Aan de wandel

Ik heb mijn hele leven een hekel gehad aan wandelen. Desondanks liep ik in 2014 Het Pad van de Goden (Il Sentiero degli Dei) aan de Amalfikust, het wordt wereldwijd gezien als een van de meest spectaculaire kustwandelingen. Maar goed, sinds een aantal maanden trek ik geregeld de wandelschoenen aan. In de eerste plaats om mijn lief te plezieren, die wandelt graag en regelt om de zes weken een wandeltocht in het Heuvelland voor haar broers en zussen. Ik help haar tegenwoordig met het uitzetten van tochten en die moeten aan een aantal eisen voldoen: start en eindpunt moeten liggen bij een gelegenheid waar geluncht kan worden, bosrijke lommer en onverharde wegen hebben de voorkeur, dorpskernen moeten zoveel mogelijk vermeden worden, de afstand mag niet meer dan 9 á 10 km bedragen, er moeten geen al te steile beklimmingen en afdalingen over slecht begaanbare paden inzitten. De groep bestaat uit zeventigers en tachtigers. Ik doe het dus om mijn eega te plezieren, maar ik merk intussen dat ik het leuk vind om het Heuvelland van een andere dan een fietskant te ontdekken. En slecht voor de gezondheid kan het niet zijn, mijn wandelconditie wordt steeds beter. 'Het moet niet gekker worden,' zei mijn lief gisteren toen we het Vijlenerbos doorkruisten. Het was de derde keer in acht dagen dat we aan de wandel waren. Want dat heb ik inmiddels ook ontdekt: als het geen weer is om de fiets te pakken kun je altijd nog gaan wandelen. Een route uitzetten in het Heuvelland wordt ons makkelijk gemaakt sinds het wandelknooppunten-netwerk in Zuid-Limburg klaar is. Dat wil zeggen, als de bordjes kloppen, want dat is helaas niet altijd het geval! Enfin, toen ik vanmorgen op de racefiets stapte lieten mijn benen me meteen weten dat ik geduld moest hebben: die zware wandeling van gisteren moest er eerst uitgetrapt worden!




Fietsen

Op eigen kracht de Ventoux
beklimmen als je 75 bent

het piept en het kraakt
in een mythisch maan-
landschap,

mijn zoon fietst naast
me en kijkt

zoals ik ooit
op de Paterberg
en de Kwaremont

naar mijn oude
zwoegende vader
keek



















Mont Ventoux Baiku's

Een week geleden beklom ik de Ventoux (vanuit Sault). De voorbereiding en de klim heb ik vastgelegd in baiku's. Ik ben blij dat ik heelhuids (zonder te pauzeren en op eigen kracht) boven ben gekomen. Adem heb ik nog genoeg tijdens zo'n klim, het ontbreekt me echter steeds meer aan power in de benen. De mythische en mystieke omgeving en het gezelschap van mijn jongste zoon - ik miste de oudste - maakten het tot een bijzondere onderneming. Enfin, hier zijn de baiku's te lezen.


 

De Mont Ventoux riep

Terug van een heerlijk weekje Provence met mijn eega en het gezin van Gijs, mijn jongste zoon. Met drie dochters en een lief heeft hij geen gebrek aan vrouwelijke input. We logeerden in een prachtig huis in Malaucène, aan de voet van de Ventoux. Het weer was zomers zodat de kinderen volop konden genieten van het zwembad. Nooit geweten trouwens dat mijn kleindochters bloedfanatiek kunnen voetballen. Hun oma heeft er een paar blauwe plekken aan overgehouden. Tussendoor werden uitstapjes gemaakt naar Gordes (met zijn markt), Vaison la Romaine (met zijn Sites Antiques) en Barroux (met zijn kasteel), er werd een route gewandeld naar Gosiau en le Vallon de Gipières en uiteraard werden de Gorges de la Nesque bewonderd. Op de dag na aankomst reden Gijs en ik met de auto naar Sault om daar op de fiets te stappen voor de beklimming van de Ventoux. Enkele onduidelijke waarschuwingsborden en dranghekken negerend werden we - en we waren niet de enige fietsers!- na 10 km tegengehouden vanwege een even verderop aan de gang zijnde ‘course’ voor auto’s. Wel gevloekt maar niet getreurd: een dag later stonden we om 9u. weer in Sault voor onze klim. Zonder obstakels dit keer. Hoe die klim verliep, hoe ik boven kwam zonder pauzeren - al leek het de laatste kilometers meer kruipen dan fietsen - dat lezen jullie later in het baiku-verhaal. Enkele dagen later beklom Gijs de Ventoux op z’n gemak vanuit Bédoin. Kijkend naar de fietsprestaties van mijn twee zonen kan ik niet anders dan concluderen dat mijn vader bij het doorgeven van zijn betere koersgenen een generatie heeft overgeslagen!









Veldbloemenzee

Onlangs overleed de vader van R., een vriend van mijn oudste zoon, nadat hij op de fiets was aangereden. R. is een van de heren waarmee ik al vele jaren op fietsweekend mag. Omdat ik al even niets van hem had gehoord en mijn zoon vertelde dat het gemis van zijn vader R. zwaar valt, mailde ik hem. Zijn antwoord is te mooi om er niets mee te doen. Met zijn goedkeuring citeer ik het hier: 'Het zijn pittige weken, moeilijk onder woorden te brengen; het is erg intensief en kost de nodige energie voel ik. Het fietsen in dit fijne voorjaar helpt zeker om het hoofd wat lucht te geven. En daarnaast veel in de tuin aan het werk; hier achter maar vooral ook in de wei van mijn vader. Ik heb inmiddels het deel moestuin volledig omgegraven, om het morgen volledig in te gaan zaaien met (veld)bloemenzaad. Dat wordt 90 vierkante meter bloemenzee komende zomer! En verder nog 2 lange rijen aardappelen geplant. Van de pootaardappelen die pap nog in de keuken bij de verwarming had staan, om zelf te gaan uitplanten... kortom, al de nodige uren/ochtenden in de wei doorgebracht - dichter bij hem kan ik niet geraken denk ik.'
Wat zou de vader van R. zeggen als hij leest wat zijn zoon schrijft?





Roger & Leander

Omdat er minder goed weer wordt voorspeld vanmiddag een laatste grote tocht gemaakt ter voorbereiding op de Ventoux (vanuit Sault), die over een anderhalve week op het programma staat. Ik fietste vandaag een rondje van 81 km met 1100 hm: gezien  mijn leeftijd, mijn gebrek aan talent en mijn mankementen mag ik niet klagen. En ik ben erg blij met mijn super compact. Vorige week meldde ik me op een vroege ochtend met mijn Bianchi bij mijn zorgzame fietsenmakers (Roger & Leander) met de vraag of ze kleinere voorbladen konden monteren. Dat bleek niet zomaar te kunnen. Laat in de middag belde Roger me met de mededeling dat ze contact hadden opgenomen met de fabriek van Shimano om te bekijken of er een oplossing was voor mijn zucht naar een nog kleinere versnelling (dan mijn 34x34). En die was er. Dank zij een nieuw cranckstel, een nieuwe trapas en een nieuwe voorderailleur fiets ik nu met 46/30-voorbladen.  Als je met een 30x34 heel rustig een helling van 12% op rijdt, fiets je tegen 5 km per uur! Toen ik mijn fiets ging ophalen, opperde ik dat ik nu een ouwemannenkoersfiets heb. 'Nou nee,' zei Leander, 'veel ouwe mannen fietsen met een motortje, je hebt dus echt geen ouwemannenfiets!' Als dat niet ontzettend aardig is!



In 't Afrikaans

Gebrek aan hersenuitdaging is volgens wetenschappers een risicofactor voor het krijgen van dementie, zo blijkt uit recent onderzoek. Ik heb daarom besloten om niet alleen gedichten (versjes!) te blijven schrijven maar ze ook te vertalen in het Afrikaans. Ik laat me helpen door een paar AI-bots die met hun voorstellen langs ene Lara moeten zien te geraken. Als laatste controlepunt is er de strenge eindredacteur van Versindabahet Webwerf vir die Afrikaanse digkuns. Hier kun je het resultaat tot nog toe lezen. Wielrennen is in Zuid-Afrika in vergelijking met rugby, cricket en voetbal geen dominante sport. Daryl Impey en Louis Meintjes zijn de meest bekende wielrenners uit dat land. Ik ben er nog niet achter of er in het Afrikaans ook wielergedichten geschreven worden. Misschien moet ik het maar 'ns proberen met een Ventoux-baiku (Als nieuw na grote / onderhoudsbeurt - mijn lijf loert / jaloers naar mijn fiets):

Soos nuut ná 'n groot 
diensbeurt - my lyf kyk baie
jaloers na my fiets



 

Art on aging

Vanmorgen viel hier natte sneeuw. Geen weer om buiten te fietsen dus, het werd een uurtje al spinnend de krant lezen. Vanmiddag de trein van Maastricht naar Venlo genomen. Mijn lief wilde naar museum van Bommel van Dam, naar de tentoonstelling 'Fantastische wezens', die laat zien hoe eeuwenoude mythen in hedendaagse kunst verwerkt worden. De andere tentoonstelling in hetzelfde museum hoefden we, hoe spraakmakend ook, niet te zien. Als je meer dan veertig jaar in de ouderenzorg gewerkt hebt, heb je geen 'Grijs. Art on aging' nodig om te weten wat de jaren met een lichaam doen. Mensen van onze leeftijd hoeven trouwens maar in de spiegel te kijken. Echter, omdat we er niet omheen konden, liepen we toch door de Art on aging-zaal. En zowaar, ik zag er een prachtig beeld van de Australiër Sam Jinks (1973). Hij maakt hyperrealistische figuren met siliconen, hars, calciumcarbonaat, glasvezel en echt mensenhaar. Bij 'Art on aging' staat zijn 'Tattoed Woman', een halfnaakte oude vrouw, geïnspireerd op de H.Maagd Maria. Levensecht als je van dichtbij kijkt. Zie de foto hieronder. Een foto maken van een muurgrote afbeelding met vrijende oude mensen hebben we achterwege gelaten. Eergisteren zaten we met onze zoon en zijn drie dochters (11, 9, 4) aan tafel voor het avondeten. Door een verhaal van de middelste ging het opeens over zaad- en eicellen, waarop de oudste zich liet ontvallen dat ze zich niet kon voorstellen dat wij, haar opa en oma, ooit 'je weet wel wat' hadden gedaan. Toen ik antwoordde dat we dat nog steeds doen, verslikte ze zich zowat in een hap pasta!

klik op afbeelding voor vergroting



 

In 't Mestreechs

Onze twee zonen zijn geboren en getogen in Maastricht, ze wonen beiden al geruime tijd in Utrecht en ze houden allebei - zoals het Vanstreelsen betaamt - van fietsen (over heuvels en cols). De oudste is in ons gezin die enige die het aandurft om het Maastrichts dialect te spreken. Hij probeert zijn dochters (zes en drie) op speelse manier iets door te geven van zijn afkomst. Vandaag lieten ze vol trots horen dat die indoctrinatie is geslaagd, ze kunnen (een boekje lang) feilloos aanvullen dat Nijntje fietse in 't Mestreechs leuk vindt: 
 
al bin iech noe nog vöäl te klein
fietse vin iech magnefiek
iech hoop mer tot iech hiel gauw greuj
want fietse dat is sjiek




Georges

Als er een nieuw verhaaltje op Fietsvarianten verschijnt, krijgen circa 100 mensen een nieuwsbrief. Af en toe komt er een nieuwe abonnee bij. Zo meldde zich vorige week de zoon aan van de meester die mij op mijn zevende als linkshandige verplichtte met mijn rechter hand te leren schrijven. Dat hoorde zo in 1958, ik heb er geen trauma aan overgehouden, hooguit een onleesbaar handschrift. Ik herinner me meester Sterk, die uit een ander dorp kwam, als een grote, strenge man, die vele jaren het eerste en tweede leerjaar voor zijn rekening nam. Hij moet ook een groot hart gehad hebben. In die tijd waren er nog geen voorzieningen voor kinderen met een (licht) verstandelijke beperking. Georges was zo'n kind. Iedere schooldag kwam hij mee met een van zijn broers. Hij mocht tot zijn twaalfde in het eerste leerjaar blijven zitten. Achterin de klas had hij zijn eigen, vaste plek. Niemand die het waagde hem te pesten of te plagen!  

1948: meester Sterk, meester Vanheusden en meester 
Martens, de drie onderwijzers die decennia lang les
gaven in de jongensschool van Godsheide.


Chalet Reynard

Oud en (iet of wat) wijs geworden weet ik dat mijn luchtwegen tijdens fietstochten vlug geïrriteerd raken door koude lucht. Ik heb me moeten aanleren om geduldig te wachten tot het bij voorkeur 10 °C is. Deze winter moet ik me (op enkele zachte december- en januaridagen na) tevreden stellen met ...

Op de spinningfiets
met de blik op oneindig
saaie zolderbalken

En dat terwijl we over drie maanden al naar de Ventoux gaan. Vandaag wordt er 7°C voorspeld. Zou ik het toch maar wagen? Met de zware Cube fiets ik naar de 3 km verderop gelegen Belvédère. Daar heb ik een rondje in gedachten: de Belvédèrelaan (750 m aan 2,4 %) omhoog over het tweebaans fietspad, omdraaien, dalen en beneden rechtsaf de autovrije Sandersweg (500 m aan 4,2 %) op en weer naar beneden. Een omloopje van 2,5 km met 1250 m klimmen. Onder een grijs wolkendek (en oudemannenwarm aangekleed) begin ik aan mijn eerste rondje. Heerlijk. Benieuwd hoeveel klimmetjes mijn lijf me mijn gang laat gaan. De Ventoux vanuit Sault is 24,4 km lang, de eerste 18 km (tot Chalet Reynard) zijn gemiddeld 3,9 %. Na vijf rondjes ga ik nog altijd gezwind naar boven. En na 10 rondjes heb ik, tot m'n eigen verbazing, het gevoel dat ik nog even kan doorgaan. Tijdens de dertiende beklimming van de Sandersweg zegt mijn lijf dat het stilletjes aan genoeg is geweest. Maar ik knoop er nog 2 rondjes aan vast, en dat is goed voor de moraal want ik ben nu wat betreft klimkilometers in ieder geval al ... voorbij Chalet Reynard! 



Reïncarnatie

Op de (spinning)fiets kun je over (van) alles mijmeren. Over reïncarnatie bijvoorbeeld. Geloof ik daar in? En zo nee, zou ik er in moeten geloven? Twintig jaar geleden kreeg ik met mijn collega's een rondleiding in een uit 1844 stammende, tijdelijk niet meer in gebruik zijnde gevangenis in Tongeren. In een van de cellen (2,5 bij 2,8!) had ik het opeens Spaans benauwd. Dat gevoel is me zodanig bijgebleven dat ik er vorig jaar een gedicht over schreef. Zie hieronder. In 2009 was ik met mijn eega en zonen op (fiets)vakantie in Normandië. Uiteraard bezochten we de D-day-stranden en het Caen Memorial Museum. In dat museum hangt en muurgrote foto van de terechtstelling van twee verzetslieden. Een jonge vrouw is al opgehangen, een jonge man kijkt spottend naar zijn beulen terwijl de strop aangebracht gaat worden. Ik had geen foto van dat tafereel hoeven maken, ik kan het sinds die dag dromen. Afgelopen weekend bezochten mijn eega en ik in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum de tentoonstelling four times two. Daar heb ik minutenlang staan staren naar een van de figuren van de beeldengroep Galgenfeld van de Duitse kunstenares Paloma Varga Weisz. Zij werd voor dit werk geïnspireerd door de schetsen die Rembrandt omstreeks 1655 maakte na zijn bezoek aan het Amsterdamse Galgenveld. Weisz' figuur riep bij mij gevoelens op die me meteen aan Tongeren en Caen deden denken. Zou ik in een vorig leven in een gevangenis terecht gekomen zijn en van daaruit naar een schavot gebracht? Ik moet er niet aan denken, maar doe het dus wel!

Rondleiding

Tijdens de rondleiding
in een oude gevangenis
belandde ik in een cel,

ik werd bevangen,
herkende een nooit
in dit leven
gevoelde angst,

waar was ik, waar
zat ik, ik die geloof
noch ontken


Een van de drie beelden van Galgenfeld.


Kleindochters

De afgelopen (kerst)dagen logeerden onze vijf kleindochters weer bij ons. Naar aanleiding van hun bezoek schreef ik een reeks van vijf versjes (die inmiddels ook op Versindaba is gepubliceerd). Ik schrijf bewust 'naar aanleiding van' en niet 'over', want mijn kleindochters zullen ongetwijfeld roepen dat sommige dingen niet kloppen. Dat die dingen beter in een gedicht passen dan wat zij de waarheid noemen, zullen ze geen geldig argument vinden. Ze hebben (nog) geen boodschap aan dichters die de waarheid liegen. Ik krijg trouwens sowieso steeds meer commentaar van de freules, of ze nu drie of elf zijn. De kwaliteit van mijn grappen staat ter discussie (je bent de enige die er om lacht!), mijn Vlaamse inbreng vinden ze maar stom (waarom zou patat geen friet zijn?), en mijn onhandigheid met nieuwigheden leidt tot hilariteit (mijn kleindochter van vijf moet me wijzen hoe we door het toegangspoortje van het Reuzenrad komen). Benieuwd naar de gedichten? Hier zijn ze te lezen. O ja, vandaag verscheen er in De Limburger een mooie recensie over Aan de vooravond. En nu ga ik fietsen, op zolder, want over vier maanden moet ik de Ventoux op.




Pas verschenen ... paar weken eerder dan gepland

Eenmaal op leeftijd krijg je steeds vaker te maken met verlies: dierbaren en bekenden vallen weg, het lichaam sputtert tegen. Omdat niemand eraan ontkomt, is het goed om op tijd te zeggen wat nog gezegd moet worden. Dat is wat ik doe met deze bundel. Dierbaren, van grootvaders tot kleindochters, trekken voorbij. Ook vrienden die rouwen, de onrust in de wereld, jeugdherinneringen en geloof komen langs. Met een tikkeltje ironie, een vleugje weemoed en (hopelijk genoeg) mededogen probeer ik vast te leggen wat zich schuilhoudt in het ogenschijnlijk alledaagse. En ook al kijkt de dood geregeld om de hoek, ik ben nog niet van plan te verdwijnen. Integendeel: op mijn 75ste mag ik opnieuw de Mont Ventoux beklimmen, met de fiets, op eigen kracht – corpo volente!
De bundel (46 pagina's) is nu voor € 12,50 verkrijgbaar in de boekhandel, bij Bookmundo en Bol.com. ISBN 9789403848990

Gedichten uit de bundel verschenen o.a. op Meander, De Schaal van Digther en Versindaba.

Recensie in De Limburger


Voorjaar 2026

Mijn jongste zoon heeft voor de meivakantie van volgend jaar een vakantiehuis gereserveerd in Malaucène, aan de voet van de Mont Ventoux. Hij wil graag dat mijn eega en ik meegaan met hem en zijn gezin. En hij wil met mij de Ventoux op fietsen, want die ontbreekt nog op zijn palmares. Ik was, op z'n Vlaams gezegd, een beetje van mijn melk door zijn vraag. Volgend voorjaar staat er één en ander te gebeuren: ik word 75, er wordt opnieuw bekeken hoe het met mijn aneurysma is gesteld en er komt een nieuwe dichtbundel van me uit die als titel  'Aan de vooravond' heeft, een titel die is gekozen omdat er in die gedichten nogal veel naar de dood wordt verwezen. Daar komt dus, bij leven en welzijn, de Ventoux bij. Ik had niet verwacht dat ik nog 'ns naar de Provence zou gaan, dat ik de Ventoux nog 'ns zou (proberen te) beklimmen. Vanuit Sault moet lukken, aan Malaucène en Bedoin kan ik me beter niet wagen want dan trap ik dwars door mijn artrose-enkel heen. Nadat ik een beetje bekomen was, ben ik maar begonnen met dromen. Als mijn gemotoriseerd lief er niet bij is, oefen ik mezelf op de heuvels weer in het zo langzaam mogelijk bergop fietsen, ik maan mezelf voortdurend tot rust:

Trager nog dan traag
naar boven - zo verzuren
droom en benen niet






Zomer 2026

'De Tour van 2026 telt vijf aankomsten bergop, waarbij drie aankomsten nieuw en voor vele wielerliefhebbers dus onbekend zijn,' aldus Wielerverhaal. Maar niet voor mij! Althans wat twee ervan betreft. In 2003 was ik met mijn zonen en vriend(in)en van hen op fietsvakantie in de Alpen. Op het programma stond ook de beklimming van de Col de Sarenne, de achterkant van de Alpe d'Huez, waar Tadej & Co volgend jaar naar boven mogen. Wat ik me herinner is dat het een wonderschone klim is en dat Henri luid zingend boven kwam, op zijn overjarige Raleigh, met sportschoenen op klikpedalen! Anders overweldigend vanwege het landschap is de Gavarnie-Gèdre in de Pyreneeën. Ik fietste er in 2009 tussen rotsen en klaterend water naar boven met enkele collega's. We namen in Gavarnie de afslag naar de Col des Tentes. Wat ik me daar vooral van herinner is het groot aantal koeien en schapen dat over de weg liep: 

Geen mens meer te zien -
een kudde lome schapen
regelt het verkeer




Kleindochters

Omdat ProRail en NS nog steeds voor omleidingen zorgen, zijn we deze week vrijgesteld van onze oppas-taak. Mijn lief en ik maken een wandeling omdat het weer iets te onbestendig is om ons aan een herfstige fietstocht te wagen. Geen zin in een plensbui en fietsen poetsen. En waar hebben we het onderweg zoal over? Juist ja, over ... onze

Kleindochters

Bijna elf jaar al gaan
we iedere week een dag
oppassen,

in de zomer komen ze ons
hier een week bij de 
tijd houden,

we kennen hun wel en wee 
en groeien (doorgaans 
heel gezellig) een 
eindje met hen mee

klik op afbeelding voor vergroting


Zere benen

Eergisteren, op onze wekelijkse oppasdag in Utrecht, mochten we met dank aan de werkzaamheden van ProRail, twee keer ruim twee en een half uur in overstaptreinen en vervangende bussen zitten. Gisteren liep ik met mijn lief een mooie Bronnenroute van 9 km in het Heuvelland. Soms leiden toewijding en liefde tot zere benen. Toen ik vanmorgen met mijn zware Cube het Mergelland in fietste voor een groot gedeelte van het Rondje Ouwelullenhellingen vreesde ik dan ook het ergste. Tot mijn verrassing waren mijn benen na twee klimmetjes al uitgejammerd. Op de volgende negen hellingen hielpen ze me soepeltjes met het zuiveren van mijn gemoed. Ik wist niet wie of wat ik danken moest.





Deo volente

Het Mergelland is al vijfenvijftig jaar mijn thuisland. Kort nadat ik (op mijn negentiende) vanuit Godsheide (B) naar Maastricht verhuisde haalde ik mijn racefiets op en begon de streek te verkennen. Ik durf niet te beweren dat ik alle weggetjes ken, zeker niet nu er ook volop gegraveld wordt. In eerste instantie wilde ik alle beklimmingen uit de Amstel Gold Race en de Hel van het Mergelland aan mijn palmares toevoegen, later ontdekte ik de routes van toertochten als Limburgs Mooiste en de Mergelland Tweedaagse, en nog later leidde het uit Belgisch Limburgs overgewaaide knooppuntensysteem me naar plekken waar ik niet eerder was. Routes die ik zelf geregeld fiets(te) kregen een apart item op deze blog. Als ik de statistieken van Google mag geloven werd mijn Fietsroutes vanuit Maastricht-pagina meer dan 38.000 keer bekeken. De laatste jaren zoek ik meer de zijweggetjes op, niet die ene bekende klim, maar die er (min of meer) parallel aan loopt en door geen enkele koers of toertocht wordt aangedaan. Mijn vondsten presenteer ik ieder jaar in september aan de deelnemers van het Rondje Ritz. Als ik ook mijn zonen, die hier leerden fietsen en nu in Utrecht wonen, kan verrassen, is mijn missie geslaagd. Momenteel ben ik bezig met het rondje van 2026, ik ben zover dat ik het (bijna) blindelings kan fietsen.  Het rondje is 61 km (73 met ommetje) en het verbindt een stukje Westelijke Mijnstreek via een doorsteekje in Valkenburg met het Kalkgrasland. Het bestaat voor 90% uit rustige binnenwegen en er zitten een aantal heuvels in die de Ritzers gegarandeerd niet kennen. Sommige weggetjes waren ook nieuw voor mij. Voor september 2026 dus, bij leven en welzijn, als het God belieft, Deo volente, es God bleef! Waarom ik God zo nadrukkelijk erbij betrek kunt u lezen op het Zuid-Afrikaanse Versindaba: klikken maar!








Rondje Ritz

Mijn (overleden) schoonouders (Jacques en Tineke Ritz) zetten (tussen 1945 en 1960) drie zonen en zeven dochters op deze wereld, en die zijn allemaal nog in leven. In wisselende samenstelling gaan ze om de zes weken wandelen in de heuvels van Zuid-Limburg. Ze zijn blij dat ook in dit gebied wandelknooppunten komen, maar het is de vraag of  die hen zullen behoeden tegen het kletsend afdwalen van de voorgenomen routes.  Vandaag, de eerste zaterdag van september, wordt een andere traditie in ere gehouden: het jaarlijks Rondje Ritz voor de bezitters van een racefiets. Vanaf elf uur druppelen ze binnen (vanuit Oirschot, Utrecht, Bakel, Beilen en Amsterdam): een kleindochter van Jacques en Tineke, twee kleinzonen, een collega schoonzoon, de echtgenote van de kleindochter, de schoonvader van de ene kleinzoon en de schoonbroer van de andere. Op het programma staat een Mergellands Smallewegenrondje van 63 km (met 9 hellingen en 660 hoogtemeters) dat uitgebreid kan worden met een ommetje over de Cauberg en de Geulhemmerberg, Al twee weken wordt er een nazomerse dag voorspeld, en waarempel; de weerstations hebben het bij het rechte eind! Na het maken van de groepsfoto begeven ons op weg richting Gronsveld en Mesch. Mijn oudste zoon en zijn Wahoo voeren het pelotonnetje aan en ik mag wederom de rij sluiten om te genieten van hoe de anderen genieten van (elkaar en) mijn thuislandschap. Er wordt gekeuveld en gekletst tegen 28 per uur maar dat verandert als de heuvelzone begint. Niet iedereen klimt en daalt even snel en het aantal kilometers dat de dame en de heren in de benen hebben varieert van 2,5 honderd tot 6,5 duizend. Omdat op elkaar wachten erbij hoort kan er in eigen tempo (afgezien en/of) genoten worden. Het parcours, de smalle weggetjes zorgen er voor dat we weinig last hebben van andere weggebruikers. En zo belanden we, de een al wat vermoeider dan de ander, weer in Maastricht. Daar is het tijd voor Pasta & Pils, al wordt er ieder jaar (schrikbarend) minder bier gedronken!

klik op afbeelding voor vergroting