naar groepjes die tussen de 25 en 30 km per uur rijden. Voor zover ik kan nagaan houden alle deelnemers zich netjes aan de (fatsoens)regels, ik kom geen wielerterroristen tegen. Na de Fromberg volgen nog de Koulenberg, de Sibbergubbe en uiteraard de Cauberg. Bij de finish haal ik mijn medaille op en rijd meteen verder naar Maastricht. Rond 13u ben ik weer thuis, uitermate voldaan, met 119,7 km op mijn teller en ruim op tijd om met mijn eega en een logerende kleindochter naar de speeltuin te gaan.

Een kilometerslang peloton richting Geulhemmerberg.

Onderweg

Een 'rondje vaderland' fietsend stop ik in Godsheide even om het graf van mijn ouders te bezoeken. Als er een hiernamaals bestaat, hebben ze onlangs gezelschap gekregen. We moesten afscheid nemen van mijn zus (64). De dood had z'n handen vol aan haar. Hoezeer haar lichaam het ook liet afweten, wat de oncologen ook beweerden, mijn zus klampte zich vast aan het leven. Het duurde meer dan een jaar eer ze capituleerde. Uiteindelijk is ze rustig ingeslapen. Arme zus! Zorg maar dat je niet teveel afkoelt, hoor ik mijn vader zeggen. En dus spring ik braafjes weer op mijn fiets.


Mijmerrondje

De laatste lentedag van februari. Goed voor nog een mijmerrondje. Gisteren bladerde ik na lange tijd weer eens door de dichtbundeltjes die ik in de jaren zeventig publiceerde. Wat is er nog over van mijn engagement, hoe zit het met mijn oude idealen? Ik ben nog steeds een overtuigd voorstander van een humanitair liberaal democratisch socialisme, maar ik belijd het niet meer. Ik ben geen lid van een partij, beweging, comité of wat dat ook. Voor het verenigingsleven ben ik veel te a-sociaal. Ik moet er niet aan denken dat ik in vergaderingen (weer) urenlang moet luisteren naar gepalaver over punten en komma's. Ik maak mezelf wijs dat ik na 44 jaar werkzaam te zijn geweest in de (ouderen)zorg, op mijn lauweren mag rusten: ik hoef de wereld niet meer te redden. Terwijl ik een rustig rondje in gedachten had, zit ik mezelf toch weer af te peigeren. Probeer ik enige onrust uit mijn hoofd te fietsen?


Oefening in niet ergeren

Dat er het afgelopen februariweekend veel lente in de lucht hing was in het Mergelland goed te merken op de fietspaden en binnenwegen: allerlei soorten fietsers en wandelaars probeerden te profiteren van de zon. De oefening in niet ergeren begon dit jaar al vroeg: spookfietsers die meer oog hadden voor de omgeving dan voor de tegenliggers, naast elkaar rijdende pedaleurs die geen aanstalten maakten om plaats te maken, groepjes wandelaars die de hele breedte van de weg in beslag namen. Dat belooft voor de komende zomermaanden, want ook de motorrijders hebben de smalste binnenwegen ontdekt. Anticiperen dus, niet ergeren, minder drukke wegen opzoeken (voor zover die er nog zijn), zorgen dat je zelf geen hinder veroorzaakt en heel subtiel je rechtmatige ruimte opeisen. Op zo'n dagen denk ik wel eens aan vroeger. Ik kreeg m'n eerste racefiets op m'n elfde, in 1962 en werd vanaf die tijd samen met mijn broer regelmatig mee op oefening genomen door mijn vader. Het rondje (van circa 80 km) dat we vaak fietsten: Godsheide, Bilzen, Riemst, Eben Emael, Hallembay, Hautain St Simeon, Tongeren, Guigoven, Kortessem, Wimmertingen, Godsheide. We volgden (vroeg in de ochtend) gewoon de provinciale weg, de voornaamste verbindingsweg tussen Hasselt en Maastricht / Luik. De autoweg tussen Hasselt en Luik moest nog aangelegd worden, het wielertoerisme was nog uitgevonden, fietspaden bestonden nog niet en een stoplicht kwam je maar heel sporadisch tegen. Zo nu en dan reed er een auto, een vrachtwagen of een bus met een brede boog om je heen. Het was wel streng verboden om naast elkaar te fietsen, ik heb er ooit een proces verbaal voor gekregen. Om in een dergelijke rust te kunnen fietsen moet je nu naar ver afgelegen gebieden. Het is niet anders, het wordt waarschijnlijk alleen maar drukker. Dadelijk stap ik weer op de fiets, op maandagochtend kom je in de regel enkel wat verdwaalde gepensioneerde wielertoeristen tegen, mensen zoals ik.

Sjengen

Bijna een halve eeuw al woon ik in Maastricht. Op m’n negentiende kwam ik hier om een opleiding te volgen en ben nooit meer weggegaan. Ik heb hier altijd gewerkt, ik leerde hier mijn vrouw kennen, mijn zonen zijn hier geboren en opgegroeid. Het dialect dat hier gesproken wordt versta ik wel maar ik spreek het niet, het zou te verbasterd klinken. Ik ben dus een Maastrichtenaar maar geen Mestreechteneer. Zo mogen alleen de autochtone inwoners van sjoen Mestreech zich noemen. En enig chauvinisme kan hen niet ontzegd worden. Een rasechte Mestreechteneer noemt zichzelf graag een Sjeng, hij beschouwt het als een geuzennaam. Dat de lui van de boerenbuiten en de omliggende steden (die niet aan hun Mestreech kunnen tippen!) het als een scheldnaam gebruiken, deert hen niet.
De nieuwe eigenaars van Tweewielerspecialist George Walstock hebben een wielertrui laten ontwerpen waarop terug te vinden zijn: de naam Mestreech, de skyline van de stad, de wereldberoemde Ingel (engel) vaan Mestreech en de Ster (teyken der stadt Triecht). Ik heb zo’n trui besteld, niet alleen omdat ik ‘m mooi vind maar ook omdat hij herinneringen oproept aan de sterretjestrui waarin mijn vader jarenlang koerste. Toch heb ik even getwijfeld over de aanschaf. In onderstaand rijmpje kunt u lezen waarom:

In zo'n Mestreech-trui fietsen
als Belgische Maastrichtenaar

loop ik daarmee tussen al
die Sjengen geen gevaar?



Tom: Giro of Tour?

De parcoursen van de Tour en de Giro van 2019 zijn bekend. Moet Tom Dumoulin kiezen voor de hem op het lijf geschreven Giro of wordt het tijd dat hij alle schroom opzij zet en (eindelijk!) de Tour gaat winnen? De discussie wordt in kroegen en kranten, op internet, radio en TV gevoerd. Zelfs 'De Wereld Draait Door' wijdde er gisteren een item aan. Ik heb de uitzending niet gezien. Ik zag wel een bericht van Bert Wagendorp (Volkskrant / De Muur / Ventoux) op facebook voorbij komen. Naar aanleiding van de discussie op DWDD verwees hij naar een recent gedicht van mij om aan te geven dat ook hij vindt dat Tom voor de Tour moet kiezen. Allee, zo bewijst zelfs een wielergedicht zijn nut!


De eerste zeventien

Na meer dan twintig jaar weer een bundel 'serieuze' poëzie. Hoewel de koersfiets wel degelijk aan bod komt! Ik citeer de achterflap: 'Met een scherp oog voor detail en een vlotte dichterlijke pen haalt Miel Vanstreels bijzondere herinneringen boven uit zijn niet altijd even gemakkelijk verlopen jeugdjaren. Hij leidt ons niet alleen zijn eigen leven binnen, hij brengt de lezers soms ook ongewild terug bij hun eigen kindertijd. Zowel de levenskracht als de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan ontroeren door de fraaie beelden die de dichter oproept. Stille momenten van klein geluk en oprecht verdriet wisselen elkaar af. Vanstreels schuwt niet om zijn emoties te laten zien. De confrontatie die hij met de eerste zeventien jaar van zijn leven aangaat geeft zijn poëzie een spankracht die overtuigt en ontroert.'
Meer info is te vinden op de website van de uitgever. En op Meander is een uitgebreide recensie te lezen.


Tante Irma & Willie

Willie Verhegghe (1947) is ongetwijfeld de meest bekende wielerdichter in ons taalgebied. Hij publiceerde een aantal wielerbundels (zoals 'Tourmalet' en  'Door de Muur'), hij is hofdichter van het literair wielerblad 'de Muur,' zijn gedichten zijn (op o.a. plexiborden en een grote kassei) te lezen op en rond de Muur van Geraardsbergen, hij was te gast bij 'Vive le vélo', zijn gedicht 'Renners sterven niet' wordt veelvuldig geciteerd. Als Willie het over de koers (en alles daaromheen) heeft wordt hij lyrisch, hij schuwt dramatiek noch heroïek. In een voor iedereen begrijpelijke taal laat hij zijn passie en betrokkenheid stromen. Het zien van een foto, die in 1947 genomen werd van mijn vader en zijn zus (mijn tante) Irma, inspireerde Willie tot het volgende gedicht:

Zoals zij staat fier te zijn
naast haar grote broer die koerst en
met hoge lederen helm de hemel tart:
ik zie fierheid in haar oog en rijkdom,
neen, niet in de sacoche die ze omklemt
maar in haar houding van
'zie me hier staan in dit gezegend jaar
waarin ver weg in Denderleeuw 
een dichtertje geboren wordt
dat later over mij zal schrijven
met een pen vol tederheid en
diepe liefde voor de koers'.

© Willie Verhegghe

Meer over tante Irma lees je hier


Egmond aan Zee

Met mijn eega een aantal dagen gefietst in Noord-Holland. Standplaats was Egmond aan Zee. We stippelden vier tochten uit op het fietsroutenetwerk. De eerste (76 km) leidde ons rond het Alkmaarder en Uitgeestermeer met een verrassend ommetje langs de molens en museumpjes van de Zaanse Schans. Een mooie tocht, mede dank zij het heerlijk nazomers weer. Voor onze tweede tocht (72 km) moesten we met de trein naar Den Helder waar we de veerboot namen naar Texel. Aan de westzijde van het eiland waaiden we in een oase van rust en stilte met windkracht vier over pachtige bos- en duinpaden. Op de terugweg langs de oostzijde belandden we op de Waddendijk: langs de zee op, met de wind op kop. Geregeld werden we omgeleid wegens werkzaamheden. Na bijna twee uur stoempen fietsten we regelrecht de veerboot op. Tocht drie (67 km) reden we al eerder: vanuit Egmond naar Callantsoog en met een kleine omweg door het binnenland weer terug. We peddelden door loof- en naaldbossen, tussen hoge witte zandduinen, langs helmgras en heide, met de Noordzee geregeld binnen oog- en oorbereik. Op de terugweg lieten we ons dit keer niet verleiden tot stoempwerk: tegen de wind in slenteren kan ook! Voor tocht vier moesten we weer met de trein, naar Hoorn dit keer. Van daar fietsten we langs het IJsselmeer richting Enkhuizen. Omdat Paula steeds meer last kreeg van een blessure aan een achillespees maakten we in Enkhuizen rechtsomkeer. Onder een blauwe hemel, met een zomers zonnetje, zonder al te veel wind en met voortdurend zicht op het weidse meer was het alsof we op een boulevard vol fietsgeluk pedaleerden. Ondanks de pijn genoot ook Paula. Morgen nemen we de trein terug naar huis. Hopelijk staat er niemand op een station met een mes te zwaaien waardoor heel het Nederlands treinverkeer ontregeld wordt. Dat was namelijk op onze heenreis het geval: we deden er geen drie maar zes uur over om van Maastricht in Alkmaar te geraken!






Met een pen in de hand of op een fiets

'Het is nog niet vastgesteld of Miel Vanstreels ter wereld kwam met een pen in de hand of op een fiets.' Zo opent Wim van Til zijn recensie van Lekker afzien zuivert het gemoed op De VVL-Boekhouding. Verder lezen kan aldaar.


Rockabike

In 2013 begonnen Chantal Le Doux en Dirk Bours, beeldend kunstenaars en fanatieke fietskoeriers, met het opknappen van klassieke retro racefietsen. Ik citeer: 'De fietsen worden met liefde gerestaureerd of omgebouwd tot een onderhoudsvriendelijke op maat gemaakte fiets. Oude opgelapte stalen (gelugde) frames van merken uit de roemruchte wielerhistorie worden voorzien van mooie, opgepoetste, handgemaakte oude onderdelen. Maar evengoed met aparte frisse nieuwe onderdelen.' Hun werkplaats, Vive le vélo, is gevestigd in de voormalige Maastrichtse Brandweerkazerne. De fiets als bruikbare kunst!
In het Belgische Zonhoven ging Manfred Kwakman onlangs online met zijn Rockabike. Hij gaat, niet alleen in taalgebruik, nog een stapje verder. Ik citeer: 'Rockabike is de place to be voor wie op zoek is naar een hippe en unieke vintage mountainbike with attitude, of een te gekke omgebouwde fiets. Retromountainbikes en bike conversions zijn ons ding! Wij toveren met een onstuitbare passie oude mountainbikes en (dames)fietsen om tot unieke, gepimpte tweewielers met een ongeëvenaarde cool.' Bestemd voor wie 'een blitse one of a kind vintage mountainbike,' wil hebben 'die rock-’n-roll uitstraalt.' Het dient gezegd: in zijn portfolio zitten prachtige exemplaren.
Fietsen doe je niet (alleen) meer om je te verplaatsen en/of om te koersen, fietsen is een lifestyle geworden. De vervlogen tijden zijn er om nostalgisch aan terug te denken én om de toen geproduceerde materialen om te bouwen naar iets nieuws, iets cool. Manfred gebruikt daarbij ook gereedschap uit die vervlogen tijden: hij is namelijk de echtgenoot van de dochter van mijn broer, en die erfde zowel de werkbank als het gereedschap van mijn vader, zowat de hele tweede helft van de vorige eeuw fietsenmaker van beroep!


Staf

Een hoogzomerse herfstdag. Paula, mijn eega, en ik stappen rond het middaguur op de fiets voor een rondje van 45 km. Wandelen op de pedalen. In Eijsden nemen we het veerpont over de Maas. We krijgen gezelschap van twee Belgische toerfietsers. Ze zijn vanmorgen vroeg vanuit Dessel (Antwerpse Kempen) vertrokken voor een rondje Voerstreek, een tocht van 200 km. De oudste van de twee heet Staf, hij blijkt 81 jaar te zijn. Paula en ik spreken onze bewondering uit. Staf glimt van trots. 'Wat een bink hé, hij fietst gemiddeld 25.000 km per jaar,' zegt zijn compagnon. 'Dit jaar door omstandigheden wat minder,' aldus Staf. Hij zal de 22.000 net niet halen! Vijf keer per week gaat hij pad, voor minder dan 100 km haalt hij zijn fiets niet van de haak. En Paula vindt mij met mijn jaarlijkse 7000 km al fanatiek! Aan de overkant van de Maas scheiden onze wegen. Paula en ik fietsen richting Eben-Emael, Wonck, Zichen, Herderen. De forse tegenwind, twee pittige beklimmingen en het Haspengouwse heuvelland zorgen er voor dat er van wandelen weinig in huis komt. Na Herderen, met Maastricht in zicht, krijgen we eindelijk wind in de rug. Staf is op dit moment naar schatting nog 40 km met tegenwind van huis!

Rechts: Staf



De Heren Heuvelrug Classic

Sinds 2003 mag ik geregeld een weekend lang gaan fietsen met de heren (mijn twee zonen en een zestal vrienden van hen). We waren o.m. in de Franse Alpen (vier keer), de Vogezen, de Italiaanse Alpen, Luxemburg, de Vulkaaneifel, het Zwarte Woud en de Ardennen. Dit jaar kon de trip naar de Dolomieten helaas niet doorgaan. Hij wordt vervangen door de eendaagse Heren Heuvelrug Classic, een tocht van 110 km rond Utrecht. In het hooggebergte is het voor mij makkelijker fietsen: iedereen rijdt in z'n eigen tempo de cols op, als het moet vertrek ik gewoon een half uur eerder dan de anderen. Op het vlakke is het afzien: ik moet me te pleuris fietsen om die mannen niet al te zeer op te houden. En dat heeft niet alleen met mijn leeftijd te maken maar ook met mijn (gebrek aan) talent. De afgelopen maand heb ik geprobeerd wat meer op snelheid te trainen. Of het nut heeft gehad moet vandaag blijken. Degenen die dit jaar door omstandigheden het minst gefietst hebben zijn er niet bij. En dat is vooral jammer voor mij! We vertrekken om 11u richting Ruiterberg. Mijn teller geeft de eerste tien kilometer gemiddeld 28, 29 km aan. Benieuwd hoe lang ik dat volhoud. Na een half uurtje vind ik een lekker plekje achter in de groep. Het maakt niet uit dat de snelheid nu boven de 30 ligt. Ook op de Wageningse-berg hoeft er niet (alleen) op mij gewacht te worden. En dat geldt al helemaal op de Grebbeberg. Tussen km 50 en 70 blijft het tempo rond de 30 schommelen. Bij dit mooie weer in deze prachtige omgeving geeft het een heerlijk gevoel zonder moeite mee te kunnen peddelen. Als we de Lekdijk opdraaien zetten de snelle jongens zich op kop en gaat de teller naar de 40 km per uur. Ik heb het buitenblad nog nooit zo veel gebruikt als vandaag. Ik moet behoorlijk diep gaan maar ik ben niet degene die moet lossen! Dat alleen al! Na 100 km staat er 28,9 gemiddeld op de tellers, en dat voor iemand die normaliter al heel gelukkig is als hij op zo'n parcours 24 gemiddeld haalt! Terwijl de heren vooral blij zijn elkaar weer eens te zien om al fietsend en natafelend bij te praten, is mijn (oude) dag om heel andere redenen meer dan geslaagd!

Voor het eerst

Heuvels en cols zijn er om (zonder tussenstops) omhoog te fietsen. Tot gisteren is me dat vier keer niet gelukt. In 2003 kreeg ik op de Col d'Ornon een dusdanige inzinking dat ik niet meer verder kon. Het was bloedheet en ik had al enkele beklimmingen in de benen. Ik werd opgehaald door een bezemwagen. Een dag later reed ik fluitend de Glandon op. Zo gaat dat. Drie keer moest ik van de fiets op hellingen met stukken boven de 25% (San Genesio Edelweiss, Hohe Acht en Montée du Herrenberg). Eén van de rijmpjes die het goed doen als ik moet voorlezen tijdens een wieleravond gaat als volgt:

Wat deed Miel V
op de Redoute

hij stapte af
en ging te voet

In werkelijkheid ben ik de Redoute al verschillende keren opgefietst en nooit afgestapt. Het oorspronkelijk versje gaat over Albin O, een collega, die er wel van de fiets moest. Hij was zo verguld met het rijmpje dat hij teleurgesteld reageerde toen ik het enkele jaren later bijstelde (vanwege de zelfspot & ironie)!
Gisteren dus. Ik fietste na de Loorberg richting Landsrade en Gulpen toen ik tijdens het schakelen iets voelde knappen: de kabel van mijn derailleur! Ik was verplicht om met de 34x11 (of 50x11) naar huis te fietsen. Daar kom ik geen heuvel mee op, en ik moest er minstens één omhoog. Ik koos voor de kortste pijn: de Piemert, 800 meter lang met 400 meter aan 10%. En daar liep ik dan: voor het eerst in mijn leven met een een racefiets in de hand een Limburgse heuvel op! Ik vergat zelfs een foto te maken. Maar zoals zo vaak is de H.Maagd me genadig: ik mijn archief zit uiteraard een foto van de kapel aan de voet van de klim!


Senryu van de maand

Het maandblad ‘Fiets’ start vanaf deze maand een (kleine) nieuwe rubriek. De lezers worden uitgenodigd / uitgedaagd om een senryu te schrijven. Aanleiding is het verschijnen van mijn bundeltje ‘Lekker afzien zuivert het gemoed’, waar in het augustusnummer aandacht aan wordt besteed.  Veel meer kun je als wielerdichter niet wensen!

Klik op afbeelding voor vegroting

Een avontuurlijke tocht!

Gisteren de nieuwe Ravel 7 (La Meuse à Vélo) gaan verkennen. Ons groepje bestond uit twee dames en drie heren en we fietsten voor het eerst in deze samenstelling. Bijna een halve eeuw geleden leerden we elkaar kennen tijdens een opleiding in een Maastrichts ziekenhuis. Als je de bewegwijzering op het fietsroutenetwerk in Belgisch Limburg als norm neemt, valt er veel aan te merken op de andere netwerken in de Euregio, ook op de Ravel 7. Of lag het aan ons gekeuvel, gebabbel en gekwebbel? Hoe het ook zij, het missen en verkeerd interpreteren van bordjes bracht ons wel bij een prachtig (verwaarloosd) kapelletje ter ere van Maria Immaculata, de Onbevlekte Ontvangenis. We verzeilden verderop op een kasseistrook die overging in een doodlopend bospad en voor Luik kwamen we terecht op een industrieterrein waar we onder een boomstammen ladende mobiele kraan door moesten. Op de terugweg werd het nog leuker: enkele fabrieksarbeiders sommeerden ons rechtsomkeer te maken! Een volgende keer kunnen we beter een route kiezen waarop je onmogelijk kunt verdwalen. Wat me overigens nog opviel: we verbazen ons bij tijd en wijlen over chillende jongeren en klessebessende senioren die met z'n drieën naast elkaar (blijven) fietsen op een fietspad. We deden gisteren precies hetzelfde! Zo nu en dan!


Asch

De afgelopen week drie keer vanuit Maastricht in Asch (As bij Genk) beland. Vorige week dinsdag wilde mijn dierbare echtgenote een vlak rondje van 60 km door de Kempische bossen fietsen. In As dronken we een kop koffie in een brasserie, een gerestaureerd stationnetje. Het oorspronkelijke gebouw werd in gebruik genomen in 1876, bij de opening van de spoorlijn Hasselt-Maaseik. De afgedankte spoorlijn wordt geëxploiteerd door het Kolenspoor, een groep vrijwilligers die nostalgisch spoorwegmaterieel opknapt en onderhoudt. Afgelopen zaterdag, op de Belgische nationale feestdag, kwam ik er terecht tijdens mijn jaarlijks tochtje met een jeugdvriend. Uiteraard fietsten we ook even door Godsheide, ons geboortedorp, waar het kermis was. Doorgaans eindigt de Tour rond Godsheide-kermis. Dat was vijftig jaar geleden ook het geval. Jan Janssen reed Herman Vanspringel op de slotdag uit de gele trui:

Mijn Vlaamse moeder
was zeer gecharmeerd

van die Hollandse
coureur die zo beschaafd
praten kon,

op de avond
van 21 juli 1968
schreef ze hem
een brief

waarin ze hem
uitgebreid feliciteerde
met het winnen
van de Tour,

het standaard kaartje
waarmee Jan haar
bedankte

heeft tot haar dood
ingelijst
op het dressoir
gestaan,

een bron van ergernis
was het voor al wie
met Vanspringel
was begaan

En vanmorgen moest ik andermaal naar As. Ik had er afgesproken met een kostschoolgenoot die in Bree woont. Altijd goed voor het ophalen van herinneringen, zoals:

Avondstudie anno 1963

Tussen acht en half negen
en alleen dan mocht er 
gelezen worden,

de surveillerende pater
betrapte me om zeven uur
met een spannend boek,

een half uur later 
dacht ik dat hij me
uit het oog verloor,

het kostte me 
een pijnlijk 
gloeiend oor

Welk spannend boek ik aan 't lezen was? Ik denk één van de Winnetou's van Karl May!


Bikkels & malloten

Volgende week zou ik met mijn zonen en enkele vrienden van hen in de Dolomieten gaan fietsen. Helaas, de een brak zijn sleutelbeen, de ander ging door zijn rug en nog een ander kreeg weer last van een oude knieblessure. Gezien de weersverwachtingen in het gebied is het niet eens zo erg dat de trip gecanceld werd. En daarbij, de Bleke Bergen liggen er volgend jaar ongetwijfeld nog even aanlokkelijk bij. Om mijn voorbereiding toch een een doel te geven fiets ik vandaag in alle vroegte naar de Eyserbos (900 meter lang, 9,3% gemiddeld, 17% maximaal). Ik wil peetvader worden van die helling, net zoals ik een aantal jaren geleden peetvader werd van de Gulpenerberg en de Doodeman. Daarvoor moet ik (op één dag) 25 keer naar boven. Dan krijg ik wederom een Ironbig van de organisator (Brévet International des Grimpeurs). Of me dat gaat lukken? Onder een strak blauwe hemel begin ik om 7u50 aan de eerste klim. Het ziet er naar uit dat ik merendeels in de schaduw kan fietsen. Tot het bos gebruik ik de 34x28, voor het steile stuk schakel ik naar de 34x32. De wind waait uit het noorden en dat zorgt voor een heerlijke afkoeling tijdens de afdaling. Tien minuten heb ik nodig om te klimmen, af te tekenen en te dalen. Op het gemak naar boven, goed drinken (even verderop ligt een winkeltje) en om het uur een krentenbolletje. Voor de rest is het toeleven naar: 5 beklimmingen (het gaat prima, ik geloof dat de Eyserbos en ik echt vriendjes worden!), 10 beklimmingen (ik mag niet mopperen, wat hijgen en kreunen al die mij voorbij fietsende gasten toch!), 15 beklimmingen (het gaat beter dan ik dacht, maar mag ik toch een paracetamolletje!), 20 beklimmingen (nu mag ik echt aftellen), 25 beklimmingen (ik heb het gehaald!). Om 12u10 kan ik weer huiswaarts. De Sibbergrubbe (met zijn 2 km aan 5%) doet me meer pijn dan de Eyserbos! Volgens het profiel van Klimtijd.nl heb ik dus 22 km aan 9,3% geklommen, waarvan 5 km aan 16 á 17%. Dat kan al gaan. Bijzonder voor een jongetje van 67? Ach, Roger uit Kanne, een leeftijdgenoot, trok veertien dagen geleden zonder al te veel voorbereiding naar Luik om op het grondgebied van de Vurige Stede 40 lamentabele hellingen op te peddelen. Als je het over bikkels & malloten hebt!


Tien redenen waarom ik (graag) fiets

Hoe - door wie en wat - komt het dat ik zo graag fiets?
1.Door mijn vader. Op mijn elfde kreeg ik mijn eerste racefiets en sinds die tijd nam hij mij (en mijn broer) geregeld mee 'op oefening'. Nergens was ik dichter bij hem dan op de fiets.
2.Door mijn jongensdromen. Als kind wilde ik graag coureur worden en de hoogste bergen uit de Tour beklimmen. Als een jongetje van vijf, zo kijk ik nog steeds het liefst naar de koers.
3.Door het rustgevende. Nergens vindt mijn hoofd zoveel rust als op de fiets: lekker afzien zuivert het gemoed!
4.Door het meditatieve: op de fiets lijken mijn gedachten zich te ordenen, de woorden zoeken er hun plaats op in een zin.
5.Door mijn gezin. Ik heb het geluk dat mijn vrouw en mijn zonen graag fietsen. (Met mijn zonen en hun vrienden mocht / mag ik geregeld op fietsweekend.)
6.Door kompanen, met wie ik tradities in ere hield en houd.
7.Door de koers: ik vind het heerlijk om heuvelzones, cols en finales uit bekende koersen aan mijn palmares toe te voegen. Ook dwaze ondernemingen kunnen mij bekoren.
8.Door de vreugde van het leveren van een prestatie in een zielstrelend decor: daar heerst kilometers lang het esthetisch & atletisch genot, daar wordt er aan mijn ziel gepeuterd, daar voeren adrenaline & endorfine een vrolijk dansje op.
9.Door de gezondheidsgedachte, geregeld fietsen kan geen kwaad, hoewel, je moet wel de stoeprandjes mijden!
10.Door het gebrek aan rijbewijs en auto is de fiets mijn/ons enige vervoermiddel.


Lekker afzien zuivert het gemoed

Volgende week verschijnt 'Lekker afzien zuivert het gemoed', een bundel met een keuze uit de senryu's die ik de afgelopen jaren schreef. Het boekje (40 pagina's, 68 senryu's) kost € 10 en is verkrijgbaar bij o.m. Boekenroute. Voor de omslag mocht ik gebruik maken van een afbeelding van het schilderij Loewieke van Rob Brouwers, de in 2016 overleden kunstschilder uit Voeren die in zijn jonge jaren ook een begenadigd amateur-wielrenner was. Senryu is een op het zenboeddhisme geïnspireerde Japanse dichtvorm, die in de achttiende eeuw ontstond als reactie op de haiku. Een senryu bestaat, net als de haiku, uit drie regels van 5-7-5 lettergrepen. Gaat het in de haiku om 'de puurheid van de natuur', in de senryu staat  'de onvolmaakte mens' centraal. Ideaal dus voor iemand die niet vies is van enige zelfspot en ironie!

Overmoedig geweest –
mezelf op klaarlichte dag 
het licht uit gefietst



Mijn vader & zijn koersfiets

Op steeds meer websites, blogs en facebookpagina's zie je wielerfoto's van (heel) vroeger voorbijkomen. Altijd mooi om te zien. Vind ik toch.Tijd dus om mijn erfenis, de foto's van mijn vader & zijn koersfiets, toe te vertrouwen aan het het wereldwijde web. Hier klikken voor al dat fraais!


Lekker uit de wind

Gisteren voor het eerst dit jaar gaan fietsen met Dré. Sinds vorig jaar heeft hij een nieuwe eigentijdse racefiets, een Trek. Dré kan naar eigen zeggen niet langzaam een helling op fietsen: om niet stil te vallen moet hij stevig doortrekken. Voor een steile kuitenbijter als de Doodeman gebruikt hij niet eens zijn kleinste versnelling (34 x 24). Bij de tweede klim van de dag al deed ik geen moeite meer hem te volgen. Zo hard als hij bergop fietst, zo gemoedelijk pedaleert hij op het vlakke. Op het tweebaans fietspad van Margraten naar De Planck reed hij voor me. Dré geneerde zich er niet voor om een eindje lekker uit de wind te gaan zitten achter een snelle en charmante jongedame op een e-bike. Ik had alle tijd om al fietsend een foto te maken van het schouwspel.

Vijfde Rondje Ritz

Het Rondje Ritz wordt dit jaar vanuit Haanrade gereden. Veerle en Joey, behorend tot de generatie van de kleinkinderen van de naamgevers, hebben er een echte Drielandentocht van gemaakt. Via Duitsland gaat het naar België en van daar weer terug naar Nederland. Een rondje van 70 km met circa 1000 hoogtemeters. Dat er gezweet zal worden staat vast. Met zeven heren en twee dames begeven we ons op weg. Op de klim naar het Drielandenpunt spat het peloton uit elkaar. Er wordt gezucht en gekreund. Het klimmen richting Sippenaeken en Teuven is voor enkelen extra benauwend vanwege het warme weer. Anderen leggen er bergop duchtig de pees op. Op iedere top wordt er netjes gewacht. De enige die de weg kwijt raakt is Jacques, de bestuurder van de bezemwagen. Na de appeltaartpauze wachten de Loorberg en de Camerig, waar Jacques mooie foto's maakt. Op de Wittemerberg en de Mingersberg worden de verschillen nog wat groter, maar het toetje (de steile Jeeteberg) en het eind zijn in zicht. Eerst wordt het graf van de (groot)ouders Ritz in Terwinselen bezocht, later het voormalig (groot)ouderlijk huis. Opvallend in deze editie: de behoefte van de kleinkinderen om hun grootouders te gedenken en herinneringen op te halen!


Hekel

Naar aanleiding van mijn vorig stukje (Fietsen of rijden?) kreeg ik verschillende mailtjes met de vraag of ik een hekel heb aan berijders van elektrische fietsen. Zeker niet, hoewel, ik voel weinig sympathie voor (relatief) jonge mensen op een elektrische fiets die (zo nodig & hinderlijk) een stukje willen koersen met wielertoeristen. Voor het overige, zie volgende senryu's:

Deemoedig opzij
voor een elektrisch geladen
seniorenbond

of

Oud en slechthorend
fietsen ze breed voor je uit -
wees hen genadig




Fietsen of rijden?

Vanavond hoorde ik op het nieuws dat het vandaag Wereld Fietsdag is, de eerste, uitgeroepen door de Verenigde Naties. Met als doel het fietsen te bevorderen en extra aandacht te schenken aan de fiets en alles wat daarmee te maken heeft. Dat verklaart wellicht waarom ik in het Mergelland verschillende uiteenlopende fietsactiviteiten zag. Op de Cauberg werd ik gepasseerd door een groepje veertigers op uiterst gesofisticeerde elektrische fietsen. Ik ben een specialist in langzaam bergop fietsen en ik had al 90 km en circa twintig hellingen (waaronder Kruisberg, Eyserbos, Vrakelberg en Keutenberg) in de benen maar toch, de dames en heren vlogen me met een grote yuppie-smile voorbij. Ik vroeg me af of zij thuis en/of op het werk gaan vertellen dat ze de Cauberg zijn opgefietst! Volgens van Dale is een fiets een tweewielig voertuig dat wordt voortbewogen door op pedalen te trappen. Bij een elektrische fiets wordt  een deel van de voor het trappen benodigde energie geleverd door een of meer accu's. Fietsen wordt omschreven als: zich op een fiets voortbewegen. Het wordt tijd dat we ophouden met zich op een elektrische fiets voortbewegen fietsen te noemen: je fietst niet op een e-bike, je rijdt ermee of erop, net zoals je met een solex, vespa, brommer, scooter of motor(fiets) rijdt. Toch!?


Imposant

Pas terug van een rondreis in Polen. Het was voor het eerst dat mijn eega en ik ons waagden aan een bustour met voornamelijk senioren. We bezochten verrassend mooie stadjes en steden (zoals Wroklaw, Krakau, Warschau, Frombork, Torun, Wadowice, Sandomierz) en kregen rondleidingen op de Leninwerf (in Gdansk) en het Egblagskikanaal, in een zoutmijn (Wieliczka), het Copernicus Museum en in (het stil, héél stil makend) Auschwitz/Birkenau. Bevlogen gidsen vertelden ons over de navrante geschiedenis van hun volk. Ook hun zorgen over de huidige politieke situatie kwam aan bod. De razendsnelle ontwikkeling die het land doormaakt is niet terug te vinden in de beleving van het katholieke geloof. In veel kerken waande ik me in mijn kinderjaren, de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Enig nostalgisch genoegen kon en wilde ik niet onderdrukken. De hotels die op hun websites fitnessruimte dan wel fietsverhuur beloven, bleven danig in gebreke. Tot verdriet van de wielertoerist die in volle voorbereiding is op de Dolomieten:

Bustour door Polen -
imposant maar geen zegen
voor rug en benen



Fietsstroken

De afgelopen jaren werden tal van wegen in het Mergelland opnieuw ingericht. De fietser vaart er wel bij. Daarom is het opmerkelijk dat er bij de recente werkzaamheden aan de Bronckweg (van Gronsveld naar Cadier en Keer) geen rekening is gehouden met fietsers. Ondanks het feit dat die weg onderdeel is van twee bordjesroutes (lus 3 Amstel Gold Race / verbinding tussen de knooppunten 5 en 66 in het fietsroutenetwerk). Dat er geen vrijliggend fietspad kon aangelegd worden, is begrijpelijk. Maar dat er zelfs geen (rode) fietsstrook is voorzien, doet de wenkbrauwen fronsen. Vanmiddag peddelde ik met mijn eega over de niet al te brede weg. We zagen menig fietser schrikken van de voorbij razende auto's. Zeker in de flauwe bochten waar sommige bestuurders op de rem moesten gaan staan omdat ze de tegenliggers niet zagen aankomen. Mijn dierbare echtgenote krijg ik hier in ieder geval niet meer mee naartoe!


In vervoering

Het is al weer zes jaar geleden dat ik steile Houtepen-heuveltjes opzocht. Ik haast me met tegenwind richting Visé en Argenteau waar ik de Sarolay te snel omhoog probeer te fietsen. Op de eerste vijfhonderd meter van la Vielle Voie (14 en 15%) in Cheratte heb ik nog steeds niet in de gaten waarom het me ooit gelukt is op één dag 50 van die hellingen op te peddelen. Zover ben ik gelukkig wel in Wandre, aan de voet van de Rue Tesny: op de 34 x 32 zo langzaam mogelijk naar boven! Dat was dus de manier. En die truc helpt me ook met redelijk gemak de Côte de la Xavée en de Bois la Dame (Wandre) op. Voor vandaag is het genoeg geweest. De lettergrepen van mijn senryu over de Rue Tesny tellend, twijfel ik over het laatste woord:

Steil en roemruchtig –
zo'n muur waarop ik mijn ziel
in vervoering klim

Moet het klim of klom zijn? Raakte mijn ziel vandaag echt in vervoering of is dat verleden tijd?


Bloesem

Vandaag naar m'n zus in Heusden-Zolder gefietst. Via mijn geboortedorp Godsheide. Het boerendorp van mijn jeugd is langzaam maar zeker een villawijk van het chique Hasselt aan 't worden. Meteen ook even naar het graf van mijn ouders geweest. Ze hebben een mooi plekje: aan de rand van het kerkhof, tussen heel veel groen. Langs het Albertkanaal kwam ik op de F5 terecht, een onderdeel van het nieuwe fietsostrade-netwerk in Vlaanderen. Indrukwekkend: het wordt voor de fietser steeds aangenamer en makkelijker gemaakt. Dat is iets moeilijker in Haspengouw. Vanuit Heusden-Zolder maakte ik een ommetje door dat glooiend gebied. In de regel zie je weinig fietsers op de smalle betonbanen van het fietsroutenetwerk. Vanmiddag echter waagden velen zich elektrisch ondersteund aan de hellingen en dat heeft uiteraard alles te maken met de bloesemende boomgaarden. Terug thuis had ik 125 km op mijn teller staan. Je bent gepensioneerd en je wil wat, op een  hoogzomerse vrijdag in april!


Rondje steil

Morgen worden de wegen van mijn thuisland weer bezet door 17.000 Amstel Gold Race-toerfietsers. Mijn dierbare echtgenote en ik wijken derhalve uit naar mijn vaderland voor een tochtje door de Kempen. Om toch wat Amstel-sfeer te proeven en als voorbereiding op de Fedaia fietste ik vanmiddag een rondje van 64 km waarin ik de steilste hellingen (Keutenberg, Gulpenerberg, Kruisberg en Eyserbos) van twee kanten moest beklimmen. Hoe het ging? Dank zij mijn nieuwe 11-speed cassette kon ik op de steilste stukken met een 34 x 32 naar boven. En dat deed ik zonder me te generen. Heerlijk, zo'n kinderverzet!


De bleke bergen

Ik mag dit jaar weer met een aantal heren mee. Een lang weekend fietsen in de Dolomieten, het land van de monti pallidi oftewel de bleke bergen. Standplaats wordt Arabba, waar we in een fietsershotel logeren. We kunnen kiezen uit een aantal tochten. Daar zit uiteraard de beroemde Sellaronda bij, een rondje van 55 km over de Pordoi, de Sella, de Gardena en Campolongo. Een ommetje van 65 km brengt ons (hopelijk) over de Fedaia (met zijn 5 lamlendig steile slotkilometers). Bij genoeg adem kan er onderweg genoten worden van de bijzonder mooie uitzichten op het Marmolada-gebergte. Uiteraard mag een bezoek aan de Giau niet ontbreken. In dat rondje van 85 km moeten ook de Falzarego en de Campolongo beklommen worden. Verder zijn er nog een aantal varianten mogelijk. Voor mij wordt het een weerzien met het gebied. Hopelijk een prettig weerzien, want op de Giau ben ik ooit duizend doden gestorven:

Hij lonkt weer - de col
waar ik (een klim lang) de eed
van nooit meer zwoer





Hoesberg

Al bijna een halve eeuw fiets ik geregeld vanuit Slenaken via Noorbeek en Mheer richting St Geetruid en Maastricht. Daarbij moet ik over drie kuitenbijters die, al naargelang de kilometers die ik die dag in de benen heb, behoorlijk pijn kunnen doen. Het begint met de Piemert in Slenaken. Noorbeek uitfietsend wacht het Mheerelindje (ook wel Grensheuvel genoemd) en van daaruit gaat het in dalende lijn, de Noorbeekerweg af, naar de voet van de Dorpsstraat in Mheer. Vorige week zaterdag werd de Volta Classic gefietst. Op de website van de organisatie las ik dat de renners in de finale van Noorbeek naar Mheer moesten: Mheerelindje op, Noorbeekerweg af en dan niet de Dorpsstraat maar de Hoesberg op. De Hoesberg? Nooit van gehoord. Waarom wordt de Dorpsstraat opeens Hoesberg genoemd? In alle overzichten van hellingen (buitenlands of binnenlands), in alle routetbeschrijvingen (van toertochten en wielerwedstrijden) heeft men het over de Dorpsstraat. Internet raadplegend kom ik er na héél lang zoeken achter dat de klim van de Dorpsstraat door de inwoners van Mheer de Hoesberg wordt genoemd. Hoes is dialect en verwijst naar huis, meer bepaald naar het stenen huis, het kasteel op de top. Wat mij betreft mag de naam overgenomen worden, voortaan fiets ik niet meer de Dorpsstraat maar de Hoesberg op! Over de uitspraak zullen de meningen ongetwijfeld verschillen: gebruik je een langgerekte dialect-oe of gewoon een korte, zoals in platenhoes (of Johnny Hoes)?


In de etalage

Wielertoeristen die door de Maastrichtse Hondstraat lopen doen er goed aan even te stoppen bij de Vintage de Luxe Shop. In de etalage hangt een zeefdruk die als titel meekreeg: No more heroes - Lance Armstrong. Hij is gemaakt door Plastic Jesus, een straatkunstenaar uit Los Angeles. Uit de oplage van 20 stuks zijn er twee verkrijgbaar is deze shop. Kostprijs: €840, per stuk.

Lance in het geel
op een Trek met bloedinfuus –
gezeefdrukt verdriet


Nieuwe finale

De nieuwe finale-lus van de Amstel Gold Race gefietst. Na de laatste beklimming van de Cauberg en de Geulhemmerberg worden de brede en/of overzichtelijke wegen richting Maastricht, Bemelen en Vilt (finish) daar waar mogelijk ingeruild tegen smalle, bochtige straten zodat eventuele vluchters makkelijk uit het zicht kunnen blijven van de achtervolgers. Want daar gaat het natuurlijk om: er moet minder afgewacht en meer aangevallen worden door de heren coureurs. Bijkomend voordeel van de nieuwe finale: het ontbreken van rotondes en (al te veel) vluchtheuvels. Het gaat steeds meer op 'vroeger' lijken, en dat geldt niet alleen voor de Amstel Gold Race, maar ook voor die wedstrijden waarin geitenpaden en grindwegen worden opgezocht: de koers heeft heimwee!

Richting laatste kilometer: 2 km 'veldweg'.




Denkend aan Limburg

Ik ben geboren en opgegroeid in Belgisch Limburg, sinds mijn negentiende woon ik in Nederlands Limburg. Voor de mensen waar ik vandaan kom ben ik uitgeweken naar Holland, voor de mensen hier ben ik een Belg. Het dialect van mijn jeugd - het Godsheidens of beter, het Godskes - gebruik ik alleen nog als ik mezelf vermanend toe moet spreken. Het dialect van de stad waar ik woon - het Mestreechs - versta ik na 47 jaar uiteraard wel, maar ik me waag me niet aan het gebruik ervan. Een enkele keer krijg ik een uitnodiging om mee te werken aan een bloemlezing met bijdragen in het ... Limburgs. Met een woordenboek en wat hulp van de redactie lukt het me wel één of meerdere van mijn versjes te vertalen in het Mestreechs. Uitgeverij Tic publiceert nu de 18e editie van Platbook. Thema is dit keer Dinkend aan Limburg. Daarin is een senryu van mij opgenomen en uiteraard gaat die over fietsen, want als ik al enige verbondenheid met (Nederlands) Limburg voel, dan is het met het glooiend Zuid-Limburgs landschap, met de heuvels, met de wielerhistorie, met de talloze veldkuisen en kapelletjes!

Fietsentere                                               

Euver achttien klums                                         
in het lefelijk Melgerland -                              
stéllekes gesloop    

of, in het Nederlands:

Wederom

Over twintig heuvels
door het lieflijk Mergelland -
zachtaardig gesloopt