Vanmiddag, na de lunch, sprong ik op mijn racefiets voor een ommetje. Na 500 meter hoorde ik vanaf de overkant van de weg mijn naam roepen. Het was Alf. Een fotograaf die ik ken uit de periode dat ik in een verzorgingshuis werkte. We mochten hem altijd bellen als een van de bewoners pasfoto's nodig had. Hij maakte in 1998 ook een reportage van de renovatie van het huis. In die tijd ging Alf vaak op fietsvakantie met zijn twee dochters. Hoewel we elkaar regelmatig kruisen op de fiets en goeiendag roepen was het heel lang geleden dat we elkaar nog spraken. Nou ja, heel af en toe reageert Alf op een nieuwsbrief van Fietsvarianten. Maar vanmiddag draaiden we allebei tegelijk om. En wat gebeurt er als zeventigplussers met elkaar aan de praat raken? Dat is vragen of er nog soepeltjes gefietst wordt, of er nog gefotografeerd / gedicht wordt, hoe het met de kinderen gaat. En als die vragen beantwoord zijn, is 'het leven' aan de beurt, of beter nog, 'de eindigheid ervan' en in welke mate we daar mee geconfronteerd worden en hoe we daar mee omgaan. Voor ik het in de gaten had waren we een half uur verder. Zo werd mijn ommetje onder het almaar grijzer wordende wolkendek een echt ommetje.
