Kleindochters

De afgelopen (kerst)dagen logeerden onze vijf kleindochters weer bij ons. Naar aanleiding van hun bezoek schreef ik een reeks van vijf versjes (die inmiddels ook op Versindaba is gepubliceerd). Ik schrijf bewust 'naar aanleiding van' en niet 'over', want mijn kleindochters zullen ongetwijfeld roepen dat sommige dingen niet kloppen. Dat die dingen beter in een gedicht passen dan wat zij de waarheid noemen, zullen ze geen geldig argument vinden. Ze hebben (nog) geen boodschap aan dichters die de waarheid liegen. Ik krijg trouwens sowieso steeds meer commentaar van de freules, of ze nu drie of elf zijn. De kwaliteit van mijn grappen staat ter discussie (je bent de enige die er om lacht!), mijn Vlaamse inbreng vinden ze maar stom (waarom zou patat geen friet zijn?), en mijn onhandigheid met nieuwigheden leidt tot hilariteit (mijn kleindochter van vijf moet me wijzen hoe we door het toegangspoortje van het Reuzenrad komen). Benieuwd naar de gedichten? Hier zijn ze te lezen. O ja, vandaag verscheen er in De Limburger een mooie recensie over Aan de vooravond. En nu ga ik fietsen, op zolder, want over vier maanden moet ik de Ventoux op.