Aan de wandel

Ik heb mijn hele leven al een hekel gehad aan wandelen. Desondanks liep ik in 2014 Het Pad van de Goden (Il Sentiero degli Dei) aan de Amalfikust, het wordt wereldwijd gezien als een van de meest spectaculaire kustwandelingen. Maar goed, sinds een aantal maanden trek ik geregeld de wandelschoenen aan. In de eerste plaats om mijn lief te plezieren, die wandelt graag en regelt om de zes weken een wandeltocht in het Heuvelland voor haar broers en zussen. Ik help haar tegenwoordig met het uitzetten van tochten en die moeten aan een aantal eisen voldoen: start en eindpunt moeten liggen bij een gelegenheid waar geluncht kan worden, bosrijke lommer en onverharde wegen hebben de voorkeur, dorpskernen moeten zoveel mogelijk vermeden worden, de afstand mag niet meer dan 9 รก 10 km bedragen, er moeten geen al te steile beklimmingen en afdalingen over slecht begaanbare paden inzitten. De groep bestaat uit zeventigers en tachtigers. Ik doe het dus om mijn eega te plezieren, maar ik merk intussen dat ik het leuk vind om het Heuvelland van een andere dan een fietskant te ontdekken. Slecht voor de gezondheid kan het niet zijn, mijn wandelconditie wordt steeds beter, van mijn artrose-enkel heb ik nauwelijks last op onverharde wegen en i.v.m. de lichte vaatvernauwing in mijn linkerbeen kreeg ik (een paar jaar geleden al) 'looptherapie' voorgeschreven. 'Het moet niet gekker worden,' zei mijn lief gisteren toen we het Vijlenerbos doorkruisten. Het was de derde keer in acht dagen dat we aan de wandel waren. Want dat heb ik inmiddels ook ontdekt: als het geen weer is om de fiets te pakken kun je altijd nog gaan wandelen. Een route uitzetten in het Heuvelland wordt ons makkelijk gemaakt sinds het wandelknooppunten-netwerk in Zuid-Limburg klaar is. Dat wil zeggen, als de bordjes kloppen, want dat is helaas niet altijd het geval! Enfin, toen ik vanmorgen op de racefiets stapte lieten mijn benen me meteen weten dat ik geduld moest hebben: die zware wandeling van gisteren moest er eerst uitgetrapt worden!