Gisteren, na de lunch, sprong ik op mijn racefiets voor een ommetje. Na 500 meter hoorde ik vanaf de overkant van de weg mijn naam roepen. Het was Alf, een fotograaf die ik ken uit de periode dat ik in een verzorgingshuis werkte. We mochten hem altijd bellen als een van de bewoners pasfoto's nodig had. Hij maakte in 1998 ook een fotoreportage van de renovatie van het huis. In die tijd ging Alf vaak op fietsvakantie met zijn twee dochters. Hoewel we elkaar regelmatig kruisen op de fiets en goeiendag roepen was het heel lang geleden dat we elkaar nog spraken. Nou ja, heel af en toe reageert Alf op een nieuwsbrief van Fietsvarianten. Maar gisteren draaiden we allebei tegelijk om. En wat gebeurt er als zeventigplussers met elkaar aan de praat raken? Dat is vragen of er nog soepeltjes gefietst wordt, of er nog gefotografeerd / gedicht wordt, hoe het met de kinderen gaat. En als die vragen beantwoord zijn, is 'het leven' aan de beurt, of beter nog, 'de eindigheid ervan' en in welke mate we daar mee geconfronteerd worden en hoe we daar mee omgaan. Voor ik het in de gaten had waren we een half uur verder. Zo werd mijn ommetje onder het almaar grijzer wordende wolkendek een echt ommetje.
De zomer van 2026
De opwarming van de aarde zorgt dit jaar voor een extreem warme en droge zomer met, steeds dichter bij huis, desastreuze gevolgen voor mens en natuur. Als ouwe man op een koersfiets die het geluk heeft in het Mergelland te wonen, rijd ik mijn rondjes in de (heel) vroege ochtend. Met of zonder mijn lief. Eén keer per week brei ik ze aan elkaar tot een honderdje: de stad-uit-stad-in-straten (10 km), de vrij liggende fietspaden (15 km) en de rustige (binnen)wegen en weggetjes (75 km). Honderd kilometer om te mijmeren en te peinzen (over o.a. de klimaatverandering), om (desondanks) te genieten van de stilte, het landschap, de uitzichten, om mijn benen 756 hoogtemeters lang te pijnigen op lieflijke hellingen zoals de Mescherberg, de Kalleberg, de Molenweg, de Loorberg en de Ingbergrubbe, om tenslotte weldadig moe thuis te komen. Net voor het kwik ongezonde hoogten bereikt. De zomer van 2026.
De Roemenen komen
Als ik niet zeker meer weet of ik alle deuren en ramen gecontroleerd heb voor het slapen gaan beantwoord ik opmerkingen van mijn lief over mijn dubbelcheck steevast met: 'Je weet nooit of de Roemenen weer komen!' Enkele jaren geleden werd een reeks inbraken in deze regio namelijk gelieerd aan Roemeense dievenbendes. Vanmorgen fietste ik met mijn lief tijdens een Mergellandrondje door Mariadorp. Daar moesten we lang wachten eer we een drukke weg konden oversteken. Vriendelijke autobestuurders die ondanks hun voorrang toch stoppen komen doorgaans uit Belgisch Limburg. In Mariadorp reden alle auto's met een Belgische nummerplaat richting Wallonië. Toch stopte er plots een wit bestelbusje en verplichtte daardoor een hele rij autobestuurders achter hem ook op de rem te trappen. De bestuurder van het busje deed teken dat we mochten oversteken. Terwijl ik een hand opstak om hem te groeten en te bedanken keek ik naar zijn nummerplaat: een Roemeense!
Achterhoekse schaamteloosheid
Enkele dagen in de Achterhoek geweest. Op de eerste dag fietsten mijn teerbeminde en ik een door het VVV aanbevolen knooppuntenroute van circa 60 km vanuit Lochem. Met gehuurde e-bikes! Het is mooi fietsen in de Achterhoek, zonder meer: veel binnen- en gravelwegen in een bosrijke omgeving. Alleen, onze routebeschrijving klopte niet helemaal en ze zijn ook in deze streek erg zuinig met knooppuntenbordjes. Die zijn links en rechts van de weg of heel hoog of heel laag geplaatst. Als er bij kruispunten en zijwegen geen bordje staat moet je rechtdoor. Op die manier kan het, zoals ons overkwam, (kilometers) lang duren eer je merkt dat je een (door een struik verborgen) bordje hebt gemist! Desondanks, het was een mooie tocht. We zagen onderweg zoveel e- bikende leeftijdgenoten dat we ons andermaal in een bejaardenreservaat waanden.
Op dag twee fietsen we een zelf uitgezet rondje van circa 50 km. En dat deden we samen met Wiebe en Anna, de schoonouders van onze oudste zoon. De trots droop er dan ook vanaf als onze gezamenlijke kleindochters ter sprake kwamen. Wij reden weer op onze e-bikes, Wiebe en Anna hadden hun ondersteuningloze sportfietsen bij. Nou ja, ze zijn jonger (zeker drie jaar!) dan wij en Wiebe vlamt iedere week minstens vijf keer de Vamberg op. Dat het tropisch warm werd, ach, op de fiets was het koeler dan in onze geventilatorde hotelkamer. Dit keer klopte de route wel en we reden wederom over lommerrijke binnen- en gravelwegen. Naast Wiebe pedalerend merkte ik het effect van een motortje, ook in standje eco. Terwijl Wiebe’s benen bleven draaien moest / mocht ik die van mij na twee keer trappen telkens even stil houden. Aan het eind van rit schakelde ik op de (lange) oprit van een brug zonder enige gêne niet naar standje tour maar naar standje sport. En Wiebe maar trappen! Schaamteloos sloeg ik hem gade!
De Hallembaye
In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw leidden in mijn geboortedorp Godsheide alle wielerkoersen (voor amateurs) en veel trainingstochten van wielrenners (uit de buurt) naar de circa 35 km verderop gelegen Hallembaye, een helling tussen Eben-Emael en Visé. Het is de dichtst bij zijnde helling met faam. In die tijd was de klim van beide kanten even zwaar (gemiddeld zo'n 5 %). Door wegaanpassingen in de jaren zeventig werd de klim vanuit Visé aanzienlijk steiler. Van die kant is de helling ook in Nederland bekend omdat hij als scherprechter fungeerde in de 'Belgische lus' die de finale vormde van de Amstel Gold Race in de periode dat de finish in Maastricht lag. Toen mijn broer en ik begin jaren zestig een koersfiets kregen werden we door mijn vader regelmatig mee 'op oefening' genomen. Het rondje van circa 75 km bracht ons uiteraard naar de Hallembaye. Na zijn wielercarrière liet buurjongen Henri zijn Groene Leeuw bij ons in het werkhuis staan. Zijn broer Ivo, een leeftijdgenoot van mij, maakte regelmatig gebruik van die koersfiets om met ons mee te gaan. Ivo woont nog steeds in Godsheide, nou ja, net over de grens met Diepenbeek. We fietsen ieder jaar een 'bijpraatrondje'. Het laatste decennium beperken we ons tot de vlakke Kempen, we zijn op leeftijd en Ivo moet zijn hartslag onder de 130 houden vanwege een hartprobleem. Twee weken terug stuurde Ivo me een foto van zijn nieuwe fiets, een Merida-hybride met … elektrische ondersteuning! En waar wilde Ivo dit jaar naar toe om bij te praten? Juist ja, naar de Hallembaye! Zelden iemand gezien die er zo van geniet dat hij weer (op een verantwoorde manier) bergop kan fietsen.
Onderzoek
Een wat langer verhaaltje dan gewoonlijk dat uiteindelijk toch over 'fietsen' gaat.
Davy Souverijns van de Heemkundekring Stevoort is bezig met een onderzoek naar oud-strijders en verzetslui uit het geboortedorp van mijn vader. Op Fietsvarianten kwam hij een verhaaltje tegen waarin ik het verzetsverleden van mijn vader ter sprake breng. Daar wilde hij graag met mij over praten. Ik heb geprobeerd de puzzel zo feitelijk mogelijk in elkaar te leggen, voor het nageslacht!
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het collaborerend Vlaams Nationaal Verbond (VNV) grote invloed in het bestuur in Belgisch Limburg. Het VNV ging er vanuit dat via samenwerking met de bezetter een autoritair, door Vlaanderen gedomineerd staatsbestel – een zogenaamde Nieuwe Orde – kon worden gerealiseerd.
Het Onafhankelijkheidsfront (OF) ontstond in 1941 als brede verzetsbeweging in België. De activiteiten omvatten onder meer het vervaardigen en verspreiden van clandestiene publicaties, hulp aan onderduikers (onder wie Joden en geallieerde piloten), verzet tegen de verplichte tewerkstelling, sabotage, steun aan families van verzetsmensen en het organiseren van stakingen.
Mijn vader werd in 1942 lid van het OF. Hij was toen twintig jaar. In 1943 ontstond vanuit het OF de gewapende verzetsstructuur Partizanen (PA). Deze richtte zich vooral op sabotageacties (van spoorwegen, communicatielijnen en industriële installaties), overvallen op distributie en voedselvoorraden en op acties tegen collaborateurs. Dit laatste leidde tot zware represailles en gewelddadige tegenacties van collaborerende groepen, de Sicherheitsdienst en de Gestapo.
Remi Nulens uit het aan Stevoort grenzende Alken was regimentscommandant binnen de Partizanen. Mijn vader was bevriend met zijn jongere broer Eugène, die net als hij wielrenner was. Eugène en zijn broer Hubert werden in 1943 in Hasselt gefusilleerd nadat zij betrokken waren geraakt bij de dood van een rijkswachter met sympathieën voor de Nieuwe Orde. Eugène werd door de Gestapo opgepakt in het ouderlijk huis van mijn vader, waar hij ondergedoken zat. Remi en een andere broer, Jozef, doken onder. Hun vader, Alfons, en hun zus Pauline werden als represaille opgepakt en gedeporteerd naar respectievelijk Buchenwald en Theresienstadt. Geen van beiden overleefde het.
Tijdens de grootscheepse razzia's en arrestatiegolven waarbij de Duitse bezetter samen met de Belgische collaborerende politiediensten en milities de Limburgse partizanen eind 1943 probeerde uit te schakelen, werden familieleden van hen opgepakt en verhoord. Dat gebeurde, als ik mijn vader goed begrepen heb, ook met een oudere zus en de veertienjarige broer van hem. Ze werden verhoord in de gevangenis van Tongeren.
Veertig jaar na de oorlog zei Remi Nulens in een door Maurice De Wilde gemaakte televisieserie over het verzet: 'Mijn hart is versteend van wraak.' In die uitzending gaf hij aan minstens zestig collaborateurs geliquideerd te hebben.
Bij welke acties was mijn vader betrokken? Wat ik van hem weet, ging het om hulp bij sabotageacties, om het - al trainend met de koersfiets - afleveren van clandestiene berichten en kleine wapens. Kort voor zijn overlijden (in 2005) liet hij zich ontvallen dat hij, naarmate hij ouder werd, steeds blijer was dat de twee voorgenomen liquidaties waarvoor hij was aangeduid op het laatste moment werden geannuleerd. Mijn voorstel, een aantal jaren eerder, om samen een keer naar Remi Nulens te gaan, wees hij op aandringen van mijn moeder af. Het zou tot teveel emoties leiden.
Bij welke acties was mijn vader betrokken? Wat ik van hem weet, ging het om hulp bij sabotageacties, om het - al trainend met de koersfiets - afleveren van clandestiene berichten en kleine wapens. Kort voor zijn overlijden (in 2005) liet hij zich ontvallen dat hij, naarmate hij ouder werd, steeds blijer was dat de twee voorgenomen liquidaties waarvoor hij was aangeduid op het laatste moment werden geannuleerd. Mijn voorstel, een aantal jaren eerder, om samen een keer naar Remi Nulens te gaan, wees hij op aandringen van mijn moeder af. Het zou tot teveel emoties leiden.
Waar had mijn vader het niet over? Was hij wel aanwezig bij liquidaties, pleegde hij overvallen? Hij is zover ik kan nagaan nooit opgepakt en veroordeeld. Na de oorlog ontving hij het 'Eereteken van de Weerstand' en 'De Herinneringsmedaille van de Oorlog'.
Hoe kwam ik erachter dat mijn vader in het verzet heeft gezeten?
Kostschoolgenoot Herman was indirect aanleiding voor de eerste politieke discussie bij ons thuis aan tafel. Dat wil zeggen: toen ik op een zondag, ergens in 1967, tijdens het middageten heel enthousiast begon te praten over Hermans vader en zijn strijd voor de Vlaamse zaak, ging mijn vader woedend en zonder een woord te zeggen van tafel. Mijn moeder probeerde te sussen, zei dat ik daar nooit meer over moest beginnen, dat het met de oorlog te maken had, dat veel Vlaamsgezinden met de Duisters hadden geheuld, dat mijn vader in het verzet had gezeten. Herman distantieerde zich tijdens zijn studie aan de universiteit van het gedachtengoed van zijn ouders.
Omdat ik mijn legerdienst nog moest vervullen besloten mijn vriendin en ik medio 1974 om te trouwen. Op die manier gokten we erop dat ik in Hasselt gekazerneerd zou worden en iedere avond naar huis, naar Maastricht, zou mogen. Ik was een gedeeltelijke dienstweigeraar: ik hoefde geen wapens te dragen. De rijkswachters die onderzoek deden naar mijn motieven beklaagden mijn vader: dat hij met zijn staat van dienst voor het vaderland met een zoon als ik door het leven moest! In september '74 echter werd er in België een nieuwe wet gestemd waardoor ik helemaal geen legerdienst hoefde te doen omdat mijn oudere broer zijn legerdienst had vervuld én ... mijn vader in het verzet had gezeten!
Mijn opa van moederszijde vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog o.a. aan de IJzer. Als lansier maakte hij De Slag der Zilveren Helmen mee, het laatste ruitergevecht in Europa. Hij overleed in 1977 in een Hasselts ziekenhuis. De nacht dat dit gebeurde waakte ik samen met mijn vader bij hem. Mijn vader vertelde me hoe mijn opa in 1948 om de hand van zijn dochter vroeg, hoe ze allebei lichtelijk beschonken raakten omdat ze hun oorlogsverhalen doorspoelden met jenever.
In 1979, tijdens een feest in de parochiezaal van Godsheide, begon de discjockey rond middernacht Duitse drinkliederen te draaien. Het riep bij mijn vader, met wie ik stond te praten aan de bar, heftige gevoelens op. Mijn moeder had het in de gaten, ze leidde hem met zachte hand naar huis: niemand kende zijn nachtmerries beter dan zij.
De gesprekken tussen mijn vader en mij gingen toen al geregeld over 'de oorlog en de koers'. Tussen de koersfoto's die ik van hem heb, zit een van ver af genomen foto van een koers in Alken, waarschijnlijk uit 1941. Mijn vader en Eugène Nulens zitten in de kopgroep. Davy attendeerde me op wat er op achterkant staat: 'Foto gemaakt door Pauline Nulens.'
Wat kan ik n.a.v. de vraag van Davy concluderen?
Onderzoek
Wat ik vertellen kan
over mijn vader
over mijn vader
en zijn jaren
bij de partizanen,
er is veel wat ik
hem heb gevraagd
maar het was
bijlange na
niet genoeg
Geregeld
Mijn lief en ik hebben twee zonen die de veertig (ruim) gepasseerd zijn. Ze zitten in een fase waarin ze geregeld naar kerk of crematorium moeten voor de uitvaart van een vader of moeder van vrienden. Inmiddels weten ze welke soorten uitvaarten er zoal mogelijk zijn en van hun vrienden horen ze welke impact het overlijden van een ouder heeft en wat er allemaal geregeld moet worden. Zodoende hebben ze mijn lief en mij gevraagd wat hen te wachten staat (over een jaar of tien!). Onze huisarts is al langer op de hoogte van de manier waarop wij tegen levenseinde en voltooid leven aankijken, voor de begrafenis hadden we (al heel lang) een verzekering en onlangs hebben we een begrafenisondernemer gecontacteerd. Alle afspraken rondom onze uitvaarten zijn vastgelegd, zodat onze zonen zich enkel hoeven te concentreren op hoe ze willen rouwen. Uiteraard (!) schreef ik hier een versje over, het werd vandaag gepubliceerd op De Schaal van Digther en als je je afvraagt wat dit met fietsen te maken heeft: lees het gedicht!
Afgemat
Vanmorgen zat ik om 6u20 al op de fiets voor een rondje van 80 km langs de Maas. Aan de Nederlandse kant naar Maaseik, langs de Belgische kant terug naar Maastricht. In de stilte voor de hitte kwam ik slechts een handvol fietsers en wandelaars tegen. De laatste 25 km had ik geluk. Ik kon aanpikken bij een mij voorbij fietsende oudere man, die er een tempo van 28 tot 30 km per uur op nahield. Het duurde even voor ik in de gaten had dat zijn fraaie racefiets voorzien was van nauwelijks zichtbare elektrische ondersteuning. Ik ging even naast hem fietsen en hij vertelde dat hij 77 jaar is en twee jaar geleden besloot dat hij wel nog veel wilde fietsen maar geen zin meer had om zich af te matten. Gezien zijn tempo en de adem de hij over had voor een vriendelijk praatje lukt hem dat uitstekend. Omdat het praten met wind op kop mij wel ging afmatten haastte ik mij, met zijn goedkeuring, weer aan zijn wiel. Tijd om mijn telefoon te nemen en een foto te maken, had ik niet. Maar geen nood, ik hoefde ChatGPT maar een beschrijving te geven van de man en zijn fiets!
Geïnterviewd
Ik kreeg de afgelopen weken een behoorlijk aantal vragen voorgelegd, enerzijds door Cas Eggermont (Fietsen is leuk-magazine), anderzijds door Alja Spaan (Meander, literair e-magazine). In beide gevallen ging het om e-mailinterviews. En dat heeft voor de geïnterviewde als voordeel dat hij lang kan nadenken over zijn antwoorden om ze vervolgens zo zorgvuldig mogelijk te formuleren. Het ene interview gaat dus over mijn gefiets, het andere over mijn geschrijf, al zijn ze niet helemaal los te koppelen van elkaar. Het Meander-interview verscheen twee dagen geleden (en is hier te lezen), het Fietsen is leuk-magazine verscheen vandaag (en dat is hier te lezen).
Aan de wandel
Ik heb mijn hele leven een hekel gehad aan wandelen. Desondanks liep ik in 2014 Het Pad van de Goden (Il Sentiero degli Dei) aan de Amalfikust, het wordt wereldwijd gezien als een van de meest spectaculaire kustwandelingen. Maar goed, sinds een aantal maanden trek ik geregeld de wandelschoenen aan. In de eerste plaats om mijn lief te plezieren, die wandelt graag en regelt om de zes weken een wandeltocht in het Heuvelland voor haar broers en zussen. Ik help haar tegenwoordig met het uitzetten van tochten en die moeten aan een aantal eisen voldoen: start en eindpunt moeten liggen bij een gelegenheid waar geluncht kan worden, bosrijke lommer en onverharde wegen hebben de voorkeur, dorpskernen moeten zoveel mogelijk vermeden worden, de afstand mag niet meer dan 9 á 10 km bedragen, er moeten geen al te steile beklimmingen en afdalingen over slecht begaanbare paden inzitten. De groep bestaat uit zeventigers en tachtigers. Ik doe het dus om mijn eega te plezieren, maar ik merk intussen dat ik het leuk vind om het Heuvelland van een andere dan een fietskant te ontdekken. En slecht voor de gezondheid kan het niet zijn, mijn wandelconditie wordt steeds beter. 'Het moet niet gekker worden,' zei mijn lief gisteren toen we het Vijlenerbos doorkruisten. Het was de derde keer in acht dagen dat we aan de wandel waren. Want dat heb ik inmiddels ook ontdekt: als het geen weer is om de fiets te pakken kun je altijd nog gaan wandelen. Een route uitzetten in het Heuvelland wordt ons makkelijk gemaakt sinds het wandelknooppunten-netwerk in Zuid-Limburg klaar is. Dat wil zeggen, als de bordjes kloppen, want dat is helaas niet altijd het geval! Enfin, toen ik vanmorgen op de racefiets stapte lieten mijn benen me meteen weten dat ik geduld moest hebben: die zware wandeling van gisteren moest er eerst uitgetrapt worden!
Fietsen
Op eigen kracht de Ventoux
beklimmen als je 75 bent
het piept en het kraakt
in een mythisch maan-
landschap,
mijn zoon fietst naast
me en kijkt
zoals ik ooit
op de Paterberg
en de Kwaremont
naar mijn oude
zwoegende vader
keek
Mont Ventoux Baiku's
Een week geleden beklom ik de Ventoux (vanuit Sault). De voorbereiding en de klim heb ik vastgelegd in baiku's. Ik ben blij dat ik heelhuids (zonder te pauzeren en op eigen kracht) boven ben gekomen. Adem heb ik nog genoeg tijdens zo'n klim, het ontbreekt me echter steeds meer aan power in de benen. De mythische en mystieke omgeving en het gezelschap van mijn jongste zoon - ik miste de oudste - maakten het tot een bijzondere onderneming. Enfin, hier zijn de baiku's te lezen.
De Mont Ventoux riep
Terug van een heerlijk weekje Provence met mijn eega en het gezin van Gijs, mijn jongste zoon. Met drie dochters en een lief heeft hij geen gebrek aan vrouwelijke input. We logeerden in een prachtig huis in Malaucène, aan de voet van de Ventoux. Het weer was zomers zodat de kinderen volop konden genieten van het zwembad. Nooit geweten trouwens dat mijn kleindochters bloedfanatiek kunnen voetballen. Hun oma heeft er een paar blauwe plekken aan overgehouden. Tussendoor werden uitstapjes gemaakt naar Gordes (met zijn markt), Vaison la Romaine (met zijn Sites Antiques) en Barroux (met zijn kasteel), er werd een route gewandeld naar Gosiau en le Vallon de Gipières en uiteraard werden de Gorges de la Nesque bewonderd. Op de dag na aankomst reden Gijs en ik met de auto naar Sault om daar op de fiets te stappen voor de beklimming van de Ventoux. Enkele onduidelijke waarschuwingsborden en dranghekken negerend werden we - en we waren niet de enige fietsers!- na 10 km tegengehouden vanwege een even verderop aan de gang zijnde ‘course’ voor auto’s. Wel gevloekt maar niet getreurd: een dag later stonden we om 9u. weer in Sault voor onze klim. Zonder obstakels dit keer. Hoe die klim verliep, hoe ik boven kwam zonder pauzeren - al leek het de laatste kilometers meer kruipen dan fietsen - dat lezen jullie later in het baiku-verhaal. Enkele dagen later beklom Gijs de Ventoux op z’n gemak vanuit Bédoin. Kijkend naar de fietsprestaties van mijn twee zonen kan ik niet anders dan concluderen dat mijn vader bij het doorgeven van zijn betere koersgenen een generatie heeft overgeslagen!
Veldbloemenzee
Onlangs overleed de vader van R., een vriend van mijn oudste zoon, nadat hij op de fiets was aangereden. R. is een van de heren waarmee ik al vele jaren op fietsweekend mag. Omdat ik al even niets van hem had gehoord en mijn zoon vertelde dat het gemis van zijn vader R. zwaar valt, mailde ik hem. Zijn antwoord is te mooi om er niets mee te doen. Met zijn goedkeuring citeer ik het hier: 'Het zijn pittige weken, moeilijk onder woorden te brengen; het is erg intensief en kost de nodige energie voel ik. Het fietsen in dit fijne voorjaar helpt zeker om het hoofd wat lucht te geven. En daarnaast veel in de tuin aan het werk; hier achter maar vooral ook in de wei van mijn vader. Ik heb inmiddels het deel moestuin volledig omgegraven, om het morgen volledig in te gaan zaaien met (veld)bloemenzaad. Dat wordt 90 vierkante meter bloemenzee komende zomer! En verder nog 2 lange rijen aardappelen geplant. Van de pootaardappelen die pap nog in de keuken bij de verwarming had staan, om zelf te gaan uitplanten... kortom, al de nodige uren/ochtenden in de wei doorgebracht - dichter bij hem kan ik niet geraken denk ik.'
Wat zou de vader van R. zeggen als hij leest wat zijn zoon schrijft?
Wat zou de vader van R. zeggen als hij leest wat zijn zoon schrijft?
Roger & Leander
Omdat er minder goed weer wordt voorspeld vanmiddag een laatste grote tocht gemaakt ter voorbereiding op de Ventoux (vanuit Sault), die over een anderhalve week op het programma staat. Ik fietste vandaag een rondje van 81 km met 1100 hm: gezien mijn leeftijd, mijn gebrek aan talent en mijn mankementen mag ik niet klagen. En ik ben erg blij met mijn super compact. Vorige week meldde ik me op een vroege ochtend met mijn Bianchi bij mijn zorgzame fietsenmakers (Roger & Leander) met de vraag of ze kleinere voorbladen konden monteren. Dat bleek niet zomaar te kunnen. Laat in de middag belde Roger me met de mededeling dat ze contact hadden opgenomen met de fabriek van Shimano om te bekijken of er een oplossing was voor mijn zucht naar een nog kleinere versnelling (dan mijn 34x34). En die was er. Dank zij een nieuw cranckstel, een nieuwe trapas en een nieuwe voorderailleur fiets ik nu met 46/30-voorbladen. Als je met een 30x34 heel rustig een helling van 12% op rijdt, fiets je tegen 5 km per uur! Toen ik mijn fiets ging ophalen, opperde ik dat ik nu een ouwemannenkoersfiets heb. 'Nou nee,' zei Leander, 'veel ouwe mannen fietsen met een motortje, je hebt dus echt geen ouwemannenfiets!' Als dat niet ontzettend aardig is!
In 't Afrikaans
Gebrek aan hersenuitdaging is volgens wetenschappers een risicofactor voor het krijgen van dementie, zo blijkt uit recent onderzoek. Ik heb daarom besloten om niet alleen gedichten (versjes!) te blijven schrijven maar ze ook te vertalen in het Afrikaans. Ik laat me helpen door een paar AI-bots die met hun voorstellen langs ene Lara moeten zien te geraken. Als laatste controlepunt is er de strenge eindredacteur van Versindaba, het Webwerf vir die Afrikaanse digkuns. Hier kun je het resultaat tot nog toe lezen. Wielrennen is in Zuid-Afrika in vergelijking met rugby, cricket en voetbal geen dominante sport. Daryl Impey en Louis Meintjes zijn de meest bekende wielrenners uit dat land. Ik ben er nog niet achter of er in het Afrikaans ook wielergedichten geschreven worden. Misschien moet ik het maar 'ns proberen met een Ventoux-baiku (Als nieuw na grote / onderhoudsbeurt - mijn lijf loert / jaloers naar mijn fiets):
Soos nuut ná 'n groot
diensbeurt - my lyf kyk baie
jaloers na my fiets
Art on aging
Vanmorgen viel hier natte sneeuw. Geen weer om buiten te fietsen dus, het werd een uurtje al spinnend de krant lezen. Vanmiddag de trein van Maastricht naar Venlo genomen. Mijn lief wilde naar museum van Bommel van Dam, naar de tentoonstelling 'Fantastische wezens', die laat zien hoe eeuwenoude mythen in hedendaagse kunst verwerkt worden. De andere tentoonstelling in hetzelfde museum hoefden we, hoe spraakmakend ook, niet te zien. Als je meer dan veertig jaar in de ouderenzorg gewerkt hebt, heb je geen 'Grijs. Art on aging' nodig om te weten wat de jaren met een lichaam doen. Mensen van onze leeftijd hoeven trouwens maar in de spiegel te kijken. Echter, omdat we er niet omheen konden, liepen we toch door de Art on aging-zaal. En zowaar, ik zag er een prachtig beeld van de Australiër Sam Jinks (1973). Hij maakt hyperrealistische figuren met siliconen, hars, calciumcarbonaat, glasvezel en echt mensenhaar. Bij 'Art on aging' staat zijn 'Tattoed Woman', een halfnaakte oude vrouw, geïnspireerd op de H.Maagd Maria. Levensecht als je van dichtbij kijkt. Zie de foto hieronder. Een foto maken van een muurgrote afbeelding met vrijende oude mensen hebben we achterwege gelaten. Eergisteren zaten we met onze zoon en zijn drie dochters (11, 9, 4) aan tafel voor het avondeten. Door een verhaal van de middelste ging het opeens over zaad- en eicellen, waarop de oudste zich liet ontvallen dat ze zich niet kon voorstellen dat wij, haar opa en oma, ooit 'je weet wel wat' hadden gedaan. Toen ik antwoordde dat we dat nog steeds doen, verslikte ze zich zowat in een hap pasta!
![]() |
| klik op afbeelding voor vergroting |
In 't Mestreechs
Onze twee zonen zijn geboren en getogen in Maastricht, ze wonen beiden al geruime tijd in Utrecht en ze houden allebei - zoals het Vanstreelsen betaamt - van fietsen (over heuvels en cols). De oudste is in ons gezin die enige die het aandurft om het Maastrichts dialect te spreken. Hij probeert zijn dochters (zes en drie) op speelse manier iets door te geven van zijn afkomst. Vandaag lieten ze vol trots horen dat die indoctrinatie is geslaagd, ze kunnen (een boekje lang) feilloos aanvullen dat Nijntje fietse in 't Mestreechs leuk vindt:
al bin iech noe nog vöäl te klein
fietse vin iech magnefiek
iech hoop mer tot iech hiel gauw greuj
want fietse dat is sjiek
Georges
Als er een nieuw verhaaltje op Fietsvarianten verschijnt, krijgen circa 100 mensen een nieuwsbrief. Af en toe komt er een nieuwe abonnee bij. Zo meldde zich vorige week de zoon aan van de meester die mij op mijn zevende als linkshandige verplichtte met mijn rechter hand te leren schrijven. Dat hoorde zo in 1958, ik heb er geen trauma aan overgehouden, hooguit een onleesbaar handschrift. Ik herinner me meester Sterk, die uit een ander dorp kwam, als een grote, strenge man, die vele jaren het eerste en tweede leerjaar voor zijn rekening nam. Hij moet ook een groot hart gehad hebben. In die tijd waren er nog geen voorzieningen voor kinderen met een (licht) verstandelijke beperking. Georges was zo'n kind. Iedere schooldag kwam hij mee met een van zijn broers. Hij mocht tot zijn twaalfde in het eerste leerjaar blijven zitten. Achterin de klas had hij zijn eigen, vaste plek. Niemand die het waagde hem te pesten of te plagen!
Chalet Reynard
Oud en (iet of wat) wijs geworden weet ik dat mijn luchtwegen tijdens fietstochten vlug geïrriteerd raken door koude lucht. Ik heb me moeten aanleren om geduldig te wachten tot het bij voorkeur 10 °C is. Deze winter moet ik me (op enkele zachte december- en januaridagen na) tevreden stellen met ...
Op de spinningfiets
met de blik op oneindig
saaie zolderbalken
En dat terwijl we over drie maanden al naar de Ventoux gaan. Vandaag wordt er 7°C voorspeld. Zou ik het toch maar wagen? Met de zware Cube fiets ik naar de 3 km verderop gelegen Belvédère. Daar heb ik een rondje in gedachten: de Belvédèrelaan (750 m aan 2,4 %) omhoog over het tweebaans fietspad, omdraaien, dalen en beneden rechtsaf de autovrije Sandersweg (500 m aan 4,2 %) op en weer naar beneden. Een omloopje van 2,5 km met 1250 m klimmen. Onder een grijs wolkendek (en oudemannenwarm aangekleed) begin ik aan mijn eerste rondje. Heerlijk. Benieuwd hoeveel klimmetjes mijn lijf me mijn gang laat gaan. De Ventoux vanuit Sault is 24,4 km lang, de eerste 18 km (tot Chalet Reynard) zijn gemiddeld 3,9 %. Na vijf rondjes ga ik nog altijd gezwind naar boven. En na 10 rondjes heb ik, tot m'n eigen verbazing, het gevoel dat ik nog even kan doorgaan. Tijdens de dertiende beklimming van de Sandersweg zegt mijn lijf dat het stilletjes aan genoeg is geweest. Maar ik knoop er nog 2 rondjes aan vast, en dat is goed voor de moraal want ik ben nu wat betreft klimkilometers in ieder geval al ... voorbij Chalet Reynard!
Abonneren op:
Posts (Atom)



















