In 't Afrikaans

Gebrek aan hersenuitdaging is volgens wetenschappers een risicofactor voor het krijgen van dementie, zo blijkt uit recent onderzoek. Ik heb daarom besloten om niet alleen gedichten (versjes!) te blijven schrijven maar ze ook te vertalen in het Afrikaans. Ik laat me helpen door een paar AI-bots die met hun voorstellen langs ene Lara moeten zien te geraken. Als laatste controlepunt is er de strenge eindredacteur van Versindaba die alleen gedichten met voldoende kwaliteit plaatst op het Webwerf vir die Afrikaanse digkuns. Hier kun je het resultaat tot nog toe lezen. Wielrennen is in Zuid-Afrika in vergelijking met rugby, cricket en voetbal geen dominante sport. Daryl Impey en Louis Meintjes zijn de meest bekende wielrenners uit dat land. Ik ben er nog niet achter of er in het Afrikaans ook wielergedichten geschreven worden. Misschien moet ik het maar 'ns proberen met een Ventoux-baiku (Als nieuw na grote / onderhoudsbeurt - mijn lijf loert / jaloers naar mijn fiets):

Soos nuut na 'n groot 
dienstbeurt - my lyf loer baie
jaloers na my fiets



 

In 't Mestreechs

Onze twee zonen zijn geboren en getogen in Maastricht, ze wonen beiden al geruime tijd in Utrecht en ze houden allebei - zoals het Vanstreelsen betaamt - van fietsen (over heuvels en cols). De oudste is in ons gezin die enige die het aandurft om het Maastrichts dialect te spreken. Hij probeert zijn dochters (zes en drie) op speelse manier iets door te geven van zijn afkomst. Vandaag lieten ze vol trots horen dat die indoctrinatie is geslaagd, ze kunnen (een boekje lang) feilloos aanvullen dat Nijntje fietse in 't Mestreechs leuk vindt: 
 
al bin iech noe nog vöäl te klein
fietse vin iech magnefiek
iech hoop mer tot iech hiel gauw greuj
want fietse dat is sjiek




75

Op de dag dat mijn vader 75 werd haalden mijn broer, mijn schoonbroer en ik hem op. We reden naar Oudenaarde om ons van daaruit aan een stukje Ronde van Vlaanderen te wagen. Mijn vader fietste hellingen als de Kortekeer, de Eikenberg en de Oude Kwaremont nog redelijk monter omhoog. Alleen de steile Paterberg redde hij niet (met zijn 42x26 als kleinste versnelling). Binnenkort word ik 75. Een week of zes later ga ik met mijn zoon naar de Provence om te kijken of en hoe monter ik (met mijn 34x34) boven kom op de Ventoux!

1997: aan het wiel van mijn vader op de Oude
Kwaremont op zijn 75ste verjaardag.




Georges

Als er een nieuw verhaaltje op Fietsvarianten verschijnt, krijgen circa 100 mensen een nieuwsbrief. Af en toe komt er een nieuwe abonnee bij. Zo meldde zich vorige week de zoon aan van de meester die mij op mijn zevende als linkshandige verplichtte met mijn rechter hand te leren schrijven. Dat hoorde zo in 1958, ik heb er geen trauma aan overgehouden, hooguit een onleesbaar handschrift. Ik herinner me meester Sterk, die uit een ander dorp kwam, als een grote, strenge man, die vele jaren het eerste en tweede leerjaar voor zijn rekening nam. Hij moet ook een groot hart gehad hebben. In die tijd waren er nog geen voorzieningen voor kinderen met een (licht) verstandelijke beperking. Georges was zo'n kind. Iedere schooldag kwam hij mee met een van zijn broers. Hij mocht tot zijn twaalfde in het eerste leerjaar blijven zitten. Achterin de klas had hij zijn eigen, vaste plek. Niemand die het waagde hem te pesten of te plagen!  

1948: meester Sterk, meester Vanheusden en meester 
Martens, de drie onderwijzers die decennia lang les
gaven in de jongensschool van Godsheide.


Chalet Reynard

Oud en (iet of wat) wijs geworden weet ik dat mijn luchtwegen tijdens fietstochten vlug geïrriteerd raken door koude lucht. Ik heb me moeten aanleren om geduldig te wachten tot het bij voorkeur 10 °C is. Deze winter moet ik me (op enkele zachte december- en januaridagen na) tevreden stellen met ...

Op de spinningfiets
met de blik op oneindig
saaie zolderbalken

En dat terwijl we over drie maanden al naar de Ventoux gaan. Vandaag wordt er 7°C voorspeld. Zou ik het toch maar wagen? Met de zware Cube fiets ik naar de 3 km verderop gelegen Belvédère. Daar heb ik een rondje in gedachten: de Belvédèrelaan (750 m aan 2,4 %) omhoog over het tweebaans fietspad, omdraaien, dalen en beneden rechtsaf de autovrije Sandersweg (500 m aan 4,2 %) op en weer naar beneden. Een omloopje van 2,5 km met 1250 m klimmen. Onder een grijs wolkendek (en oudemannenwarm aangekleed) begin ik aan mijn eerste rondje. Heerlijk. Benieuwd hoeveel klimmetjes mijn lijf me mijn gang laat gaan. De Ventoux vanuit Sault is 24,4 km lang, de eerste 18 km (tot Chalet Reynard) zijn gemiddeld 3,9 %. Na vijf rondjes ga ik nog altijd gezwind naar boven. En na 10 rondjes heb ik, tot m'n eigen verbazing, het gevoel dat ik nog even kan doorgaan. Tijdens de dertiende beklimming van de Sandersweg zegt mijn lijf dat het stilletjes aan genoeg is geweest. Maar ik knoop er nog 2 rondjes aan vast, en dat is goed voor de moraal want ik ben nu wat betreft klimkilometers in ieder geval al ... voorbij Chalet Reynard! 



Reïncarnatie

Op de (spinning)fiets kun je over (van) alles mijmeren. Over reïncarnatie bijvoorbeeld. Geloof ik daar in? En zo nee, zou ik er in moeten geloven? Twintig jaar geleden kreeg ik met mijn collega's een rondleiding in een uit 1844 stammende, tijdelijk niet meer in gebruik zijnde gevangenis in Tongeren. In een van de cellen (2,5 bij 2,8!) had ik het opeens Spaans benauwd. Dat gevoel is me zodanig bijgebleven dat ik er vorig jaar een gedicht over schreef. Zie hieronder. In 2009 was ik met mijn eega en zonen op (fiets)vakantie in Normandië. Uiteraard bezochten we de D-day-stranden en het Caen Memorial Museum. In dat museum hangt en muurgrote foto van de terechtstelling van twee verzetslieden. Een jonge vrouw is al opgehangen, een jonge man kijkt spottend naar zijn beulen terwijl de strop aangebracht gaat worden. Ik had geen foto van dat tafereel hoeven maken, ik kan het sinds die dag dromen. Afgelopen weekend bezochten mijn eega en ik in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum de tentoonstelling four times two. Daar heb ik minutenlang staan staren naar een van de figuren van de beeldengroep Galgenfeld van de Duitse kunstenares Paloma Varga Weisz. Zij werd voor dit werk geïnspireerd door de schetsen die Rembrandt omstreeks 1655 maakte na zijn bezoek aan het Amsterdamse Galgenveld. Weisz' figuur riep bij mij gevoelens op die me meteen aan Tongeren en Caen deden denken. Zou ik in een vorig leven in een gevangenis terecht gekomen zijn en van daaruit naar een schavot gebracht? Ik moet er niet aan denken, maar doe het dus wel!

Rondleiding

Tijdens de rondleiding
in een oude gevangenis
belandde ik in een cel,

ik werd bevangen,
herkende een nooit
in dit leven
gevoelde angst,

waar was ik, waar
zat ik, ik die geloof
noch ontken


Een van de drie beelden van Galgenfeld.


Gebruiken

Gisteren plaatste ik op Facebook een baiku over het monument voor Tom Simpson, dat een kilometer voor de top van de Ventoux staat. De baiku werd overgenomen door 'De kale Berg'. Op het oorspronkelijk plaatje stond een kort bijschrift over de oorzaken van Tom's dood, zoals je die op veel plekken op internet kunt lezen. De dochter van Tom liet weten het bijzonder jammer te vinden dat haar vader daardoor weer als een 'dopinggebruiker' werd afgeschilderd. De 'supplementen', zo schrijft Joanne, die haar vader gebruikte werden in die tijd aan alle renners als wondermiddeltjes aangeboden. Joanne's reactie leidde dan weer tot volgend versje:

GEBRUIKEN

Welke wielrenner had
in de jaren vijftig
en zestig geen
middeltjes
op zak,

was je een zondaar
als je in de bergen
je heil zocht

in hetzelfde wonder
als je tegen-
standers,

hoe kon je weten
dat je daarmee

ver voorbij
de uitputting
zou gaan

hoe fair is het
dat men decennia
na je dood

vooral daarbij
stil blijft staan



Kleindochters

De afgelopen (kerst)dagen logeerden onze vijf kleindochters weer bij ons. Naar aanleiding van hun bezoek schreef ik een reeks van vijf versjes (die inmiddels ook op Versindaba is gepubliceerd). Ik schrijf bewust 'naar aanleiding van' en niet 'over', want mijn kleindochters zullen ongetwijfeld roepen dat sommige dingen niet kloppen. Dat die dingen beter in een gedicht passen dan wat zij de waarheid noemen, zullen ze geen geldig argument vinden. Ze hebben (nog) geen boodschap aan dichters die de waarheid liegen. Ik krijg trouwens sowieso steeds meer commentaar van de freules, of ze nu drie of elf zijn. De kwaliteit van mijn grappen staat ter discussie (je bent de enige die er om lacht!), mijn Vlaamse inbreng vinden ze maar stom (waarom zou patat geen friet zijn?), en mijn onhandigheid met nieuwigheden leidt tot hilariteit (mijn kleindochter van vijf moet me wijzen hoe we door het toegangspoortje van het Reuzenrad komen). Benieuwd naar de gedichten? Hier zijn ze te lezen. O ja, vandaag verscheen er in De Limburger een mooie recensie over Aan de vooravond. En nu ga ik fietsen, op zolder, want over vier maanden moet ik de Ventoux op.




De Mont Ventoux roept

Ik had er niet meer op gerekend dat ik (bij leven en welzijn) op mijn 75ste nog een keer naar de Provence mag gaan om de Mont Ventoux - op eigen kracht - op te fietsen. Wat doet een ouwe man op een koersfiets als de Ventoux roept: hij legt de voorbereiding (en hopelijk ook de klim) vast in baiku's! Voor wie niet op Facebook zit: op deze pagina wordt iedere zaterdag een nieuwe baiku toegevoegd. Ook te volgen op Dé kale berg en Het is koers.





Pas verschenen ... paar weken eerder dan gepland

Eenmaal op leeftijd krijg je steeds vaker te maken met verlies: dierbaren en bekenden vallen weg, het lichaam sputtert tegen. Omdat niemand eraan ontkomt, is het goed om op tijd te zeggen wat nog gezegd moet worden. Dat is wat ik doe met deze bundel. Dierbaren, van grootvaders tot kleindochters, trekken voorbij. Ook vrienden die rouwen, de onrust in de wereld, jeugdherinneringen en geloof komen langs. Met een tikkeltje ironie, een vleugje weemoed en (hopelijk genoeg) mededogen probeer ik vast te leggen wat zich schuilhoudt in het ogenschijnlijk alledaagse. En ook al kijkt de dood geregeld om de hoek, ik ben nog niet van plan te verdwijnen. Integendeel: op mijn 75ste mag ik opnieuw de Mont Ventoux beklimmen, met de fiets, op eigen kracht – corpo volente!
De bundel (46 pagina's) is nu voor € 12,50 verkrijgbaar in de boekhandel, bij Bookmundo en Bol.com. ISBN 9789403848990

Gedichten uit de bundel verschenen o.a. op Meander, De Schaal van Digther en Versindaba.

Recensie in De Limburger


Rondje Mont Ventoux

Voor volgend jaar mei een rondje van 100 km uitgezet in de Provence. Mijn zoon zal de Ventoux beklimmen vanuit Bédoin. Met mij wil hij graag een rondje fietsen waar ook de Ventoux vanuit Sault in zit. Zeg maar de ouwelullenkant, want de mietjeskant mag het niet meer heten omdat het beledigend is voor een groep medemensen. Het rondje leidt ons bij leven en welzijn van Malaucène via Bédoin en Flassan naar Villers-sur-Auzon vanwaar de weg 19 km lang door de schitterende Gorges de la Nesque loopt. Via Monieux gaat het vervolgens naar Sault en de Ventoux. Als die beklommen is, mag er gedaald worden naar Malaucène. Wat hellingen betreft is het een echt ouwelullenrondje: er zitten weliswaar 2399 hoogtemeters in, maar de stijgingspercentages liggen gemiddeld onder de 5% en zijn (met uitzondering van de laatste kilometer van de Ventoux) nergens hoger dan 7 a 8%. De voorbereiding en de klim worden uiteraard vastgelegd in baiku's! 

Oud(er) worden is
zolang het gaat de kwalen
naast je neer fietsen




Voorjaar 2026

Mijn jongste zoon heeft voor de meivakantie van volgend jaar een vakantiehuis gereserveerd in Malaucène, aan de voet van de Mont Ventoux. Hij wil graag dat mijn eega en ik meegaan met hem en zijn gezin. En hij wil met mij de Ventoux op fietsen, want die ontbreekt nog op zijn palmares. Ik was, op z'n Vlaams gezegd, een beetje van mijn melk door zijn vraag. Volgend voorjaar staat er één en ander te gebeuren: ik word 75, er wordt opnieuw bekeken hoe het met mijn aneurysma is gesteld en er komt een nieuwe dichtbundel van me uit die als titel  'Aan de vooravond' heeft, een titel die is gekozen omdat er in die gedichten nogal veel naar de dood wordt verwezen. Daar komt dus, bij leven en welzijn, de Ventoux bij. Ik had niet verwacht dat ik nog 'ns naar de Provence zou gaan, dat ik de Ventoux nog 'ns zou (proberen te) beklimmen. Vanuit Sault moet lukken, aan Malaucène en Bedoin kan ik me beter niet wagen want dan trap ik dwars door mijn artrose-enkel heen. Nadat ik een beetje bekomen was, ben ik maar begonnen met dromen. Als mijn gemotoriseerd lief er niet bij is, oefen ik mezelf op de heuvels weer in het zo langzaam mogelijk bergop fietsen, ik maan mezelf voortdurend tot rust:

Trager nog dan traag
naar boven - zo verzuren
droom en benen niet






Zomer 2026

'De Tour van 2026 telt vijf aankomsten bergop, waarbij drie aankomsten nieuw en voor vele wielerliefhebbers dus onbekend zijn,' aldus Wielerverhaal. Maar niet voor mij! Althans wat twee ervan betreft. In 2003 was ik met mijn zonen en vriend(in)en van hen op fietsvakantie in de Alpen. Op het programma stond ook de beklimming van de Col de Sarenne, de achterkant van de Alpe d'Huez, waar Tadej & Co volgend jaar naar boven mogen. Wat ik me herinner is dat het een wonderschone klim is en dat Henri luid zingend boven kwam, op zijn overjarige Raleigh, met sportschoenen op klikpedalen! Anders overweldigend vanwege het landschap is de Gavarnie-Gèdre in de Pyreneeën. Ik fietste er in 2009 tussen rotsen en klaterend water naar boven met enkele collega's. We namen in Gavarnie de afslag naar de Col des Tentes. Wat ik me daar vooral van herinner is het groot aantal koeien en schapen dat over de weg liep: 

Geen mens meer te zien -
een kudde lome schapen
regelt het verkeer




Kleindochters

Omdat ProRail en NS nog steeds voor omleidingen zorgen, zijn we deze week vrijgesteld van onze oppas-taak. Mijn lief en ik maken een wandeling omdat het weer iets te onbestendig is om ons aan een herfstige fietstocht te wagen. Geen zin in een plensbui en fietsen poetsen. En waar hebben we het onderweg zoal over? Juist ja, over ... onze

Kleindochters

Bijna elf jaar al gaan
we iedere week een dag
oppassen,

in de zomer komen ze ons
hier een week bij de 
tijd houden,

we kennen hun wel en wee 
en groeien (doorgaans 
heel gezellig) een 
eindje met hen mee

klik op afbeelding voor vergroting


Zere benen

Eergisteren, op onze wekelijkse oppasdag in Utrecht, mochten we met dank aan de werkzaamheden van ProRail, twee keer ruim twee en een half uur in overstaptreinen en vervangende bussen zitten. Gisteren liep ik met mijn lief een mooie Bronnenroute van 9 km in het Heuvelland. Soms leiden toewijding en liefde tot zere benen. Toen ik vanmorgen met mijn zware Cube het Mergelland in fietste voor een groot gedeelte van het Rondje Ouwelullenhellingen vreesde ik dan ook het ergste. Tot mijn verrassing waren mijn benen na twee klimmetjes al uitgejammerd. Op de volgende negen hellingen hielpen ze me soepeltjes met het zuiveren van mijn gemoed. Ik wist niet wie of wat ik danken moest.





Deo volente

Het Mergelland is al vijfenvijftig jaar mijn thuisland. Kort nadat ik (op mijn negentiende) vanuit Godsheide (B) naar Maastricht verhuisde haalde ik mijn racefiets op en begon de streek te verkennen. Ik durf niet te beweren dat ik alle weggetjes ken, zeker niet nu er ook volop gegraveld wordt. In eerste instantie wilde ik alle beklimmingen uit de Amstel Gold Race en de Hel van het Mergelland aan mijn palmares toevoegen, later ontdekte ik de routes van toertochten als Limburgs Mooiste en de Mergelland Tweedaagse, en nog later leidde het uit Belgisch Limburgs overgewaaide knooppuntensysteem me naar plekken waar ik niet eerder was. Routes die ik zelf geregeld fiets(te) kregen een apart item op deze blog. Als ik de statistieken van Google mag geloven werd mijn Fietsroutes vanuit Maastricht-pagina meer dan 38.000 keer bekeken. De laatste jaren zoek ik meer de zijweggetjes op, niet die ene bekende klim, maar die er (min of meer) parallel aan loopt en door geen enkele koers of toertocht wordt aangedaan. Mijn vondsten presenteer ik ieder jaar in september aan de deelnemers van het Rondje Ritz. Als ik ook mijn zonen, die hier leerden fietsen en nu in Utrecht wonen, kan verrassen, is mijn missie geslaagd. Momenteel ben ik bezig met het rondje van 2026, ik ben zover dat ik het (bijna) blindelings kan fietsen.  Het rondje is 61 km (73 met ommetje) en het verbindt een stukje Westelijke Mijnstreek via een doorsteekje in Valkenburg met het Kalkgrasland. Het bestaat voor 90% uit rustige binnenwegen en er zitten een aantal heuvels in die de Ritzers gegarandeerd niet kennen. Sommige weggetjes waren ook nieuw voor mij. Voor september 2026 dus, bij leven en welzijn, als het God belieft, Deo volente, es God bleef! Waarom ik God zo nadrukkelijk erbij betrek kunt u lezen op het Zuid-Afrikaanse Versindaba: klikken maar!








Rondje Ritz

Mijn (overleden) schoonouders (Jacques en Tineke Ritz) zetten (tussen 1945 en 1960) drie zonen en zeven dochters op deze wereld, en die zijn allemaal nog in leven. In wisselende samenstelling gaan ze om de zes weken wandelen in de heuvels van Zuid-Limburg. Ze zijn blij dat ook in dit gebied wandelknooppunten komen, maar het is de vraag of  die hen zullen behoeden tegen het kletsend afdwalen van de voorgenomen routes.  Vandaag, de eerste zaterdag van september, wordt een andere traditie in ere gehouden: het jaarlijks Rondje Ritz voor de bezitters van een racefiets. Vanaf elf uur druppelen ze binnen (vanuit Oirschot, Utrecht, Bakel, Beilen en Amsterdam): een kleindochter van Jacques en Tineke, twee kleinzonen, een collega schoonzoon, de echtgenote van de kleindochter, de schoonvader van de ene kleinzoon en de schoonbroer van de andere. Op het programma staat een Mergellands Smallewegenrondje van 63 km (met 9 hellingen en 660 hoogtemeters) dat uitgebreid kan worden met een ommetje over de Cauberg en de Geulhemmerberg, Al twee weken wordt er een nazomerse dag voorspeld, en waarempel; de weerstations hebben het bij het rechte eind! Na het maken van de groepsfoto begeven ons op weg richting Gronsveld en Mesch. Mijn oudste zoon en zijn Wahoo voeren het pelotonnetje aan en ik mag wederom de rij sluiten om te genieten van hoe de anderen genieten van (elkaar en) mijn thuislandschap. Er wordt gekeuveld en gekletst tegen 28 per uur maar dat verandert als de heuvelzone begint. Niet iedereen klimt en daalt even snel en het aantal kilometers dat de dame en de heren in de benen hebben varieert van 2,5 honderd tot 6,5 duizend. Omdat op elkaar wachten erbij hoort kan er in eigen tempo (afgezien en/of) genoten worden. Het parcours, de smalle weggetjes zorgen er voor dat we weinig last hebben van andere weggebruikers. En zo belanden we, de een al wat vermoeider dan de ander, weer in Maastricht. Daar is het tijd voor Pasta & Pils, al wordt er ieder jaar (schrikbarend) minder bier gedronken!

klik op afbeelding voor vergroting




Gravelbiken & bikepacking

De zomereditie van het (gratis) online magazine Fietsen is leuk heeft als thema gravelen & bikepacking. Mij werd gevraagd of ik een gedicht over gravelen wilde schrijven. Ingewikkeld als je niet van gravelen houdt! Of toch niet? Hieronder mijn bijdrage:

De zomer van 1958

Mijn vader heeft een echt koersstuur 
op mijn fietsje gezet, 

met een veel te grote worstenhelm 
op mijn hoofd sprint ik 
als een André Darrigade van zeven 

vanuit de tuin de aangestampte kiezel 
van de Kleinstraat op,

ook in de Kapelveldstraat en Miezerik
geen asfalt of macadam,

in een binnenbocht ga ik dwars
door de losse kiezel overkop,

jankend van sleutelbeenpijn 
loop ik zonder fiets naar huis

en zoveel jaren later, nu elke 
wielertoerist ervan droomt over 
strade bianche en gravel 
te rijden

wil dat jongetje in mij 
nog altijd elke weg
die onverhard is
mijden


klik op afbeelding voor vergroting,
de onverharde Kleinstraat in 1958

Vlieland

Een paar dagen met mijn lief, mijn eega, mijn wettige echtgenote op Vlieland geweest. In ons arrangement zat het gebruik van twee degelijke Gazelle-stadsfietsen. Zonder ondersteuning! Op de eerste dag fietsten we het eiland rond. Eenmaal het Dorp uit werden we, ondanks het hoogseizoentoerisme, overvallen door de rust en de stilte. Langs de zee, door de duinen, door bos en hei: ‘t was een en al weldadig gepedaleer. De tweede dag fietsten we een deel van dezelfde route maar sloegen ieder zijweggetje in dat ons leidde naar Vlielandse bijzonderheden zoals de Vuurtoren, de Vuurboetsduin, de Kroon’s Polders en het Bokkendal. Bij zo’n eilandbezoek horen uiteraard ook een lange strandwandeling, tafelen in (leuke) restaurantjes en een ontdekkingstocht in het Dorp. Voor de dichter Slauerhof, die hier tijdens zijn kinderjaren en veel daarop volgende zomers verbleef, bood (lieflijk) Vlieland helaas geen blijvende troost, ondanks zijn liefde voor het eiland, maar ja, hij schreef dan ook de beroemde dichtregel: ’Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’.



Rondje Haspengouw

Mijn lief wil graag nog een keer (met de fiets vanuit Maastricht) naar 'Alden Biesen'. En ze wil en passant ook dat 'doorkijkkerkjeen die 'zwevende kapel' in de de buurt van Borgloon wel 'ns zien. Geen probleem, omdat je ook na vijftig jaar huwelijk de schwung erin moet houden zet ik een knooppuntenrondje uit. Om aan de wensen van mijn lief te voldoen kan het niet korter dan 104 km! Over de betonbanen van glooiend Haspengouw! Het belooft een mooie dag te worden. Via Kanne duiken we het fraaie Jekerdal in. Zolang mijn lief het motortje van haar Cube in toom houdt zit ik lekker uit de wind op mijn Bianchi. Voorbij het stukje 'buitenlands' Wallonië draaien we richting Tongeren en het oorspronkelijke Graafschap Loon. Na 50 km komen we, met een kleine omweg omdat we een bord misten, bij het 'doorkijkkerkje', een bijzondere installatie van het architectenduo Gijs Van Vaerenbergh. Niet veel verder 'zweeft het kapelletje', een kunstwerk van Frits Jeuris dat gemaakt is van gekloven kersenstammen. Blij dat we het aanschouwd en bewonderd hebben is het tijd voor boterhammen.  En we peddelen weer verder, omhoog, omlaag, draaiend en kerend, langs akkers en boomgaarden. Over 10 dagen worden de peren geoogst! Als je op  'ClimBfinder' kijkt zie je in dit gebied tal van klimmetjes die variëren van 0,3 tot 3 km aan 2 tot 4,5%. Niet gek dus dat je hier veel minder fietsers tegenkomt dan in het Maasland en de Kempen. Dat geldt ook voor horecagelegenheden. Met 800 hoogtemeters in de benen fietsen we door de poorten van 'Alden Biesen', een prachtige landcommanderij met 800 jaar historie. Eindelijk een terrasje, eindelijk koffie, eindelijk echte Limburgse vlaai. Op krap 20 km en een paar klimmetjes van (t)huis! Waar we 110 km op de teller hebben staan!