La Maurienne

Een dag of vier met mijn zonen (Joost en Gijs) en de overige heren (Roel, René, Henri, Jorn, Sem en Nick) in St Jean de Maurienne geweest, de 'capitale mondiale des cyclo grimpeurs'. Niet iedereen kon even lang blijven: verplichtingen en kleine kinderen riepen!
Op de dag van aankomst fietsen we een rondje over les Lacets de Montvernier, een korte maar spectaculaire klim waarbij de weg 3,5 km lang zigzaggend via 18 haarspeldbochten omhoog loopt tegen een steile rotswand.
Na een nacht met veel regen en onweer was het geduldig wachten op het zonnetje voor de beklimming van de Croix de Fer, 30 km bergop in een schitterend décor. Ook de afdaling via de Glandon was adembenemend mooi.
Een dag later stond de mythische Galibier op het programma: inclusief de Télégraphe 34 km lang en 2642 m hoog. Om het nog wat heroïscher te maken waaide er in dat ruige landschap een strakke, ijzige wind. Toch kwam iedereen netjes boven, de één al wat fitter c.q. minder uitgewoond dan de ander.
Op de voorlaatste dag trokken Nick en Sem naar Bourg d'Oissans om de Alpe d'Huez af te kunnen vinken. Zelf peddelde ik een rondje over de Montee de la Toussuire (via Bottières), een rustige klim van 18 km in een Alpenlandschap dat ik helemaal voor mij alleen had.
Op dag vier waagden Joost en ik ons aan de Madeleine, gevreesd om zijn 19 km aan gemiddeld 8%. Toch voelde die col van buiten categorie niet zo zwaar, noch bij Joost noch bij mij. Ik vond het voornamelijk een lieflijke col die zich begon te tooien met prachtige herfstkleuren.
Het was wederom een heerlijke vakantie met de heren, een vakantie vol imposante uitzichten en vergezichten, althans, voor zover er door de gesteldheid der benen, de stijgingspercentages en de warmte geen al te zoute waas voor ogen kwam. In het eerste gedeelte van de Croix de Fer vroeg ik me geregeld af wat ik op mijn leeftijd nog in het hooggebergte te zoeken heb, maar later in de klim en zeker op de Galibier en de Madeleine had ik gelukkig weer het gevoel dat ik nog even veel adem als dromen heb. Zo lang ik het bij één col per dag houd, zo lang ik mijn teller vanaf 7 á 8% consequent op 7 km per uur houd, zo lang peddel ik al die cols nog op, zonder dat het afzien groter wordt dan het genot.


Voor meer (sterke) verhaaltjes bij de foto's: klik hier



Gedoopt

Gisteren werd de Tour de Velovino gedoopt. Het werd een bijzondere tocht: verrassende deelnemers, verkeer ophoudende dichters, met bakken uit de hemel vallend doopwater, een wijnproeverij als nazit! In het oktobernummer van Grinta wordt er aandacht aan geschonken, een filmpje is in de maak. Hou ze in de gaten, Grinta en Velovino!

Verzamelen bij Station Maastricht

Bas Diederen

Afgelopen zondag vond een Ironman-triatlon plaats in Maastricht. De eerste ooit in de Benelux. De wedstrijd werd gewonnen door Bas Diederen. Ik woon op een steenworp van de start- en finishlocaties. In de loop van de dag ben ik op verschillende plaatsen in en buiten de stad gaan kijken. Ik raakte danig onder de indruk van de organisatie van het evenement en de prestaties van de atleten. Wat doet een verzenmaker in zo'n geval...hij schrijft er een versje over. Het is te lezen op Het is koers.

Foto: Team4talent.nl

Camargue & Provence

Vorig jaar besloten Paula en ik om (lekker lui) te gaan fietsen in de Camargue & de Provence. Vervoer en verblijf werden alvast geregeld. Een week geleden stapten we in Maastricht op de fietsbus van Cycletours. We deden dat tot onze eigen verbazing met behoorlijk veel tegenzin: waarom zou je nog op vakantie gaan (met alle rompslomp vandien) als je thuis inmiddels iedere dag vakantie hebt! Toen we na een (nachtelijke) rit van 15 uur de bus verlieten en de geuren van thijm, rozemarijn en lavendel inhaleerden was onze 'goesting' er gelukkig weer.
We logeerden in een hotelletje in het centrum van Arles. Vanwege de airco was onze hotelkamer een verkoelend toevluchtsoord na onze fietstochten en stadsbezoeken in de aanhoudend tropische temperaturen (van 35 graden en meer). Een kwestie van 's morgens vroeg te vertrekken en 's middags op tijd weer terug te zijn voor een siësta (en de Tour!). Arles is een mooi stadje met talrijke Romeinse en romaanse monumenten, een stadje ook met smalle straatjes (met leuke restaurantjes) en grote pleinen (met héél veel toeristen).
Welke tochten hebben we gefietst? Tijdens ons 'Rondje Camargue' werden we begroet door zwarte stieren, rose flamingo's  en in het wild levende grijswitte paarden. De krekels begeleidden ons in dat uitgestrekt natuurgebied 65 km lang met luidruchtige serenades.
Het 'Rondje Provence' bracht ons onder het mooiste blauw en over enkele Alpilles-colletjes in Fontvielle, St Rémy de Provence, les Baux de Provence en Paradou. De krekels vergezelden ons andermaal 65 km lang. Saint Paule de Mausole met zijn 'Promenade dans l'univers de Vincent van Gogh' lag op onze route. Het prachtig gerestaureerde klooster (met psychiatrische kliniek) was een bezoek meer dan waard.
Omdat we graag naar Avignon (met de trein) en Saintes Maries de la Mer (met de bus) wilden, bleven er nog twee fietsdagen over. Op het volgens de folder bewegwijzerde 'Circuit des Taureux et de la Vigne' lieten de bordjes ons na 15 km al in de steek. We hebben er een 'Rondje Saai maar Rustgevend' (50 km) van gemaakt. Geen stieren of wijnstokken, maar wel heuse rijstvelden.
We sloten onze vakantie af met 40 km pedaleren op de 'Via Rhôna', van Arles naar Mas Thibert en terug. Startpunt was de Pont van Gogh. De tocht had veel weg van een 'Rondje Maasland met zonnebloemenvelden en krekelserenades'. Wel mooi om gefietst te hebben.
Morgen gaan we naar huis. En daar zijn we, na dit tropisch weekje, geen van beiden rouwig om. Hoewel, Paula zegt dat de gedachte aan ons vertrek haar ondanks alles toch een beetje weemoedig stemt!


Enkele foto's

Bij de 'Pont van Gogh'



Grand Départ

Ook als je twee uur treinen van Utrecht woont, gaat het Grand Départ niet zomaar aan je voorbij. Zeker niet als je zonen en de meeste van hun Maastrichtse (fiets)vrienden, zeg maar de heren, in de Randstad wonen. Afgelopen maandag ging ik met hen naar de Muur on Tour.
Eén van de hoogtepunten vonden ze het optreden van Alexis de Roode die een lang gedicht voorlas over Tom Dumoulin. Hij gebruikte, als niet-Limburger, zelfs enkele woorden Mestreechs. De heren zijn voor eeuwig fan van hem. Van Alexis mocht ik het gedicht plaatsen op De wielergedichten.
Henri, één van de heren, werkt bij 3FM. En daar heeft meegeholpen aan de ontwikkeling van een website-onderdeel waar je je eigen wieler(bij)naam te weten kunt komen. Probeer maar, ziet er prachtig uit, ik ben ‘de verwarde man van Godsheide’.
En mijn schoondochter Nienke heeft voor mij ‘zeven keer haar verklaring omtrent goed gedrag in de waagschaal gelegd’: ze jatte zadelhoesjes met kleine gedichten, een project van de Stadsdichtersgilde van Utrecht.
Tot slot, de afgelopen weken verscheen er op het populaire Het is koers een aantal wielerversjes van mijn hand: poëzie met een kleine p, de p van pedaleren.


Bijzonder

Vanmiddag op bezoek geweest bij Rob Brouwers, een kunstschilder uit ’s Gravenvoeren. Hij woont in een bijzonder (17e eeuws) vakwerkhuis en maakt bijzondere (expressionistische) schilderijen. Tussen 1958 en 1963 koerste hij bij de nieuwelingen en de amateurs met mannen als Jan Hugens, Huub Harings, Michael Wright en Karl Heinz Kunde. Uit de boekenkast in zijn werkkamer haalde Rob een groot, dik schrift met harde kaft. Daarin staan alle wedstrijden die hij fietste: datum, plaats, uitslag, een (in een mooi handschrift geschreven) verslag en, heel bijzonder, een (niet van zelfspot gespeende) karikatuur. Iets voor een uitgever? Rob stopte met wielrennen omdat hij er genoeg van had nooit te winnen: vrijwel altijd bij de eerste tien, vaak tweede of derde maar nooit een zege. Hij meldde zich vervolgens voor de derde keer bij de Jan van Eyckacademie in Maastricht en werd aangenomen, onder voorbehoud. Later hoorde hij dat hij de eerste twee keer werd afgewezen omdat de toelatingscommissie zich geen raad wist met ‘een wielrenner die een beeldende kunstopleiding wilde volgen’.

O.S: Rob overleed in 2016




De draaimolen

De mooiste herinneringen aan mijn kinderjaren hebben vrijwel allemaal te maken met de koers: de verhalen van coureurs en supporters in het werkhuis van mijn vader; de sfeer rondom de koersen in Godsheide, het dorpje waar ik woonde; de radio-uitzendingen tijdens de Tour; mijn eerste racefiets (op mijn elfde); de tochten met mijn vader. Nog steeds kijk ik het liefst naar de koers met de ogen van een jongetje dat net zijn Eerste H. Communie heeft gedaan. Toen ik een jaar of vier, vijf was stond er tijdens de jaarlijkse kermis een draaimolen op het kerkplein. Ik wilde niet in het vliegtuigje, de tank of de brandweerwagen, niet op het paard, de olifant, de tractor of de motor, nee, ik wilde alleen op het koersfietsje, keer op keer. Afgelopen donderdag was ik in Amsterdam aan het wandelen met twee dames die mij zeer dierbaar zijn: mijn eega en mijn kleindochter. In Oost kwamen we bij een kermis met een draaimolen uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. En wat zag ik op die draaimolen? Een koersfietsje! Het was een vreemde gewaarwording: stond ik zestig jaar later in hartje Amsterdam op het kerkplein van Godsheide!


Weesgegroetjestoer

Als ongelovige katholiek (of katholieke atheïst) jaren lang rondtoeren in een Rooms landschap, dat moet ergens toe leiden. Het is godsonmogelijk om alle kapelletjes, wegkruisen en heiligenbeelden langs ’s Heren wegen te (blijven) negeren. Op iedere helling denk ik aan niet beleden zonden, aan penitenties en volle aflaten. Ik prevel Ave Maria’s bij de vleet, ik wil weten welk onheil mij wacht als ik niet stil blijf staan bij het lijden van de Heer. Even heb ik gedacht dat ik het aan alle heiligen verplicht ben een Rooms Rondje uit te werken. Vanwege de Mariaverering van mijn (voor)ouders ging mijn voorkeur uit naar een Weesgegroetjestoer. Het werd me al vlug duidelijk dat ieder rondje in het Mergelland een Weesgegroetjestoer is. Fiets b.v. de finale van de Amstel Gold Race en stop even bij iedere Mariakapel die je tegen komt: voor je thuis bent, heb je de H.Maagd, de Moeder van God, de bruid van Christus, de Onbevlekte Ontvangenis, de Sterre der Zee, de Moeder van alle Smarten en de Troosteres der Bedrukten een hoedje van rozen opgezet.


Effect

Vanmiddag fietste ik de Cauberg op. Zonder echt veel moeite te moeten doen, liep ik in op een andere wielertoerist. In de laatste bocht passeerde ik hem. Even na de top, op het vals plat, reed hij me weer voorbij. Hoewel er plaats genoeg was, gebruikte hij niet het fietspad maar de rijbaan. Een achterop komende automobilist toeterde. Als antwoord kreeg hij een opgestoken middenvinger. De daarbij gevoegde scheldwoorden zal hij wel niet gehoord hebben. De wielertoerist vond het, zo vermoed ik, ook niet prettig dat ik bij hem aan het wiel bleef. Hij zei er niets van en ging ook niet harder fietsen, maar hij spuugde om de haverklap links en rechts van hem. Gezien de forse tegenwind, had zijn actie wel effect.


Bucket list

De fietsvakanties voor deze zomer zijn gepland. Met Paula, mijn dierbare echtgenote, mag ik in juli een weekje naar Arles, om door de Provence en de Camargue te peddelen. Mijn zonen & de heren reserveerden een vakantiehuis in St Jean de Maurienne. Daar gaan we in september naar toe. De meeste routes zijn uitgestippeld, tijd nu om verder uit te zoeken wat ons precies te wachten staat.
In mijn zoektocht kwam ik ook op Bicycling met haar 7 Bucket List Bike Destinations. Waar moet je volgens de samenstellers écht gefietst hebben? In deze volgorde: 1.Toscane, 3.Madonna del Ghisallo, 4.Alpe d’Huez, 7.Gavia, Stelvio & Mortirolo. Die mag ik allemaal afstrepen. De overige drie aanraders liggen in Noord-Amerika. Dat zal wat mij betreft voor een volgend leven zijn.


De Veluwe

Gisteren kennis gemaakt met de Veluwe. Met Paula een rondje van 60 km gefietst vanuit Arnhem. We werden vergezeld door Anna en Wiebe, de ouders van de vriendin van onze oudste zoon. Volgens Buienradar konden we het er op wagen. En dat deden we dus. We peddelden door een voor mij verrassend mooi landschap. Halverwege werd er gestopt voor een bezoek aan Kröller-Müller. Daarna was het afgelopen met ons droog-weer-geluk. In de resterende 30 km ging het steeds harder regenen. De heideheuvels en zandduinen werden er niet minder mooi door. Paula wil hier graag in augustus terug komen, als de heide in bloei staat. Nat als verzopen katten kwamen we in Arnhem, waar we een bordje misten. He kostte ons een ommetje via een heuse helling. Misten we het bordje echt of werd het gewoon genegeerd door Wiebe, die voorop reed? Hoe het ook zij, voor iemand (uit het vlakke Drenthe) die totnogtoe altijd heeft beweerd dat hij nooit of te nimmer van klimmen zal houden, spurtte hij met opvallend veel gemak én plezier naar en over die helling. Bloeit en groeit daar stiekem wat?

Schoon volk, the day after.



Wegkruisen

Aanstaande zaterdag wordt de 'Volta Limburg Classic' gereden. Dwars door het Mergelland en de Voerstreek. In een versje beweer ik dat de renners zo pal voor Pasen langs honderd wegkruisen moeten. Klopt dat wel, langs 100 wegkruisen in twee rondjes van 90 km? Er zit niets anders op dan te gaan tellen. En van ieder wegkruis een bewijsfoto te maken.
Omdat er een Gent-Wevelgemse wind waait en het dreigt te gaan regenen, neem ik de Cube. Met dikke banden en lage velgen word je niet zo vlug van de weg geblazen! In Eijsden kom ik het eerste wegkruis tegen in de start- en finishstraat. Zeven kerkdorpen en vier hellingen verder begint het steeds harder te druppelen. Ik heb 24 km van het Volta-parcours gehad. Als ik mijn foto’s natel ben ik exact 21 keer afgestapt voor Onze Lieve Heer. Bijna één wegkruis per kilometer. Ik heb dus niet overdreven in mijn versje.
Renners die er zaterdag bij de tweede doorkomst in Klein Welsden finaal doorheen zitten, kunnen een blik werpen op het wegkruis aldaar en de tekst op het bordje prevelen: Loat mich mie kruis neet allein drage. Het is alleen de vraag of Onze Lieve Heer een dag na Goede Vrijdag al weer in staat is c.q. zin heeft om andermans pijn te verlichten.

Klik op foto voor vergroting

Pauline

Paula, mijn dierbare echtgenote, wilde graag naar het Modemuseum in Hasselt. Daar loopt momenteel de tentoonstelling ‘Hallo, mijn naam is Paul Smith’. Dat blijkt een beroemde Britse designer te zijn. Ik had nog nooit van hem gehoord en dat ligt niet aan hem. Moet ik me schamen? Eigenlijk wel, want Paul Smith is geen onbekende in ... wielerland! Op zijn zeventiende ambieerde hij een profcarrière. Een zware valpartij maakte een einde aan zijn dromen, maar zijn liefde voor de fiets bleef. Op videobeelden was te zien dat er in zijn werkkamer twee prachtige racefietsen hangen. Ik meende ook een foto van Coppi te ontwaren. Maar er is meer. Smith ontwierp in 2007 een racefiets voor het merk Mercian. En met Pinarello werkte hij in 2013 samen aan de vormgeving van hun nieuwe Dogma. Als uitgangspunt gebruikte hij de vier leiderstruien die hij ontworpen had voor de Giro. Mijn sympathie voor Paul Smith werd nog groter toen ik bij de muur kwam waarop hij de bezoekers van de tentoonstelling laat weten dat hij alles te danken heeft aan zijn vrouw. Dat gevoel ken ik: niet alles maar toch heel veel te danken hebben aan je vrouw. En hoe heet de vrouw van Smith? Juist ja: Pauline!

Foto's tentoonstelling


Een blauwe Ventoux

Hoewel ik regelmatig in musea en/of galeries kom, heb ik weinig verstand van beeldende kunst. Ik ken wat namen van kunstenaars en stromingen, ik weet dat bij conceptuele kunst het idee het belangrijkst is, maar voor de rest ben ik volkomen afhankelijk van mijn gevoel: ik vind iets mooi, ontroerend, intrigerend of niet.
Gisteren was ik met mijn dierbare echtgenote bij ‘Van Bommel van Dam’ in Venlo om De collectie Jef Diederen te bekijken. Diederen hoorde bij de zogenaamde ‘Amsterdamse Limburgers’. Hij trok geregeld naar de Vaucluse en had daar - ik citeer - bijzondere ervaringen met het licht. Die ervaringen verwerkte hij o.m. in zijn berglandschappen. De natuur staat centraal maar niet alleen het landschap, ook de hemel daarboven. Het landschap hoeft niet herkenbaar te zijn, het gaat de schilder vooral om de vorm en de kleur.
En zo kwam ik bij de (bijna) volledig blauwe Mont Ventoux van Jef Diederen. Ik vond het meteen een prachtig schilderij. Blauw is mijn lievelingskleur, ik beklom de Ventoux een aantal keren met de fiets en ik pedaleerde ooit een week met mijn eega in de omgeving van die berg. Wat me van dat weekje Provence vooral is bijgebleven, is de staalblauwe hemel met zijn koperen zon. Iedere dag ‘le grand bleu’. Nooit heb ik een mooier blauw gezien!

'Mont Ventoux V' van Jef Diederen

Zesdaagse

Vanavond ga ik met mijn dierbare echtgenote naar de openingsavond van de Rotterdamse Zesdaagse. Met dank aan ‘Team Roompot’ voor de vrijkaartjes. Ik zal me ongetwijfeld vergapen aan de snelheid en de durf van mannen als Niki Terpstra, Iljo Keisse, Jasper de Buyst en Kenny de Ketele.
Het is van 1987 geleden dat ik wielrenners over een houten ovaal zag zoeven. In de Maastrichtse Eurohal waren Clark / Doyle en De Wilde / van Vliet de favoriete koppels. Tien jaar eerder was ik in dezelfde hal getuige van de overwinning van Eddy Merckx en Patrick Sercu.
Nog (en veel) langer geleden kreeg ik van Sinterklaas een Zesdaagse-bordspel met miniatuur coureurs. Het liefst speelde ik in mijn eentje. Ik liet Palle Lykke, Rik van Steenbergen, Peter Post, Klaus Bugdahl, Oscar Plattner en andere tijdgenoten sprinten en en achtervolgen in ploeg- en puntenkoersen. Er was één coureur die altijd won: Miel Severeyns. In een versje heb ik ooit uitgelegd hoe dat kwam: de dobbelstenen rolden steevast & schaamteloos in het voordeel van mijn naamgenoot.




December

Drie graden Celsius, een ijzige noordoostenwind, fietspaden vol rottende bladeren, modderige binnenwegen, de lucht donker en grijs. Allemaal belemmeringen om op de fiets te springen? Welnee: ik trap mezelf warm met gemijmer en gedroom. Met gedenken ook. Vorige week overleed een schoonzus van me, gisteren een oom. Er is veel wat komt aanwaaien, er is veel wat op zijn plaats valt. Op de fiets.






Nooit gedacht

Nooit gedacht dat mijn oudste zoon zich zou bekeren tot de fiets. Nooit gedacht dat hij een voorliefde zou krijgen voor Italiaanse racefietsen. Nooit gedacht dat hij er Italiaans gesoigneerd zou willen uitzien. Nooit gedacht dat hij in Lucca een fietsenzaak zou binnenstappen om één van de allermooiste outfits te kopen. Nooit gedacht dat een fotograaf het zou vastleggen: mijn zoon, zijn outfit en zijn fiets.

Foto: www.martinhogeboom.nl



In het zweet des aanschijns

Net als Paula, mijn dierbare echtgenote, ga ik met (vervroegd) pensioen. Na 44 jaar (ouderen)zorg meld ik me deze week voor het laatst. Ik ben dankbaar dat ik dit werk zo lang heb mogen en kunnen doen. Toen ik mijn loopbaan begon, schoten de verzorgingshuizen als paddenstoelen uit de grond. Ter afsluiting van mijn carrière mocht / moest ik (vier van) die huizen helpen afbouwen. Als je zo lang meeloopt zie je heel wat ontwikkelingen voorbij komen. Ook de ouderenzorg wordt bepaald door economische, politieke en filosofische factoren.
Het heeft een tijdje geduurd eer ik gewend was aan de gedachte dat er vanaf nu maandelijks een bedrag op mijn rekening wordt overgemaakt zonder dat ik daar iets voor hoef te doen. Toen God Adam en Eva uit het Aards Paradijs verjoeg met de mededeling dat ze voortaan ‘in het zweet des aanschijns’ hun brood moesten verdienen, had Hij het niet over een pensioengerechtigde leeftijd. ‘Tot gij tot de aarde wederkeert,’ zo luidde het verdict. Hopelijk duurt dat in mijn geval nog enkele gezonde decennia: ik wil onze onlangs geboren kleindochter graag zien opgroeien, ik wil met Paula graag door nóg meer mooie streken fietsen en ik moet nog een aantal cols beklimmen, en bezingen, uiteraard.


Bompa

Vanmiddag mijn eerste rondje gefietst als bompa, opa, grootvader of hoe het ook mag heten. Zo'n pasgeboren, kerngezonde kleindochter geeft je vleugels. Ik vloog de Mescherberg, de Bukel en de Banholtergrubbe op. Deze bompa fietst volgend jaar de Galibier, de Madeleine en de Croix de Fer op, zo fluisterde ik mezelf toe. Zelfs de Cauberg kon mij niet deren. Mijn longen piepten, mijn kuiten verzuurden, maar mijn ziel...die zong.


Orbea Opal 20 Speed

Wielertoeristen die een beetje verstand hebben van racefietsen zullen, zo vermoed ik, de wenkbrauwen fronsen als ze de nieuwe roman van Jeroen Brouwers lezen. Het hout speelt zich af in een katholiek jongenspensionaat in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw. De auteur laat broeder Bonaventura, de hoofdpersoon, aan het eind van de jaren veertig al fietsen op een Orbea Opal 20 Speed. Die Speed wordt normaliter gebruikt om of het aantal versnellingen aan te geven of het aantal kransjes van de 'cassette' op de achteras. In de jaren veertig waren 4 kransjes het maximaal haalbare, meer konden er nog niet gemonteerd worden. Je had dus 4 Speed of, vermenigvuldigd met de twee tandwielbladen vooraan 8 Speed. Een schoonheidsfoutje? Je kunt het je niet voorstellen bij een schrijver als Brouwers. De kwaliteit van zijn indrukwekkende roman wordt er niet minder om. Al blijf ik me iedere keer als broeder Bonaventura het over zijn Orbea Opal 20 Speed heeft, afvragen wat er gebeurd zou zijn als hij zo kort na de oorlog met een Intercity of Ryanair op reis was gestuurd.


De 100 mooiste wielergedichten

In 1979 verscheen 'Afzien in verwondering', de eerste bloemlezing met wielergedichten. Gijs Zandbergen verzamelde 23 verzen, voorzag ze van een inleiding en gaf ze in gestencilde vorm uit in een oplage van 100 exemplaren. Het boekje werd in 1983 uitgebreid (met voornamelijk illustraties) en onder de titel 'Wielergedichten' uitgegeven door Nijgh & van Ditmar. We zijn intussen een aantal verzamelbundels met sportgedichten verder, maar op een tweede bloemlezing met alleen maar wielergedichten moest er meer dan dertig jaar gewacht worden. Patrick Cornillie, niet alleen dichter maar ook auteur van talrijke fiets- en wielerboeken, bracht 100 gedichten samen van 77 verzenmakers van allerlei pluimage. Uiteraard ontbreken de klassiekers (van Jan Kal en Willie Verhegghe) niet. Verder is er werk van zangers (Rick de Leeuw, Alex Rouka, Willem Vermandere), dichteressen (Sylvie Marie, Fleur de Meyer, Patricia Lasoen, Yella Aernouts), voorname poëten (Frans Budé, Luuk Gruwez, Victor Voomkoning), overleden grootheden (Guido Gezelle, Gerrit Komrij, Paul van Ostaijen), pedalerende scribenten (Peter Winnen), grappenmakers (Freek de Jonge, Herman Brusselmans), lijders aan Geelzucht (Frank Pollet, Norbert de Beule, Paul Rigolle en Bert Bevers) enz. enz. Van de meeste uitverkorenen werd één gedicht opgenomen, sommigen zijn vertegenwoordigd met twee, drie of vier verzen en zelf heb ik (met mijn versjes & rijmpjes) het minst van iedereen te klagen!
De bloemlezing ‘De 100 mooiste wielergedichten (uit de Vlaamse & de Nederlandse literatuur)’ wordt uitgegeven door les Iles. De presentatie vond plaats op zaterdag 25 oktober in het Wielermuseum van Roeselare. De bundel is verkrijgbaar in de boekhandel, via de uitgever of bij SportMediaShop.



Rondje Ritz

Gisteren, onder een hoogzomerse najaarszon, een rondje van 70 km gefietst met de familie. Het ging van Maastricht richting Terwinselen, waar mijn schoonouders begraven liggen. Het groepje bestond uit één van hun dochters, twee schoonzonen, twee kleinzonen, een kleindochter met haar vriend en een andere kleinzoon met zijn schoonbroer. Twee dames en zeven heren, in de leeftijd van 24 tot 66 jaar, komend uit Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Gulpen en Maastricht. Voor twee deelnemers was het een eerste kennismaking met de Limburgse heuvels. Ze zagen de mergelgroeve op de Bemelerberg, ze genoten van de prachtige uitzichten op de Fromberg, ze werden (na het kerkhofbezoek) door een andere Ritz-dochter opgewacht met koffie & vlaai, ze reden door de Erensteinse Groene Long en lieten zich vervolgens naar de Doodeman en de Cauberg leiden. Daar kropen de verhalen voor later pas goed in hoofd & benen. Het was typisch zo'n tocht die een lange nazit met veel pasta & pils behoefde.