Wonderen

Bij Brévet International du Grimpeurs (BIG) zijn 4359 wielertoeristen aangesloten. Ze proberen zoveel mogelijk heuvels en bergen in heel Europa te bedwingen. Duizend zijn er geselecteerd. Je kunt ook peetvader worden van een klim. Die dient 25 keer opgefietst te worden. Al naar gelang de zwaarte krijgt men daar een jaar, een maand, een week of een dag de tijd voor. Enkele jaren geleden leefde ik me uit op de Gulpenerberg. Vandaag, op deze hoogzomerse 2e april, wil ik 25 keer de Doodeman op, de oostkant van de Keutenberg. Een mens moet wat op zijn oude dag. Gelukkig waait de wind uit het oosten. Dat betekent rugwind bij het klimmen en verkoeling bij het dalen. Ik zal het nodig hebben met dat stuk van 600 meter aan percentages van 11, 16, 13, 9 en 10%. Zonder winkel of café in de buurt zal ik ook zuinig moeten zijn met mijn twee bidonnetjes water. Een week geleden heb ik een rondje van 100 km met 18 hellingen gefietst en dat ging prima. Zodoende begin ik goedgemutst aan de eerste beklimmingen. Ik voel mezelf op geen enkele manier verplicht, als het niet lukt ga ik gewoon naar huis. Na zeven beklimmingen schakel ik naar de allerkleinste versnelling (30x28). Op het gemak naar boven, mijn briefje aftekenen en meteen weer naar beneden. Er moet behoorlijk geremd worden, de klim dankt zijn naam aan een boer die hier ooit met paard en kar verongelukte. Na tien beklimmingen weet ik nog steeds niet of ik het ga redden. Op de steile stukken zakt mijn tempo. In mijn zeventiende klim begin ik tegen 4 km per uur naar het asfalt te kijken. En de verzuring in mijn kuiten blijf ik nauwelijks de baas. Met nog vier beklimmingen voor de boeg dreigt er kramp in mijn tenen en mijn water is zo goed als op. Bij één van de weinige huizen aanbellen durf ik niet, de bewoners verklaren me voor gek als ik vertel waar ik mee bezig ben. Aan de voet van de klim staat een grote kapel ter ere van O.L.Vrouw van Banneux. Ze wordt me steeds meer tot troost. Bij het begin van iedere klim kijkt ze me recht in de ogen. Het lijkt zelfs of ze me bemoedigend toeknikt. Ik zal het me wel verbeelden, maar als ik voor de 25ste keer langs de kapel naar boven fiets, zie ik de H Maagd Maria glimlachen en een duim opsteken. De wonderen zijn de wereld nog lang niet uit.