Als mijn vader koerskleren aan heeft, lijkt zijn rug nog krommer. Toch weigert hij zijn Colnago aan te passen aan zijn leeftijd. Een gewoon stuur of gewone trappers zijn (vooralsnog) uit den boze.
Toen hij gisteren terug thuis kwam, was de strakke westenwind aan hem af te lezen: pijn in armen en benen, vermoeide en diepliggende ogen, een ongezond witte kleur op het gezicht.
Mijn vader, of: hoe fiets je de dood uit het wiel?

Mijn vader, uiterst links, in 1942, in Tongeren